Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:2795 
 
Datum uitspraak:26-02-2026
Datum gepubliceerd:03-04-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11914340 EA VERZ 25-1145
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Werknemer die door Indiase werkgever meer dan 10 jaar is uitgeleend aan dochtermaatschappij in Nederland vraagt verklaring voor recht dat hij (inmiddels) met de dochtermaatschappij een arbeidsovereenkomst heeft. Verzoek wordt toegewezen. De detacheringsovereenkomst is geëindigd, werknemer kreeg onveranderd van de Nederlandse dochter opdrachten en instructies, was al vanaf 2015 alleen aan haar verantwoording verschuldigd en kreeg door haar betaald. Verder is in de inleenovereenkomst bepaald dat de dochter economische werkgever is en de volledige controle over de gedetacheerde werknemers heeft. Daarnaast is het initieel tijdelijke karakter van de detachering feitelijk een permanente situatie geworden, zonder dat voor het telkens verlengen van de detachering een objectieve verklaring is gegeven. Van werknemer kan in redelijkheid niet worden gevraagd naar India terug te keren.
Trefwoorden:aangifte inkomstenbelasting
aow
arbeidsovereenkomst
inkomstenbelasting
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11914340 EA VERZ 25-1145
beschikking van: 26 februari 2026
func.: 364


beschikking van de kantonrechter

I n z a k e


[verzoeker]

wonende te [woonplaats]
verzoeker, nader te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. M.S.R. Dijkstra

t e g e n


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TATA CONSULTANCY SERVICES NETHERLANDS B.V.

gevestigd te Amsterdam

2. de vennootschap naar Indiaas recht

TATA CONSULTANCY SERVICES LIMITED

gevestigd te Mumbai, India
verweersters, afzonderlijk te noemen: Tata NL c.q. Tata Limited
gemachtigden: mr. Y. el Harchaoui en mr. S.R. Sewnath


VERLOOP VAN DE PROCEDURE


[verzoeker] heeft op 9 oktober 2025 een verzoekschrift met producties ingediend, waarin hij als voorlopige voorziening loondoorbetaling voor de duur van het geding verzoekt. Daarnaast verzoekt [verzoeker] te verklaren voor recht dat tussen hem en Tata NL een arbeidsovereenkomst dan wel een payrollovereenkomst bestaat en om de opzegging van deze arbeids- dan wel payrollovereenkomst (voor zover vereist) te vernietigen. Meer subsidiair vraagt [verzoeker] te verklaren voor recht dat de dwingendrechtelijke bepalingen van Nederlands recht op de arbeidsovereenkomst tussen hem en Tata Limited van toepassing zijn en om de opzegging van de Deputation overeenkomst te vernietigen. Verder verzoekt [verzoeker] om Tata NL dan wel Tata Limited te veroordelen tot betaling van het loon en het achterstallig vakantiegeld en tot wedertewerkstelling van [verzoeker] .

Verweersters hebben op 23 december 2025 een verweerschrift ingediend, met producties en met een zelfstandig tegenverzoek. Daarna hebben beide partijen nog aanvullende producties ingediend.

De verzoeken zijn op 8 januari 2026 ter zitting behandeld. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Voor verweersters zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , vergezeld door de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht aan de hand van een pleitnota en vragen van de kantonrechter beantwoord. De zaak is daarna aangehouden omdat partijen in onderhandeling waren over een minnelijke oplossing. Bij e-mail van 15 januari 2026 hebben partijen om beschikking gevraagd.

Beschikking is - na aanhouding - bepaald op vandaag.



GRONDEN VAN DE BESLISSING



Feiten

1.1.
Tata Consultancy Group is een wereldwijd opererende dienstverlener op het gebied van IT, consultancy en bedrijfsoplossingen. Tata Limited, gevestigd in India, is enig aandeelhouder van Tata NL.


1.2.
Tata NL en Tata Limited hebben een inleenovereenkomst gesloten, op grond waarvan Tata Limited bepaalde werknemers met specifieke kennis en expertise ter beschikking stelt aan (klanten van) Tata NL, die daarvoor aan Tata Limited een vergoeding betaalt. In de laatste versie van de overeenkomst van april 2006 is bepaald, voor zover relevant:3. SCOPE OF ACTIVITIES Upon the request of [Tata NL], [Tata Limited] will depute technically skilled employees of [Tata Limited] to [Tata NL]a) (..) The employees deputed by [Tata Limited] will also perform such other related functions as may be called upon to do by [Tata NL] from time to time. (..)c) During the Deputation:1) [Tata NL] will be the economic employer of such deputed employees,2) [Tata NL] will have all the management and control over such deputed employees,3) these deputed employees will be exclusively at the disposal of [Tata NL] and will be accountable to [Tata NL]4) [Tata Limited] does not take any responsibility for the execution of any project undertaken by [Tata NL] excepting the responsibility of taking the deputed employees back whenever [Tata NL] no longer requires them.


