|
|
|
| ECLI:NL:RBOVE:2026:1238 | | | | | Datum uitspraak | : | 03-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 10-03-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Overijssel | | Zaaknummers | : | 12024850 CV EXPL 25-413 12024850 CV EXPL 25-413 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Ontruiming van woning vanwege aanhoudende overlast huurder. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | huurovereenkomst | | | perceel | | | | Uitspraak | RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12024850 \ CV EXPL 25-4134
Vonnis in kort geding van 3 maart 2026
in de zaak van
STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: DeltaWonen,
gemachtigde: mr. B.M. Speerstra,
tegen
FINTA BEHEER B.V.,
in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] ,
te Meppel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. J.J.M. Pinners.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 30;
- de aanvullende producties 31 tot en met 33 van de zijde van DeltaWonen;- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van Stichting DeltaWonen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
DeltaWonen verhuurt vanaf 19 oktober 2016 een woning gelegen aan [adres] aan de heer [gedaagde] (hierna: [gedaagde] ).
2.2.
Over [gedaagde] komen sinds maart 2025 zeer geregeld overlastmeldingen binnen bij DeltaWonen en de politie. De meldingen zien op langdurig luid geschreeuw en gevloek, zowel overdag als ‘s nachts, luide muziek, gebonk en geluiden alsof er met voorwerpen wordt gegooid of geslagen. Deze geluiden zijn voor de beide directe buren van [gedaagde] zeer goed hoorbaar. Ook is er gedrag gemeld dat specifiek naar de buren is gericht, zoals het maken van intimiderende gebaren en het schreeuwen van persoonlijke dingen over de buurman, het schreeuwen van diens naam in de nacht en het spugen op het raam van de buurman. Ook zijn er incidenten geweest waarbij [gedaagde] de ruiten van de voordeur van beide buren heeft ingegooid, verf tegen de woning van zijn buren heeft gegooid en een auto heeft beschadigd. Zeer recentelijk heeft [gedaagde] een stoeptegel tegen de woning van de buurman gegooid, waarna hij verward pratend door de straat liep en een opmerking maakte dat hij "er doorheen had moeten gaan".
2.3.
[gedaagde] heeft verder een hekwerk geplaatst in de voortuin op het perceel van de buurman van nummer [nummer] .
2.4.
In april 2025 is [gedaagde] aangemeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Ook is er melding gemaakt bij het Sociaal Wijkteam. Vanaf 10 juli 2025 hebben geregeld multidisciplinaire overleggen plaatsgevonden over de situatie van [gedaagde] . Daarbij zijn de politie, DeltaWonen, de gemeente Zwolle, het Sociaal Wijkteam, het Zorg- en Veiligheidshuis en Team VIA betrokken.
2.5.
Tijdens deze multidisciplinaire overleggen komt naar voren dat [gedaagde] niet openstaat voor zorg en zich daaraan onttrekt. Tijdens het laatste multidisciplinair overleg op 7 januari 2026 hebben de betrokken partijen geconcludeerd dat er op dat moment geen contact te krijgen is met [gedaagde] en dat elke vorm van hulp die wordt aangeboden wordt afgeslagen.
2.6.
DeltaWonen heeft op 30 juli 2025, 10 september 2025, 20 oktober 2025 en 19 november 2025 brieven gestuurd aan [gedaagde] waarin hij is gesommeerd om te stoppen met het veroorzaken van overlast en om het hekwerk op het perceel van de buurman te verwijderen.
3Het geschil
3.1.
DeltaWonen vordert samengevat - om de bewindvoerder te veroordelen tot ontruiming van de woning aan [adres] en om volledige medewerking te verlenen aan de verwijdering en afvoering van het door [gedaagde] geplaatste hekwerk.
3.2.
DeltaWonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] veroorzaakt structureel ernstige (geluids)overlast. De overlast is ondanks inspanningen van DeltaWonen, de betrokken zorg- en hulpverleningsinstanties en de Gemeente, niet verminderd en heeft geleid tot een onhoudbare situatie voor omwonenden, die reeds langdurig geconfronteerd worden met verstoring van hun woongenot en gevoelens van onveiligheid. Het veroorzaken van dermate ernstige overlast levert een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op die een spoedige ontruiming van de woning rechtvaardigt.
