|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2026:591 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 26-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | 11829718 CV EXPL 25-10792 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Vordering tot betaling annuleringsboete aan autodealer afgewezen wegens niet-toepasselijkheid ingeroepen algemene voorwaarde BOVAG. Reconventionele vordering tot herstel van eerder bestelde auto ook afgewezen. Geen sprake van misbruik van omstandigheden of dwaling. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | koopovereenkomst | | | levensonderhoud | | | | Uitspraak | RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11829718 \ CV EXPL 25-10792
Vonnis van 23 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: PUURNouta,
tegen
de heer [gedaagde], handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. F. Ayar.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 23 september 2025;
de conclusie van antwoord in reconventie van [eiser] van 12 december 2025, met producties;
een productie van [gedaagde] van 19 december 2025;
de mondelinge behandeling van 23 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
de nadere productie van [gedaagde] , overgelegd op de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Op 23 februari 2022 hebben [gedaagde] en [eiser] een koopovereenkomst gesloten voor een nieuwe auto van het merk KIA (hierna: Auto 1).
2.2.
Op 30 augustus 2022 heeft [gedaagde] een leaseovereenkomst gesloten ter financiering van Auto 1 bij LFH Lease, een door [gedaagde] zelf benaderde financier. Op 31 augustus 2022 is Auto 1 door [eiser] aan [gedaagde] geleverd.
2.3.
In december 2022 heeft [gedaagde] geklaagd over een gebrek aan de verwarmingskachel in Auto 1 bij KIA Nederland.
2.4.
Op 29 januari 2023 heeft [gedaagde] opnieuw geklaagd over de verwarmingskachel bij [eiser] .
2.5.
Op 29 maart 2023 vond een inspectie plaats van Auto 1 in de garage van [eiser] vanwege de klacht: “Voertuig wordt niet warm, bij gebruik van heater.” Het verslag van de inspectie vermeldt als actie van de garage daarna: “Hotline melding gemaakt & uitdraai software opgestuurd naar KIA.”
2.6.
Op 29 juli 2023 hebben [gedaagde] en [eiser] opnieuw een koopovereenkomst gesloten voor een auto van het merk KIA (hierna: Auto 2), voor een koopprijs van € 58.444,45 (hierna: Koopovereenkomst 2). Een deel van de koopprijs (€ 40.000) wordt voldaan door inruil van Auto 1. Als geschatte levertijd staat opgenomen “Q1 2024”. Bij “Betalingswijze” staat vermeld: “Volledige financiering. (Zelf regelen)”.
2.7.
Op Koopovereenkomst 2 zijn de algemene voorwaarden van BOVAG van toepassing verklaard. Artikel 7 van deze algemene voorwaarden bepaalt:
“Artikel 7 Annulering
1. De koper/opdrachtgever kan, indien hij zijn recht tot ontbinding op grond van artikel 6 lid 3 niet wenst uit te oefenen of indien hij geen recht op ontbinding heeft, de koopovereenkomst -uitsluitend schriftelijk- annuleren, bij overschrijding van de levertijd. Bij overschrijding van de levertijd met een periode tot en met vier weken kan de koper/opdrachtgever annuleren, mits hij binnen vijf werkdagen na dagtekening van de annulering de verkoper/reparateur een bedrag ad 10% van de koopprijs van de geannuleerde auto vergoedt. Indien de koper/opdrachtgever na vijf werkdagen deze vergoeding niet heeft betaald, kan de verkoper/reparateur de koper/opdrachtgever schriftelijk meedelen dat hij nakoming van de gesloten overeenkomst verlangt. In dat geval kan de koper/opdrachtgever niet langer een beroep doen op de annulering.
Bij overschrijding van de levertijd met een periode van meer dan vier weken kan de koper/opdrachtgever schriftelijk annuleren zonder aan de verkoper/reparateur een vergoeding verschuldigd te zijn.”
2.8.
In november 2023 is Auto 2 afgeleverd bij [eiser] en is [gedaagde] door [eiser] geïnformeerd dat Auto 2 aan hem kon worden geleverd. Op 16 november 2023 is er telefonisch contact geweest tussen [gedaagde] en [eiser] waarin is besproken dat [gedaagde] Auto 2 niet kon afnemen omdat hij de financiering voor de auto niet rond kreeg. [gedaagde] is toen medegedeeld dat hij als gevolg daarvan een annuleringsbedrag moest betalen.
