|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2026:1325 | | | | | Datum uitspraak | : | 11-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 11-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | C/13/752764 / HA ZA 24-68 C/13/752764 / HA ZA 24-68 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | De vorderingen van een voormalig lid van de Tweede Kamerfractie van Volt Nederland tegen de vereniging Volt Nederland wegens het schorsen en het beëindigen van haar fractielidmaatschap zijn niet toewijsbaar. De leden van de Volt-fractie hebben beslist dat zij de politieke samenwerking met hun fractiegenoot niet wilden voortzetten. Het was ook aan de Volt-fractie om daarover te beslissen en niet aan het bestuur of de algemene vergadering van de politieke partij “Volt Nederland”. Omdat de Tweede Kamerfractie niet is te beschouwen als afdeling of onderdeel van Volt Nederland en de leden van de Volt-fractie hun mandaat zonder last of ruggenspraak uitoefenen, is Volt Nederland niet aansprakelijk voor de beslissingen die de Volt-fractie heeft genomen ten aanzien van het fractielid.
Ook de vorderingen van het voormalig Tweede Kamerlid wegens uitlatingen die Volt Nederland in het openbaar over haar heeft gedaan, zijn niet toewijsbaar. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | vrijwilligers | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/752764 / HA ZA 24-688
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. C.J. Knoops-Hamburger,
tegen
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VOLT NEDERLAND,
gevestigd te 's-Gravenhage,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Volt Nederland,
advocaat: mr. A.A. al Khatib.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding, met producties,- de conclusie in het incident tot onbevoegdheid, met producties,
- de antwoordconclusie in het incident tot onbevoegdheid,
- het incidenteel vonnis van 22 januari 2025, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van 11 juni 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 28 november 2025, het proces-verbaal dat daarvan is opgemaakt en de daarin genoemde processtukken en/of proceshandelingen en de zittingsaantekeningen van de griffier.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiseres] is op 17 maart 2021 verkozen als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was lid van de Tweede Kamerfractie van Volt Nederland (hierna: de Volt-fractie). De Volt-fractie bestond naast [eiseres] uit [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 1] was fractievoorzitter.
2.2.
Op 21 januari 2022 heeft de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ), fractiemedewerker van [eiseres] , een brief gestuurd aan mevrouw [naam 4] (hierna: [naam 4] ), ambtelijk secretaris van de Volt-fractie. In de brief schrijft [naam 3] dat [eiseres] grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond, waarvan in de brief voorbeelden worden genoemd. De brief eindigt met de woorden:
“Mijn grens is bereikt en daarom wil ik deze brief officieel gedocumenteerd hebben. Ik wil dat er van dit voorval een officiële notitie wordt gemaakt. Ook wil ik dat deze brief in het dossier van [eiseres] wordt opgenomen. Ik stuur van deze brief een cc naar [naam 1] , als fractievoorzitter, met het verzoek om bij het getuige zijn van elke vorm van grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag, voortaan de persoon in kwestie daarop aan te spreken te spreken.”
2.3.
Op 24 januari 2022 heeft [naam 4] overleg gehad met Bureau Integriteit B.V. te Amersfoort (hierna: BING). Diezelfde dag heeft BING een “Opdrachtbevestiging ondersteuning casus” aan Volt Nederland ter attentie van [naam 4] gestuurd. Daarin worden onder andere de aanleiding, het doel van de opdracht en het plan van aanpak beschreven.
2.4.
Op 31 januari 2022 heeft BING een e-mail aan [naam 4] gestuurd met daarin onder andere de bevindingen tot zo ver. Daarbij heeft BING advies gegeven over vervolgstappen. BING heeft in deze e-mail onder meer het volgende geschreven:
“(...) Teneinde meer zicht te krijgen op de achtergronden van de brief (rechtbank: van [naam 3] ) (aard en omvang) en de bedoelingen/wensen van de melder daarmee, zijn wij gestart met een interview met de melder. (...) Uit de nu verzamelde informatie ontstaat het volgende beeld:
*Melder heeft concrete voorbeelden gegeven van opmerkingen, uitlatingen en andere gedragingen die melder als grensoverschrijdend ervaart. Het gedrag strekt zich uit over een periode van ongeveer een jaar. (...)
*Melder heeft aangegeven dat ook anderen binnen Volt last hebben van het gedrag van betrokkene. (...)
*De door melder genoemde opmerkingen zijn, als zij op zichzelf zouden staan, in
objectieve zin te kwalificeren als (geslaagde of minder geslaagde) grapjes. Melder stelt echter dat sprake is van een patroon als gevolg waarvan de waardigheid van melder wordt aangetast, waardoor melder een onveilige en/of vernederende omgeving ervaart.
De opmerkingen jegens melder en andere door hem genoemde personen hebben
betrekking op onder meer uiterlijk (...), betreffen een seksuele toespeling of hebben
betrekking op seksuele voorkeur. Ook zou betrokkene zich volgens melder autoritair
opstellen, niet goed omgaan met negatieve feedback, haar stem verheffen en met deuren slaan.” BING heeft als vervolgstappen geadviseerd – samengevat – dat [eiseres] op hoofdlijnen zal worden geïnformeerd over het feit dat een klacht tegen haar is ingediend, dat BING eerst een Tweede Kamerlid (rechtbank: [naam 2] ) zou interviewen en dat daarna een interview met [eiseres] zou plaatsvinden waarbij BING haar een schriftelijk relaas van bevindingen zou voorleggen waarop zij zou mogen reageren en (verdere) onderzoeksmogelijkheden zou mogen aandragen.
2.5.