1.3.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1980, is op 30 augustus 2007 in dienst getreden bij Tata Limited.


1.4.
Op 9 december 2011 hebben [verzoeker] en Tata Limited een ‘Service Agreement Addendum’ ondertekend. Daarin is onder meer opgenomen:WHEREAS, [Tata Limited] and the Employee wish to clarify the service commitments of the Employee that will derive from this oversees Deputation.IT IS NOW HEREBY AGREED AS FOLLOWS:1. [Tata Limited] may offer the Employee the opportunity to proceed on an overseas Deputation for a [Tata Limited] assignment at one of its clients companies, and the Employee will proceed on the Deputation.2. The Employee agrees to return to India after completion of every overseas Deputation, provided the Deputation was in excess of 30 days, fulfill the agreement commitment and serve [Tata Limited] for a minimum period of 3 months.[Tata Limited] and the Employee agree that, in the event of the Employee’s breach of the commitment (..) above, and all other disputes, claims etc arising out of the Agreement, shall be referred to the Arbitration of a sole Arbitrator nominated by [Tata Limited], under the provisions of the Arbitration and Conciliation Act, 1996 (..), with reference to the following:A. The venue of the arbitration shall be Mumbai, India, and the parties shall be subject to the jurisdiction of the Courts of India (..). The parties expressly agree to jurisdiction over it/him/her in India.(..)This Addendum shall be governed by the laws of the Republic of India (..).


1.5.
Op 6 februari 2015 hebben Tata Limited en [verzoeker] een Deputation overeenkomst gesloten, op grond waarvan [verzoeker] per 8 februari 2015 is gedetacheerd bij Tata NL om daar als Associate Consultant werkzaamheden te verrichten voor Tata NL. De overeenkomst is gesloten voor de duur van twee jaar.


1.6.
In de Deputation overeenkomst is onder meer opgenomen dat [verzoeker] tijdens de detacheringsperiode naast een bedrag in euro’s gelijk aan zijn oorspronkelijk in rupies uitbetaalde salaris (onderworpen aan de toepasselijk regelingen van Nederland) een maandelijkse vergoeding ontving van € 2.560,- netto, ‘die overuren en vakantiegeld omvat’. Ook is ter indicatie opgenomen dat het bruto referentiesalaris in het gastland, bestaande uit het Indiase salaris en de netto vergoeding, € 6.965,- bedraagt.


1.7.
Verder is in de overeenkomst opgenomen:(..) RECITALS (..)B. (..) The subsidiary will assign and structure work for employees on Deputation. During the period of Deputation, Employer [Tata Limited, ktr] and Employee [ [verzoeker] , ktr] continue to maintain an organic relationship’ in which the Employer has principal rights on employment terms including increments, promotion and termination of employment. C. The Employer is willing to send the Employee on Deputation only if the Employee agrees, and the Employee does agree and commit, to complete his Deputation in the Country of Deputation and to return to India at the conclusion of the Deputation (..)1. DEPUTATION1.1 Place, Duration and Time. The Employer reserves the absolute right to decide the pace of Deputation and the duration of Deputation. The Deputation may take place at any time during the tenure of employment with the Employer. The Employee shall be temporarily deputed from the Employer to [Tata NL] for a fixed-term to work for project assignments of the Employer and its subsidiary. The Deputation shall commence on 8-February-2015 and expire on 7-February-2017. The Employer may review the Agreement for renewal before the end of this date. (..)2. COMPENSATION AND BENEFITS(..)2.4 (..) Even if the settlement of the remuneration and the withholding of tax and social security will be carried out by the company of the host country, this will not constitute an employment relationship with the host company. (..)4. POST-DEPUTATION4.1 The Employer agrees that the Deputation is subject to a valid employment contract concluded between the Employer and the Employee (..). The Employee continues to be formally and legally employed by the Employer during the Deputation and the employment will continue in the home country after the Deputation. (..)8. TERMINATION OF DEPUTATION BY THE EMPLOYER8.1 This Agreement may be terminated prematurely by using the following notice periods and termination grounds;a) In the event that the specific project-assignment for which the Employee has been deputed has been finished before the expiration of this Agreement the Employer may terminate this Agreement and Deputation with immediate effect, unless otherwise explicitly and in writing shall be agreed between the Parties.(…)In the event of premature termination of the Agreement and Deputation, the Employee is obliged to return to India within a reasonable period of time after the date of the premature termination, which will not exceed seven days.(..)9. CHOICE OF LAW AND DISPUTES9.1 The Parties acknowledge and agree that this Agreement shall be governed by the laws of India. (..) If the dispute may not be resolved by way of negotiations, the dispute will be resolved by arbitration in accordance with the provisions of Arbitration and Conciliation Act, 1996 and governed by Indian law. The award of the arbitrator (..) shall be final and filed in the appropriate court in India.


