Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:5265 
 
Datum uitspraak:12-03-2026
Datum gepubliceerd:24-03-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/697040 / KG ZA 26-1
Rechtsgebied:Intellectueel-eigendomsrecht
Indicatie:IE. Kort geding, inbreuk merkenrecht.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaak- / rolnummer: C/09/697040 / KG ZA 26-1


Vonnis in kort geding van 12 maart 2026


in de zaak van




1PUMA BENELUX B.V. te Leusden,hierna te noemen: Puma Benelux,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

PUMA SE te Herzogenaurach, Duitsland,
hierna te noemen: Puma SE,
eiseressen, hierna ook te noemen: Puma,
advocaten: mr. J.C.H. van Manen en mr. A. Heemskerk te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

HANGZHOU YUTU E-COMMERCE CO., LTD., tevens handelend onder de naam SENGUOGUO, te Hangzhou, Volksrepubliek China,hierna te noemen: Senguoguo,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

PSYLOS 1 INC. te Richmond Hill, Canada,hierna te noemen: Psylos1,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

WUHU DABULUO NETWORK TECHNOLOGY CO., LTD, tevens handelend onder de naam China Global Mall, te Wuhu, Volksrepubliek China,
hierna te noemen: China Global Mall,
gedaagden,
niet verschenen.





1De procedure


1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de brief van 2 januari 2026 van Puma, met bijlagen 1 tot en met 4;
- de dagvaardingen van 13 januari 2026, met producties 1 tot en met 18;
- de producties 19 en 20 van Puma, ontvangen op 18 februari 2026;
- de producties 21 tot en met 25 van Puma, ontvangen op 23 februari 2026;
- de producties 26 en 27 van Puma, ontvangen op 24 februari 2026.



1.2.
Op 26 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarbij door Puma pleitnotities zijn overgelegd.
Gedaagden zijn niet verschenen, terwijl Puma – na een korte toelichting – in haar eis heeft volhardt.



1.3.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.





2De feiten


2.1.
Puma is een producent van (sport)kleding, waaronder (sport)schoenen.



2.2.
Puma maakt ter onderscheiding van haar waren en diensten gebruik van verschillende merken, waaronder de zogenaamde Formstrip. De Formstrip is een teken dat sinds zeventig jaar op weerszijden van de Puma sneakers wordt afgebeeld in steeds enigszins afwijkende vormgeving. Puma SE heeft verschillende varianten van de Formstrip als merk geregistreerd (hierna: de Formstrip Merken) met gelding in, onder meer, de Europese Unie, waaronder:

- het op 23 november 2023 ingeschreven Uniemerk voor klasse 25 (schoenen) van het beeldmerk met registratienummer 018880017:






- het op 24 april 2024 ingeschreven Uniemerk voor klassen 18, 25, 28 en 35 (o.a. (sport)schoenen) van het beeldmerk met registratienummer 018856768:







2.3.
Puma Benelux is licentienemer.



2.4.
Senguoguo is als groothandel betrokken bij de handel in de aangeboden sneakers, zoals afgebeeld in 2.5 en 2.6. De handelsnaam van Senguoguo staat ook vermeld op de verpakking van de sneakers.



2.5.
Psylos1 exploiteert de webshop https://psylos1.com/ waarop zij sneakers aanbiedt en verhandelt in de Europese Unie, waaronder Nederland. Psylos1 biedt onder meer de volgende sneakers aan op haar voormelde website:








2.6.
China Global Mall exploiteert de webshop https://www.chinaglobalmall.com/ waarop zij sneakers aanbiedt en verhandelt in de Europese Unie, waaronder Nederland. China Global Mall biedt onder meer de volgende sneakers aan op haar voormelde website:








2.7.
De onder 2.5 en 2.6 weergegeven sneakers zijn door Puma gedefinieerd als de Inbreukmakende Sneakers.



2.8.
Puma heeft vanuit Nederland diverse testaankopen gedaan via de websites https://psylos1.com/ en https://www.chinaglobalmall.com/ van de Inbreukmakende Sneakers. De bestellingen werden geleverd op een adres in Nederland.





