Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2025:9887 
 
Datum uitspraak:16-12-2025
Datum gepubliceerd:02-02-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:24/2696
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Beroep gegrond. Herziening en beëindiging ANW-uitkering. De Svb zal in een nieuw besluit deugdelijk moeten onderbouwen of eiseres kan worden aangemerkt als nabestaande in de zin van de Anw. De rechtbank ziet dat de Svb wel onderzoek heeft laten verrichten, onder meer door een medewerker van de Svb in Marokko en door verzoeken bij de ambassade. Ondanks deze inspanningen is echter nog altijd geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers, terwijl die inschrijving volgens de Svb zelf een essentiële voorwaarde vormt voor het juridisch effectueren van de echtscheiding.
Trefwoorden:echtscheiding
ingezetene
levensonderhoud
uitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/2696

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen


[eiseres], uit [woonplaats] (Marokko), eiseres
(gemachtigde: mr. C. Bozbiyik)

en


de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder (hierna: de Svb)
(gemachtigde: [gemachtigde]).



Procesverloop

Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb het recht van eiseres op een Anw-uitkering herzien en beëindigd (het primaire besluit). Met een brief van dezelfde datum heeft de Svb eiseres meegedeeld dat hij van plan is het teveel betaalde bedrag terug te vorderen en een boete op te leggen. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Met een besluit van 30 april 2024 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak op 15 oktober 2024 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de voormalig gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Svb. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst en de Svb en eiseres de gelegenheid gegeven om nadere vragen van de rechtbank te beantwoorden. Na de schorsing van het onderzoek heeft de rechtbank van partijen diverse stukken ontvangen.

Met de brief van 11 november 2025 heeft de rechtbank partijen vervolgens op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken aan te geven of zij op een zitting willen worden gehoord. Omdat partijen daarna niet om een tweede zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting.



De totstandkoming van de besluiten

1. Eiseres heeft in Nederland gewoond, samen met haar echtgenoot [naam]. Na het overlijden van haar echtgenoot op [datum] 2015 is aan eiseres een Anw-uitkering toegekend op grond van tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

2. Na een tipmelding heeft de Svb onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de aan eiseres toegekende Anw-uitkering. Uit dit onderzoek volgt dat eiseres drie maanden vóór het overlijden van haar echtgenoot van hem was gescheiden, dat zij op dat moment niet meer met hem samenwoonde en dat zij geen partneralimentatie ontving. Daarnaast stond eiseres sinds 1 juli 2015 niet langer als ingezetene van Nederland geregistreerd. Volgens de Svb brengen deze feiten en omstandigheden mee dat eiseres niet als nabestaande in de zin van de Anw kan worden aangemerkt en daarom geen recht had op de Anw-uitkering.

3. Na het bezwaar van eiseres heeft de Svb het besluit tot herziening en beëindiging van de Anw-uitkering per 1 juli 2019 gehandhaafd. Volgens de Svb heeft eiseres in totaal een bruto bedrag van € 48.425,02 te veel aan uitkering ontvangen. De Svb heeft aangekondigd dit volledige bedrag terug te vorderen en een boete van € 8.300,- op te leggen, omdat eiseres niet heeft gemeld dat zij op de datum van overlijden van haar voormalig echtgenoot van hem was gescheiden. De Svb zal hierover nog een afzonderlijk terugvorderings- en boetebesluit nemen.



Standpunt eiseres

4. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij recht heeft op een Anw-uitkering, omdat zij op de dag van het overlijden van haar ex-echtgenoot nog met hem samenwoonde en omdat zij op dat moment nog een duurzame band met Nederland had. Eiseres wijst erop dat zij nog stond ingeschreven op het gezamenlijke adres in Rotterdam, dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit en dat zij familie en vriendinnen in Nederland heeft. Volgens eiseres was zij daarom aan te merken als nabestaande. Zij erkent dat zij heeft afgezien van partneralimentatie, maar stelt dat zij hier wel aanspraak op had en dat het niet vereist is dat alimentatie feitelijk wordt ontvangen. Ter zitting heeft eiseres hieraan toegevoegd dat zij op de dag van het overlijden nog gehuwd was met haar ex-echtgenoot, omdat de echtscheiding op dat moment nog niet definitief was bekrachtigd.



Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of de Svb de Anw-uitkering van eiseres terecht in de periode van oktober 2015 tot en met juni 2019 heeft herzien en vanaf 1 juli 2019 heeft beëindigd, omdat eiseres geen nabestaande is van [naam]. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

6. Een nabestaande heeft recht op een Anw-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden (verplicht of vrijwillig) verzekerd was op grond van de Anw. Als nabestaande wordt verstaan: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van de Anw. Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Als nabestaande wordt eveneens verstaan de gewezen echtgenoot van een overleden verzekerde indien, de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot.

7. Bij een besluit tot herziening van een Anw-uitkering gaat het om een belastend besluit. Volgens vaste rechtspraak rust op de Svb de plicht om de nodige kennis te vergaren over de relevante feiten en omstandigheden. Dit houdt in dat de Svb feiten moet aandragen waaruit aannemelijk wordt dat eiseres niet als nabestaande kan worden aangemerkt.