1.8.
Vanaf het moment dat [verzoeker] is gedetacheerd is zijn loon betaald door Tata NL.


1.9.
Op 18 december 2020 is de Deputation overeenkomst met [verzoeker] voor de vijfde keer verlengd, tot 27 januari 2023. In alle verlengingsovereenkomsten is bepaald:(..) We herewith confirm that your Deputation assignment is further extended till (..). (..)All other terms and conditions agreed upon in the Deputation agreement dated (..) shall remain unchanged and remain in force for the duration of this extended period from (..) to (..).


1.10.

[verzoeker] heeft in september 2021 het Nederlands staatsburgerschap verkregen.


1.11.
Na 27 januari 2023 is de Deputation overeenkomst niet meer verlengd. [verzoeker] heeft zijn werkzaamheden op dezelfde manier voortgezet, waarbij hij nieuwe opdrachten kreeg van Tata NL. Het salaris en de toeslagen zijn onveranderd doorbetaald door Tata NL.


1.12.
De laatste opdracht van [verzoeker] liep af op 30 juni 2025. [verzoeker] heeft daarna nog enkele werkzaamheden verricht en vervolgens (na goedkeuring) vakantie opgenomen van 11 juli tot 7 augustus 2025.


1.13.
Bij e-mail van 29 juli 2025 heeft [naam 4] van HR aan [verzoeker] bericht:(..)This is regarding your onshore (Amsterdam) Deputation. As we understand you are on Deputation at TSC Amsterdam, and your base contract is with TSC India. Since you do not have assignment at TSC Amsterdam now (allocation end date 30-Jun-2025), your onsite Deputation needs to be ended ASAP, and you need to report to India since you are not on any active project in Amsterdam. As you are on leave and returning on 7th Aug, please raise Travel request in system and revert. (..).


1.14.

[verzoeker] heeft bij e-mail van de volgende dag hiertegen bezwaar gemaakt, daarvoor verschillende redenen genoemd en gevraagd om in contact met “RMG” te komen om passende lokale mogelijkheden te onderzoeken, waarbij [verzoeker] openstond om over te gaan op een Nederlandse arbeidsovereenkomst.


1.15.
Bij e-mail van 5 september 2025 heeft [naam 5] van Europe Resource Management Group de Deputation overeenkomst beëindigd omdat [verzoeker] weigerde terug te keren naar India.


1.16.

[verzoeker] heeft daartegen meerdere keren bezwaar gemaakt en zich beschikbaar gehouden voor werkzaamheden.


1.17.
In september 2025 heeft [verzoeker] zijn salaris deels op zijn Nederlandse en deels op zijn Indiase bankrekening ontvangen. Het salaris is niet volledig voldaan en ook extra vergoeding tot een bedrag van € 3.060,- is niet betaald.


1.18.
Bij e-mail van 4 oktober 2025 is [verzoeker] meegedeeld dat zijn salaris werd stopgezet en de toegang tot het TSC-netwerk werd beperkt.