3Het geschil


3.1.
Puma vordert in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:


gedaagden, ieder afzonderlijk, te bevelen met onmiddellijke ingang de genoemde inbreuk op de Formstrip Merken en de oneerlijke handelspraktijken in de EER te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder zich te onthouden van het tonen, promoten, aanbieden, verkopen of anderszins verhandelen van de Inbreukmakende Sneakers;


gedaagden, ieder afzonderlijk, te bevelen binnen drie dagen na betekening van het vonnis een volledige en waarheidsgetrouwe verklaring te verstrekken aan de advocaten van Puma, vergezeld van alle relevante documenten ter staving van de juistheid van die verklaring, betreffende:




l hetgeen hen bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de Inbreukmakende Sneakers, waaronder maar niet beperkt tot volledige naam/namen en adres/adressen van alle leverancier(s) en eventuele derde(n) die betrokken zijn (geweest) bij inkoop of verhandeling van de Inbreukmakende Sneakers;


het totale aantal Inbreukmakende Sneakers dat gedaagden hebben geproduceerd of hebben laten produceren of hebben ingekocht;


het totale aantal Inbreukmakende Sneakers dat gedaagden hebben verkocht of anderszins hebben verhandeld;


e totale brutowinst die gedaagden hebben behaald met de verhandeling van de Inbreukmakende Sneakers, alsmede een overzicht van kosten die daarop op grond van vaste rechtspraak in mindering mogen worden gebracht ter bepaling van de nettowinst;


3. gedaagden, ieder afzonderlijk, te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000 voor iedere dag (een gedeelte van een dag daaronder begrepen), althans iedere keer dat zij, althans één van hen, in strijd handelt met het onder 1 genoemde gebod, althans € 500 per product, ter keuze van Puma, en dat de te verbeuren dwangsom wordt gemaximeerd op € 250.000, althans zodanige dwangsommen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal gelasten;
4. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de volledige proceskosten van dit geding overeenkomstig artikel 1019h Rv en vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW.



3.2.
Puma legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. Gedaagden maken inbreuk op de Formstrip Merken door het aanbieden, in de handel brengen en promoten van sneakers die qua vormgeving vrijwel identiek zijn aan de Puma Speedcat schoenen en waarop tekens zijn afgebeeld die zeer sterk overeenstemmen met de merken van Puma. Puma beroept zich primair op merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE (verwarringsgevaar). Subsidiair beroept Puma zich op merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE, omdat gedaagden op ongeoorloofde wijze voordeel trekken uit en afbreuk doen aan de reputatie en het onderscheidend vermogen van de Formstrip Merken. Daarnaast is met de hiervoor omschreven handelingen sprake van oneerlijke handelspraktijken in de zin van de EU Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken, zoals geïmplementeerd in artikel 6:193b BW en corresponderende nationale bepalingen in andere EU-landen. Ook is sprake van slaafse nabootsing. Puma lijdt door de oneerlijke handelspraktijken en de slaafse nabootsingen schade.



3.3.
Gedaagden zijn niet verschenen en voeren dus geen verweer.



3.4.
Op de stellingen van de verschenen partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


Verstekverlening



4.1.
Allereerst moet de vraag worden beantwoord of tegen gedaagden – die niet in de procedure zijn verschenen – verstek kan worden verleend.



4.2.
Aangezien Senguoguo en China Global Mall in de Volksrepubliek China zijn gevestigd en Psylos1 in Canada, is op grond van artikel 55 Rv het Haags Betekeningsverdrag van toepassing, waar zowel de Volksrepubliek China en Canada als Nederland partij bij zijn.



4.3.
Puma heeft de voor gedaagden bestemde dagvaardingsexploten op 13 januari 2026 doen betekenen overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag en artikel 55 lid 1 Rv, door het uitbrengen van de exploten aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Den Haag, met achterlating van een afschrift van de exploten inclusief de datumbepaling en de vertaling daarvan in respectievelijk de Chinese en de Engelse taal. Daarbij is verzocht om aan de centrale autoriteit van de Volksrepubliek China respectievelijk Canada te verzoeken om het exploot en de vertaling daarvan aan gedaagden te doen betekenen of kennisgeven overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van het Haags Betekeningsverdrag door betekening of kennisgeving daarvan met inachtneming van de vormen die in de wetgeving van de Volksrepubliek China respectievelijk Canada zijn voorgeschreven voor betekening of kennisgeving van de stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen en om een afschrift van het exploot te retourneren, vergezeld van de verklaring als bedoeld in artikel 6 van het Haags Betekeningsverdrag.



4.4.
Daarnaast heeft Puma nog het volgende gedaan om te bewerkstelligen dat gedaagden bekend zijn met de dagvaarding en de zittingsdatum.