2.9.
Op 17 november 2023 heeft [eiser] een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor een bedrag van € 5.844,45 met als omschrijving ‘Annuleringskosten KIA EV6 overeenkomst (…)’.
2.10.
Tussen 7 december 2023 en 30 december 2024 is [gedaagde] meerdere keren in de garage van [eiser] geweest. Op 7 december 2023, 17 juni 2024, 12 augustus 2024, 28 augustus 2024 en 30 december 2024 was dat volgens de inspectieverslagen van de garage van [eiser] vanwege een klacht aan de verwarmingskachel. Het laatste inspectieverslag van 30 december 2024 vermeldt als klacht: “Verwarming werkt niet.” Als actie van de monteur vermeldt het verslag: “Inverter ac compressor defect, deze vervangen.”
2.11.
Op 16 december 2025 heeft [gedaagde] een nieuwe afspraak gemaakt bij de garage van [eiser] voor 29 januari 2026. Als omschrijving van de werkzaamheden is in de afspraakbevestiging opgenomen: “Klantenservice afspraak reservering.”
2.12.
[eiser] heeft [gedaagde] meerdere aanmaningen gestuurd voor betaling van het annuleringsbedrag voor Koopovereenkomst 2.
3Het geschil
In conventie
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.844,45, vermeerderd met rente en kosten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft op 29 juli 2023 een auto besteld bij [eiser] die hij op 16 november 2023 heeft geannuleerd. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden is [gedaagde] daarom annuleringskosten aan [eiser] verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , althans tot matiging van de gevorderde boete o.g.v. art. 6:94 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot nihil, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
In reconventie
3.4.
[gedaagde] vordert, samengevat:
I. Primair, een verklaring voor recht dat Koopovereenkomst 2 is/wordt vernietigd op grond van misbruik van omstandigheden, subsidiair, dat het boetebeding wordt gematigd, meer subsidiair, dat de vordering in conventie wordt afgewezen en nog meer subsidiair, een verklaring voor recht dat Koopovereenkomst 2 is/wordt ontbonden op grond van dwaling;
II. Primair, herstel door [eiser] van Auto 1 op straffe van een dwangsom en subsidiair, dat [gedaagde] gerechtigd is Auto 1 door een derde te laten herstellen op kosten van [eiser] ;
III. [eiser] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van omzetverlies doordat [gedaagde] Auto 1 niet kon gebruiken;
IV. [eiser] te veroordelen in de proceskosten in reconventie.
3.5.
Ter zitting heeft [gedaagde] zijn eis verminderd door de vordering onder III tot vergoeding van de schade vanwege omzetverlies in te trekken.
3.6.
[gedaagde] voert het volgende aan. Kort na levering van Auto 1, in december 2022, waren er al klachten over de verwarmingskachel. Ondanks meerdere pogingen tot herstel door [eiser] is de verwarmingskachel nog steeds defect. [gedaagde] is taxichauffeur en door het defect aan de verwarmingskachel loopt [gedaagde] inkomsten mis. [gedaagde] is van die inkomsten afhankelijk om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en hij zag zich daarom genoodzaakt om een nieuwe auto te bestellen bij [eiser] . Door het aangaan van Koopovereenkomst 2 heeft [eiser] misbruik gemaakt van deze afhankelijke positie van [gedaagde] . [gedaagde] wist niet dat de financiering voor Auto 2 duurder zou zijn dan voor Auto 1. Als hij dat had geweten had hij Koopovereenkomst 2 nooit getekend. [eiser] had hem daarvoor moeten waarschuwen en [gedaagde] niet eerst Koopovereenkomst 2 moeten laten tekenen. [gedaagde] heeft daardoor gedwaald.
3.7.
[eiser] voert verweer. [eiser] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
In conventie
Artikel 7 algemene voorwaarden
4.1.
[eiser] baseert haar vordering op artikel 7 uit de toepasselijke algemene voorwaarden van BOVAG. Dat is onjuist. Die bepaling is niet van toepassing op de situatie in kwestie. Aan de voorwaarden uit deze bepaling is dan ook niet voldaan.