3.3.
De bewindvoerder concludeert tot toewijzing van de vordering met inachtneming van een langere ontruimingstermijn.
3.4.
De bewindvoerder voert het volgende aan. [gedaagde] is een verward persoon en een zorgmachtiging is noodzakelijk. Er is daarvoor inmiddels een traject opgestart, maar dat zal naar verwachting nog zes tot acht weken duren.
4. De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Ontruiming van een woning heeft in de praktijk bovendien vaak een definitief karakter. Daarom moet hier terughoudend mee worden omgegaan. Daar komt bij dat in een kort geding procedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de bestreden feiten. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is daarom alleen plaats, als op basis van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de stukken die zij hebben overgelegd met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de bodemrechter zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
Spoedeisend belang
4.2.
DeltaWonen heeft erop gewezen dat [gedaagde] gedurende een lange periode in ernstige mate overlast veroorzaakt, waardoor omwonenden slaapgebrek, stress, spanning en gevoelens van intimidatie en onveiligheid ervaren. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee het spoedeisend belang is gegeven.
De bewindvoerder van [gedaagde] moet de woning ontruimen
4.3.
Op grond van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden. Dit is slechts anders, indien de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Hierbij moeten alle door partijen aangevoerde omstandigheden van het geval worden meegewogen.
4.4.
Op de huurovereenkomst tussen DeltaWonen en [gedaagde] zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin staat dat [gedaagde] ervoor zorg dient te dragen dat hij aan omwonenden geen overlast veroorzaakt. Indien [gedaagde] zich niet aan deze verplichting houdt, levert dat een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst op.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft DeltaWonen afdoende onderbouwd dat [gedaagde] zich, ook na vele waarschuwingen, niet als een goed huurder gedraagt. Uit de door DeltaWonen overgelegde stukken waaronder geluidsopnames en videobeelden blijkt immers van door diverse omwonenden ervaren overlast en dit is ook niet weersproken. De aard, ernst en frequentie van deze overlast zijn naar het oordeel van de kantonrechter dusdanig dat zeer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. De kantonrechter is ook van oordeel dat het gerechtvaardigd is om, daarop vooruitlopend, in deze zaak de gevorderde ontruiming toe te wijzen.
4.6.
Voor een langere ontruimingstermijn, zoals door de bewindvoerder verzocht, ziet de kantonrechter geen aanleiding. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] belang heeft bij het verkrijgen van zorgverlening die past bij zijn (psychische) problematiek. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat het voor het verkrijgen van een zorgmachtiging van belang is dat [gedaagde] beschikbaar is voor de zorgverleners. Dat is ook de reden dat het opstarten van het traject lang heeft geduurd. Het is zeer waarschijnlijk dat dit aspect ook bij het verkrijgen van de zorgmachtiging voor vertraging kan zorgen. Tegelijkertijd is voldoende gebleken dat voor direct omwonenden inmiddels een onhoudbare situatie is ontstaan. Het belang van [gedaagde] om een directe aansluiting te hebben op het noodzakelijke zorgtraject na de ontruiming is groot, maar dat weegt niet op tegen het belang van DeltaWonen om op korte termijn te kunnen zorgen voor een rustige en veilige woonomgeving voor de omwonenden. De termijn voor ontruiming wordt daarom op 14 dagen gesteld.
Het door [gedaagde] geplaatste hek moet weg
4.7.
De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de verwijdering van het hekwerk. Ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
De proceskosten
4.8.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DeltaWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,59
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.304,59
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Finta Beheer B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van DeltaWonen zijn, en de sleutels af te geven aan DeltaWonen,
5.2.
veroordeelt Finta Beheer B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] om volledige medewerking te verlenen aan de verwijdering en afvoering van het door [gedaagde] geplaatste hekwerk,
5.3.
veroordeelt Finta Beheer B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] in de proceskosten van € 1.304,59, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|