Ten aanzien van Senguoguo




4.5.
Op 13 januari 2026 heeft de deurwaarder een kopie van het dagvaardingsexploot, alsmede een Chinese vertaling daarvan, inclusief de datumbepaling per FedEx en per aangetekende brief verzonden aan het adres van Senguoguo. FedEx heeft bevestigd dat de stukken op 10 februari 2026 zijn afgegeven aan de receptionist van Senguoguo. PostNl en China post Register Mail, EMS, ePacket hebben beiden bevestigd dat de stukken op 24 januari 2026 zijn afgegeven aan Senguoguo.



4.6.
De advocaat van Puma heeft de stukken per e-mail van 13 januari 2026 aan Senguoguo gestuurd en heeft in het bericht de zittingsdatum vermeld.



4.7.
Bij e-mail van 7 februari 2026 heeft Senguoguo aan de advocaat van Puma het volgende bericht:

“The website was still under construction

The content was used temporarily as placeholder material


No products were offered for sale and no transactions took place


Upon receiving your notice, alle related content was immediately removed


There was no intention to infringe any intellectual property right”


Ten aanzien van Psylos1




4.8.
Op 13 januari 2026 heeft de deurwaarder een kopie van het dagvaardingsexploot, alsmede een Engelse vertaling daarvan, inclusief de datumbepaling per FedEx en per aangetekende brief verzonden aan het adres van Psylos1. PostNl heeft bevestigd dat de stukken op 28 januari 2026 aan Psylos1 zijn afgegeven.



4.9.
De advocaat van Puma heeft de stukken per e-mail van 13 januari 2026 aan Psylos1 gestuurd en heeft in het bericht de zittingsdatum gemeld. Psylos1 heeft bij e-mail van 14 januari 2026 aan de advocaat van Puma de ontvangst van de dagvaarding bevestigd. Verder heeft Psylos1 bericht dat zij de zittingsdatum heeft genoteerd en dat het merk gerelateerd aan Senguoguo van de website is gehaald.


Ten aanzien van China Global Mall




4.10.
Op 13 januari 2026 heeft de deurwaarder een kopie van het dagvaardingsexploot, alsmede een Chinese vertaling daarvan, inclusief de datumbepaling per FedEx en per aangetekende brief verzonden aan het adres van China Global Mall. FedEx heeft bevestigd dat de stukken op 2 februari 2026 zijn afgegeven aan China Global Mall. PostNl heeft bevestigd dat de stukken op 26 januari 2026 zijn afgegeven aan China Global Mall.



4.11.
De advocaat van Puma heeft de stukken per e-mail van 13 januari 2026 aan China Global Mall gestuurd en heeft in het bericht de zittingsdatum gemeld.



4.12.
In een e-mail van 12 januari 2026 heeft China Global Mall aan de advocaat van Puma geschreven:

“Thanks for the Email, the item links are no onger available, thanks!”



4.13.
En in een e-mail van 14 januari 2026 heeft China Global Mall aan de advocaat van Puma bericht:

“Please be aware that we are just shopping agents. We sync all the product information from taobao.


We are not affiliated with senguoguo, their taobao shop url is this one (…).



Please contact senguoguo and taobao directly. We have removed all the senguoguo products from our site.”


Ten aanzien van alle gedaagden




4.14.
Gelet op het voorgaande en gelet op de omstandigheid dat de voorzieningenrechter op 6 januari 2026 heeft bepaald dat de dagvaardingen uiterlijk 13 januari 2026 moesten zijn uitgebracht, moet worden geconcludeerd dat Puma in zoverre heeft voldaan aan een tijdige betekening van de dagvaardingen.



4.15.
Artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag bepaalt evenwel dat indien de verweerder niet is verschenen, de rechter de beslissing dient aan te houden totdat is gebleken dat:


hetzij van het stuk (voorzieningenrechter: de dagvaarding) betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of kennisgeving van de stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen,


hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in [het Haags Betekeningsverdrag] geregelde wijze,


en dat de betekening of kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.



4.16.
Niet is gebleken dat de dagvaardingen volgens de Chinese dan wel de Canadese voorschriften zijn betekend noch dat de dagvaardingen “in persoon of aan zijn woonplaats” zijn afgegeven aan gedaagden op een andere in het Haags Betekeningsverdrag geregelde wijze. Dat brengt in beginsel mee dat (nog) geen verstek kan worden verleend tegen gedaagden. Puma stelt zich echter op het standpunt dat haar vorderingen desondanks bij verstek moeten worden toegewezen, nu zij daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter overweegt daarover het volgende.



