|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:2238 | | | | | Datum uitspraak | : | 08-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 18-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/682877 / FA RK 25-24 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Ontkenning vaderschap. Afwijzing verzoeken van de moeder ten aanzien van erkenning door haar partner, door ontbrekende wettelijke grondslag. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2455
Zaaknummer: C/09/682877
Datum beschikking: 8 januari 2026
Ontkenning vaderschap
Beschikking op het op 2 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L. da Silva in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de juridische vader] ,
de juridische vader/ de man,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,
en
de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 1] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.N.G.N.H. Brech, advocaat ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
het bericht van 19 mei 2025 namens de moeder;
de brief van 15 augustus 2025, met aanvullend verzoekschrift, namens de moeder;
het bericht van 18 augustus 2025, met bijlagen, namens de moeder;
de brief van 9 september 2025, met zelfstandig verzoek, namens de bijzondere curator.
De man is openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 24 november 2025 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 10 oktober 2025. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.
Feiten
De moeder en de man zijn gehuwd op [datum] 2009 in [plaats] , [land] , welk huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op 1 augustus 2024.
Binnen het huwelijk zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] geboren.
Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) hebben de moeder en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
De man staat niet geregistreerd in de BRP.
Bij beschikking van deze rechtbank van 21 augustus 2025 is mr. M.N.G.N.H. Brech voornoemd benoemd tot bijzondere curator om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Verzoek
De moeder verzoekt:
ontkenning van het vaderschap van de man over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ;
bepaling dat de heer [naam] de kinderen mag erkennen;
bepaling dat de kinderen na erkenning de achternaam [achternaam] zullen dragen,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De bijzondere curator verzoekt om de ontkenning van het vaderschap van de man over de kinderen uit te spreken en de bijzondere curator te ontslaan van haar werkzaamheden.
De man heeft geen verweer gevoerd tegen de verzochte ontkenning van het vaderschap.
Beoordeling
Ontkenning vaderschap
Rechtsmacht
Nu de moeder en de kinderen in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Toepasselijk recht
Op grond van artikel 10:93 lid 1 BW in samenhang met artikel 10:92 lid 1 BW wordt – voor zover hier van belang – de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het kind is geboren en de met haar gehuwde persoon bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Op grond van het derde lid van dit artikel is het tijdstip van de geboorte van het kind bepalend.
Het is de rechtbank niet bekend welke nationaliteit de moeder ten tijde van de geboorte van de kinderen had. Zij had haar gewone verblijfplaats in Nederland. De nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de man kunnen niet door de rechtbank worden vastgesteld. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat niet vastgesteld kan worden dat de moeder en de man een gemeenschappelijke nationaliteit hadden ten tijde van de geboorte van de kinderen en evenmin dat zij een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden. Op grond van de gewone verblijfplaats van de kinderen, die in Nederland is, is daarom het Nederlands recht van toepassing.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:200 lid 5 BW moet het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning door de moeder bij de rechtbank zijn ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind.
De moeder heeft haar verzoek niet binnen een jaar na de geboorte van [de minderjarige 1] of [de minderjarige 2] ingediend. De moeder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
In haar verzoekschrift heeft de bijzondere curator aangegeven dat zij van mening is dat ontkenning van het vaderschap in het belang van de kinderen is. De bijzondere curator heeft daarom een zelfstandig verzoek hiertoe gedaan. De bijzondere curator heeft het verzoek, gelet op het bepaalde in artikel 1:200 lid 6 BW, tijdig ingediend, zodat zij daarin kan worden ontvangen.
Inhoudelijke beoordeling
Aangezien de man ten tijde van de geboorte van de kinderen met de moeder was gehuwd, is hij op grond van artikel 1:199 onder a BW de juridische vader van de kinderen. Op grond van artikel 1:200 lid 1 BW kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
De moeder geeft aan dat de man sinds 2017 is vertrokken naar het buitenland, vermoedelijk naar [land] . Zij heeft sindsdien niets meer van hem vernomen. De moeder stelt dat de man niet van de zwangerschappen af wist en niet weet van het bestaan van de kinderen. De kinderen hebben de man ook nog nooit gezien. Volgens de moeder is de heer [naam] (haar partner) de biologische vader van de kinderen. Hij wil de kinderen graag erkennen.
De bijzondere curator geeft aan dat de moeder haar heeft verteld dat zij een relatie met de partner heeft en dat ook al had toen de kinderen werden verwekt. De partner heeft aan de bijzondere curator verteld dat hij de biologische vader van de kinderen is. De kinderen kennen de partner als hun vader en zijn volledig vertrouwd met hem. De bijzondere curator is van mening dat uit het verzoekschrift van de moeder en de gesprekken die zij met de moeder, de partner en de kinderen heeft gevoerd, volgt dat de man niet de verwekker van de kinderen kan zijn. De kinderen hebben ook geen enkele band met de man.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader van de kinderen is. Er zijn geen feiten gesteld of gebleken die het mogelijk maken dat de man toch de biologische vader van de kinderen is. De rechtbank zal daarom het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man gegrond verklaren. De aard van de beslissing verzet zich tegen de verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat dat verzoek zal worden afgewezen.
Erkenning
De verzoeken van de moeder om te bepalen dat de partner de kinderen mag erkennen en dat de kinderen daarna zijn achternaam zullen dragen vinden geen steun in de wet. De rechtbank zal de moeder daarom niet-ontvankelijk verklaren in deze verzoeken.
De rechtbank merkt op dat zodra de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is, dit zal worden aangetekend op de geboorteakte van de kinderen. Dat heeft tot gevolg dat er niet langer een vader zal staan vermeld op de geboorteakte van de kinderen. Vanaf dat moment is het voor de partner mogelijk om de kinderen te erkennen. Bij de erkenning kunnen de moeder en de partner ervoor kiezen dat de kinderen vanaf dat moment de achternaam van de partner dragen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van het kind door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna in het dictum van deze beschikking is vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;
*
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken ten aanzien van de erkenning van de kinderen door haar partner;
*
verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
- [de juridische vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1980 in [geboorteplaats 2] , [land] ,
over de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 1] ;
geboren uit:
- [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1990 in [geboorteplaats 2] , [land] ;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 januari 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|