4.2.
Artikel 7 van de algemene voorwaarden bepaalt dat een koper uitsluitend schriftelijk kan annuleren en alleen in geval van overschrijding van de levertijd van de auto. De levertijd van Auto 2 is niet overschreden. Auto 2 was juist al beschikbaar vóór de afgesproken levertijd, in november 2023 in plaats van Q1 2024. [gedaagde] heeft de levering niet geannuleerd omdat de levertijd was overschreden, hij heeft Auto 2 niet afgenomen omdat hij de financiering daarvoor niet rond kreeg. Daarnaast ontbreekt een schriftelijke annulering.
4.3.
[gedaagde] heeft op 16 november 2023 telefonisch contact opgenomen met [eiser] en in dat gesprek is gesproken over een annulering. [gedaagde] is toen verteld dat hij door annulering 10% van het bestelbedrag als boete zou moeten betalen. De dag daarna heeft [eiser] een factuur voor annuleringskosten aan [gedaagde] gestuurd. Dat [gedaagde] op dat moment of later geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze gang van zaken doet niet af aan dat de ingeroepen algemene voorwaarde in deze situatie geen grondslag biedt voor betaling van een boete van 10% van de aankoopsom.
4.4.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] daarom af.
In reconventie
4.5.
Ook de vorderingen in reconventie worden afgewezen. Voor de vorderingen onder I
geldt allereerst dat [gedaagde] geen belang meer heeft bij deze vorderingen nu die allen zien op Koopovereenkomst 2 en uit het voorgaande volgt dat partijen geen uitvoering hebben gegeven aan deze overeenkomst. Auto 2 is immers niet geleverd aan [gedaagde] en hij heeft daar ook niet voor betaald. Gezien de beslissing in conventie heeft [gedaagde] in ieder geval geen belang meer bij het onder I subsidiair en meer subsidiair gevorderde. Verder geldt voor de overige vorderingen onder I, die zien op Koopovereenkomst 2, het volgende.
Misbruik van omstandigheden
4.6.
[gedaagde] wil dat Koopovereenkomst 2 wordt vernietigd en stelt dat bij het aangaan van Koopovereenkomst 2 sprake was van misbruik van omstandigheden door [eiser] . Misbruik van omstandigheden is aanwezig, volgens artikel 3:44 lid 4 BW, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals afhankelijkheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, terwijl wat hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden. Bij de beoordeling of sprake is geweest van misbruik van omstandigheden komt het aan op de situatie ten tijde van het aangaan van de overeenkomst.
4.7.
Van misbruik van omstandigheden ten tijde van het aangaan van Koopovereenkomst 2 is niet gebleken. [gedaagde] heeft allereerst onvoldoende onderbouwd dat er ten tijde van het aangaan van Koopovereenkomst 2 sprake was van een defect aan de verwarmingskachel. Koopovereenkomst 2 is gesloten op 29 juli 2023. Het laatste inspectieverslag van vóór die datum waaruit blijkt dat [gedaagde] een klacht had over de verwarmingskachel, is van 29 maart 2023. Volgens het inspectieverslag is er vanwege die klacht alleen een software-uitdraai gemaakt. Partijen verschillen van mening over de vraag wat er daarna uit die software-uitdraai is gekomen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat er op 29 maart 2023 daadwerkelijk sprake was van een defect aan de verwarmingskachel. Uit dat inspectieverslag blijkt ook niet dat er vier maanden later, ten tijde van het aangaan van Koopovereenkomst 2, sprake was van een defect in de verwarmingskachel. De andere inspectieverslagen van de garage van [eiser] dateren allemaal van na Koopovereenkomst 2. De verder door [gedaagde] overgelegde afspraakbevestigingen bevestigen alleen wanneer [gedaagde] een afspraak heeft gemaakt bij de garage van [eiser] , maar niet voor welke klachten en of er werkzaamheden zijn uitgevoerd.
4.8.