4.17.
Op grond van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag belet het bepaalde in lid 1 niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen worden genomen. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van die uitzonderingsbepaling kan het spoedeisende karakter van een procedure eraan in de weg staan dat de rechter zijn beslissing aanhoudt totdat is gebleken dat is voldaan aan de vereisten van artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag. Op grond van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag kan de voorzieningenrechter dan ook in een kort geding verstek verlenen tegen een in het buitenland woonachtige gedaagde zonder dat in spoedeisende gevallen behoeft te blijken dat aan de voorwaarden van artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag is voldaan. Wel zal – met inachtneming van de vereiste spoed – zoveel mogelijk overeenkomstig de doelstelling van het Haags Betekeningsverdrag, gewaarborgd moeten zijn dat een uitgebracht exploot degene voor wie het is bestemd daadwerkelijk heeft bereikt en – als het om een dagvaarding gaat – zo tijdig dat deze nog de mogelijkheid heeft verweer te voeren.



4.18.
Het spoedeisende karakter van de vorderingen van Puma vloeit voort uit de aard daarvan. De vorderingen strekken er, kort gezegd, toe dat gedaagden een verbod, met de nevenvoorziening van een veroordeling tot het doen van opgave, wordt opgelegd wegens (dreigende) inbreuk op de Formstrip Merken van Puma, welke (dreiging van) inbreuk volgens Puma nog altijd voortduurt.



4.19.
Uit het voorgaande volgt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gewaarborgd is dat de dagvaardingen ieder van gedaagden daadwerkelijk hebben bereikt en zo tijdig dat zij nog de mogelijkheid hebben gehad om verweer te voeren. Dat leidt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat – met toepassing van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag – verstek zal worden verleend tegen gedaagden.


Rechtsmacht en relatieve bevoegdheid




4.20.
Nu de zaak een internationaal karakter draagt, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse voorzieningenrechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen.



4.21.
Omdat de vorderingen van Puma zien op inbreuk op haar Uniemerken, is de voorzieningenrechter op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 2 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet E.G.-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Puma, omdat Puma Benelux woonplaats heeft in Nederland. Ingevolge artikel 126 lid 1 UMVo strekt de bevoegdheid van de rechtbank zich uit tot het grondgebied van alle lidstaten van de Europese Unie.




4.22.
Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op onrechtmatige daad (te weten de oneerlijke handelspraktijken en de slaafse nabootsing) is de voorzieningenrechter bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I-bis, omdat het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan (of zich kan voordoen) in Nederland. De bevoegdheid voorlopige maatregelen te treffen is beperkt tot Nederland.


Vorderingsgerechtigdheid




4.23.
Puma SE is als merkhouder bevoegd een inbreukvordering in te stellen en Puma Benelux is daartoe als licentiehouder bevoegd.


De vorderingen




4.24.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter – met uitzondering van het hierna genoemde subonderdeel 2.d – niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom grotendeels toegewezen, met inachtneming van het volgende.


Merkinbreuk/oneerlijke handelspraktijken




4.25.
Het onder 1 gevorderde stakingsbevel zal de voorzieningenrechter toewijzen.


Dwangsom




4.26.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen.


Opgave




4.27.
De onder 2 gevorderde opgave zal de voorzieningenrechter in gewijzigde vorm toewijzen, gezien het belang van Puma om meer duidelijkheid te krijgen over de omvang van de inbreuk.



4.28.
De onder 2.d gevorderde winstopgave zal worden afgewezen omdat deze vordering strekt ter vaststelling van de eventueel geleden schade. Puma heeft niet onderbouwd waarom van haar niet gevergd kan worden dat zij met betrekking tot deze vordering de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. Daarmee is het spoedeisend belang bij deze vordering onvoldoende gebleken.



4.29.
De termijn voor het doen van opgave zal worden gesteld op vier weken na betekening van dit vonnis, om executieproblemen te voorkomen.


Proceskosten




4.30.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Puma vordert een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn.