Op 13 februari 2022 heeft rond 17.30 uur een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] , [naam 1] en mevrouw [naam 5] (co-voorzitter van Volt Nederland). In dat telefoongesprek heeft [naam 1] [eiseres] meegedeeld dat zij hangende het onderzoek van BING haar functie als fractielid niet kon uitoefenen, met andere woorden dat zij geschorst werd als fractielid. [eiseres] heeft in reactie hierop verzocht om een uitstel van 24 uur, zodat partijen zich konden bezinnen op vervolgstappen. Aan dit verzoek om uitstel is geen gehoor gegeven.
2.6.
Bij e-mail van diezelfde dag van [naam 1] aan [eiseres] (met cc aan de bestuursleden van Volt Nederland) is aan [eiseres] medegedeeld:
“Op zondag 13 februari heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen jou, [naam 5] en [naam 1] . Tijdens dit gesprek hebben wij toegelicht dat er in de afgelopen weken enkele meldingen bij de partij zijn binnengekomen die wijzen op
grensoverschrijdend gedrag vanuit jouw kant.
De partij heeft naar aanleiding van deze meldingen een extern integriteitsbureau
ingeschakeld om onderzoek te doen naar deze meldingen. Om een veilige omgeving te creëren waarin het vervolg van het onderzoek plaats kan vinden, en in het belang van alle betrokkenen, is besloten om jou per direct te schorsen als lid van de Voltfractie in de Tweede Kamer. Dit betekent voor jou dat je gedurende je schorsing:
- Je onthoudt van debatten namens Volt, persoptredens, interne partijbijeenkomsten,
campagneactiviteiten en publieke optredens;
- Je onthoudt van contact met vertegenwoordigers van de media, met
fractiemedewerkers en partijmedewerkers van Volt, of namens Volt: andere
Kamergerelateerde contacten;
- Je onthoudt van uitingen aangaande, of gesprekken voeren over het onderzoek;
- Afwezig bent op de Voltfractie of het partijkantoor;
- Je onthoudt van uitingen op sociale media of via andere kanalen.
We vragen je om dit te respecteren. Indien dit niet het geval is, beraden we ons op te
nemen stappen.
Zojuist heb je aangegeven dat je mee wil werken aan het onderzoek. Wij begrijpen dat dit impact op jou heeft. Het bureau zal maandag contact met je opnemen over de
vervolgstappen.
We willen graag dat je het proces zorgvuldig doorloopt. Daarin is een veilige
omgeving, en hoor en wederhoor van het grootste belang voor alle betrokkenen.”
Onder het bericht staan de namen van [naam 1] en de twee co-voorzitters van Volt Nederland, namelijk naast [naam 5] , de heer [naam 6] (hierna: [naam 6] ).
2.7.
Op 13 februari 2022 is op de website van Volt Nederland het volgende bericht (gedateerd 14 februari 2022) gepubliceerd:
“Volt schorst Kamerlid [eiseres]
14 februari 2022
Volt heeft zondag Tweede Kamerlid [eiseres] geschorst. In de afgelopen weken heeft de partij enkele meldingen ontvangen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag van het Kamerlid. De partij heeft naar aanleiding van deze meldingen een extern integriteitsbureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar deze meldingen. Volt heeft nu besloten om het Kamerlid per direct te schorsen als lid van de Voltfractie. Dit om voor betrokkenen een veilige omgeving te creëren voor het vervolg van het onderzoek en om hoor en wederhoor te kunnen laten plaatsvinden. Volt onthoudt zich van verdere inhoudelijke mededelingen totdat het onderzoek is afgerond.”
2.8.
Op 14 februari 2022 heeft [eiseres] het volgende e-mailbericht naar [naam 1] en [naam 5] gestuurd:
“Gisterenavond hebben jullie mij laten weten mij met onmiddellijke ingang te schorsen vanwege meldingen die zouden wijzen op grensoverschrijdend gedrag mijnerzijds. Dit besluit is mij medegedeeld zonder enige nadere toelichting over de aard van de beschuldigingen, die hiertoe aanleiding zijn geweest. Hierdoor kan ik mij niet tegen aantijgingen verdedigen en wordt mij het wettelijke recht op hoor- en wederhoor ontnomen. Dezelfde avond hebben jullie publiekelijk een mailbericht doen uitgaan.
Hierdoor is voor mij een onveilige situatie ontstaan alsmede is hierdoor aan mij door
deze handelwijze schade toegebracht.
Aangezien mij geen mededelingen zijn gedaan over de aard van de beschuldigingen
noch een besluit is uitgereikt en ik dus ook niet in kennis ben gesteld van de
onderliggende redenen voor deze eenzijdig opgelegde schorsing’, verzoek ik jullie deze
schorsing’ binnen 24 uur terug te draaien. (..).”
2.9.
Bij brief van 14 februari 2022 is [eiseres] door BING uitgenodigd voor het voeren van een interview. BING heeft verder geschreven:
“Omdat de signalen een aantijging aan uw adres inhouden, krijgt u in het
kader van hoor en wederhoor in het interview en door het - op een later moment - schriftelijk voorleggen van onze bevindingen, de gelegenheid voor het belichten van uw kant van het verhaal en voor het formuleren van een reactie op de geuite verwijten.”
2.10.
Bij e-mail van 15 februari 2022 heeft [naam 1] gereageerd op de e-mail van 14 februari 2022 van [eiseres] . In de e-mail van [naam 1] staat onder meer dat de bevindingen van BING worden afgewacht en dat het besluit om [eiseres] te schorsen gedurende dit onderzoek gehandhaafd blijft.
