Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:508 
 
Datum uitspraak:03-02-2026
Datum gepubliceerd:06-02-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:25_2390
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter. Eiseres is het daar niet mee eens en voert een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank is van oordeel dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen. Dit betekent dat het beroep ongegrond is en eiseres dus geen gelijk krijgt.
Trefwoorden:kinderbijslag
 
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2390

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
gemachtigde: mr. T.M.J. Oosterhuis-Putter,

en



de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB),
gemachtigde: [gemachtigde].




Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter. Eiseres is het daar niet mee eens en voert een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank is van oordeel dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen. Dit betekent dat het beroep ongegrond is en eiseres dus geen gelijk krijgt.



Inleiding

1. Eiseres ontvangt kinderbijslag voor haar dochter [dochter] . Zij heeft op 19 november 2024 een aanvraag gedaan voor dubbele kinderbijslag. Haar dochter is bekend met leptine resistentie en obesitas en was op het moment van de aanvraag 12 jaar oud.


1.1.
Na ontvangst van de aanvraag heeft de SVB advies gevraagd van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het advies is op 21 januari 2025 aan eiseres gestuurd. De SVB heeft de aanvraag met het besluit van 29 januari 2025 afgewezen.



1.2.
Eiseres heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft de SVB nader medisch advies gevraagd. Het CIZ heeft op 12 juni 2025 een advies van medisch adviseur P. Pel aan de SVB gestuurd. Met het bestreden besluit van 14 augustus 2025 heeft de SVB het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft gereageerd met een verweerschrift.



1.4.
De gemachtigde van eiseres heeft aanvullende beroepsgronden ingediend en daarbij een verslag van 18 september 2024 van een kinderarts, een vervolgbehandelplan van 30 september 2025 van de specialisten van Karkater (kinder- en jeugdpsychiatrie) en een verklarende analyse van gedragswetenschapper M. Bijen overgelegd.



1.5.
Vervolgens heeft de SVB bij het CIZ om een aanvullend medisch advies gevraagd.
Op 10 december 2025 is een aanvullend advies van 9 december 2025 overgelegd.



1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de SVB.




Standpunten van partijen

2. Volgens de SVB heeft eiseres geen recht op dubbele kinderbijslag, omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. [dochter] heeft op één zorgitem intensieve zorg nodig, namelijk ‘eten en drinken’, terwijl minimaal drie items nodig zijn om recht te hebben op dubbele kinderbijslag. De SVB baseert dit op drie adviezen van 21 januari 2025, 12 juni 2025 en
9 december 2025 van het CIZ.

3. Eiseres stelt - samengevat - dat naast het item ‘eten en drinken’ ook de items gedrag, alleen thuis zijn, en bezighouden/handreikingen van toepassing zijn. Ook had de SVB de adviezen niet zonder meer mogen overnemen, omdat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd.


3.1.
Volgens eiseres is de afwijzing ook onbegrijpelijk omdat zij wel dubbele kinderbijslag ontving voor haar zoon, terwijl zijn problematiek vanwege een autismespectrumstoornis en ADHD veel minder ernstig was. Het lijkt erop dat haar dochter te weinig ‘diagnoses’ heeft. Tot slot stelt eiseres dat het CIZ de voorwaarden heel medisch beoordeelt, terwijl artikel 11, eerste lid van het Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk) ruimer is geformuleerd.




Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank licht hieronder eerst toe wat het beoordelingskader is. Vanaf 4.3. wordt ingegaan op de beroepsgronden van eiseres. De volledige wet- en regelgeving die van belang is staat in de bijlage bij deze uitspraak


4.1.
In de Algemene kinderbijslagwet (AKW) staat dat een verzekerde voor een tot zijn huishouden behorend kind van tussen de drie en achttien jaar, recht heeft op verdubbeling van de kinderbijslag als het kind is aangewezen op een bepaalde vastgestelde mate van intensieve zorg. Dat wordt door een medisch adviseur van het CIZ beoordeeld aan de hand van 10 items. Dit staat in het Beoordelingskader DKIZ 2025. De eerste vijf items gaan over ‘verzorging’ en de andere vijf over ‘oppassing’.




Lichaamshygiëne


Zindelijkheid


Eten en drinken


Mobiliteit


Medische verzorging



6. Gedrag
7. Communicatie
8. Alleen thuis zijn
9. Begeleiding buitenshuis
10. Bezig houden, handreikingen.



4.2.
Als de medisch adviseur vindt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, dan wordt daarvoor één punt toegekend. Een kind van tussen de tien en zeventien jaar oud heeft intensieve zorg nodig als hij drie of meer punten scoort. De SVB mag zich op een medisch advies baseren. De SVB moet wel controleren of dat onderzoek zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Dit staat in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht.


