Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2025:27022 
 
Datum uitspraak:23-12-2025
Datum gepubliceerd:02-02-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/675839 / FA RK 24-82 C/09/675839 / FA RK 24-82
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken / omgang
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8270
Zaaknummer: C/09/675839
Datum beschikking: 23 december 2025

Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken / omgang



Beschikking op het op 14 november 2024 ingekomen verzoek van:




[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I. de Vink te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:




[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.E.M.J. van Poppel te Rotterdam.



Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift;


het verweerschrift;


het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.



Op 25 november 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:


de moeder bijgestaan door haar advocaat;


de vader bijgestaan door zijn advocaat;



[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.





Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder thans verzoekt dat het ouderlijk gezag over de kinderen voortaan alleen aan haar toekomt, alsmede te bepalen dat deze beslissing wordt aangetekend in het in artikel 1:244 Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde register, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:



primair: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat partijen worden doorverwezen naar een hulpverleningsinstantie voor omgangsbegeleiding om het contact tussen de vader en de minderjarigen te herstellen, waarbij partijen in overleg met de hulpverlening gaan toewerken naar de volgende regeling: de minderjarigen verblijven om het weekend bij de vader op zaterdag van 12.00 uur tot zondag 17.00 uur;



subsidiair: een omgangsregeling vast te stellen, in die zin dat partijen worden doorverwezen naar een hulpverleningsinstantie voor omgangsbegeleiding om het contact tussen de vader en de minderjarigen te herstellen, waarbij partijen in overleg met de hulpverlening gaan toewerken naar de volgende regeling, de minderjarigen verblijven om het weekend bij de vader op zaterdag van 12.00 uur tot zondag17.00 uur





Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:



[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] ;



[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2] ;



[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 2] .


- De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.



Beoordeling

Eenhoofdig gezag


Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.


Inhoudelijke beoordeling

De moeder stelt dat sprake is geweest van een gewelddadige relatie tussen de ouders. In 2023 zijn zij uit elkaar gegaan. Aanvankelijk was er nog heel beperkt contact tussen de vader en de kinderen maar, inmiddels is er al ruim twee jaar geen fysiek contact meer geweest. Wel vindt er op dit moment videobelcontact plaats, maar volgens de moeder verloopt dit niet goed. Tijdens deze momenten ontstaan namelijk regelmatig discussies of ruzies in het bijzijn van de kinderen en dat is niet in hun belang. Daarnaast verloopt de (algehele) communicatie tussen de ouders moeizaam. De moeder geeft aan dat de vader niet (of nauwelijks) bereid is om in onderling overleg te treden over gezagsbeslissingen, waardoor zij geen toestemming kan krijgen voor onder meer medische aangelegenheden of het aanvragen van identiteitsbewijzen. De moeder is dan ook van mening dat zij wordt belemmerd in de uitoefening van het gezag, en dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd.

De vader voert verweer en stelt zich op het standpunt dat niet wordt voldaan aan het zogenoemde klem en verloren criterium, zodat het gezamenlijk ouderlijk gezag in stand moet blijven. Hoewel de vader in het verleden heeft aangegeven geen contact meer met de moeder te willen en dat zij wat hem betreft het eenhoofdig gezag kon krijgen, komt hij nu op deze uitlatingen terug. De vader geeft aan spijt te hebben van hetgeen hij destijds heeft gezegd en benadrukt dat hij een actieve vaderrol in het leven van de kinderen wenst te vervullen. Voorts stelt de vader dat hij tot op heden steeds toestemming heeft verleend wanneer de moeder hierom vroeg. Dat het geven van de benodigde toestemming soms vertraging opliep, wijt hij aan het feit dat DelftSupport regelmatig als tussenpersoon fungeerde in de communicatie tussen de ouders en het vaak lang duurt voor hij de verzoeken ontvangt. Van een weigering van toestemming is volgens de vader echter nooit sprake geweest.

De rechtbank overweegt als volgt. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag zal worden afgewezen. Hoewel de rechtbank het verzoek van de moeder begrijpt en het voor haar frustrerend moet zijn dat het zo lang duurt voordat toestemming wordt gegeven aan eenvoudige verzoeken voor bijvoorbeeld het aanvragen van ID-kaarten, gaat het een stap te ver om de vader nu het gezag te ontnemen. Daarbij ziet de rechtbank ook dat de communicatie tussen de ouders slecht is en hoewel de vader de oorzaak van de vertragingen buiten zichzelf legt, kan de rechtbank er niet omheen dat het er alle schijn van heeft dat de vader de oorzaak van de vertragingen bij het geven van toestemming vooral ook bij zichzelf moet zoeken. In het verleden heeft de vader onhandige uitspraken gedaan en ondoordachte keuzes gemaakt, maar hij heeft inmiddels aangegeven er voor de kinderen te willen zijn. Die kans moet vader worden gegeven en is ook het meest in het belang van de kinderen. De rechtbank acht het risico aanwezig dat, indien de moeder met het eenhoofdig gezag zal worden belast, de rol van de vader in het leven van de kinderen volledig is uitgespeeld. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af. De rechtbank merkt daarbij nadrukkelijk op dat, indien de vader zijn handelswijze voortzet, in die zin dat hij weigerachtig blijft ten aanzien van gezagsbeslissingen en noodzakelijke beslissingen blijft vertragen, een toekomstig verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag wél voor toewijzing in aanmerking komt.


Omgangsbegeleiding

Nu de vader de kinderen inmiddels al ruim twee jaar niet fysiek heeft gezien en hij de wens heeft om het contact te herstellen, verzoekt hij de ouders door te verwijzen naar een traject van omgangsbegeleiding. De vader acht het passend om de omgang onder begeleiding op te starten, omdat de kinderen nog erg jong zijn en hij hen al een lange tijd niet heeft gezien.

De moeder heeft tijdens de zitting aangegeven open te staan voor omgangsbegeleiding. Hoewel zij nog niet precies weet op welke wijze het contact in de toekomst vormgegeven dient te worden, realiseert zij zich dat het in het belang van de kinderen is dat zij hun vader beter leren kennen. De kinderen hebben immers twee ouders nodig.

Omdat zowel de vader als de moeder tijdens de zitting de bereidheid hebben uitgesproken om deel te nemen aan een traject omgangsbegeleiding, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan voornoemd traject, zoals blijkt uit het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van doorverwijzing. Dit proces-verbaal is reeds per e-mailbericht doorgezonden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan omgangsbegeleiding en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal ook deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van de omgangsbegeleiding in te dienen op de hierna vermelde wijze. Indien het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage tevens tegelijkertijd te zenden aan de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. Deze beschikking geldt reeds als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten naar de zorgregeling indien het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht

De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aanhouden in afwachting van het verloop van het traject van de omgangsbegeleiding. Als de ouders tijdens het traject tot overeenstemming komen dan dienen zij de rechtbank hierover te informeren en kunnen zij de rechtbank verzoeken de bereikte overeenstemming zonder nadere zitting in een eindbeschikking op te nemen.



BeslissingDe rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af;

stelt vast dat partijen, te weten:

[de moeder] , (de moeder)
wonende aan de [adres 1] ,
en

[de vader] , (de vader)
wonende aan de [adres 2] ,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar:
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
- de Raad voor de Kinderbescherming;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank vóór na te melden pro formadatum rapporteert omtrent het verloop van de Omgangsbegeleiding met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is verlopen, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;

bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief verlopen traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 september 2026 pro forma.









Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2025.
Link naar deze uitspraak