2.11.
Bij brief van 17 februari 2022 heeft BING de volgende documenten gezonden naar de advocaten van [eiseres] :
- de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] ;
- de opdrachtbevestiging van 24 januari 2022 van BING aan Volt Nederland;
- de e-mail van 31 januari 2022 van BING aan [naam 4] .
2.12.
In een brief van 23 februari 2022 van BING aan Volt Nederland is verslag gedaan van de voortgang van het onderzoek. In de brief staat onder meer dat in totaal elf personen (naast vijf eerder genoemde personen) bij BING klachten hebben gemeld over [eiseres] (twee per e-mail en de rest telefonisch of door middel van videobellen). Verder staat in de brief, voor zover van belang:
“Op basis van de gevoerde interviews en anderszins uitgewisselde informatie
informeren wij u over de hoofdlijnen van de meldingen en daarin geuite klachten. Wij wijzen er daarbij op dat op dit moment geen wederhoor is toegepast en dat het
verbinden van inhoudelijke conclusies aan deze meldingen in dit stadium niet aan de
orde is.
De melders brengen de volgende zaken naar voren:
• Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid persoonlijke grenzen over gaat met
opmerkingen over onder meer seksuele geaardheid en uiterlijk. Twee melders hebben
aangegeven dat deze opmerkingen een meer structureel karakter hebben. Zij voelen zich
in hun waardigheid aangetast door het Kamerlid. Door een van deze melders wordt
tevens gesteld dat het betrokken Kamerlid bij gelegenheid haar macht en autoriteit in
zou zetten om argumenten op oneigenlijke wijze kracht bij te zetten. Deze melder duidt
dit als intimidatie.
• Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid handtastelijk is geweest. Drie melders
stellen dat het betrokken Kamerlid hen een tik op de billen heeft gegeven. Bij in elk
geval een van beide melders zou dit meermaals zijn gebeurd.
• Gesteld wordt dat het betrokken Kamerlid seksuele avances heeft gemaakt naar drie
melders. Zij duiden dit in termen variërend van ongemakkelijk tot intimiderend. Zij
kennen daarbij betekenis toe aan leeftijdsverschil en positie.
• Ten minste zeven melders hebben aangegeven dat het betrokken Kamerlid een
problematische relatie met alcohol heeft. Bij gelegenheden zou het betrokken Kamerlid
te veel drinken en de effecten daarvan op het gedrag van het Kamerlid geven de melders
gevoelens van ongemak en schaamte. Ook vreest een enkeling voor schade aan het
imago van de partij. Dit punt heeft mede betrekking op voorgaande bullets.
• Ten minste negen melders hebben aangegeven dat zij (stevige) verbale aanvaringen
met het betrokken Kamerlid hebben gehad. Melders laten zich hier in verschillende
bewoordingen over uit. Zij duiden het gedrag als ‘diskwalificerend’, ‘ongepast’ en
‘buiten proportie’. Ook dit punt vertoont samenhang mei eerder weergegeven bullets.
De melders die zich bij BING hebben gemeld betreffen voormalig leden van het
landelijk bestuur, een medewerker van de Tweede Kamerfractie, (voormalig)
vrijwilligers en personen die actief zijn in een lokale afdeling van Volt.”
2.13.
Bij e-mail van 26 februari 2022 (9.43 uur) van [naam 1] is [eiseres] met spoed uitgenodigd voor een digitaal te houden besloten kamerledenoverleg op die dag, om 10.45 uur. Deze e-mail heeft als onderwerp “URGENT Uitnodiging kamerledenoverleg voor beëindiging fractielidmaatschap [eiseres] ”. Bij het overleg waren [naam 1] en [naam 2] wel, maar [eiseres] niet aanwezig.
2.14.
Blijkens de notulen van dat fractieoverleg van 26 februari 2022 heeft [naam 2] gezegd dat zij instemt met de conclusie (rechtbank: van [naam 1] ) dat [eiseres] geen onderdeel meer kan zijn van de Volt-fractie. De notulen houden verder – voor zover hier van belang – het volgende in:
“(…) [naam 1] bedankt de andere Kamerleden (rechtbank: [naam 2] ) voor het delen van hun gedachten en geeft aan dit mee te nemen in de gesprekken met de co-voorzitters (rechtbank: van Volt Nederland) en het mogelijke overleg met het voltallige bestuur van Volt Nederland. (…)”
2.15.
Op 26 februari 2022 heeft overleg plaatsgevonden tussen [naam 1] , [naam 6] en de heer [naam 7] (hierna: [naam 7] ), bestuurslid van Volt Nederland, over de beëindiging van het fractielidmaatschap van [eiseres] . De notulen van dat overleg houden – voor zover hier van belang – het volgende in:
“- [ [naam 1] ] vraagt of iedereen instemt met onhoudbaarheid van het fractielidmaatschap van [eiseres] en dat het beëindigen van haar fractielidmaatschap nodig is.- [ [naam 7] en [naam 6] ] stemmen in.- [ [naam 1] ] vraagt of men instemt met het bijeenroepen van spoedoverleg met het gehele bestuur van Volt Nederland.-[ [naam 7] en [naam 6] ] stemmen in.”
2.16.
Een e-mail van 26 februari 2022 van [naam 1] aan [eiseres] (met cc aan [naam 2] en de twee co-voorzitters van Volt Nederland) houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:
“Hierbij informeer ik jou over het besluit van de Voltfractie in de Tweede Kamer en het bestuur van Volt Nederland. Op 26 februari 2022 is besloten jouw lidmaatschap van de Voltfractie in de Tweede Kamer te beëindigen. (…)”
2.17.