Het geschil
2. [verzoeker] verzoekt als voorlopige voorziening:a. voor de duur van het geding Tata NL dan wel Tata Limited te veroordelen tot betaling van het salaris van € 1.700,66 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de toeslagen van € 3.060,- netto per maand, vanaf 1 september 2025 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, eveneens te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente;b. voor de duur van het geding Tata NL dan wel Tata Limited te gelasten de standplaatswijziging van [verzoeker] in het HR-systeem ongedaan te maken, het reisverzoek in te trekken en hem in staat te stellen de bedongen werkzaamheden in Nederland te verrichten, een en ander op straffe van een dwangsom.Verder verzoekt [verzoeker] primair:c. te verklaren voor recht dat tussen Tata NL en [verzoeker] een arbeidsovereenkomst bestaat ex artikel 7:610 BW;d. de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 5 september 2025 voor zover vereist te vernietigen;e. Tata NL te veroordelen tot doorbetaling van het salaris zoals onder a. weergegeven;f. Tata NL te veroordelen tot betaling van het achterstallig vakantiegeld van € 8.163,17 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente;g. Tata NL te verplichten [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van de beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden in Nederland, tot dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, een en ander op straffe van een dwangsom;Subsidiair verzoekt [verzoeker] :h. te verklaren voor recht dat tussen Tata NL en [verzoeker] een payrollovereenkomst bestaat ex artikel 7:692 BW;i. de opzegging van de payrollovereenkomst per 5 september 2025 voor zover vereist te vernietigen;j. Tata NL te veroordelen tot doorbetaling van het salaris zoals onder a. weergegeven;k. Tata NL te veroordelen tot betaling van het achterstallig vakantiegeld zoals onder f. weergegeven;l. Tata NL te verplichten [verzoeker] tot de overeengekomen werkzaamheden toe te laten zoals onder g. weergegeven.Meer subsidiair verzoekt [verzoeker] :m. te verklaren voor recht dat op grond van artikel 8 Rome-I de dwingendrechtelijke bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn op de arbeidsovereenkomst tussen Tata Limited en [verzoeker] ;n. de opzegging van de Deputation overeenkomst per 5 september 2025 te vernietigen;o. Tata Limited te veroordelen tot doorbetaling van het salaris, verder zoals onder a. weergegeven;p. Tata Limited te veroordelen tot betaling van het achterstallig vakantiegeld zoals verder onder f. weergegeven;q. Tata Limited te verplichten [verzoeker] tot de overeengekomen werkzaamheden toe te laten, verder zoals onder g. weergegeven;alles met veroordeling van Tata NL dan wel Tata Limited tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen en de proceskosten.
3. [verzoeker] stelt daartoe dat hij de afgelopen tien jaar structureel ten behoeve van en onder gezag van Tata NL werkzaamheden heeft verricht waarvoor Tata NL loon heeft betaald, zodat zij materieel werkgever van [verzoeker] is en dus ex artikel 7:610 BW sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen hem en Tata NL. Bovendien is de detacheringsovereenkomst per 27 januari 2023 geëindigd en niet meer verlengd, zodat in ieder geval daarná tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond. [verzoeker] wijst er onder meer op dat hij al die tijd zijn opdrachten en instructies van Tata NL kreeg, hij zij-aan-zij met zijn collega’s van Tata NL aan projecten van klanten werkte op locaties in Nederland of vanaf kantoor in Nederland, hij meer dan tien jaar loon in euro’s ontving van Tata NL op een Nederlandse bankrekening met Tata NL als werkgever vermeld op de loonstrook, inkomstenbelasting en sociale premies zijn afgedragen, hij Nederlands staatsburger is, eigenaar van een woning, zijn kinderen hier naar school gaan, hij hier aangifte inkomstenbelasting doet, AOW-rechten opbouwt, een Nederlandse ziektekostenverzekering heeft en verzekerd is voor sociale zekerheid. De instructie om terug te keren naar India is geen redelijk verzoek nu [verzoeker] al zo lang in Nederland werkt en hij en zijn gezin hier zijn geworteld. Hij heeft dan ook recht op loon.
4. Voor zover de Deputation overeenkomst niet is geëindigd en opgevolgd door een arbeidsovereenkomst met Tata NL, stelt [verzoeker] dat sprake is van intra-concern detachering, die gelijk moet worden gesteld met de payrollovereenkomst in de zin van artikel 7:692 BW. Ook dan heeft [verzoeker] recht op doorbetaling van loon.

