Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:930 
 
Datum uitspraak:28-01-2026
Datum gepubliceerd:12-03-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:11784512 MC EXPL 25-388 11784512 MC EXPL 25-388
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Consumentenkoop; non-conforme boot; vorderingen van eiser worden grotendeels toegewezen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
stallen
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 11784512 \ MC EXPL 25-3888


Vonnis van 28 januari 2026


in de zaak van



[eisende partij]
,
woonachtig in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. M. Smit,

tegen


MOGANO SHIPBUILDING B.V.,
gevestigd in Loosdrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Mogano,
gemachtigden: mr. C.S. Mastenbroek en mr. A.J. Verbeek.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 juli 2025, met producties 1 t/m 16,- de conclusie van antwoord van 20 augustus 2025, met producties 1 t/m 4, - de brief van 5 september 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- - de antwoordakte van Mogano van 4 december 2025,
- de akte van [eisende partij] , tevens wijziging van eis, met producties 17 t/m 28,
- de akte van Mogano van 26 november 2025 met producties 5 t/m 10
- de akte van [eisende partij] van 5 december 2025, productie 29.



1.2.
De mondelinge behandeling (zitting) vond plaats op 10 december 2025. Daarbij was [eisende partij] aanwezig met zijn gemachtigde mr. M. Smit. Namens Mogano was [A] aanwezig (directeur van Mogano) met gemachtigden mrs. C.S. Mastenbroek en A.J. Verbeek. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.



1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.







2De kern van de zaak


2.1.

[eisende partij] heeft in februari 2024 als consument een boot (een Brandaris Barkas 1100 uit 2014, hierna ‘de boot’) voor € 222.500,00 via [makelaar] bij Mogano gekocht. Omdat volgens [eisende partij] de gelcoat gebrekkig is en daardoor binnen een jaar blaasjes aan de onderkant van de boot ontstonden, is volgens hem sprake van non-conformiteit. Omdat Mogano dit gebrek niet op haar kosten wilde verhelpen, vordert [eisende partij] (na eiswijziging) de reparatie- en stallingskosten van € 18.359,74. Volgens Mogano is er geen sprake van een gebrek en heeft [eisende partij] de boot ‘gekocht zoals gezien’. De blaasjes aan de onderkant zouden volgens haar ook kunnen komen door het verkeerd afspuiten van de boot. Daarnaast heeft [eisende partij] volgens Mogano niet voldaan aan zijn onderzoeksplicht en heeft hij te laat geklaagd. Bovendien vindt zij de gevorderde reparatiekosten te hoog. De kantonrechter oordeelt dat de boot non-conform is en Mogano de reparatiekosten aan [eisende partij] moet betalen.






3De beoordeling


Toetsingskader non-conformiteit



3.1.
Er is sprake van een consumentenkoop (artikel 7:5 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’)) omdat [eisende partij] als natuurlijk persoon, niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf, een boot heeft gekocht bij Mogano, een bedrijf.



3.2.
Volgens artikel 7:17 lid 1 BW moet de boot aan de overeenkomst beantwoorden. Dit houdt in dat de boot de eigenschappen moet bezitten die [eisende partij] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eisende partij] mag verwachten dat de boot de eigenschappen heeft die voor normaal gebruik nodig zijn en waarvan hij niet hoefde te twijfelen aan de aanwezigheid daarvan. Als de boot deze eigenschappen niet bezit, is er sprake van non-conformiteit. De aard van de zaak en de mededelingen die Mogano over de boot heeft gedaan zijn van belang om te bepalen of de boot aan de overeenkomst voldoet.



3.3.
Bij een consumentenkoop geldt daarnaast het vereiste uit artikel 7:18 lid 2 sub a en d BW. Hierin staat dat de boot geschikt moet zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van hetzelfde type normaal gesproken worden gebruikt en ook de kenmerken moet bezitten, onder andere met betrekking tot duurzaamheid en functionaliteit, die voor hetzelfde type zaken normaal zijn en die [eisende partij] gelet op de aard van de zaak redelijkerwijs mag verwachten.



