|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:1106 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 09-03-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | BRE 24/734 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | BRE 24/734 tot en met BRE 24/737; 8:54; Beroep ongegrond. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | inkomstenbelasting | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/734 tot en met 24/737
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Namibië), belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 11 december 2023. De beroepen zien op de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.87.01. Daarnaast zien de beroepen ook op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.96.01, 2020 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.06.01 en 2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.16.01.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De ontvanger heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaren niet tijdig waren ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat de bezwaren te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De ontvanger heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom zijn de beroepen kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekeningen van de aanslagen 2 december 2022 (navorderingsaanslag 2018), 14 december 2022 (aanslagen 2019 en 2020) en 30 november 2022 (aanslag 2021) zijn. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die data heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 13 januari 2023 (navorderingsaanslag 2018), 25 januari 2023 (aanslagen 2019 en 2020) en 11 januari 2023 (aanslag 2021).
4.1.
Belanghebbende heeft het bezwaarschrift per post verzonden. Het bezwaarschrift (met dagtekening 7 juni 2023) is bij de ontvanger ontvangen op 9 juni 2023. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende redenen gegeven. Belanghebbende betwist de ontvangst van de brieven, door gebrekkige postbezorging in Namibië. Aangezien belanghebbende de brieven niet heeft ontvangen, is zij later bekend geworden met de (navorderings-) aanslag(en) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Belanghebbende werd naar eigen zeggen pas bekend met de aanslagen, nadat de bank haar heeft bericht over het bankbeslag. Daarnaast stelt belanghebbende niet te weten dat zij belastingplichtig in Nederland was. Belanghebbende heeft krantenartikelen overgelegd waarmee zij haar stelling, de falende postbezorging, heeft onderbouwd.
5.1.
De ontvanger stelt dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Volgens de ontvanger heeft belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de termijnoverschrijding te wijten is aan de falende postbezorging in Namibië. De ontvanger stelt eveneens dat belanghebbende de mogelijkheid heeft gehad om een postadres in Nederland door te geven. Belanghebbende had, volgens de ontvanger, moeten weten dat zij belastingplichtig was in Nederland.
5.2.
Als regel geldt dat de omstandigheid dat een poststuk is verzonden naar een juist adres, het vermoeden van ontvangst of aanbieding op dat adres rechtvaardigt. Het is aan belanghebbende om dat vermoeden te ontzenuwen.
5.3.
De inspecteur heeft de (navorderings-) aanslag(en) verzonden naar het adres in [woonplaats] te Namibië. De inspecteur heeft een verzendadministratie bijgevoegd. Echter, staat buiten twijfel dat de (navorderings-) aanslag(en) zijn verzonden naar het juiste adres, zo stelt belanghebbende. Belanghebbende stelt vervolgens dat de aanslagen haar nimmer hebben bereikt en licht dit toe door de dagelijkse gang van zaken bij de postbezorging in Namibië te beschrijven.
5.4.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende – door het bezit van onroerend goed in Nederland – had moeten weten dat zij belastingplichtig was in Nederland. Daarnaast stelt belanghebbende dat de bank haar – via een correspondentieadres in Nederland – heeft kunnen bereiken. Het feit dat belanghebbende bankrekeningen in Nederland heeft en in het bezit was van een woning, zorgt ervoor dat belanghebbende moest weten dat zij ook belastingplichtig was in Nederland. Daarnaast is de enkele blote stelling dat zij de brieven van de Belastingdienst niet heeft ontvangen door de gebrekkige postbezorging in Namibië onvoldoende om het vermoeden van ontvangst bij een juiste adressering te ontzenuwen.
5.5.
Voor zover belanghebbende bekend was met de gebrekkige postbezorging in Namibië, is uit de stukken niet gebleken dat hierop actie is ondernomen. In de motivering van het beroepschrift is vermeld dat de postbezorging met een omweg (via [plaats] te Zuid-Afrika) in Namibië terecht kwam. Indien belanghebbende zoals in dit geval in het buitenland woont, ligt het op de weg van belanghebbende om een postadres in Nederland te hebben om problemen in de communicatie met de Nederlandse belastingdienst te voorkomen. Een buitenlands verblijf van belanghebbende komt voor rekening en risico van belanghebbende zelf. Gelet op het voorgaande, is belanghebbende verantwoordelijk voor het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen. Belanghebbende had kunnen weten dat zij belastingplichtig was in Nederland en door het niet doorgeven van een Nederlands correspondentieadres liep belanghebbende het risico op vertraagde postbezorging.
De rechtbank is onbevoegd te oordelen over de ambtshalve beoordeling
6. In dezelfde brief waarbij uitspraak op bezwaar is gedaan, heeft de ontvanger ook beslist om ambtshalve niet aan de bezwaren tegemoet te komen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor zover de beroepen zien op deze ambtshalve beslissing. Ambtshalve beslissingen zijn niet voor (bezwaar en) beroep vatbaar.
Conclusie en gevolgen
7. De bezwaren zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn daarom ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart de beroepen ongegrond voor zover de beroepen zien op het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren;
verklaart zich onbevoegd voor zover de beroepen zien op de ambtshalve beslissing.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
Dit volgt uit artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|