[gedaagde] heeft ook onvoldoende onderbouwd dat hij in financiële moeilijkheden verkeerde ten tijde van het aangaan van Koopovereenkomst 2. Nergens blijkt uit dat [gedaagde] op het moment van aangaan van Koopovereenkomst 2 onvoldoende in zijn levensonderhoud kon voorzien en dat er daardoor een afhankelijkheidspositie bestond bij [gedaagde] ten opzichte van [eiser] . Ook is niet gebleken dat [eiser] [gedaagde] onder druk zou hebben gezet om Koopovereenkomst 2 te ondertekenen.
4.9.
Het was aan [gedaagde] om al deze stellingen voldoende te onderbouwen. Daar is hij niet in geslaagd. De kantonrechter wijst de vorderingen tot vernietiging van Koopovereenkomst 2 wegens misbruik van omstandigheden daarom af.
Vernietiging wegens dwaling
4.10.
Ook het beroep van [gedaagde] op vernietiging wegens dwaling op grond van art. 6:228 lid 1 BW slaagt niet. [gedaagde] heeft hiervoor aangevoerd dat hij bij het aangaan van Koopovereenkomst 2 niet wist dat de financiering niet zou lukken en dat als hij had geweten dat de nieuwe financiering veel duurder zou zijn hij Koopovereenkomst 2 niet had gesloten. Dat betreffen toekomstige omstandigheden die nog niet bestonden of kenbaar konden zijn ten tijde van het aangaan van Koopovereenkomst 2. Die werden immers pas daarna duidelijk bij het aanvragen van de financiering van Auto 2. Die omstandigheden lagen verder allemaal in de risicosfeer van [gedaagde] . Hij was verantwoordelijk voor het regelen van de financiering voor Auto 2. [eiser] had [gedaagde] dus ook niet kunnen waarschuwen dat deze financiering duurder zou zijn dan de financiering voor Auto 1. Onder die omstandigheden bestaat voor [eiser] geen verplichting om eerst de financieringsaanvraag van [gedaagde] af te wachten alvorens Koopovereenkomst 2 aan te gaan. Dat in Koopovereenkomst 2 een financieringsvoorbehoud zou zijn afgesproken vindt geen steun in de tekst van de overeenkomst of in andere omstandigheden.
4.11.
De kantonrechter wijst de vorderingen tot vernietiging van Koopovereenkomst 2 wegens dwaling daarom af.
Herstel van Auto 1
4.12.
Ten aanzien van het gevorderde onder II geldt het volgende.
4.13.
In de kern komt de vordering onder II erop neer dat de verwarmingskachel van Auto I deugdelijk wordt gerepareerd. Dat in het verleden sprake is geweest van een defect aan de verwarmingskachel is niet in geschil. [gedaagde] is meermaals naar de garage van [eiser] geweest. Volgens de inspectieverslagen zag een deel van de klachten op de verwarmingskachel en een deel daarvan bleek ook terecht, gelet op de uitgevoerde acties opgenomen in die verslagen.
4.14.
Het had echter op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt dat op dit moment nog steeds sprake is van een defecte verwarmingskachel voldoende te onderbouwen, mede gelet op de uitdrukkelijke betwisting van het defect door [eiser] . Het laatste overgelegde inspectieverslag van de garage is van 30 december 2024, meer dan een jaar geleden. Daarin is opgenomen dat het kapotte onderdeel in de verwarmingskachel is vervangen en de klacht daardoor is verholpen. Uit de laatste afspraakbevestiging die door [gedaagde] is overgelegd blijkt niet meer dan dat er op 29 januari 2026 een afspraak bij de garage van [eiser] staat gepland. Volgens [gedaagde] is die afspraak voor de verwarmingskachel, maar dit wordt door [eiser] betwist en de kantonrechter kan uit de afspraakbevestiging niet afleiden dat er op dit moment daadwerkelijk sprake is van een defect in de verwarmingskachel. Ter zitting heeft [gedaagde] ook nog een bewijs van een apk-keuring op 2 december 2025 overgelegd. Ook daar blijkt niet uit dat er een defect is aan Auto 1 – dat stuk bevestigt juist dat de auto door die apk-keuring is gekomen.
4.15.
De kantonrechter wijst de vorderingen tot herstel van Auto 1 daarom af.
Proceskosten
4.16.
Nu beide partijen in het ongelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten van partijen te compenseren. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten van de procedures draagt.
5De beslissing
De kantonrechter
In conventie en in reconventie:
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedures tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. van Schendel en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|