Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:6 
 
Datum uitspraak:02-01-2026
Datum gepubliceerd:03-02-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11657125 CV EXPL 25-617 11657125 CV EXPL 25-617
Rechtsgebied:Intellectueel-eigendomsrecht
Indicatie:Reclamefoto's gebruikt op een wijze die niet is overeengekomen. Op grond van de algemene voorwaarden moet een vergoeding worden betaald voor het niet toegestane gebruik van de foto's.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter

Zaaknummer: 11657125 \ CV EXPL 25-6170


Vonnis van 2 januari 2026


in de zaak van



[eiser]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. B.M. van Werven,

tegen




1 [gedaagde 1] ,
te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1]2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partijen,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 5 april 2025, met producties,
- het schriftelijke verweer van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] ,
- het tussenvonnis van 8 augustus 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging producties 16 en 17 van [eiser] ,
- de akte specificatie aanvullende kosten ex artikel 1019h Rv van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 25 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.





2De feiten


2.1.

[eiser] is fotograaf en maakt onder meer foto’s die worden gebruikt voor reclame- en marketingdoeleinden.



2.2.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] exploiteren samen een sportschool onder de naam [handelsnaam] . [handelsnaam] staat in het handelsregister ingeschreven als eenmanszaak van [gedaagde 1] .



2.3.
Op 28 juni 2024 heeft [eiser] een begroting met toelichting gestuurd naar [handelsnaam] voor het maken van foto’s van de sportschool en portretten van de trainers. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:


(…)


- Gepland beeld gebruik: enkel eigen website en social media. Dus geen print, advertenties, gebruik door derde personen en of partijen is uitgesloten. Hiervoor dient altijd voor publicatie contact worden opgenomen met mij. (Zie ook algemene voorwaarden)


(…)


De geschatte kosten komen dan uit incl. de genoemde korting op € 1.250 + 10% voor project management en administratie kosten (excl. 21% B.T.W.)


Het beeld gebruik op eigen website en social media zit hierbij inbegrepen. Voor elk ander gebruik dient te licentie zoals reeds vermeld aangevuld te worden!


(…)


Zie ook de geldende algemene voorwaarden in de bijlage. Deze zijn van toepassing op mijn werk.




2.4.
In de algemene voorwaarden staat verder onder meer:





4Factuur en betaling

4.1

Betaling dient te geschieden binnen 14 dagen na factuurdatum.



4.2

indien de Fotograaf het verschuldigde bedrag niet binnen de in 4.1 bedoelde termijn heeft ontvangen is de Wederpartij de wettelijke rente te vermeerderen met 2% verschuldigd over het factuurbedrag.



4.3

Indien de Wederpartij in verzuim is of op andere wijze tekort geschoten is in de nakoming van één of meer van zijn verplichtingen, een inbreuk op auteursrecht daaronder begrepen, dan komen alle kosten die de Fotograaf ter verkrijging van voldoening in en buiten rechte voor rekening van de Wederpartij.



4.4

Geen enkel gebruik van het Fotografisch werk op welke wijze dan ook is toegestaan, zolang de Wederpartij enige uitstaande factuur van de Fotograaf nog niet heeft voldaan.


(…)


9. Inbreuk op auteursrecht



9.1

Elk gebruik van een Fotografisch werk dat niet is overeengekomen wordt beschouwd als een inbreuk op het auteursrecht van de Fotograaf.



9.2

Bij inbreuk komt de Fotograaf een vergoeding toe ter hoogte van tenminste driemaal de door de Fotograaf gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding voor een dergelijk gebruik, zonder enig recht te verliezen op vergoeding van overige geleden schade (waaronder begrepen het recht op vergoeding van alle directe en indirecte schade en alle daadwerkelijke gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten).






10Naamsvermelding en Persoonlijkheidsrechten

10.1

De naam van de Fotograaf dient duidelijk bij een gebruikt Fotografisch werkt te worden vermeld of met een verwijzing naar het Fotografisch werk in de publicatie te worden opgenomen.


(…)



10.3.

