Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2025:27724 
 
Datum uitspraak:17-12-2025
Datum gepubliceerd:27-03-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:25/111
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Wmo 2015, afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening, verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank op juiste gronden geconcludeerd dat een algemene voorziening passend is in haar situatie en dat haar sociaal netwerk haar voldoende kan ondersteunen, beroep ongegrond
Trefwoorden:ingezetene
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/111

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. H. Polat),

en



het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. E.H. Buizert).




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag van eiseres om verlenging van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).


1.1.
Met het primaire besluit van 16 december 2023 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 november 2024 heeft verweerder de afwijzing in stand gelaten.


1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing en verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door begeleidster [naam] , tolk M. Haphap en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.




Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Eiseres heeft een visuele beperking, psychische klachten en beheerst het Nederlands onvoldoende. Zij woont met haar broertje en zusje bij haar ouders. Op 1 augustus 2023 heeft eiseres een Wmo-melding gedaan voor een verlenging van haar maatwerkvoorziening voor sociaal persoonlijk functioneren met intensiteit basis. Op 12 oktober 2023 heeft verweerder een gesprek gehad met eiseres, waarbij de begeleider van eiseres en een tolk aanwezig waren. Op 26 oktober 2023 is vervolgens een Wmo-advies opgesteld. Daarin is geadviseerd om geen maatwerkvoorziening aan te vragen op de grond dat uit het onderzoek is gebleken dat een algemene- en voorliggende voorziening en de inzet van het sociaal netwerk van eiseres passender zijn. Eiseres heeft op 1 december 2023 een aanvraag gedaan en aangegeven het niet eens te zijn met het Wmo-advies. Verweerder heeft met het primaire besluit de aanvraag van eiseres afgewezen.

2.1.
Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres de hulpvraag - gericht op de problemen die zij ondervindt bij het zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk leven - met een voorliggende voorziening kan oplossen. Eiseres heeft de doelen zoals geformuleerd in het Wmo-advies van 23 februari 2023 behaald. Zij voert over haar psychische klachten (ventilerende) gesprekken met de praktijkondersteuner van haar huisarts. Voor het verzorgen van de administratie en de financiën ontvangt zij hulp uit haar sociaal netwerk. De moeder van eiseres haalt en brengt haar vier dagen in de week van en naar werk en helpt haar bij het zelfstandig naar buiten gaan. Ook volgt eiseres Nederlandse taallessen. Voor haar visuele beperkingen kan eiseres een beroep doen op Koninklijke Visio en aanvullend op een buddy via stichting MEE.




Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de afwijzing van de aanvraag om een verlenging van de maatwerkvoorziening rechtmatig is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.


Wat vindt eiseres?

4. Eiseres stelt dat de afwijzing in strijd is met het evenredigheidsbeginsel omdat deze niet in redelijke verhouding staat tot haar persoonlijke situatie. Zij heeft dringend behoefte aan hulp en is niet in staat haar zelfredzaamheid zonder ondersteuning te vergroten. Daarbij zijn continuïteit en vaste begeleiding van groot belang. De noodzaak daarvan blijkt volgens haar uit het feit dat haar ouders met eigen middelen hulp hebben ingekocht via de instantie die voorheen uit het PGB werd betaald. Eiseres heeft een brief van de praktijkondersteuning van 21 augustus 2024 overlegd, waarin staat dat het beëindigen van het contract met haar persoonlijk begeleider haar veel verdriet heeft gedaan en dat eiseres hierover piekert. Aanvullend heeft zij een verklaring overgelegd van haar psycholoog van 3 december 2025. Deze onderschrijft dat eiseres dat haar visuele beperking en door eenzaamheid psychische klachten ondervindt. Eiseres heeft haar aangegeven dat de afhankelijkheid van haar familie een negatieve invloed heeft op haar gezondheid. De psycholoog meldt milde depressieve klachten waar te nemen bij eiseres.


Toetsingskader

5. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.


Wat oordeelt de rechtbank?

6. Verweerder beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, voor zover deze beperkingen naar het oordeel van verweerder, onder andere, niet op eigen kracht of met een algemeen gebruikelijke voorziening, of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
7. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat eiseres niet met behulp van haar sociaal netwerk en algemene voorzieningen kan participeren in de maatschappij en kan werken aan haar zelfstandigheid. Het dossier biedt geen aanleiding andersluidend te concluderen, of tot het oordeel te komen dat eiseres wezenlijk onmachtig is dit te bereiken zonder begeleiding vanuit een maatwerkvoorziening. Ook is niet gebleken dat eiseres extra hulp nodig heeft. Zij kan immers de ventilerende gesprekken bij de praktijkondersteuner voortzetten en heeft (beschut) werk gevonden ten behoeve van een passende dagbesteding voor vier dagen in de week. Haar primaire doel ligt volgens de begeleider bij het vinden van een passende taalcursus. Ter zitting is gebleken dat zij een taalcursus heeft gevolgd, maar daar mee is gestopt omdat ze het niet kon combineren met haar werk. Ze wil op het werk zoveel mogelijk oefenen met de Nederlandse taal. Haar familie, met name haar moeder, helpt haar met de administratie en financiën. Voorts belt eiseres met vriendinnen. Ondersteuning voor haar visuele beperking kan eiseres krijgen van Koninklijke Visio en voor hulp bij sociale contacten kan zij een beroep doen op Stichting MEE. Dat eiseres daar niets voor voelt vanwege een negatieve ervaring in het verleden is onvoldoende voor het oordeel dat zij van deze algemene voorzieningen geen gebruik zou kunnen maken.
8. In het feit dat eiseres ervoor heeft gekozen de begeleiding te laten doorlopen en dat dit uit de eigen middelen van haar ouders is bekostigd ziet de rechtbank evenmin een aanleiding om anders te oordelen. Uit het medisch advies blijkt niet dat de begeleiding door deze begeleider gecontinueerd diende te worden voor het behalen van de persoonlijke doelen van eiseres. Dat eiseres zelf daar de voorkeur aan geeft is haar goed recht, maar maakt dat niet tot een noodzaak.
9. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank op juiste gronden geconcludeerd dat een algemene voorziening passend is in haar situatie en dat haar sociaal netwerk haar voldoende kan ondersteunen.

10. Het beroep slaagt niet.



Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving


Wet maatschappelijke opvang 2015



Artikel 2.3.5

1. Het college beslist op een aanvraag:
a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;
3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
4. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
5. De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op:
a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt,
b. zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de Zorgverzekeringswet,
c. onderwijs dat de cliënt volgt dan wel zou kunnen volgen,
d. betaalde werkzaamheden,
e. scholing die de cliënt volgt of kan volgen,
f. ondersteuning ingevolge de Participatiewet,
g. de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de beoordeling van het college bij de beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening, bedoeld in het derde lid.



Dit volgt uit artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015.
Link naar deze uitspraak