5. Het voorgaande leidt bovendien tot de conclusie dat Nederland het zogenaamde gewoonlijk werkland is van [verzoeker] maar ook dat er geen nauwere band bestaat met een ander land. Op grond van artikel 8 Rome-I is dan Nederlands recht van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Voor zover nog een detacheringsovereenkomst met Tata Limited zou bestaan zijn eveneens de dwingendrechtelijke bepalingen van Nederlands recht van toepassing, nu daarvan niet kan worden afgeweken met een rechtskeuze door partijen.
6. Verweerders voeren verweer tegen (onder meer) het bestaan van een arbeidsovereenkomst met Tata NL en stellen dat Tata Limited nog steeds de werkgever van [verzoeker] is. In de kern komt het verweer er op neer dat op grond van de (volgens verweersters na januari 2023 stilzwijgend verlengde) Deputation overeenkomst sprake was van een tijdelijke detachering van [verzoeker] door Tata Limited bij Tata NL, dat op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst Indiaas recht van toepassing is en de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Er is namelijk gekozen voor arbitrage in India bij geschillen over de uitvoering van op de tussen partijen gesloten Deputation overeenkomst. Op dit verweer zal hierna waar nodig verder worden ingegaan.
7. Voor zover geoordeeld zou worden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met Tata NL, verzoekt Tata NL [verzoeker] op grond van 6:203 lid 2 BW te veroordelen tot terugbetaling van € 32.547,35 althans een pro rata bedrag berekend vanaf de dag dat volgens de kantonrechter sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en Tata NL, alles met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.
8. Als wordt geoordeeld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en Tata NL, dan is er vanaf dat moment volgens Tata NL geen grond voor de betalingen die zijn gedaan ten behoeve van zijn zorgverzekering en de internationale schoolkosten van zijn kinderen, gedaan conform de expatregelingen. Er is dan dus sprake van onverschuldigde betaling sinds februari 2015, die Tata NL terugvordert.
9. [verzoeker] voert hiertegen verweer, waarop hierna zal worden ingegaan, voor zover relevant.



Beoordeling

10. De verzoeken en tegenverzoeken hangen zodanig samen dat zij tegelijkertijd worden behandeld.
10. [verzoeker] beroept zich primair op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen hem en Tata NL. Wanneer wordt vastgesteld dat de Deputation overeenkomst met Tata Limited niet langer van toepassing is voor [verzoeker] en dat [verzoeker] (inmiddels) zijn werkzaamheden verrichtte voor Tata NL op basis van een arbeidsovereenkomst, kan Tata Limited zich niet meer beroepen op het arbitragebeding van artikel 9 van de Deputation overeenkomst of de arbitrage clausule in de Service Agreement. In dat geval is de kantonrechter ex artikel 93c en 100 Rv bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Daarom zal eerst worden beoordeeld of er tussen [verzoeker] en Tata NL een arbeidsovereenkomst bestaat.
10. De vraag komt er in wezen op neer of Tata NL op enig moment niet alleen de economisch werkgever van [verzoeker] was op basis van de inleenovereenkomst die verweersters hebben afgesloten, maar feitelijk de juridisch werkgever is geworden. Of dit zo is moet worden beoordeeld aan de hand van alle feiten en omstandigheden van het geval.

13. [verzoeker] is vanaf 8 februari 2015 meer dan tien jaar onafgebroken door Tata NL bij haar (veelal Nederlandse) klanten ingezet. Hij is daartoe, initieel op grond van een Deputation overeenkomst voor de duur van twee jaar, medio februari 2015 met zijn gezin naar Nederland verhuisd en heeft sindsdien onafgebroken in (en vanuit) Nederland gewerkt en gewoond. De eerste Deputation overeenkomst is telkens schriftelijk door middel van een ook door [verzoeker] getekende overeenkomst verlengd voor het einde van de daaraan voorafgaande periode, tot achtereenvolgens 7 februari 2019, 7 februari 2020, 31 juli 2020, 27 januari 2021 en tot slot tot 27 januari 2023. Daarna hebben Tata Limited en [verzoeker] geen nieuwe schriftelijke Deputation overeenkomst meer gesloten. Steeds is expliciet opnieuw een bepaalde periode overeengekomen. In de oorspronkelijke Deputation overeenkomst uit 2015 is in artikel 1.1 vermeld dat [verzoeker] tijdelijk en voor een vaste termijn werkzaam zou zijn en voorts is (in dikgedrukte letters) een begin- en einddatum vermeld. Daarnaast is in de Deputation overeenkomst bepaald dat Tata Limited deze overeenkomst vóór de einddatum kan verlengen. In de getekende overeenkomsten tot verlenging van de Deputation overeenkomst is opgenomen dat de voorwaarden en condities zoals overeengekomen in de Deputation overeenkomst onveranderd waren en van kracht bleven gedurende de verlengde periode en is expliciet de einddatum van de verlenging genoemd.