Voor iedere inbreuk op de aan de Fotograaf toekomende persoonlijkheidsrechten ex artikel 25 Auteurswet, waaronder het recht op naamsvermelding, is de Wederpartij een vergoeding verschuldigd van tenminste 100% van de door de Fotograaf gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding, zonder enig recht te verliezen op vergoeding van overige geleden schade (waaronder het recht op vergoeding van alle directe en indirecte schade en alle daadwerkelijke gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten).




2.5.
Op 30 juni 2024 heeft [gedaagde 2] de opdracht bevestigd.



2.6.
Nadat [eiser] de foto’s had aangeleverd, heeft hij op 23 juli 2024 een factuur gestuurd naar [handelsnaam] voor € 1.663,80, met als vervaldatum 7 augustus 2024.



2.7.
Betaling van de factuur bleef op 7 augustus 2024 uit. [eiser] heeft daarna meerdere sommaties gestuurd, maar ook daarop volgde geen betaling.



2.8.
Begin december 2024 heeft [eiser] ontdekt dat [handelsnaam] zes van de geleverde foto’s inmiddels op haar Instagrampagina had geplaatst en drie op haar Googlepagina. Verder stonden tien foto’s op de website en app van Classpass, een platform voor het boeken van sportklasjes, en vier op de website van Eversports, eveneens een sportklasjesplatform. Bij geen van de foto’s stond de naam van [eiser] vermeld.



2.9.
Op 9 december 2024 heeft de advocaat van [eiser] [handelsnaam] gesommeerd om de foto’s offline te halen en een schadevergoeding (begroot op € 43.884 maar beperkt tot € 15.000) te betalen voor het gebruik van de foto’s en het ontbreken van naamsvermelding van [eiser] .



2.10.
Op 15 april 2025, tien dagen na betekening van de dagvaarding die deze procedure heeft ingeleid, heeft [handelsnaam] de factuur van 23 juli 2024 betaald.





3Het geschil


3.1.

[eiser] vordert, samengevat:

primair:

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:
I. een hoofdsom van € 17.500 indien uiterlijk op 9 december 2025 vonnis wordt gewezen en € 25.000 indien daarna vonnis wordt gewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
II. de in en buiten rechte gemaakte juridische kosten;

subsidiair:

[gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van:
III. een schadevergoeding van € 17.500 indien uiterlijk op 9 december 2025 vonnis wordt gewezen en € 25.000 indien daarna vonnis wordt gewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
IV. de (proces)kosten, waaronder de redelijke en evenredige kosten van rechtsbijstand zoals bedoeld in artikel 1019h van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), en de nakosten;

primair en subsidiair:
V. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen om binnen 24 uur na het vonnis het gebruik van de foto’s, waaronder op hun websites en sociale media, de websites van Classpass en Eversport en de app van Classpass, te staken en gestaakt te houden;

meer subsidiair:

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:
VI. een hoofdsom van € 1.663,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente plus 2% vanaf 7 augustus 2024, en de nakosten;
VII. de buitengerechtelijke incassokosten;
VIII. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen om binnen 24 uur na het vonnis ieder gebruik van de foto’s anders dan op de website en sociale media van [handelsnaam] te staken en gestaakt te houden;

primair, subsidiair en meer subsidiair:
IX. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 2.500, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag of dagdeel dat zij het bevel onder V of onder VIII niet (volledig) nakomen, tot een maximum van € 50.000.



3.2.
Op de zitting heeft [eiser] de vordering onder V gewijzigd in de zin dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het gebruik van de foto’s op de website en sociale mediakanalen van [handelsnaam] niet meer hoeven te staken. [eiser] heeft ook de meer subsidiaire vordering onder VI om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van de factuur van 23 juli 2024 ingetrokken omdat de factuur inmiddels is betaald.



3.3.

