Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:81 
 
Datum uitspraak:07-01-2026
Datum gepubliceerd:22-01-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:11861374 UC EXPL 25-698 11861374 UC EXPL 25-698
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Facturen voor advocaatkosten niet betaald. Vordering tot betaling facturen toegewezen. Niet gebleken dat er fouten zijn gemaakt. Ambtshalve toetsing informatieplichten
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11861374 \ UC EXPL 25-6985 BJvd/61169


Vonnis van 7 januari 2026


in de zaak van



[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. [A] ,

tegen



[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9, - de e-mail van 25 augustus 2025 van [gedaagde] , aan te merken als conclusie van antwoord, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.





2De kern van de zaak


2.1.

[eiseres] heeft op basis van een overeenkomst van opdracht juridische werkzaamheden voor een echtscheidingsprocedure voor [gedaagde] verricht. [eiseres] heeft [gedaagde] hiervoor drie facturen gestuurd. [gedaagde] heeft deze facturen niet helemaal betaald en daarom is [eiseres] een procedure gestart om nog een bedrag van € 3.455,06 vermeerderd met rente betaald te krijgen. [gedaagde] vindt dat [eiseres] fouten heeft gemaakt en zijn werk niet goed heeft gedaan. Daarom wil hij de facturen van [eiseres] niet betalen. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] toe.





3De beoordeling


Aan de (pre-)contractuele verplichtingen is voldaan



3.1.
De overeenkomst die partijen hebben gesloten, kwalificeert als een overeenkomst van opdracht tussen een handelaar en een consument. Dat betekent dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf) moet toetsen of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW is voldaan en, als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting, een sanctie moet toepassen.



3.2.
De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst voldoende duidelijke en begrijpelijke informatie heeft gegeven. [gedaagde] kon dus weloverwogen en met inzicht in de financiële gevolgen van die overeenkomst zijn beslissing nemen.



3.3.
In deze zaak is er sprake van een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte, dus moet de zaak worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf als gegeven in de wet. Daarin is bepaald dat de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke manier bepaalde informatie moet verstrekken, voor zover deze niet al duidelijk uit de context blijkt, waaronder (samengevat en voor zover nu van belang): (a) de belangrijkste kenmerken van de diensten, (b) de identiteit van de handelaar en (c) de totale prijs van de diensten inclusief alle belastingen, of, als door de aard van de dienst de prijs redelijkerwijze vooraf niet kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend.



3.4.
Aan de vereisten van (a) en (b) is voldaan, omdat de belangrijkste kenmerken van de te leveren diensten en de identiteit van de handelaar voldoende duidelijk zijn gebleken in de door partijen ondertekende opdrachtbevestiging van 8 juni 2023.



3.5.
Ook aan het vereiste van (c) wordt voldaan. [eiseres] heeft namelijk in de door partijen ondertekende opdrachtbevestiging een uurtarief van € 225,00 inclusief btw, plus de kantoorkosten van 5% van het honorarium, verschotten en doorlopende posten vermeld. In de opdrachtbevestiging staat verder dat [gedaagde] periodiek een declaratie voor de verrichte werkzaamheden ontvangt. Dat [eiseres] [gedaagde] zou bijstaan in een echtscheidingsprocedure brengt met zich mee dat het vooraf lastig is om de totaalprijs van de diensten te berekenen. [eiseres] heeft uitgelegd dat het aantal uren dat in echtscheidingsprocedure gaat zitten bijvoorbeeld ook sterk afhangt van de medewerking van de wederpartij. Ook heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat er voorafgaand aan de opdrachtbevestiging een uitgebreide bespreking is geweest waarin onder andere de gefinancierde rechtsbijstand en het uurtarief aan bod kwam. Volgens [eiseres] heeft hij toen een ureninschatting gemaakt van 10 tot 15 uur voor het geval beide partijen een oplossingsgerichte houding aannemen en tussen de 30 en 50 uur als partijen dat niet doen en er nog meer conflicten opspelen. [gedaagde] was tijdens de mondelinge behandeling niet aanwezig om dit te weerspreken, dus de kantonrechter gaat uit van de juistheid van de stellingen van [eiseres] hierover. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] aan [gedaagde] voldoende informatie heeft verstrekt die hem in staat stelde om de totale kosten van zijn diensten in te schatten.



3.6.
De kantonrechter heeft in de opdrachtbevestiging ook geen onredelijk bezwarende bedingen gezien die zien op de vorderingen die [eiseres] heeft ingesteld.



[gedaagde] moet de facturen van [eiseres] betalen




3.7.

[gedaagde] moet het resterende bedrag van € 3.455,06 aan [eiseres] betalen. [eiseres] heeft de facturen met de specificaties overgelegd en niet gebleken of gesteld is dat de facturen niet kloppen. [gedaagde] heeft alleen gesteld dat hij teleurgesteld is in de uitvoering van de werkzaamheden door [eiseres] en dat hij een klacht gaat indienen bij de orde van advocaten. Wat [eiseres] precies niet goed zou hebben gedaan en waarom [gedaagde] de gehele factuur dan niet meer zou hoeven te betalen heeft hij niet gesteld. De kantonrechter heeft daarom geen aanknopingspunten om aan te nemen dat [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst of dat [gedaagde] de facturen niet hoeft te betalen. Bovendien heeft [eiseres] een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting, wat betekent dat een bepaald resultaat niet kan worden gegarandeerd. Dat is ook in de opdrachtbevestiging vermeld.



[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen




3.8.

[eiseres] vordert de wettelijke rente over de achterstallige facturen vanaf 24 juni 2025. De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [gedaagde] in verzuim is met de betaling van de facturen. De laatste factuur heeft [eiseres] op 3 maart 2025 aan [gedaagde] gestuurd en had uiterlijk op 17 maart 2025 betaald moeten zijn. Het verzuim was dus in ieder geval op 24 juni 2025 ingetreden en de wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf de gevorderde datum.



[gedaagde] moet de proceskosten betalen




3.9.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:










- kosten van de dagvaarding





119,40







- griffierecht





514,00







- salaris gemachtigde





476,00


(2 punten × € 238,00)




- nakosten





119,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





1.228,40










Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad




3.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.







4De beslissing

De kantonrechter:


4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 3.455,06, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.228,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.



Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.


HvJEU 12 januari 2023, zaak C-395/21, ECLI:EU:2023:14.


Artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Link naar deze uitspraak