3.4.
Omdat sprake is van een consumentenkoop en het probleem met de gelcoat zich binnen één jaar na aankoop openbaarde (in de vorm van blaasjes aan het onderwaterschip), wordt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de boot bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoorde, tenzij de aard van de boot of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Mogano kan niet volstaan met het ontzenuwen van het bewijsvermoeden, maar zal als verkoper moeten bewijzen dat het gebrek nog niet bestond bij aflevering van de boot.




De boot heeft een gebrekkige gelcoat




3.5.
De kantonrechter komt vanwege wat hieronder wordt besproken tot de conclusie dat sprake is van een gebrekkige gelcoat. Dat de gebrekkige gelcoat non-conformiteit met zich meebrengt wordt vanaf 3.11 uitgelegd.



3.6.

[eisende partij] heeft voldoende onderbouwd dat de gelcoat van de boot bij aflevering gebrekkig was en daardoor na één seizoen varen blaasjes aan het onderwaterschip zijn ontstaan. Hij heeft zijn stelling onder andere onderbouwd met een deskundigenrapport van [onderneming] en e-mails van Flevo Marina.


Het deskundigenrapport van [onderneming] en de e-mails van Flevo Marina




3.7.
In het deskundigenrapport staat onder andere dat blaasvorming in de gelcoat zit waarop de primerlagen zijn aangebracht. Daarnaast staat er dat op alle plaatsen waar blaasvorming is aangetroffen de gemeten vochtwaarden relatief hoog zijn voor een boot van slechts 10 jaar oud. De deskundige heeft verder het volgende geconcludeerd:


“(…) Het gemeten vocht bevindt zich kennelijk dicht aan de oppervlakte, in de gelcoat of net achter de gelcoat. De aangetroffen verschijnselen zijn meest waarschijnlijk het gevolg van productiefouten tijdens de bouw van de boot. De gelcoat is erg dik en neemt kennelijk vocht op of is door de samenstelling instabiel en gevoelig voor vochtopname. Om het proces van vochtopname en ontwikkeling van blaasvorming te stoppen zal er een behandeling van het onderwaterschip noodzakelijk zijn. De uitvoering van deze behandeling is voor een deel gelijk aan die van een osmose behandeling. De gelcoat zal verwijderd moeten worden of deels verwijderd moeten worden totdat een egaal strak oppervlak ontstaat zonder blaasjes en zonder vocht. Dit zal pas duidelijk worden tijdens het uitvoeren van de


herstelwerkzaamheden. Pas als het onderwaterschip op alle plaatsen voldoende droog is kan begonnen worden met het aanbrengen van een nieuw waterdicht epoxysysteem. Aanvullend wordt geadviseerd om de overgang van de boegschroeftunnel naar de romp beter uit te voeren.”





3.8.
Flevo Marina heeft op 7 oktober 2025 naar [eisende partij] gemaild dat “de gebrekkige gelcoat met haar blaasjes moet worden verwijderd tot aan het polyesterlaminaat.” Op 17 november 2025 heeft Flevo Marina na verwijdering van de gelcoat [eisende partij] gemaild dat “de gelcoat echt gebrekkig was, wat ook te zien was aan de hoeveelheid kleine luchtblaasjes die in de gelcoat aanwezig waren.” Blaasvorming komt volgens Flevo Marina vaak door een onjuiste mengverhouding, waardoor de gelcoat te snel uithardt en belletjes niet meer kunnen ontsnappen.



3.9.
Met deze stukken heeft [eisende partij] voldoende onderbouwd dat sprake is van een fout aan de gelcoat waardoor deze blaasvorming kreeg en dat dit proces met een ingrijpende behandeling moet worden gestopt.


De blaasjes aan het onderwaterschip waren binnen een jaar na aflevering te zien




3.10.
Nadat [eisende partij] de boot uit het water liet halen voor winterstalling in oktober 2024 waren de blaasjes aan het onderwaterschip te zien. Mogano is het met [eisende partij] eens dat de blaasjes niet te zien waren bij aflevering van de boot en binnen een jaar na aflevering zijn ontstaan. Dat de gelcoat wél goed zou zijn bij aflevering heeft Mogano niet (voldoende) gesteld.