Zorgvuldig onderzoek



4.3.
De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is geweest. De medisch adviseur heeft dossieronderzoek gedaan en daarbij het ingevulde vragenformulier betrokken. Daarnaast is de informatie van de kinderarts, van de specialisten van Karakter en van de gedragswetenschapper bij de beoordeling betrokken. De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur voldoende heeft gemotiveerd dat deze informatie afdoende was om de beoordeling op te baseren en dat een eigen onderzoek van [dochter] geen toegevoegde waarde had, omdat de informatie actueel en uitgebreid is. Op basis van deze informatie heeft de medische adviseur een duidelijk beeld kunnen krijgen van de intensiteit van de benodigde zorg.




Gedrag

4.4.
Voor dit item wordt op basis van Beoordelingskader DKIZ 2025 een punt toegekend als daarvoor een verklarende diagnose van een deskundige is. Er moet permanent toezicht zijn in verband met door de gehele dag heen voorkomende of dreigende gedragsproblemen en escalaties. Er is sprake van actief signaleren en waar nodig handelen bij het kind. De gedragsproblemen vragen om regulering op het gedrag omdat het kind dit zelf niet kan.



4.5.
Eiseres stelt dat [dochter] vanwege haar gedragsproblemen en cognitieve beperkingen intensieve begeleiding en permanent toezicht nodig heeft. [dochter] ziet het verband tussen oorzaak en gevolg onvoldoende in en handelt vaak impulsief, hetgeen door het onderzoek van Karakter wordt bevestigd. Er bestaan daarnaast zorgen over haar emotie- en impulsregulatie. Haar beneden gemiddeld tot gemiddeld intelligentieniveau en het neurocognitief profiel versterken de noodzaak van voortdurende ondersteuning. Uit het onderzoek van Karakter blijkt verder dat [dochter] snel overprikkeld raakt, moeite heeft met oorzaak-gevolgrelaties en het herkennen en reguleren van emoties, en impulsief gedrag vertoont. Haar gezichtsuitdrukking laat niet altijd zien hoe zij zich voelt, waardoor anderen haar emoties niet goed kunnen inschatten. Daarnaast is zij onzeker en komt haar identiteitsontwikkeling beperkt op gang. Hoewel de diagnose autismespectrumstoornis (ASS) niet formeel is gesteld, herkent eiseres veel kenmerken hiervan bij [dochter] . Bij de halfbroer van [dochter] is ASS wel vastgesteld, maar zijn klachten zijn aanzienlijk milder.
Wanneer zij van huis is, probeert [dochter] eten te kopen of uit de deelkasten in de wijk te halen. Of zij zoekt online contact met onbekende mannen, hetgeen risico's op (seksueel) grensoverschrijdend gedrag met zich meebrengt. [dochter] heeft een sterke behoefte aan aandacht en bevestiging en zoekt dit buiten de thuissituatie, terwijl zij zelf de mogelijke risico's onvoldoende overziet. [dochter] staat onder behandeling van een kinderarts en ontvangt daarnaast begeleiding van een fysiotherapeut, een diëtist en een sportcoach. Ook neemt zij iedere donderdag deel aan dagbesteding op een zorgboerderij, om eiseres enigszins te ontlasten in de thuissituatie.



4.6.
Het is de rechtbank duidelijk geworden dat [dochter] meer zorg nodig heeft dan een ander kind op haar leeftijd. Dit blijkt duidelijk uit de beroepsgronden en de toelichting van eiseres op de zitting. Dat staat dan ook niet ter discussie. De vraag is alleen of daarmee ook behoefte is aan intensieve zorg, zoals bedoeld in de wet- en regelgeving.



4.7.
De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur navolgbaar heeft geconcludeerd dat dat bij het item ‘gedrag’ niet zo is. De beroepsgronden van eiseres slagen daarom niet. Volgens de medisch adviseur is er in de eerste plaats geen verklarende diagnose van een deskundige (arts met een specifieke deskundigheid, dan wel GZ-psycholoog met een specifieke deskundigheid). Bij iedereen zijn enige kenmerken van autisme vast te stellen, zeker als het gaat om bepaalde omstandigheden. De gedragsproblemen zijn niet dusdanig ernstig dat er een noodzaak is voor permanent toezicht. [dochter] gaat naar het regulier voortgezet onderwijs en omdat daar geen gedragsproblemen voorkomen is duidelijk dat het niet zo is dat sprake is van een actieve observatie ‘door de gehele dag heen’. Permanent toezicht zal door [dochter] worden ervaren als te veel op de huid zitten en verder doen escaleren. Voor een score op ‘gedrag’ is daarom geen reden.


Alleen thuis zijn




4.8.
Bij dit item wordt volgens het kader een punt toegekend als een kind niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van ziekte of stoornis. Als aandachtspunt geldt daarbij dat het gaat om waar het kind toe in staat is en niet wat het (nog) niet mag. Het ‘niet in staat zijn’ moet aannemelijk zijn of geobjectiveerd.