Op 26 februari 2022 is door [naam 1] , [naam 5] en [naam 6] , namens het voltallige bestuur en de Tweede Kamerfractie van Volt Nederland via de website van Volt Nederland een ‘Verklaring over [eiseres] ’ naar buiten gebracht Daarin staat dat het fractielidmaatschap van [eiseres] is beëindigd. In deze verklaring wordt melding gemaakt van dertien meldingen over grensoverschrijdend gedrag van [eiseres] , die uiteenlopen van handtastelijkheden en ongewenste seksuele avances tot intimidatie en misbruik van positie. Er staat onder andere ook:
“We vinden het verschrikkelijk dat er grensoverschrijdend gedrag binnen Volt heeft kunnen plaatsvinden en dat de betrokken personen zich niet veilig hebben gevoeld om zich eerder op deze schaal uit te spreken.”
2.18.
Bij kortgedingvonnis van 9 maart 2022 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Volt Nederland veroordeeld de schorsing van 13 februari 2022 van [eiseres] als lid van de Volt-fractie en de beëindiging van het lidmaatschap van [eiseres] van de Volt-fractie van 26 februari 2022 in te trekken. Volt Nederland heeft uitvoering gegeven aan het vonnis van de voorzieningenrechter.
2.19.
Op 13 maart 2022 publiceerde het NRC een artikel met als titel: “Wat was het ongewenste gedrag van [eiseres] ?”. Dit artikel bevat onder meer de volgende tekst:
“NRC voerde de afgelopen weken één-op-één gesprekken met vijf van de dertien mensen die een melding hebben gedaan bij integriteitsbureau BING. Ook sprak NRC met vijf direct betrokkenen in Volt die geen melding hebben gedaan. Verder kreeg NRC ter ondersteuning van hun verhalen inzage in meldingen aan BING, interne mailcorrespondentie, appverkeer en documenten.”
2.20.
Op 17 maart 2022 is [eiseres] met haar advocaten te gast geweest bij de talkshow Jinek. Tijdens dat optreden heeft [eiseres] laten weten dat zij eerdere strafrechtelijke aangiftes tegen [naam 1] , Volt Nederland en de melders had uitgebreid.
2.21.
Bij e-mail van 18 maart 2022 zijn [naam 2] en [eiseres] door [naam 1] uitgenodigd voor een fractievergadering op 22 maart 2022 met als
agendapunten: wijziging van het fractiereglement en de beëindiging van het
fractielidmaatschap van [eiseres] . [eiseres] heeft op 21 maart 2022 per e-mail aan [naam 1] haar afwijzende reactie gestuurd op beide agendapunten. Op 22 maart 2022 vond de fractievergadering plaats, waarbij [naam 1] en [naam 2] aanwezig waren, en [eiseres] afwezig. De notulen van de fractievergadering houden – voor zover hier van belang – het volgende in:
“(…) Met twee stemmen voor ( [naam 2] en [naam 1] ) en 1 stem tegen ( [eiseres] ) wordt het fractielidmaatschap van [eiseres] per direct beëindigd zodat zij met ingang van 22 maart 2022 (om 10.26) geen deel maar uitmaakt van de fractie van Volt.”
2.22.
Het bestuur van Volt Nederland heeft op 28 maart 2022 besloten [eiseres] te ontzetten uit het lidmaatschap van Volt Nederland.
2.23.
[eiseres] is daarna lid gebleven van de Tweede Kamer. Zij heeft haar werkzaamheden in een eenmansfractie voortgezet. Zij heeft zich niet verkiesbaar gesteld voor de Tweede Kamer verkiezingen van 22 november 2023.
2.24.
Bij arrest van 7 februari 2023 van het gerechtshof te Amsterdam is het kortgedingvonnis van 9 maart 2022 vernietigd en zijn de vorderingen die [eiseres] in eerste aanleg had ingesteld alsnog afgewezen.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:i. voor recht te verklaren dat Volt Nederland aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van de gedragingen en omstandigheden zoals omschreven in de dagvaarding, te vermeerderen met rente en kosten;ii. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 1.005.000,-, ter vergoeding van de inkomensschade die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten;iii. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 25.000,- ter vergoeding van de immateriële schade die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten;iv. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van € 14.149,15, ter vergoeding van de kosten die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van Volt Nederland heeft geleden, te vermeerderen met rente en kosten; v. Volt Nederland te veroordelen tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat, ter vergoeding van de schade ten gevolge van het lichamelijk en geestelijk letsel van [eiseres] , te vermeerderen met rente en kosten;vi. Volt Nederland te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiseres] heeft bij de mondelinge behandeling desgevraagd gepreciseerd op welke gedragingen en omstandigheden zij het oog heeft met haar hiervoor onder i weergegeven vordering. Zij heeft geantwoord dat het haar te doen is om:- het besluit van 13 februari 2022 om haar te schorsen als lid van de Volt-fractie;- het besluit van 26 februari 2022 om haar lidmaatschap van de Volt-fractie te beëindigen;- het besluit van 22 maart 2022 om haar lidmaatschap van de Volt-fractie te beëindigen;- het bericht van 13 februari 2022 (zie 2.7);- het bericht van 26 februari 2022 (zie 2.17);- het lekken van informatie naar NRC.[eiseres] richt haar pijlen dus niet op het besluit van 28 maart 2022 waarmee haar lidmaatschap van Volt Nederland werd beëindigd.
3.3.
Volt Nederland voert verweer. Volt Nederland concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4
4. De beoordeling
4.1.