De boot is non-conform




[eisende partij] hoefde geen boot met gebrekkige gelcoat met blaasvorming te verwachten




3.11.
De kantonrechter is van oordeel dat de boot non-conform is. Van een boot van deze prijsklasse, gekocht bij een gerenommeerde werf die deze boten bouwt (Mogano) via een bekende jachtmakelaar ( [makelaar] ), mocht [eisende partij] verwachten dat deze er in ieder geval langer dan één vaarseizoen mooi uit bleef zien en niet binnen 7 maanden na aankoop blaasvorming op het onderwaterschip zou krijgen door een gebrekkige gelcoat. Op de foto’s en filmpjes van [eisende partij] is te zien dat het onderwaterschip onder de blaasjes zat, waaruit vloeistof kwam wanneer deze werden doorgeprikt. Niet alleen het cosmetische aspect speelt mee in het oordeel van de kantonrechter, maar ook dat [eisende partij] heeft gesteld dat de boot niet lekker vaart met zo’n grote hoeveelheid blaasjes aan het onderwaterschip en Mogano dit niet (voldoende) heeft betwist.



3.12.

[eisende partij] hoefde niet te verwachten dat de boot binnen een paar maanden na aflevering de kostbare ingreep nodig zou hebben waarmee hij nu wordt geconfronteerd en die normaal onderhoud te boven gaat. Uit het rapport van [onderneming] blijkt dat de ontwikkeling van blaasjes in de gelcoat een voortdurend proces is dat gestopt moet worden via een behandeling die lijkt op een osmosebehandeling (zie 3.7). Uit de e-mails van Flevo Marina blijkt dat de gebrekkige gelcoat helemaal moet worden verwijderd tot aan het polyesterlaminaat (zie 3.8).



3.13.
Er is geen aanleiding om het deskundigenrapport van [onderneming] niet mee te nemen in de beoordeling. Mogano heeft aangevoerd dat op het rapport ‘aankoopkeuring’ staat en een aankoopkeuring niet een jaar na de aankoop gedaan kan worden. Maar, in de algemene gegevens van het rapport staat dat het een deelexpertise betreft en de opdrachtomschrijving ‘beoordeling blaasvorming onderwaterschip’ is.


Mogano heeft niet bewezen dat de gelcoat niet gebrekkig was bij aflevering




3.14.
Mogano vindt dat de blaasjes geen non-conformiteit van de boot met zich meebrengen. [A] heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat de blaasvorming bijvoorbeeld ook door het schoonspuiten van de boot in oktober 2024 kon komen, toen de boot uit het water werd gehaald voor de winterstalling. Hij voert ook aan dat hij niet weet wat er met de boot is gebeurd tussen de periode dat Mogano de boot heeft gebouwd in 2014 en [eisende partij] de boot derdehands van Mogano heeft gekocht in 2024. Bovendien vaart de boot en dit is het belangrijkste. [A] heeft tijdens de zitting over de voorgestelde behandeling van de blaasjes gezegd dat een andere, minder ingrijpende, oplossing voldoende is om de blaasjes te verwijderen. Volgens hem is het voldoende om de boot op te schuren en de gelcoat te laten zitten.



3.15.
Met dit vrij algemene verweer heeft Mogano de onderbouwde stellingen van [eisende partij] onvoldoende betwist. Het lag op de weg van Mogano om te bewijzen dat er geen sprake was van gebrek aan de gelcoat ten tijde van de aflevering van de boot (zie 3.4 en artikel 7:18a lid 2 BW). Dat heeft Mogano niet gedaan. [A] (of iemand anders van Mogano) is niet bij de boot gaan kijken nadat [eisende partij] had geklaagd over blaasvorming aan het onderwaterschip, bijvoorbeeld toen de boot op de kant lag voor de winterstalling en Mogano heeft ook geen contra-expertise laten doen. Daarbij komt dat [A] tijdens de mondelinge behandeling ook heeft gezegd dat hij geen polyesterwerker is. Bovendien heeft [eisende partij] betwist dat het schoonspuiten van de boot de oorzaak van de blaasjes is. Dit is door een jachtwerf gedaan en gebeurde op een normale manier. De kantonrechter merkt verder op dat, anders dan de gemachtigde van Mogano in haar conclusie van antwoord heeft betoogd, lid 2 van artikel 7:18a BW niet gaat over non-conformiteit als gevolg van een verkeerde installatie.