4.31.
De proceskosten worden in een verstekprocedure, gelet op de eisen van een goede procesorde, slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagden kenbaar zijn gemaakt, bijvoorbeeld door aangetekende verzending per post of afzonderlijke betekening.
Blijkens de door Puma overgelegde specificatie worden de door haar gemaakte proceskosten becijferd op een bedrag van € 29.942,96, waarvan € 27.179,00 kosten advocaat, € 2.486,14 deurwaarderskosten en € 277,82 koeriersdiensten. Puma heeft gesteld dat zij het proceskostenoverzicht (productie EP20) per e-mail van 18 februari 2026 aan gedaagden heeft toegezonden en diezelfde dag per aangetekende post aan Senguoguo. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee niet voldaan aan voormeld vereiste, aangezien de enkele toezending per e-mail niet zonder meer betekent dat de ontvanger er ook kennis van heeft genomen. Puma heeft geen ontvangstbewijs overgelegd van de aangetekende verzending aan Senguoguo. Deze kosten zullen dan ook bij de begroting van de redelijke en evenredige proceskosten ex artikel 1019h Rv niet in aanmerking worden genomen.



4.32.
In verstekzaken wordt doorgaans het tarief voor een ‘eenvoudig’ kort geding gehanteerd van € 7.200. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Puma betoogd dat deze zaak moet worden aangemerkt als een ‘normaal’ kort geding in de zin van de Indicatietarieven in IE-zaken. Puma heeft dit als volgt toegelicht. Tot het moment van de mondelinge behandeling was niet duidelijk of gedaagden zouden verschijnen, omdat gedaagden eerst wel hebben gereageerd, maar daarna niet meer. Gedaagden hebben niet meegedeeld dat zij niet zouden verschijnen. Daarom heeft Puma zich volledig op de mondelinge behandeling moeten voorbereiden. Daarbij heeft het gebrek aan transparantie van gedaagden veel tijd en inspanning gekost, waaronder het achterhalen en in kaart brengen van de inbreuk, de adres- en contactgegevens en het herhaald aanschrijven van gedaagden.



4.33.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft de onderhavige zaak, mede gelet op de door Puma gestelde omstandigheden, een normaal kort geding, waarvoor een maximumtarief van € 18.000 geldt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen.



4.34.
De proceskosten van Puma worden met inachtneming hiervan begroot op:
- kosten dagvaardingen € 376,71 (3 x € 125,57)
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 18.000,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 19.300,71



4.35.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt als niet weersproken toegewezen zoals vermeld in de beslissing.


Termijn voor het instellen van een eis de hoofdzaak




4.36.
Puma heeft al een bodemprocedure aanhangig gemaakt, zodat de voorzieningenrechter geen termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak zoals bedoeld in artikel 1019i Rv hoeft te bepalen.





5De beslissing

De voorzieningenrechter:


5.1.
verleent verstek tegen gedaagden;



5.2.
beveelt gedaagden, ieder afzonderlijk, met onmiddellijke ingang de inbreuk op de Formstrip Merken van Puma en de oneerlijke handelspraktijken (bestaande uit het aanbieden van de Inbreukmakende Sneakers) in de EER te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder zich te onthouden van het tonen, promoten, aanbieden, verkopen of anderszins verhandelen van de Inbreukmakende Sneakers;



5.3.
veroordeelt gedaagden, ieder afzonderlijk, tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000 voor iedere dag (een gedeelte van een dag daaronder begrepen), althans iedere keer dat zij, althans één van hen, in strijd handelt met het onder 5.2 genoemde gebod, althans € 500 per product, ter keuze van Puma, met een maximum van € 250.000 per gedaagde;



5.4.
beveelt gedaagden, ieder afzonderlijk, binnen vier weken na betekening van het vonnis een volledige en waarheidsgetrouwe verklaring te verstrekken aan de advocaten van Puma, vergezeld van alle relevante documenten ter staving van de juistheid van die verklaring, betreffende:


l hetgeen hen bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de Inbreukmakende Sneakers, waaronder maar niet beperkt tot volledige naam/namen en adres/adressen van alle leverancier(s) en eventuele derde(n) die betrokken zijn (geweest) bij inkoop of verhandeling van de Inbreukmakende Sneakers;


het totale aantal Inbreukmakende Sneakers dat gedaagden hebben geproduceerd of hebben laten produceren of hebben ingekocht;


het totale aantal Inbreukmakende Sneakers dat gedaagden hebben verkocht of anderszins hebben verhandeld;





5.5.
veroordeelt gedaagden, hoofdelijk, in de proceskosten van Puma, tot op heden begroot op € 19.300,71 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening van de proceskosten;



5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.





Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.


Burgerlijk Wetboek.


Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.


Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).


Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken van 15 november 1965.


Zie o.a. Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7192.


Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).


Zie Gerechtshof Den Haag 22 februari 2011, zaaknr. 200.073.680/01, IEF 9434, IEPT 20110222.
Link naar deze uitspraak