4.9.
Eiseres stelt dat ten onrechte is geadviseerd dat hiervoor geen medisch onderbouwing aanwezig is. Ook is het niet zo dat de spullen waaraan [dochter] niet mag komen veilig zijn opgeborgen, zoals in het advies van 12 juni 2025 staat. Als eiseres langer dan tien minuten van huis is, dan is het volledig onvoorspelbaar hoe [dochter] zich zal gedragen. Zo probeert zij kastjes open te breken of zoekt zij naar sleutels van sloten en de kluis, waarbij alles overhoop wordt gehaald. Deze zoektocht naar eten hangt samen met de diagnose leptine resistentie. Dit veroorzaakt voortdurende prikkelbaarheid en obsessief gedrag rondom voedsel. Als [dochter] niet op zoek gaat naar eten, zoekt zij online contact met onbekende oudere mannen. Dit alles maakt dat [dochter] vrijwel nooit alleen thuisgelaten wordt.



4.10.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgronden niet slagen, omdat de medisch adviseur ook voor dit item navolgbaar heeft toegelicht dat de situatie van [dochter] niet voldoet aan de voorwaarde.


Bezighouden en handreikingen




4.11.
Bij dit item wordt een punt toegekend wanneer als gevolg van ziekte of stoornis er een noodzaak is tot het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering. Of wanneer het kind zich geheel niet alleen kan vermaken of bezig zijn, wanneer alle activiteiten binnenshuis begeleid moeten worden of sprake is van volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl.



4.12.
Eiseres stelt dat [dochter] intensieve begeleiding nodig heeft en dat zij zonder aansturing en
aanmoediging niets onderneemt. Iedere ochtend wordt een dagplanning besproken. Dit is ook zo aan het CIZ aangegeven. [dochter] heeft dagelijks ondersteuning nodig bij algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals aankleden en tandenpoetsen. Verder voert eiseres aan dat [dochter] van nature passief is, nauwelijks sociale contacten heeft en de woning weinig zelfstandig verlaat. Zij is onvoldoende in staat haar eigen dagstructuur aan te brengen en moet voortdurend worden gestimuleerd tot basisactiviteiten, zoals voldoende bewegen, bijvoorbeeld door haar te motiveren de hond uit te laten. Ook kan zij haar leefomgeving niet zelfstandig op orde houden. Zonder directe begeleiding blijft zij in een vervuilde kamer en een bed met kleding liggen en lukt het niet om haar kamer op te ruimen. Zelfs wanneer eiseres naast haar staat, raakt [dochter] snel afgeleid en moet elke handeling herhaaldelijk worden uitgelegd. Deze herhaalde instructies beklijven helaas niet, zo leert de ervaring. Dit leidt geregeld tot frustratie en ontregeld gedrag, met schreeuwen, schelden en het dichtslaan van deuren tot gevolg. Ook stelt eiseres dat het schermgebruik van [dochter] intensief toezicht nodig heeft. Dat [dochter] zich met een beeldscherm kan vermaken is onjuist geïnterpreteerd, omdat er juist een reëel risico bestaat op overmatig schermgebruik en ongepaste (waaronder seksuele) online contacten. Zonder begeleiding kan zij hierin de grenzen niet herkennen of hanteren.



4.13.
De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur ook bij dit item navolgbaar heeft geconcludeerd dat voor dit item geen score geldt. De beroepsgronden slagen daarom niet. Volgens de medisch adviseur blijkt uit de verkregen informatie niet dat bij [dochter] sprake is van een ziekte of stoornis, waardoor er een noodzaak is voor het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en begeleiding. Ondanks de problematiek gaat [dochter] naar het regulier voortgezet onderwijs en kan zij zichzelf wel even vermaken met gamen, tekenen of de smartphone. Dat [dochter] moeite heeft om zichzelf te motiveren, haar leefstijl aan te passen of om zich aan afspraken te houden is onvoldoende om voor dit item te scoren.




Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Daarom krijgt zij het door haar betaalde griffierecht niet terug en ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op











griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.






Bijlage: wettelijk kader

Op grond van artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) heeft een verzekerde voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.

Op grond van artikel 11, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk) is van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AKW sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard. Op grond van het tweede lid worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.

Op grond van artikel 12, eerste lid, van het Buk wint de SVB, om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, een op medische gegevens gebaseerd advies in bij CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg. In het tweede lid is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd.

In artikel 1 van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Regeling) is bepaald, voor zover van belang, dat in deze regeling onder advies wordt verstaan, een op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Buk.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling kan de SVB vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg indien het advies positief luidt. Op grond van het tweede lid, aanhef en onder b, luidt het advies positief indien het kind blijkens de beoordeling van CIZ intensieve zorg nodig heeft.

In artikel 3, eerste lid, van de Regeling is bepaald dat de beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot stand komt aan de hand van de volgende items:

a. lichaamshygiëne;
b. zindelijkheid;
c. eten en drinken;
d. mobiliteit;
e. medische verzorging;
f. gedrag;
g. communicatie;
h. alleen thuis zijn;
i. begeleiding buitenshuis;
j. bezig houden, handreikingen.

In het tweede lid is bepaald dat indien CIZ oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, CIZ op dit item een punt toekent. Ingevolge het derde lid, aanhef en onder c, behoeft het kind intensieve zorg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, indien het 10-17 jaar is en CIZ minimaal 3 punten toekent.


DKIZ is de afkorten van dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg.
Link naar deze uitspraak