Het beroep op de ‘as is where is’-clausule slaagt niet




3.16.
Mogano heeft daarnaast aangevoerd dat in de koopovereenkomst een ‘as is where is’-clausule staat, namelijk artikel 4 van de koopovereenkomst met als kop ‘Expertise en beperking aansprakelijkheid op grond van nonconformiteit’. Wat volgens Mogano inhoudt dat [eisende partij] de boot koopt in de staat waarin die zich bevindt ten tijde van de bezichtiging met alle zichtbare en onzichtbare gebreken.



3.17.
Het beroep van Mogano op de ‘as is where is’-clausule slaagt niet. Dit is een exoneratieclausule waar [eisende partij] en Mogano niet over hebben onderhandeld en waarmee te nadele van de consument ( [eisende partij] ) wordt afgeweken van de conformiteitsregels waar artikel 7:18a lid 2 BW onder valt. Dit mag niet op basis van artikel 7:6 lid 1 BW.


Geen meeneemprijs




3.18.
Daarnaast heeft Mogano aangevoerd dat [eisende partij] de boot voor een ‘meeneemprijs’ heeft gekocht. Dat [eisende partij] de boot voor een ‘meeneemprijs’ heeft gekocht en dat daaruit volgt dat [eisende partij] geen geslaagd beroep op non-conformiteit kan doen heeft Mogano onvoldoende onderbouwd. [eisende partij] heeft betwist dat hij de boot voor een meeneemprijs heeft gekocht en dat voldoende onderbouwd met verkoopadvertenties van vergelijkbare boten.



[eisende partij] heeft aan zijn onderzoeksplicht voldaan




3.19.
Mogano betoogt verder dat [eisende partij] niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. De kantonrechter is het hier niet mee eens. [eisende partij] is meerdere keren bij de boot gaan kijken, heeft twee proefvaarten gemaakt en hij heeft iemand met verstand van boten ( [B] ) de boot laten bekijken. Partijen hebben daarna afgesproken dat Mogano een paar (kleine) herstellingen aan de spiegel, het zonnedek en de plastic motorkappen zou doen vóór de aflevering. [eisende partij] en Mogano zijn het erover eens dat de blaasjes niet zichtbaar waren bij de aflevering van de boot. Dit wordt bevestigd door de verklaringen van onder andere [B] en [C] (van [makelaar] ). Mogano heeft ook niet tegen [eisende partij] gezegd dat hij op termijn problemen met de boot kon verwachten of specifiek met de gelcoat, die normaal onderhoud te boven gaan.



3.20.
Dat in de advertentie staat dat de antifouling in 2018 voor het laatst is gedaan en het in de botenwereld algemeen bekend is dat je die laag regelmatig opnieuw moet aanbrengen, brengt niet met zich mee dat [eisende partij] als consument daaruit moest afleiden dat de gelcoat ook op termijn vervangen moest worden. Antifouling is een aanslagwerende laag die bedoeld is om af te slijten. De gelcoat van een boot hoeft in principe niet (regelmatig) vervangen te worden. Dit heeft [A] uitgelegd op de mondelinge behandeling. Dat [eisende partij] al een boot had doet hier niet aan af. Hij heeft uitgelegd dat hij het onderhoud niet zelf doet en uitbesteedt aan iemand anders. [eisende partij] kon dus niet weten van het gebrek aan de gelcoat en hoefde dit ook niet te weten.



[eisende partij] heeft op tijd geklaagd




3.21.
Anders dan Mogano aanvoert heeft [eisende partij] wel op tijd geklaagd over de gebrekkige gelcoat. De blaasjes zijn ontdekt in oktober 2024 en [eisende partij] heeft hier in december 2024 een melding over gemaakt bij Mogano. Dit is op grond van artikel 7:23 lid 1 BW op tijd.