8. Op de zitting is met partijen gesproken over de scheiding van eiseres van [naam]. Dit heeft onder meer tot de vraag geleid of op de dag van overlijden van [naam] de echtscheiding is bekrachtigd. Eiseres voert aan dat de echtscheiding op het moment van het overlijden nog niet volledig was bekrachtigd. Haar voormalig echtgenoot was ziek geworden en naar Nederland teruggekeerd, waarna hij korte tijd later is overleden. Volgens eiseres betekent het uitblijven van een officiële bekrachtiging dat het huwelijk in juridische zin niet formeel was beëindigd.

9. De Svb heeft toegelicht dat sinds 5 februari 2004, met de inwerkingtreding van het nieuwe Marokkaanse familierecht, een officiële akte geldt als bewijs van een rechtsgeldig huwelijk of een rechtsgeldige echtscheiding naar Marokkaans recht. Zo’n akte moet zijn opgemaakt en ondertekend door twee adoul-getuigen, ondertekend zijn door beide echtgenoten, de toestemming van de familierechter van een Marokkaanse rechtbank bevatten en worden ingeschreven in de registers van die rechtbank. Volgens de Svb voldoet de door eiseres overgelegde akte aan deze vereisten. Desondanks heeft de Svb in de beroepsprocedure de originele akte uit Marokko opgevraagd. De rechtbank heeft vervolgens de Svb met de brief van 28 januari 2025 verzocht om ook navraag te doen of de akte is ingeschreven in het register van de betrokken rechtbank in Marokko.

10. Een medewerker van de Svb heeft in Marokko onderzoek verricht bij de betrokken rechtbank. Dit onderzoek heeft geen verdere duidelijkheid opgeleverd, omdat de president van de rechtbank heeft verwezen naar de diplomatieke weg. De medewerker heeft hierover een handhavingsrapportage opgesteld. Op basis hiervan heeft de rechtbank vastgesteld dat er een echtscheidingsakte bestaat, maar dat nog steeds onduidelijk is of deze akte daadwerkelijk is ingeschreven bij de rechtbank. Zoals de Svb de rechtbank heeft duidelijk gemaakt, is die inschrijving een noodzakelijke voorwaarde om de echtscheiding juridisch te effectueren. De rechtbank heeft de Svb daarom opnieuw verzocht om duidelijkheid te verschaffen over de inschrijving. Hiervoor is aanvankelijk op 22 augustus 2025 een termijn van meer dan twee maanden geboden, welke op 11 november 2025 – na rappelleren – eenmaal is verlengd met vier weken. De Svb heeft hierna nog geen duidelijkheid over de inschrijving kunnen geven.

11. De rechtbank stelt vast dat ruim een jaar na de zitting nog altijd niet duidelijk is of de echtscheiding van eiseres is geëffectueerd. Bij een belastend besluit als hier aan de orde, te weten de herziening van een bedrag van € 48.425,02, rust op de Svb een verzwaarde onderzoeksplicht. Dit betekent dat de Svb de relevante feiten en omstandigheden volledig en zorgvuldig moet vaststellen en dat onzekerheid over die feiten niet voor rekening van eiseres mag komen. De rechtbank ziet dat de Svb wel onderzoek heeft laten verrichten, onder meer door een medewerker van de Svb in Marokko en door verzoeken bij de ambassade. Ondanks deze inspanningen is echter nog altijd geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers, terwijl die inschrijving volgens de Svb zelf een essentiële voorwaarde vormt voor het juridisch effectueren van de echtscheiding. De rechtbank benadrukt dat de Svb bovendien meermalen in de gelegenheid is gesteld om deze informatie te achterhalen, waarbij de rechtbank ruime termijnen heeft geboden en deze termijnen na rappelleren enkele keren heeft verlengd. Desondanks is geen uitsluitsel verkregen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de Svb op dit moment onvoldoende heeft gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van het overlijden van [naam].



Conclusie en gevolgen

12. Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank nog niet worden aangenomen dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw. Het bestreden besluit is op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd en het door de Svb verrichte onderzoek is onvolledig.

13. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding een bestuurlijke lus toe te passen, te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven of zelf in de zaak te voorzien, nu nog verschillende uitkomsten mogelijk zijn die door de Svb dienen te worden onderzocht en tevens is gebleken dat een bestuurlijke lus in dit verband niet efficiënt is. De rechtbank bepaalt daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de Svb een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De Svb zal in een nieuw besluit deugdelijk moeten onderbouwen of eiseres kan worden aangemerkt als nabestaande in de zin van de Anw. Daarbij dient de Svb ook inzichtelijk te maken of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de registers van de rechtbank.

14. Omdat het beroep gegrond is moet de Svb het griffierecht aan eiseres vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Svb ook in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.267,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van een repliek na schorsing van het onderzoek, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).



Beslissing

De rechtbank:


verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


draagt de Svb op binnen zes weken na het gezag van gewijsde krijgen van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;


draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;


veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.267,50.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R. van de Water, rechter, in aanwezigheid vanmr.N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.

De griffier is verhinderd de uitspraak te tekenen








Griffier


Rechter






Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Het indienen van een hogerberoepschrift kan digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl of door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.



Uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet


Artikel 14 in combinatie met artikel 1, aanhef en onder sub d, van de Anw.


Artikel 1, aanhef en onder d, van de Anw.


Artikel 3, tweede lid, van de Anw.


Artikel 4, aanhef en eerste lid onder b, van de Anw.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3019.
Link naar deze uitspraak