Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CRVB:2026:334 
 
Datum uitspraak:19-03-2026
Datum gepubliceerd:20-03-2026
Instantie:Centrale Raad van Beroep
Zaaknummers:24/2673 AOW
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Afwijzing aanvraag AOW-pensioen. Terecht geoordeeld dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op AOW-pensioen. Appellante heeft nooit in Nederland gewoond of gewerkt. Geen aanspraak op huwelijkse tijdvakken omdat appellante pas is getrouwd toen haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.
Trefwoorden:aow
 
Uitspraak
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer

24/2673 AOW








Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2024, 24/320 (aangevallen uitspraak)





Partijen:


[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)






Datum uitspraak: 19 maart 2026

SAMENVATTING

Afwijzing AOW-aanvraag omdat appellante niet verzekerd is geweest. Appellante heeft geen recht op huwelijkse tijdvakken op grond van het NMV. Zij is gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot voor de AOW al was geëindigd.




PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 februari 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.




OVERWEGINGEN




Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.


1.1.
Appellante, geboren in 1953, is op [datum 1] 1999 getrouwd met [naam echtgenoot] , geboren in 1929. Haar echtgenoot heeft in 1994 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en is voor de AOW verzekerd geweest. Op [datum 2] 2004 is de echtgenoot overleden. Appellante heeft op 31 augustus 2021 een AOW-pensioen aangevraagd.



1.2.
Met een besluit van 20 april 2022 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Met een besluit van 7 december 2023 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.



Uitspraak van de rechtbank


2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank is appellante niet verzekerd geweest voor de AOW. Ook is er geen aanspraak op huwelijkse tijdvakken omdat appellante pas is getrouwd toen haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.


Het standpunt van appellante


3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante vindt dat zij ook recht heeft op een ouderdomspensioen omdat haar echtgenoot in Nederland heeft gewerkt. Appellante heeft geen financiële middelen.



Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.


4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat appellante geen recht heeft op AOW-pensioen, omdat zij niet verzekerd is geweest voor de AOW.



4.2.
Appellante heeft nooit in Nederland gewoond of gewerkt en is ook niet op een andere (zelfstandige) grond verzekerd geweest voor de AOW. Ook met toepassing van het NMV heeft appellante geen recht op een AOW-pensioen. Appellante heeft geen recht op huwelijkse tijdvakken, omdat de verzekering van de echtgenoot voor de AOW al was geëindigd voor de huwelijksdatum. De aanvraag is terecht afgewezen.





Conclusie en gevolgen


4.3.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.





BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van J.A. Adjei-Asamoah als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.





(getekend) E.E.V. Lenos



(getekend) J.A. Adjei-Asamoah



Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.


DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.


Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de J.A. Adjei-Asamoah en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 19 mars 2026.



Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels


Algemene Ouderdomswet



Artikel 6a


Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;



Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko



Artikel 21


1. De in artikel 13, eerste lid, van de AOW (Algemene Ouderdomswet) bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote of weduwe na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

(…)


Algemene Ouderdomswet.


Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.
Link naar deze uitspraak