De andere aangevoerde gronden worden niet besproken




3.22.
Omdat het beroep op non-conformiteit slaagt worden de andere gronden die [eisende partij] heeft aangedragen (dwaling en een herstelovereenkomst) niet besproken.


De boegschroeftunnel




3.23.
De herstelkosten voor de boegschroeftunnel worden meegenomen in het schadevergoedingsbedrag dat Mogano aan [eisende partij] moet betalen. Op 2 februari 2025 heeft Flevo Marina [eisende partij] gemaild. Tijdens het schillen van het onderwaterschip vanwege de blaasjes heeft zij gezien dat er delaminatie is opgetreden bij de boeg van de boot. Dit is volgens Flevo Marina vermoedelijk het gevolg van een aanvaring in het verleden. [eisende partij] stelt dat dit ook een gebrek is dat zich binnen een jaar na aflevering van de boot voordoet en waarvoor hij schadevergoeding moet krijgen. In het rapport van [onderneming] komt dit punt ook naar voren in de conclusie. De herstelkosten hiervan heeft [eisende partij] daarom meegenomen in de vordering. Mogano heeft (de aanwezigheid van) dit gebrek en de hoogte van de herstelkosten niet (voldoende) betwist.


Mogano moet € 17.039,74 aan [eisende partij] betalen



Mogano is in verzuim en [eisende partij] heeft een omzettingsverklaring uitgebracht



3.24.
Na het mailcontact tussen [eisende partij] en Mogano in december 2025 is door de gemachtigde van [eisende partij] op 9 januari 2025 een ingebrekestelling naar Mogano gestuurd, waarmee Mogano de kans kreeg om het onderwaterschip te herstellen. Zowel de blaasvorming als het probleem bij de overgang van de boegschroeftunnel naar de romp worden in de ingebrekestelling genoemd. [eisende partij] en [A] hebben vervolgens op 7 februari 2025 een gesprek gehad om te kijken of zij er onderling uit konden komen. Daarna volgt op 10 februari 2025 een e-mail van Mogano waarin zij aangeeft bereid te zijn tot het uitvoeren van een osmosebehandeling. De gemachtigde van [eisende partij] reageert daarop dat [eisende partij] akkoord gaat met een osmosebehandeling, maar dan wel onder bepaalde voorwaarden zoals dat de behandeling conform het rapport van [onderneming] wordt uitgevoerd. Mogano reageert daarna enige tijd niet meer.



3.25.
Op 5 maart 2025 volgt een brief van de gemachtigde van Mogano waarin aansprakelijkheid wordt betwist. In de brief staan verschillende verweren, zoals de ‘as-is, where-is’ clausule, dat Mogano geen wetenschap had van gebreken, dat het gaat om een boot die gevoelig zou zijn voor osmose en dat de boot normaal gebruikt kan worden. Er volgen meer berichten tussen [eisende partij] en Mogano, waarin Mogano aangeeft slechts bereid te zijn tot herstel van de slechte plek op de spiegel. Op dat moment werd in elk geval duidelijk dat Mogano niet (meer) van plan was tot (kosteloos) herstel van de gelcoat over te gaan en is zij toen in verzuim geraakt. [eisende partij] heeft op 6 mei 2025 een omzettingsverklaring gestuurd, waarin hij aangeeft niet langer kosteloos herstel te willen maar een schadevergoeding.


De kosten voor de herstelwerkzaamheden ( € 14.438,70) worden toegewezen




3.26.

[eisende partij] vorderde in zijn dagvaarding de herstelkosten nader op te maken bij staat. Na zijn eiswijziging vordert hij concrete bedragen aan schadevergoeding. [eisende partij] onderbouwt zijn schade met een offerte en een e-mail van Flevo Marina. Hij vordert € 14.438,70 voor de herstelwerkzaamheden aan de gelcoat en de boegschroeftunnel (inclusief meerwerk). De kantonrechter wijst dit bedrag toe. De offerte is voldoende gespecificeerd om te gebruiken als onderbouwing van de gestelde schade. De offerte sluit aan bij het herstelplan uit het deskundigenrapport van [onderneming] . Het had op de weg van Mogano gelegen om concreet verweer te voeren op deze offerte. Dat heeft zij niet gedaan. [A] heeft op de zitting verteld dat een andere, minder ingrijpende, oplossing voldoende is om de blaasjes te verwijderen en dat dit bij hem € 1.200,00 (excl. btw) kost, maar beide stellingen heeft hij niet onderbouwd en blijken ook nergens uit (zie 3.14 en 3.15).