Het onrechtmatige handelen dat [eiseres] aan Volt Nederland verwijt valt in twee categorieën uiteen: enerzijds ziet dit op de besluiten tot schorsing van haar lidmaatschap van de Volt-fractie en de beëindiging daarvan, anderzijds ziet dit op de wijze waarop Volt Nederland zich publiekelijk over [eiseres] heeft uitgelaten.
4.2.
Wat betreft de eerste categorie – de besluiten – stelt [eiseres] dat daarvoor zowel formeel als materieel geen grondslag bestond. Voor de tweede categorie – de uitlatingen – geldt volgens [eiseres] dat Volt Nederland hoe dan ook verwijtbaar heeft gehandeld. Volt Nederland heeft namelijk naar aanleiding van een enkel signaal en zonder onderbouwing uit enig onderzoek en zonder hoor en wederhoor toe te passen zich publiekelijk over [eiseres] uitgelaten en haar beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag.
4.3.
Hierna worden beide categorieën achtereenvolgens besproken.
De schorsing van 13 februari 2022 en de besluiten van 26 februari 2022 en 22 maart 2022 tot beëindiging van het lidmaatschap van de Volt-fractie
4.4.
[eiseres] stelt dat de schorsing van haar lidmaatschap van de Volt-fractie van 13 februari 2022 en de besluiten van 26 februari 2022 en 22 maart 2022 tot beëindiging van haar lidmaatschap van de Volt-fractie (hierna: de besluiten) onrechtmatig zijn.
4.5.
Volgens [eiseres] blijkt uit niets dat de Volt-fractie of het bestuur van Volt Nederland op 13 februari 2022 een schorsingsbesluit heeft genomen. Aan haar is geen rechtsgeldig genomen schorsingsmaatregel opgelegd. Haar verwijdering uit de Volt-fractie, in verband met het onderzoek door BING, is daarom onrechtmatig.
4.6.
Verder stelt [eiseres] dat het besluit van 26 februari 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen genomen is door het bestuur van Volt Nederland, althans dat het bestuur bedoelde dit besluit te nemen. De statuten van Volt Nederland geven het bestuur echter niet de bevoegdheid om zo’n besluit te nemen. Het besluit is volgens [eiseres] nietig op grond van artikel 2:14 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en/of vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW. De bevoegdheid tot het beëindigen van het fractielidmaatschap lag volgens [eiseres] bij de algemene vergadering van Volt Nederland.
4.7.
Bij haar schorsing als lid van de fractie en bij de besluiten om haar lidmaatschap van de Volt-fractie te beëindigen is daarnaast onzorgvuldig gehandeld. Daarbij zijn fundamentele rechten van [eiseres] , waaronder het recht op hoor en wederhoor, geschonden. De schorsing en het beëindigen van het lidmaatschap van de Volt-fractie zijn volgens [eiseres] ook om die reden onrechtmatig.
4.8.
Ook stelt [eiseres] dat de schorsing en het beëindigen van haar lidmaatschap van de Volt-fractie niet wordt ondersteund door feiten. [eiseres] bestrijdt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend of anderszins ontoelaatbaar gedrag. Een deugdelijk, afgerond onderzoek naar de gegrondheid van de beschuldigingen aan haar adres ontbreekt, aldus [eiseres] .
4.9.
Volt Nederland voert aan dat de bevoegdheid tot het nemen van de besluiten op grond van de artikelen 50 en 67 lid 3 van de Grondwet staatsrechtelijk toekomt aan de Volt-fractie en dus niet aan het bestuur van Volt Nederland. Anders dan Volt Nederland in de kort geding procedure in eerste aanleg deed (zie overweging 4.3 van het kort geding vonnis van 9 maart 2022) neemt Volt Nederland in deze procedure dan ook het standpunt in dat de besluiten niet zijn genomen door haar bestuur, maar door de Volt-fractie. De Volt-fractie is geen orgaan of onderdeel van Volt Nederland: Volt Nederland kan [naam 1] en [naam 2] dus ook niet dwingen samen te werken met [eiseres] . Reeds daarom kan Volt Nederland geen verwijt gemaakt worden van de besluiten en is zij voor de eventuele gevolgen daarvan niet aansprakelijk. De besluiten zijn rechtmatig genomen. De fractie is immers vrij en ongebonden om over de voortduring van het lidmaatschap van de fractie te beslissen. Daarbij komt dat de besluiten inhoudelijk ook gerechtvaardigd waren, aldus steeds Volt Nederland.
4.10.
Partijen verschillen van mening over de vraag aan wie de bevoegdheid toekomt om te beslissen of [eiseres] als lid deel van de Volt-fractie aanblijft. Volgens [eiseres] is het de algemene vergadering van Volt Nederland en niet de Volt-fractie of het bestuur van Volt Nederland die een besluit kan nemen over het lot van [eiseres] . Volt Nederland stelt, zoals gezegd, dat alleen de Volt-fractie over het fractielidmaatschap kan beslissen.
4.11.
Het standpunt van Volt Nederland wordt voor juist gehouden. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.12.