14. Volgens de tekst van de laatste getekende verlenging van de Depuatation overeenkomst is die overeenkomst op 27 januari 2023 geëindigd. [verzoeker] is ook daarna zonder onderbreking voor Tata NL vanuit Nederland blijven doorwerken. Daarbij heeft hij al die tijd (alleen) opdrachten gekregen van Tata NL, was hij ingebed in de werkorganisatie van Tata NL - hij werkte zij aan zij met zijn collega’s van Tata NL op werklocaties in Nederland - en werd door haar betaald. Vanaf 2020 gold voor [verzoeker] niet langer de expat-regelgeving van maximaal vijf jaar, op grond waarvan Tata NL maximaal 30% van het loon belastingvrij mocht uitbetalen en heeft [verzoeker] AOW rechten opgebouwd in Nederland. [verzoeker] is in 2021 genaturaliseerd tot Nederlander, waarbij hij zijn Indiase nationaliteit is verloren.

15. Volgens verweersters is na januari 2023 (tot 5 september 2025) niets gewijzigd in de detacheringsconstructie, ook al was de laatste schriftelijke Deputation overeenkomst afgelopen. [verzoeker] is volgens verweersters zijn werkzaamheden in Nederland blijven verrichten in de context van de detachering. Tata Limited heeft [verzoeker] ook na januari 2023 toegestaan zijn werkzaamheden bij Tata NL voort te zetten, zonder van hem te verlangen dat hij terugkeerde naar India.

16. Kennelijk stellen verweersters zich hiermee op het standpunt dat de Deputation overeenkomst onder dezelfde voorwaarden stilzwijgend is voortgezet.
Hoewel ten aanzien van een arbeidsovereenkomst in artikel 7:668 lid 4 BW is bepaald dat deze wordt geacht voor dezelfde tijd op de vroegere voorwaarden te zijn verlengd, als die door partijen zonder tegenspraak is voortgezet na het verstrijken van de bepaalde tijd, is niet toegelicht waarom dit ook geldt met betrekking tot deze Deputation overeenkomst. De enkele omstandigheid dat [verzoeker] maandelijks (sinds 2020 gebruteerde) kostenvergoedingen is blijven ontvangen, is op zichzelf niet voldoende om op grond daarvan te concluderen dat de Deputation overeenkomst is voortgezet. Dit geldt te meer nu door verweersters niet is betwist dat het salaris, aangevuld met de maandelijkse vergoeding, niet significant afwijkt van het salaris dat bij Tata NL aan werknemers met soortgelijke werkervaring, taken en verantwoordelijkheden wordt uitbetaald. Ook de omstandigheid dat [verzoeker] de schoolkosten voor zijn kinderen na januari 2023 heeft gedeclareerd betekent nog niet dat alleen al daarom de Deputation overeenkomst stilzwijgend is voortgezet.

17. Na afloop van de laatste verlenging van de Deputation overeenkomst op 27 januari 2023 heeft Tata NL, net als de acht jaar daarvoor, de uit te voeren opdrachten en te volgen instructies aan [verzoeker] verstrekt. [verzoeker] dient al vanaf 2015 alleen aan Tata NL verantwoording af te leggen en moet bij Tata NL verlof aanvragen. In de tussen Tata Limited en Tata NL gesloten inleenovereenkomst, waarin is bepaald dat Tata NL de economische werkgever van gedetacheerde werknemers is, wordt Tata NL het volledige beheer en de volledige controle over de gedetacheerde werknemer toebedeeld, de gedetacheerde werknemer wordt ook uitsluitend aan Tata NL ter beschikking gesteld en deze werknemers zijn (alleen) verantwoording verschuldigd aan Tata NL, aldus de overeenkomst. Dat [verzoeker] sinds zijn vertrek naar Nederland in 2015 vanuit India nog instructies, opdrachten of inkomsten heeft ontvangen is gesteld noch gebleken. Het enige contact dat er is geweest lijkt te hebben gezien op het tekenen van de achtereenvolgende verlengingen van de Deputation overeenkomst, waarvan de laatste is getekend in 2020. Dat aan de bepaling in de Deputation overeenkomst dat [verzoeker] en Tata Limited ‘een organische relatie’ onderhouden op enigerlei wijze invulling is gegeven gedurende de afgelopen jaren - of nog specifieker sinds het aflopen van de laatste Deputation overeenkomst - is evenmin gesteld of gebleken. Het enkele feit dat aan [verzoeker] op 26 april 2023 en op 7 juni 2024 de mailing is gestuurd waarin de Annual Compensation bekend werd gemaakt door Tata Limited maakt dat niet anders, nu in de betreffende brieven (productie 5 bij het verweerschrift) ook staat: ”Please note, that the above details are specific to India and are subject to change in case of long-term deputation on international assignments, if any”.