Er wordt € 1.976,04 voor de verwarmde winterstalling toegewezen




3.27.

[eisende partij] vordert ook € 3.296,04 aan stallingskosten. De boot moet volgens hem in een verwarmde winterstalling liggen zodat het onderwaterschip goed kan drogen. Deze kosten worden voor een deel toegewezen, namelijk voor het deel dat de verwarmde winterstalling meer kost dan een normale winterstalling. [eisende partij] heeft namelijk op de mondelinge behandeling verteld dat hij de boot sowieso moet stallen in de winter. Stallingskosten zou hij dus hoe dan ook hebben, ook als de boot geen gebrekkige gelcoat had gehad.



3.28.
Omdat tijdens de mondelinge behandeling niet duidelijk is geworden hoeveel de kosten voor de verwarmde stalling verschillen van een normale winterstalling zal de kantonrechter dit verschil schatten. Uit de factuur voor de winterstalling volgt dat de boot 33m2 is. De totale kosten voor de verwarmde winterstalling (inclusief energiekosten en milieutoeslag) zijn € 99,88 per m2 (€ 3.296,04/33m2). De kantonrechter schat dat de totale kosten voor een normale winterstalling (buiten op de wal) gemiddeld € 40,00 per m2 zijn. Dat komt neer op 33m2 x € 40,00 = € 1.320,00. Daarom wordt € 1.976,04 (€ 3.296,04 -/- € 1.320,00) aan vergoeding voor de stallingskosten toegewezen.


De kosten voor het deskundigenrapport (€ 625,00) worden toegewezen



3.29.
De gevorderde deskundigenkosten van € 625,00 worden toegewezen. Mogano heeft geen verweer gevoerd tegen (de hoogte van) deze kosten en er is geen aanleiding om het rapport niet mee te nemen in de beoordeling (zie 3.12).


Wettelijke rente




3.30.

[eisende partij] vordert primair de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim en subsidiair vanaf de datum van de dagvaarding. Omdat [eisende partij] de kosten pas heeft gemaakt toen de procedure al was gestart wordt de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding (7 juli 2025) toegewezen.



Mogano moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen




3.31.

[eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Daarom zal een bedrag van € 958,60 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat [eisende partij] niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.


Mogano moet de proceskosten betalen




3.32.
Mogano is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





148,04







- griffierecht





90,00







- salaris gemachtigde





812,00


(2 punten × € 406,00)




- nakosten





135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





1.185,04










Naheffing griffierecht




3.33.
De kantonrechter wijst partijen erop dat de griffier griffierecht kan naheffen, indien - zoals in het onderhavige geval - veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat is gevorderd in de dagvaarding maar de kantonrechter de schade direct begroot naar aanleiding van de wijziging van de eis van [eisende partij] . Het eventueel door [eisende partij] bij te betalen griffierecht valt onder de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv en komt dus ook ten laste van Mogano.


Uitvoerbaar bij voorraad




3.34.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.






4De beslissing

De kantonrechter


4.1.
veroordeelt Mogano tot betaling aan [eisende partij] van een schadevergoeding van € 17.039,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,



4.2.
veroordeelt Mogano om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 958,60 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 7 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,



4.3.
veroordeelt Mogano in de proceskosten van € 1.185,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mogano niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.


61312



Productie 8 van [eisende partij] .


Pagina 6 van het rapport.


Pagina 11 van het rapport.


Productie 17 van [eisende partij] .


Productie 21 van [eisende partij] .


Producties 13 en 14 van [eisende partij] .


Het loslaten van lagen van een gelaagd materiaal.


Art. 6:87 BW.


Artikel 6:97 BW.


Productie 19 van [eisende partij] .
Link naar deze uitspraak