Een fractie in de Tweede Kamer is geen juridische entiteit. Het is een politiek samenwerkingsverband van een aantal gelijkgestemde leden van de Tweede Kamer. Leden van de Tweede Kamer, ook de leden die tot een fractie behoren, zijn staatsrechtelijk vrij in de uitoefening van hun mandaat als kamerlid. Kamerleden bepalen dan ook zelf hoe te stemmen en zij stemmen zonder last (artikel 67 lid 3 Grondwet). Het lidmaatschap van een kamerlid van een fractie is op vrijwillige basis. Fractieleden zijn dan ook vrij om te beslissen of zij deel blijven uitmaken van die fractie. Zo niet, dan behouden zij hun zetel in de Tweede Kamer. Andersom, en dat is in deze zaak van belang, is het ook aan de leden van een fractie om te beslissen of zij de politieke samenwerking met een ander fractielid willen voortzetten. Met deze staatsrechtelijke uitgangspunten verhoudt zich niet dat een fractie in de Tweede Kamer is te beschouwen als afdeling of onderdeel van een in verenigingsverband georganiseerde politieke partij, zoals Volt Nederland. Dat zou immers betekenen dat niet de leden van de fractie, maar een politieke partij (indirect) beslist over het reilen en zeilen in de fractie. Zie ook ECLI:NL: RBDHA:2022:11389. Het andersluidende standpunt van [eiseres] wordt dus niet gevolgd.
4.13.
Dan resteert de vraag of de Volt-fractie – zoals Volt Nederland stelt en [eiseres] betwist – de besluiten ook daadwerkelijk heeft genomen.
4.14.
Uit de processtukken en de overgelegde producties blijkt dat zowel [naam 1] (als voorzitter van de Volt-fractie) als het bestuur van Volt Nederland, na kennisname van de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] en de ontvangst van de voorlopige bevindingen en het advies van BING op 31 januari 2022, hebben geprobeerd de situatie meester te blijven en daarin regie te voeren. Daarbij hebben zij zich kennelijk nauwelijks bekommerd om de vraag wie bevoegd was tot het nemen van beslissingen over de schorsing en het fractielidmaatschap van [eiseres] . Dat blijkt uit hoe de besluitvorming feitelijk is verlopen.
De schorsing
4.15.
[naam 1] en [naam 2] hebben volgens hun schriftelijke verklaring van 6 december 2022 in een telefonisch overleg op 12 februari 2022 samen overeenstemming bereikt over de beslissing om [eiseres] als lid van de Volt-fractie te schorsen. [eiseres] heeft gesteld dat [naam 2] niet bij dat overleg en de besluitvorming was betrokken, maar heeft dit tegenover de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] niet meer onderbouwd, zodat aan die stelling wordt voorbijgegaan. Wel staat vast dat [eiseres] niet voor dat overleg was uitgenodigd en daarvan ook niet op de hoogte was. In zoverre was – formeel beschouwd – van een besluit van ‘de Volt-fractie’ dan ook geen sprake. Dat neemt niet weg dat [naam 1] en [naam 2] feitelijk als meerderheid van de Volt-fractie samen hebben beslist dat [eiseres] geschorst moest worden als lid van de Volt-fractie. Dat onder de in 2.6 aangehaalde mail, waarin [eiseres] die beslissing wordt medegedeeld, zowel de naam van [naam 1] als die van de twee co-voorzitters van Volt Nederland onder de e-mail staat, maakt dit niet anders.
Het (eerste) besluit van 26 februari 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen
4.16.
Ook de beslissing van 26 februari 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen is niet met een juridisch vaste hand genomen. In een overleg van de Volt-fractie, waarvoor [eiseres] was uitgenodigd maar waarbij zij niet aanwezig was, hebben [naam 1] en [naam 2] vastgesteld dat zij definitief niet meer met [eiseres] in de Volt-fractie wilden samenwerken. Uit de notulen blijkt niet dat in dat overleg een formeel besluit tot het beëindigen van het fractielidmaatschap van [eiseres] is genomen. Uit de notulen blijkt uitsluitend dat [naam 1] zijn standpunt en dat van [naam 2] ging overbrengen aan de co-voorzitters van Volt Nederland. In de notulen van het daarop volgende overleg, op dezelfde dag, tussen [naam 1] , [naam 6] en [naam 7] , is vastgelegd dat iedereen instemt met de onhoudbaarheid van het fractielidmaatschap van [eiseres] en het beëindigen daarvan, en dat iedereen instemt met het bijeenroepen van een spoedoverleg met het hele bestuur van Volt Nederland. Ook in dat overleg tussen [naam 1] , [naam 6] en [naam 7] is dus blijkens de notulen geen formeel besluit genomen tot het beëindigen van het fractielidmaatschap van [eiseres] , mogelijk omdat toen nog – net als in het kort geding dat kort daarna plaatsvond – verondersteld werd dat die bevoegdheid toekwam aan het bestuur van Volt Nederland. Daartoe werd dan ook een spoedoverleg met het hele bestuur geïnitieerd. Of vervolgens daadwerkelijk een spoedoverleg met het hele bestuur van Volt Nederland heeft plaatsgevonden en wat daar eventueel is besloten, is niet duidelijk. In de e-mail van 26 februari 2022 van [naam 1] aan [eiseres] (zie 2.16) wordt melding gemaakt van een besluit van de Volt-fractie én van het bestuur van Volt Nederland om haar fractielidmaatschap te beëindigen. Toch blijft ook hier overeind, net als dat bij de schorsing het geval was, dat [naam 1] en [naam 2] feitelijk de beslissing hebben genomen om niet langer te willen samenwerken met [eiseres] .
Het (tweede) besluit van 22 maart 2022 om het fractielidmaatschap van [eiseres] te beëindigen
4.17.
Uit de notulen van de fractievergadering van 22 maart 2022, waarvoor [eiseres] was uitgenodigd, blijkt dat het tweede besluit tot het beëindigen van het lidmaatschap van [eiseres] , nadat in kort geding door de voorzieningenrechter was beslist dat het eerste beëindigingsbesluit door Volt Nederland moest worden ingetrokken, met twee stemmen voor ( [naam 1] en [naam 2] ) en één stem tegen ( [eiseres] ) is genomen door de Volt-fractie. Hier is dus sprake geweest van een besluit van de Volt-fractie.