18. Op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden concludeert de kantonrechter dat de Deputation Overeenkomst op 27 januari 2023 is geëindigd en dat Tata NL in ieder geval vanaf dat moment (ook) in juridische zin (ex artikel 7:610 BW) is aan te merken als werkgever van [verzoeker] . [verzoeker] heeft zich immers (ook) na 27 januari 2023 verbonden om onder het gezag van Tata NL, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Na het aflopen van de laatste Deputation overeenkomst in januari 2023 kon Tata Limited geen rechten meer ontlenen aan artikel 4.1 van die overeenkomst, waarin onder meer is bepaald dat na de detachering het dienstverband zou continueren in thuisland India.

19. Geheel los van het aflopen van de laatste verlenging van de Deputation overeenkomst op 27 januari 2023, is nog relevant dat [verzoeker] nimmer is aangekondigd dat de Deputation binnenkort zou aflopen, dan wel dat hij er steeds rekening mee moest houden dat hij zou worden teruggezonden. Het initieel tijdelijke karakter van de detachering is door de lange duur van die detachering feitelijk een permanente situatie geworden. Verweersters hebben ter zitting verklaard dat de gemiddelde detachering bij Tata NL ongeveer vijf jaar tot acht jaar duurt en dat tien jaar een uitzondering betreft. Door verweerders is geen objectieve verklaring gegeven voor het feit dat de Deputation overeenkomst tot 2020 telkens is verlengd waardoor [verzoeker] inmiddels al ruim tien jaar voor Tata NL werkt. Van [verzoeker] kon door verweersters op grond van alle feiten en omstandigheden ook in redelijkheid niet worden gevraagd na meer dan tien jaar onafgebroken te hebben gewerkt voor Tata NL in Nederland definitief naar India terug te keren. Dat in de zomer van 2025 geen nieuwe opdracht voor [verzoeker] bij Tata NL voorhanden was is niet onderbouwd en ook niet waarschijnlijk, gelet op het grote aantal werknemers in Nederland, waarvan ter zitting is verklaard dat daarvan ongeveer 1.600 mensen op basis van een Deputation- of soortgelijke overeenkomst werken en ongeveer 800 mensen op basis van een (Nederlandse) arbeidsovereenkomst.

20. De slotsom is dat vanaf 27 januari 2023 een arbeidsovereenkomst bestaat tussen [verzoeker] en Tata NL. De kantonrechter is dan bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Omdat de Deputation overeenkomst is afgelopen zijn de daarin opgenomen keuze voor Indiaas recht en de arbitragebedingen niet langer van toepassing. De arbeidsovereenkomst tussen Tata NL en [verzoeker] wordt, gelet op de plaats waar de werkzaamheden gewoonlijk worden uitgeoefend, te weten de vestigingsplaats van Tata NL, beheerst door Nederlands recht.

21. Niet valt in te zien dat de opzegging op 5 september 2025 door Tata Limited van de niet verlengde Deputation overeenkomst (ook) als opzegging van de inmiddels tussen Tata NL en [verzoeker] ontstane arbeidsoverkomst geldt, zodat die overeenkomst onverkort doorloopt en het salaris zoals dat sinds het einde van de Deputation overeenkomst is betaald in beginsel dient te worden doorbetaald, vermeerderd met 8% vakantiegeld. Hierover is de wettelijke verhoging verschuldigd, zij het dat de kantonrechter aanleiding ziet deze te beperken tot 25%. Niettemin zal vernietiging van de opzegging van 5 september 2025 voor zover vereist worden toegewezen, nu niet betwist is dat [verzoeker] daar (op enig moment) een belang bij kan hebben.

22. De vordering tot wedertewerkstelling bij Tata NL zal worden toegewezen, zij het op een termijn van dertig dagen, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 150,00 per werkdag dat [verzoeker] niet in staat wordt gesteld zijn werkzaamheden voor Tata NL te hervatten. De dwangsom word gemaximeerd op een bedrag van € 30.000,00.

23. Door verweersters is gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering tot uitbetaling van vakantiegeld over het tot september 2025 ontvangen maandelijkse salaris van € 1.700,66 netto, inhoudende dat het salaris hoog genoeg is om op grond van artikel 16 lid 5 Wet minimum loon overeen te kunnen komen dat het vakantiegeld in het loon is verdisconteerd. Door [verzoeker] is aangevoerd dat dit juist is ten aanzien van de Living- en Housing Allowances maar dat in het oorspronkelijk overeengekomen loon van € 1.700,66 netto per maand geen vakantiegeld overeen is gekomen. Nu niet is gebleken dat over dat gedeelte van het loon vakantiegeld is betaald zal de vordering van € 8.163,17 netto worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 10%, omdat het niet alleen aan verweersters kan worden tegengeworpen dat dit punt nu pas aan de orde is.