[eiser] legt aan de overige vorderingen het volgende ten grondslag. Het gebruik van de foto’s op Instagram en Google was niet toegestaan zolang de factuur niet was betaald. Het gebruik van de foto’s op Classpass en Eversports is in het geheel niet toegestaan. Artikel 9.2 van de algemene voorwaarden bepaalt dat [eiser] voor het niet toegestane gebruik een vergoeding toekomt van tenminste driemaal de gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding. Volgens de Tarievenlijst 2023 van Stichting BeeldAnoniem is het standaardtarief voor gebruik van foto’s op Instagram of Google € 75 per werk per jaar, en voor het gebruik van foto’s op andere websites € 396. Dat brengt de vergoeding voor het gebruik van zes foto’s op Instagram en drie foto’s op Google op € 2.025 en de vergoeding voor het gebruik van in totaal 24 foto’s op Classpass en Eversports op € 28.512. Artikel 10.3 van de algemene voorwaarden bepaalt verder dat voor het gebruik van een foto zonder naamsvermelding één keer de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is. Vanwege het niet vermelden van de naam van [eiser] bij de foto’s moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarom een vergoeding van € 10.179 betalen. De totale vergoeding is aldus begroot op € 40.716. Mocht vast komen te staan dat de vorderingen niet op de algemene voorwaarden kunnen worden gebaseerd, zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een schadevergoeding van € 17.813,25 per jaar verschuldigd op grond van artikel 27a Auteurswet en artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Daarbij gaat [eiser] uit van een percentage van de gebruikelijke licentievergoedingen en de vergoeding bij inbreuk op persoonlijkheidsrechten. [eiser] beperkt zijn vordering (zowel op grond van de algemene voorwaarden als op grond van de wet) echter tot € 17.500 indien de foto’s korter dan een jaar, te rekenen vanaf 9 december 2024, zijn gebruikt en tot € 25.000 indien de foto’s langer zijn gebruikt. Verder moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] alle juridische kosten van [eiser] vergoeden op grond van artikel 4.3 van de algemene voorwaarden, dan wel op grond van artikel 1019h Rv.



3.4.

[eiser] spreekt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] primair hoofdelijk aan omdat zij samen onder de naam van [handelsnaam] naar buiten treden. Subsidiair spreekt [eiser] alleen [gedaagde 1] aan, omdat [eiser] erop mocht vertrouwen dat [gedaagde 2] haar vertegenwoordigde bij het sluiten van de overeenkomst. Meer subsidiair is [gedaagde 2] op grond van artikel 3:70 BW aansprakelijk, omdat hij jegens [eiser] instond voor het bestaan en de omvang van de volmacht.



3.5.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben het gebruik van de foto’s op de genoemde websites en sociale media niet betwist. Zij voeren als verweer aan dat zij onvoldoende financiële middelen hebben en de gevorderde bedragen onredelijk hoog zijn.





4De beoordeling


Bevoegdheid



4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat de vorderingen mogelijk de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter overstijgen. Daarop zijn partijen overeengekomen de zaak op grond van artikel 96 Rv toch aan de kantonrechter voor te leggen. Het recht op hoger beroep hebben zowel [eiser] als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] expliciet voorbehouden.


Hoofdelijke verbondenheid




4.2.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben niet betwist dat zij samen [handelsnaam] exploiteren en vertegenwoordigen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dan ook een overeenkomst tot stand gekomen tussen [eiser] en [handelsnaam] en zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk aan de verplichtingen daaruit verbonden.


Vergoeding voor het niet toegestane gebruik




4.3.
Het staat in deze procedure niet ter discussie dat zes van de geleverde foto’s op de Instagrampagina en drie op de Googlepagina van [handelsnaam] stonden voordat de factuur was betaald. Ook staat vast dat tien foto’s op de website en app van Classpass hebben gestaan en vier op de website van Eversport.



4.4.
Artikel 4.4 van de algemene voorwaarden bepaalt dat geen enkel gebruik van de foto’s was toegestaan totdat de factuur was betaald. Het gebruik van de in totaal negen foto’s op Instagram en Google was dus verboden en daarvoor moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van artikel 9.2 van de algemene voorwaarden een vergoeding betalen. Omdat het gebruik van de foto’s anders dan op de eigen website en sociale media van [handelsnaam] überhaupt niet was toegestaan onder de overeenkomst, moeten zij ook een vergoeding betalen voor het plaatsen van de foto’s op Classpass en Eversports.