Conclusie ten aanzien van de schorsing en de beëindiging van het fractielidmaatschap van [eiseres]
4.18.
De leden van een fractie, en niet het bestuur of de algemene vergadering van een politieke partij, beslissen of zij de politieke samenwerking met een ander fractielid willen voortzetten of niet (zie rov. 4.12). Een formeel besluit van de Volt-fractie om [eiseres] als lid van de fractie te schorsen is niet genomen (zie rov. 4.15). Zo’n besluit van de Volt-fractie om het fractielidmaatschap van [eiseres] op 26 februari 2022 te beëindigen, ontbreekt eveneens (zie rov. 4.16). In dat opzicht is het formalistische standpunt van [eiseres] ten aanzien van de schorsing en de eerste beëindiging van haar fractielidmaatschap gegrond. Dat neemt echter niet weg, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, dat [naam 1] en [naam 2] , als leden van de Tweede Kamer, ieder voor zich en gezamenlijk, hebben vastgesteld en beslist dat zij hun politieke samenwerking met [eiseres] niet wensten voort te zetten en dat haar lidmaatschap van de drie mans Volt-fractie als gevolg daarvan feitelijk tot een einde kwam.
4.19.
[naam 1] en [naam 2] waren gelet op het onder 4.12 weergegeven staatsrechtelijke uitgangspunt vrij om te beslissen om niet meer met [eiseres] in fractieverband samen te werken. De beslissing een lid te schorsen en uit een fractie te zetten betreft in de kern genomen politieke besluitvorming en speelt zich dan ook af in een autonome politieke sfeer. [eiseres] betoogt dat die beslissing, zowel wat betreft de manier van totstandkoming als inhoudelijk, ondanks de politieke context waarin die beslissing wordt genomen, door de rechter getoetst kan worden aan fundamentele beginselen, zoals het recht op hoor en wederhoor en het recht op een eerlijk proces. Dat wordt door Volt Nederland gemotiveerd bestreden. Een oordeel op dit punt kan in het midden blijven omdat het handelen van [naam 1] en [naam 2] met betrekking tot het schorsen en het beëindigen van het fractielidmaatschap van [eiseres] hoe dan ook buiten het beoordelingskader van deze procedure valt, omdat zij in deze procedure geen partij zijn. Dit alles betekent dat ook op de vraag of [naam 1] en [naam 2] op inhoudelijk juiste gronden hun besluiten hebben genomen, hier niet verder hoeft te worden ingegaan.
4.20.
[eiseres] heeft nog gewezen op de rol die bestuursleden van Volt Nederland hebben gespeeld bij de voorbereiding, totstandkoming en uitvoering van de beslissingen over het fractielidmaatschap van [eiseres] . Volgens [eiseres] zijn die beslissingen daarom ook “toerekenbaar” aan Volt Nederland.
4.21.
Dat standpunt wordt niet gevolgd. [naam 1] en [naam 2] hebben als leden van de Volt-fractie hun politieke samenwerking met [eiseres] in fractieverband beëindigd. De Volt-fractie is, zoals hiervoor overwogen, geen onderdeel of afdeling van Volt Nederland. Vanwege hun grondwettelijk mandaat handelen [naam 1] en [naam 2] als kamerleden onafhankelijk van Volt Nederland. Op grond waarvan Volt Nederland desondanks een verplichting tot schadevergoeding heeft voor het handelen van [naam 1] en [naam 2] heeft [eiseres] niet uiteengezet. Evenmin heeft zij concreet gewezen op feiten of omstandigheden die meebrengen dat Volt Nederland zélf onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld.
De publieke uitlatingen over [eiseres]
De berichten van 13 februari 2022 en 26 februari 2022
4.22.
Volt Nederland voert aan dat de berichten niet door haar maar door de Volt-fractie zijn opgesteld en dat Volt Nederland daarom niet aansprakelijk kan zijn voor deze berichten.
4.23.
Dat standpunt van Volt Nederland is tevergeefs. Het bericht van 13 februari 2022 is op de website van Volt gepubliceerd en afkomstig van “Volt”, zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt tussen Volt Nederland en de Volt-fractie. Verder wordt in het bericht “de partij” als actor vermeld. Daarmee wordt verwezen naar de in verenigingsverband georganiseerde politieke partij Volt Nederland en niet naar de Volt-fractie die immers, ook volgens het eigen standpunt van Volt Nederland in deze procedure, geen onderdeel is van Volt Nederland.
4.24.
Het bericht van 26 februari 2022 is blijkens de aftekening afkomstig van “het voltallige bestuur” (en de Tweede Kamerfractie), zodat het standpunt van Volt Nederland dat ook dat bericht niet van haar afkomstig is evenmin hout snijdt.
4.25.
Bij de beoordeling van de berichten gaat het om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting (van Volt Nederland) en het recht op bescherming van de eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (van [eiseres] ). Het antwoord op de vraag welk van deze rechten in dit geval zwaarder weegt, berust op een afweging van alle relevante omstandigheden, waaronder de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal.
Het bericht van 13 februari 2022
4.26.
[eiseres] stelt dat het bericht van 13 februari 2022 onrechtmatig was. Het bericht bevat volgens [eiseres] feitelijke onjuistheden. Volgens het bericht was sprake van “enkele meldingen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag”. Op 13 februari 2022 beschikte Volt Nederland echter niet over ‘enkele meldingen’ (dus meer dan één) maar alleen over de brief van [naam 3] . Bovendien was toen nog niet eens duidelijk welk gewicht aan die brief moest worden toegekend. De vermelding in het bericht van grensoverschrijdend gedrag was volgens [eiseres] dan ook niet gerechtvaardigd en onnodig beschadigend.
