|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2025:27036 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-12-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 02-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/695262 / FA RK 25-89 C/09/695262 / FA RK 25-89 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Vervangende toestemming vakantie naar Egypte. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8962
Zaaknummer: C/09/695262
Datum beschikking: 23 december 2025
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 26 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Schellekens te Bodegraven.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. van Essen te [geboorteplaats] .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift;
het F9-bericht van de moeder van 2 december 2025, met bijlage;
het F9-bericht van de moeder van 5 december 2025, met bijlage.
De minderjarige [de minderjarige 2] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 19 december 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
Verzoek en verweer
De moeder heeft verzocht:
primair: het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te beëindigen, en te bepalen dat de moeder vanaf de datum van de beschikking alleen met het gezag over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] is belast;
subsidiair: aan de moeder, althans aan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige 2] van 25 december 2025 tot en met 31 december 2025 te reizen naar [plaats] , [land] ;
de vader te veroordelen in de kosten van de procedure;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Zij zijn de ouders van de volgende (minderjarige) kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ;
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
[de minderjarige 1] woont bij de tante moederszijde. [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] wonen bij de vrouw.
Beoordeling
Hoewel de moeder primair heeft verzocht om alleen met het gezag over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te worden belast en subsidiair heeft verzocht om vervangende toestemming te verlenen voor de vakantie van [de minderjarige 2] naar [land] , zal de rechtbank vanuit efficiëntie hier het subsidiaire verzoek behandelen zonder in te gaan op het primaire verzoek. Het subsidiaire verzoek is behandeld op een zogenaamde vakantiezitting van de rechtbank, waarbij geen gelegenheid was om het verzoek omtrent het gezag te bespreken. Vanwege de spoedeisendheid van het subsidiaire verzoek wordt hierbij inzake dat verzoek uitspraak gedaan zonder daarmee vooruit te lopen op het nog te nemen besluit ten aanzien van het gezag.
Vervangende toestemming vakantie
Artikel 1: 253a eerste en tweede lid van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag.
Door de moeder is aangegeven dat [de minderjarige 2] graag in de komende kerstvakantie met haar vriendje en schoonouders op vakantie wil naar [plaats] , [land] . Hoewel de vader eerst instemde en zelfs met [de minderjarige 2] een paspoort heeft aangevraagd, weigert hij nu om het toestemmingsformulier te tekenen.
De vader heeft bezwaar tegen de reis van [de minderjarige 2] . Hij vindt dit niet in haar belang. [de minderjarige 2] geeft regelmatig aan dat zij stress en hoofdpijn heeft, zodat het beter is wanneer zij komende kerstvakantie uitrust. Naar idee van de vader had hij meegewerkt aan het verkrijgen van het paspoort omdat dit moest worden aangevraagd voor tripjes met school. Van een reisje naar [land] had hij geen weet. De vader is ook niet geïnformeerd over de details van de vakantie (wat voor reis is het, hoe is deze betaald, is ze verzekerd, heeft ze vaccinaties nodig, et cetera). Bovendien kent hij de ouders van [de minderjarige 2] ’ vriend helemaal niet en van hem kan niet worden verwacht dat hij [de minderjarige 2] meegeeft aan mensen die hij niet kent. Tot slot vindt de vader de vakantie niet pedagogisch verantwoord, gelet op het incident op [datum] 2025, waarbij [de minderjarige 2] het huis van de vader heeft verlaten en bij de moeder is gaan wonen.
De rechtbank zal de vervangende toestemming verlenen. Daartoe overweegt zij allereerst dat een vakantie over het algemeen in het belang van een minderjarige is. De door de vader aangevoerde bezwaren leiden niet tot een afwijking van dit uitgangspunt. Gebleken is dat de vakantie zal plaatsvinden in een resort in [plaats] , [land] , zodat niet valt in de te zien waarom [de minderjarige 2] hier niet zal kunnen uitrusten. Tijdens het kindgesprek heeft de rechtbank ook geen spanning bij [de minderjarige 2] bemerkt; ze heeft juist heel veel zin in de vakantie. De reis en de bijbehorende zaken als verzekeringen zijn geregeld door de ouders van [de minderjarige 2] ’ vriendje. De rechtbank gaat ervan uit dat deze ouders alles in orde hebben gemaakt en nu verder niet is gebleken dat vader (achteraf) met kosten zal worden geconfronteerd, gaat de rechtbank voorbij aan deze bezwaren. Hoewel de rechtbank wel begrip heeft voor het feit dat de vader het bezwaarlijk vindt dat hij de ouders van [de minderjarige 2] ’ vriend niet kent, benadrukt de rechtbank ook dat het hem vrij staat om contact met hen te zoeken, zoals ook door de moeder is gedaan. De moeder mocht er verder ook van uitgaan dat de vader al sinds de zomer op de hoogte was van de vakantieplannen, nu zij in de veronderstelling was dat dit de reden was voor de aanvraag van het paspoort en de vader daaraan had meegewerkt. Tot slot geldt dat hetgeen zich op [datum] 2025 tussen de vader en [de minderjarige 2] heeft voorgedaan zeker aandacht verdient en besproken moet worden, eventueel met inzet van hulpverlening. [de minderjarige 2] niet op vakantie laten gaan, draagt daar naar oordeel van de rechtbank echter niet aan bij.
Gezag en proceskosten
De moeder heeft in haar verzoekschrift ook verzocht om wijziging van het gezag en veroordeling van de vader in de kosten van de procedure. Deze verzoeken zullen pro forma worden aangehouden, zodat ze op een latere zitting kunnen worden besproken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] , van 25 december 2025 tot en met 31 december 2025 met de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] te laten reizen naar [plaats] , [land] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot wijziging van het gezag en de proceskosten pro forma worden aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|