4.5.
Volgens [eiser] moet de vergoeding voor het plaatsen van de foto’s op Classpass en Eversports berekend worden op basis van 24 inbreuken: tien foto’s op de website van Classpass, tien foto’s op de app van Classpass en vier foto’s op de website van Eversports. Uit de door [eiser] overgelegde screenshots blijkt echter dat dezelfde tien foto’s zowel op de website als op de app van Classpass stonden. Omdat het om dezelfde foto’s gaat die door dezelfde partij zijn geplaatst, zij het via twee kanalen (website en app), zal de kantonrechter uitgaan van veertien inbreuken. Samen met de foto’s op Instagram en Google zijn er dus in totaal 23 inbreuken waarvoor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vergoeding moeten betalen.



4.6.
Omdat aan het gebruik van de foto’s een overeenkomst ten grondslag ligt, ziet de kantonrechter aanleiding om, anders dan [eiser] , aan te knopen bij de overeengekomen tarieven in plaats van de in de markt gebruikelijke tarieven (die [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt). Uit de factuur van 23 juli 2024 blijkt dat [eiser] € 1.663,80 in rekening heeft gebracht. In de overgelegde WeTransfer-bestanden is te zien dat heeft hij daarvoor in totaal 23 foto’s heeft aangeleverd. Het daadwerkelijk gehanteerde tarief per foto is dus € 72,34. Op grond van de algemene voorwaarden moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] driemaal dit tarief betalen voor elk van de 23 inbreuken. Dat brengt de in totaal verschuldigde vergoeding voor het niet toegestane gebruik op € 4.991,46.


Vergoeding voor het ontbreken van naamsvermelding




4.7.
Op grond van artikel 10.1 van de algemene voorwaarden moet bij elke gebruikte foto de naam van [eiser] staan vermeld. Artikel 10.3 bepaalt dat indien dat niet is gebeurd, een vergoeding van eenmaal de gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding verschuldigd is.



4.8.
Het staat vast dat bij geen van de 23 gebruikte foto’s de naam van [eiser] stond vermeld. Daarom moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vergoeding van € 1.663,82 (23 x € 72,34) betalen.



4.9.
De totale vergoeding voor het niet toegestane gebruik van de foto’s én voor het niet vermelden van de naam van [eiser] daarbij is dus € 6.655,28. De wettelijke rente daarover zal, als gevorderd, worden toegewezen vanaf 5 april 2025, de datum van de dagvaarding.


Verbod niet overeengekomen gebruik van foto’s




4.10.

[eiser] vordert [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen om binnen 24 uur na dit vonnis het gebruik van de foto’s op Classpass en Eversport te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag(deel) tot een maximum van € 50.000.



4.11.
Zoals hiervoor overwogen verbiedt de overeenkomst het gebruik van de foto’s op Classpass en Eversport zonder toestemming van [eiser] . De vordering zal daarom worden toegewezen. De termijn waarbinnen het gebruik dient te worden gestaakt, zal worden bepaald op één week na betekening van dit vonnis.


Proceskosten




4.12.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van [eiser] betalen.



4.13.

[eiser] vordert op grond van artikel 4.3 van de algemene voorwaarden vergoeding van al zijn juridische kosten. [eiser] heeft specificaties overgelegd waaruit blijkt dat hij € 11.254,08 aan advocaatkosten heeft gemaakt.



4.14.
Ook in het geval dat de algemene voorwaarden bepalen dat de volledige proceskosten vergoed moeten worden, mogen alleen de redelijkerwijs gemaakte kosten in rekening worden gebracht. Omdat deze procedure betrekking heeft op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten zal de redelijkheid van de gevorderde proceskosten worden beoordeeld aan de hand van de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 april 2017). Naar het oordeel van de kantonrechter moet de zaak als ‘eenvoudig’ worden aangemerkt. Voor eenvoudige zaken is het maximaal te vergoeden bedrag volgens de Indicatietarieven in IE-zaken € 8.000. De proceskosten van [eiser] zullen dan ook op dit bedrag worden begroot.





5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat bij betaling door de één, de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.655,28, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 5 april 2025,



5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen één week na betekening van dit vonnis het gebruik van de foto’s op de websites van Classpass en Eversport en de app van Classpass te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet aan de veroordeling voldoen, tot een maximum van € 50.000,



5.3.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk de proceskosten van € 8.000 te betalen, binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, bijgestaan door mr. R.D. Lok, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Link naar deze uitspraak