4.27.
Aan het betoog van [eiseres] wordt voorbijgegaan. Op 13 februari 2022, toen het bericht over de schorsing van [eiseres] op de website van Volt Nederland werd geplaatst, beschikte Volt Nederland op de eerste plaats over de brief van 21 januari 2022 van [naam 3] . Anders dan [eiseres] meent, was niet onduidelijk welk gewicht aan die brief kon worden toegekend. De brief bevatte onmiskenbaar een melding van grensoverschrijdend gedrag. BING verifieerde in de periode 31 januari 2022 tot 12 februari 2022 of sprake was van een breder patroon van grensoverschrijdend gedrag. Twee andere personen hebben in die periode hetzelfde soort gedrag zoals beschreven door [naam 3] bij BING gemeld. De vermelding in het bericht van 13 februari 2022 dat “enkele meldingen [zijn] ontvangen die wijzen op grensoverschrijdend gedrag” vond dan ook voldoende steun in het toen beschikbare feitenmateriaal.
4.28.
Verder stelt [eiseres] dat het bericht overhaast naar buiten is gebracht. Voor die haast bestond geen noodzaak. Ten onrechte is Volt Nederland niet ingegaan op haar suggestie om dat bericht over haar schorsing als fractielid in ieder geval 24 uur uit te stellen. Volt Nederland heeft toegelicht waarom zij er belang aan hechtte om geen onnodige tijd te laten verstrijken tussen de schorsing van [eiseres] als fractielid en het moment waarop over die schorsing aan de buitenwereld mededeling werd gedaan. Volgens haar was gegeven de politieke context en de niet constructieve houding van [eiseres] haast geboden.
4.29.
Of het noodzakelijk was om het bericht over de schorsing meteen naar buiten te brengen kan in het midden blijven. [eiseres] heeft in deze (bodem)procedure niet toegelicht, ondanks wat het gerechtshof op dit punt in het arrest van 7 februari 2023 heeft overwogen, dat het bericht voor haar niet of minder schadelijk zou zijn geweest als het 24 uur later gepubliceerd was. Een verband tussen het door Volt Nederland gekozen moment van publicatie van het bericht en nadeel dat daarvan voor [eiseres] het gevolg was, ontbreekt.
Het bericht van 26 februari 2022
4.30.
Ook de inhoud van het bericht van 26 februari 2022 is, anders dan [eiseres] stelt, niet onrechtmatig. Het bericht doet op de eerste plaats mededeling over de beëindiging van het fractielidmaatschap van [eiseres] . Verder wordt in het bericht kenbaar gemaakt dat die beëindiging samenhing met dertien meldingen over grensoverschrijdend gedrag (“handtastelijkheden en ongewenste seksuele avances, intimidatie en misbruik van positie”). De mededelingen in het bericht vonden voldoende steun in de feiten. Op de eerste plaats omdat de beëindiging van het fractielidmaatschap van [eiseres] een (objectief) feit was en het aantal meldingen van grensoverschrijdend gedrag steun vond in een brief van 23 februari 2022 (zie 2.12) van BING. In die brief wordt verslag gedaan van de voortgang van haar onderzoek tot dan toe. Dat op dat moment nog geen sprake was van een afgerond onderzoek omdat nog geen wederhoor van [eiseres] had plaatsgevonden, doet daar niet aan af. [eiseres] betwist immers niet dat de meldingen waarvan in het bericht van 26 februari 2022 mededeling wordt gedaan daadwerkelijk zijn binnengekomen en heeft er, zoals blijkt uit haar reactie in het NRC-artikel, ook blijk van gegeven het bestaan van die meldingen goeddeels te erkennen door de meldingen daarbij van eigen commentaar te voorzien.
Gelekte informatie naar NRC
4.31.
[eiseres] stelt dat Volt Nederland onrechtmatig heeft gehandeld door NRC inzage te geven in vertrouwelijke stukken. Uit de publicatie in NRC van 13 maart 2022 blijkt namelijk dat vertrouwelijke gegevens van het BING-onderzoek aan NRC zijn verstrekt. Door het lekken van vertrouwelijke informatie naar NRC heeft Volt Nederland de positie van [eiseres] opzettelijk verder geschaad, aldus [eiseres] .
4.32.
Niet duidelijk is over welke informatie NRC beschikte bij de publicatie van 13 maart 2022 en evenmin hoe die informatie bij NRC terecht is gekomen. Dat die informatie door Volt Nederland aan NRC is verstrekt, wordt wel door [eiseres] gesteld, maar tegenover de betwisting daarvan door Volt Nederland niet onderbouwd. Haar stelling dat Volt Nederland onrechtmatig heeft gehandeld door vertrouwelijke informatie naar NRC te lekken, wordt daarom gepasseerd.
Slotsom en proceskosten
4.33.
Uit het voorgaande vloeit voort dat noch wat betreft de besluiten, noch wat betreft de publieke uitlatingen, van onrechtmatig handelen van Volt Nederland sprake is geweest. De vorderingen van [eiseres] zijn daarom niet toewijsbaar. Zij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van Volt Nederland worden begroot op:
- griffierecht
€
5.941,00
- salaris advocaat
€
8.714,00
(2 punten × € 4.357,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
14.833,00
4.34.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 14.833,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, mr. S.P. Pompe en mr. J. Huber en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1031, overweging 3.3. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|