Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:636 
 
Datum uitspraak:06-02-2026
Datum gepubliceerd:25-02-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:11798717
Rechtsgebied:Bestuursstrafrecht
Indicatie:Wahv, misbruik van recht. Het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden is erkend bij de staandehouding. Het is niet goed te begrijpen waarom de gemachtigde een evident kansloze ontkenning van de gedraging tot de kern van het beroep maakt.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 11798717 AM VERZ 25-3357
CJIB-nummer: 262790022


beslissing van de kantonrechter van 6 februari 2026 en proces-verbaal van de zitting van 23 januari 2026


inzake


[betrokkene] , te [postcode] [plaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: de heer [gemachtigde] namens [bedrijf] .




Procesverloop

Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 380,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 5 december 2023 om 13:55 uur te Eemnes, Rijksweg A27 met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.

Na het instellen van het administratief beroep heeft een hoorzitting plaatsgevonden. In de daarna genomen beslissing heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene via zijn gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 23 januari 2026 hun zienswijze nader toe te lichten. De gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.




Standpunten

Betrokkene heeft in het beroepschrift aangevoerd dat de gedraging niet is verricht, waarmee bedoeld is dat betrokkene tijdens het rijden de telefoon niet heeft vastgehouden. Bij de mondelinge behandeling is door de gemachtigde aangegeven dat betrokkene net een telefoongesprek beëindigd had en dat als hij de telefoon al kort vast had, de sanctie disproportioneel is. Verder wordt aanspraak gemaakt op de vergoeding van de proceskosten, omdat de redelijke termijn van berechting overschreden is.

De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter gedeeltelijk gegrond is gelet op de schending van de redelijke termijn van berechting. Het sanctiebedrag dient daarom gematigd te worden met 25 procent. Voor het overige stelt zij zich op het standpunt dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is.




Beoordeling

In het zaakoverzicht heeft de verbalisant aangegeven dat hij zag dat betrokkene de telefoon in zijn rechterhand hield en aan het bellen was. Daarbij zijn concrete gedragingen genoemd: “betrokkene maakte slingerende bewegingen en de snelheid ging omlaag.” Dat maakt dat geen sprake is van standaardtekst, maar dat sprake is van een op de feitelijke waarneming toegespitste beschrijving.

Direct na staande houding heeft betrokkene tegenover de verbalisant verklaard: “Ik moest bellen.” Die verklaring is eveneens opgenomen in het zaakoverzicht en bevestigt de waarneming van de verbalisant en is, in de hele context en de beschreven waarneming van de verbalisant, te lezen als een erkenning van de gedraging.

Betrokkene heeft vervolgens via zijn beroepsgemachtigde, tegen beter weten in, administratief beroep laten instellen. Daarbij is volstaan met de enkele ontkenning van de gedraging. Dat kan de beroepsgemachtigde niet verweten worden (die gaat af op wat betrokkene verklaart), maar betrokkene uiteraard wel.

In dit beroep is vervolgens aangevoerd dat geen mobiel elektronisch apparaat is vastgehouden “zoals betrokkene reeds in zijn/haar initiële verklaring heeft verklaard.” Die stelling is gelet op de hierboven omschreven gang van zaken onjuist. Het is ook niet goed te begrijpen waarom de beroepsgemachtigde zonder nadere informatie van of onderbouwing door de betrokkene, dit tot de kern van het beroep maakt. Het beroep is evident kansloos, juist omdat betrokkene zelf direct na vaststelling van de verweten gedraging, de gedraging heeft erkend en toen helemaal niets heeft gezegd over bijvoorbeeld het beëindigd hebben van een gesprek, over handsfree bellen of over de aanwezigheid van een carkit.

De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.

Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daar niet tegen verzet.

Deze bepalingen brengen met zich dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. Van misbruik van recht is sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben.

Die situatie doet zich hier voor. De kantonrechter komt daarom niet toe aan een verdere inhoudelijke beoordeling.

De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling. De kantonrechter merkt hierbij op dat er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.



Proceskosten


Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.




Beslissing

De kantonrechter:

- Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is genomen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,





H.A. van Gastel mr. J.O. Zuurmond

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:


de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of


uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.


Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.


Datum toezending proces-verbaal:
Link naar deze uitspraak