24. [verzoeker] heeft in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv verzocht. Omdat in deze beschikking over het gehele geschil wordt beslist, heeft [verzoeker] bij dit verzoek geen belang meer. Dit verzoek wordt derhalve afgewezen.

25. Tata NL heeft bij wijze van (subsidiair) tegenverzoek verzocht [verzoeker] te veroordelen tot terugbetaling van de sinds 2021 uitbetaalde vergoeding voor schoolgeld van € 27.366,50. Tot januari 2023 waren die fees onderdeel van de expatregeling voor werknemers die “are deputed to Netherlands on long-term (181 days or more) international assignment”. Nu [verzoeker] standpunt wordt gevolgd dat hij in ieder geval vanaf januari 2023 niet langer is aan te merken als een expat, die op een lange termijn detachering in Nederland verblijft, heeft hij als gevolg daarvan geen aanspraak op de door hem aangevraagde vergoeding van de schoolkosten over de jaren 2023, 2024 en 2025. Volgens de als productie 16 bij het verweerschrift overgelegde ‘claim request’ heeft [verzoeker] over die periode twee keer een bedrag van € 2.646,00 en drie keer een bedrag van € 2.765,50 gevraagd en uitbetaald gekregen. Dat is in totaal € 13.588,50. Dat bedrag zal worden toegewezen nu [verzoeker] , gelet op zijn eigen standpunt in deze zaak, daar geen aanspraak op kon maken.

26. Door verweersters wordt bij wijze van subsidiair tegenverzoek ook een bedrag van € 5.180,85 gevorderd met betrekking tot aan [verzoeker] uitgekeerde bedragen ter tegemoetkoming van de kosten voor de zorgverzekering, voor zover uitbetaald vanaf 2024. Deze vordering zal worden afgewezen nu niet vast is komen te staan dat dit bedrag is uitbetaald als een expat-vergoeding, te meer nu ook in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst met Tata Limited staat dat ziektekosten worden vergoed. Het is aan Tata NL om na het einde van de Deputation overeenkomst een redelijk voorstel aan [verzoeker] te doen over aanpassingen van de verschillende aan [verzoeker] te betalen (kosten) vergoedingen, rekening houdend met het salaris dat andere “lokale” werknemers verdienen voor soortgelijk werk met soortgelijke ervaring. Tata NL kan geen aanspraak maken op terugbetaling van reeds betaalde bedragen. Tata NL heeft overigens niet betwist dat het netto salaris van vergelijkbare collega’s niet veel afwijkt van hetgeen [verzoeker] in totaal ontving, met uitzondering van het schoolgeld.

27. Nu Tata NL grotendeels in het ongelijk is gesteld wordt zij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] .



BESLISSING

De kantonrechter:


op de verzoeken van [verzoeker] :



verklaart voor recht dat tussen Tata NL en [verzoeker] een arbeidsovereenkomst bestaat ex artikel 7:610 BW;



vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 5 september 2025 voor zover vereist;



veroordeelt Tata NL te betalen aan [verzoeker] het maandelijks salaris vanaf 1 september 2025 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst van € 1.700,66 netto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, en € 3.060,00 netto aan toeslagen, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 25% en met de wettelijke rente, te berekenen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid;


veroordeelt Tata NL [verzoeker] uiterlijk binnen 10 dagen na betekening van de beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden in Nederland, tot dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, een en ander op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag, welke dwangsom wordt gemaximeerd op een bedrag van € 30.000,00;


wijst het meer of anders verzochte af;

op de verzoeken van Tata NL/Tata Limited:




veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 13.588,50 aan Tata NL;



wijst het meer of anders verzochte af;


op beide verzoeken:




veroordeelt verweersters in de proceskosten die aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot worden op € 732,00 aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris van de gemachtigde en € 67,50 aan nakosten, voor zover van toepassing inclusief btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als verweersters niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;



verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, bijgestaan door mr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.



Op verzoek van [verzoeker] , gehoord hebbende verweersters, vult de kantonrechter het dictum van de beschikking aan met punt III.a:

III.a veroordeelt Tata NL te betalen aan [verzoeker] het achterstallig vakantiegeld van € 8.163,17 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10%;
Deze verbetering is uitgesproken door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, ter openbare zitting van 17 maart 2026, in aanwezigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak