|
|
|
| ECLI:NL:RBOVE:2026:1676 | | | | | Datum uitspraak | : | 31-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 07-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Overijssel | | Zaaknummers | : | C/08/346170 / KG ZA 26-74 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Eisers hebben van gedaagde een woning gekocht. De kantonrechter heeft op 2 maart 2026 machtiging aan de bewindvoerder van gedaagde verleend om de woning te verkopen en te leveren onder voorwaarde dat er voor de levering vervangende woonruimte beschikbaar is voor gedaagde. Inmiddels is gebleken dat voor gedaagde vervangende woonruimte beschikbaar is. De voorzieningenrechter heeft onder meer geoordeeld dat de bewindvoerder de akte van levering moet ondertekenen en dat zij de woning leeg en ontruimd aan eisers ter beschikking moet stellen. Ook gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning. De bewindvoerder wordt in de proceskosten veroordeeld. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | koopovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/346170 / KG ZA 26-74
Vonnis in kort geding van 31 maart 2026
in de zaak van
1 [eiseres] ,
wonende te [woonplaats 1] ,2. [eiser],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. R.F. Kötter,
tegen
1. [bewindvoerder] , handelend onder de naam [bedrijf 1], in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
2. [gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden,
niet verschenen.
1De zaak in het kort
1.1.
[eisers] hebben van [gedaagde] een woning gekocht. De kantonrechter heeft op 2 maart 2026 machtiging aan de bewindvoerder van [gedaagde] verleend om de woning te verkopen en te leveren onder voorwaarde dat er voor de levering vervangende woonruimte beschikbaar is voor [gedaagde] .
1.2.
Inmiddels is gebleken dat voor [gedaagde] vervangende woonruimte beschikbaar is. De voorzieningenrechter heeft onder meer geoordeeld dat de bewindvoerder de akte van levering moet ondertekenen en dat zij de woning leeg en ontruimd aan [eisers] ter beschikking moet stellen. Ook [gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning. De bewindvoerder wordt in de proceskosten veroordeeld.
2De procedure
2.1.
De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de dagvaardingen.
2.2.
Vervolgens heeft op 31 maart 2026 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren [eisers] aanwezig, bijgestaan door mr. R.F. Kötter. Gedaagden zijn niet verschenen; tegen hen is verstek verleend.
2.3.
Vervolgens is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[gedaagde] is eigenaar van de woning aan [adres] (hierna: de woning).
3.2.
Bij beschikking van 11 september 2024 is [gedaagde] onder bewind gesteld.
3.3.
Op 22 juli 2025 hebben [eisers] een koopovereenkomst voor de woning ondertekend. Op 15 januari 2026 is de koopovereenkomst door de bewindvoerder ondertekend.
3.4.
Aangezien [gedaagde] weigerde de bewindvoerder toestemming te geven de woning te verkopen en te leveren, is de kantonrechter verzocht een machtiging daartoe te verlenen.
3.5.
Bij beschikking van 2 maart 2026 heeft de kantonrechter het verzoek voor verkoop en levering van de woning toegewezen, onder de voorwaarde dat er vóór de levering vervangende woonruimte beschikbaar is voor [gedaagde] .
3.6.
De gemeentelijke woningstichting heeft [gedaagde] een woning ter beschikking gesteld, waar hij per direct in kan.
3.7.
[gedaagde] wil de woning niet verlaten.
4Het geschil
4.1.
[eisers] vorderen in de dagvaarding kort gezegd:
primair:
veroordeling van gedaagden om binnen drie werkdagen mee te werken aan levering van de woning en de woning leeg en ontruimd, vrij van aanspraken tot gebruik, ter beschikking te stellen aan [eisers] , onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag (of gedeelte daarvan) met een maximum van € 100.000,-;
dat de kantonrechter bepaalt dat als gedaagden niet verschijnen of tekenen, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in de plaats zal treden van de akte van levering, alsmede van alle overige tot levering vereiste medewerking;
veroordeling van [gedaagde] om de woning te ontruimen, onder bevel dat bij gebreke van vrijwillige ontruiming, de ontruiming met behulp van de sterke arm zal worden bewerkstelligd;
subsidiair
voor het geval (een deel van) de vorderingen onder a), b) en c) niet worden toegewezen, [eisers] te machtigen om op kosten en voor risico van [gedaagde] als verkoper alle feitelijke handelingen te (doen) verrichten die nodig zijn om de verkoop en levering te effectueren, met bepaling dat het vonnis in de plaatst treedt van de voor levering vereiste rechtshandelingen;
primair en subsidiair
gedaagden te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
In de spreekaantekeningen – die tijdens de mondelinge behandeling door de advocaat van [eisers] zijn voorgedragen – hebben [eisers] hun vorderingen gewijzigd. Kort gezegd:
worden de vorderingen onder a) en b) (in iets andere bewoordingen met dezelfde strekking) alleen nog ten aanzien van de bewindvoerder gevorderd;
wordt de vordering onder c) niet alleen ten aanzien van [gedaagde] , maar ook ten aanzien van de bewindvoerder gevorderd;
vorderen [eisers] dat zij op de voet van artikel 3:299 BW worden gemachtigd om, als de bewindvoerder (gedeeltelijk) in gebreke blijft met de (ontruimde) oplevering en/of het ontruimd houden, zij op kosten en voor risico van de bewindvoerder zelf mogen (laten) doen hetgeen nodig is om de ontruiming en het ontruimd houden te bewerkstelligen, waaronder:
- het inschakelen van een gerechtsdeurwaarder, een ontruimingsbedrijf en een slotenmaker,
- het (doen) vervangen van sloten;
- het (doen) verwijderen, opslaan en afvoeren van roerende zaken met inachtneming van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv);
- het vorderen van de vereiste medewerking van derden die onder verantwoordelijkheid van de bewindvoerder handelen, met bepaling dat de kosten door de bewindvoerder moeten worden voldaan;
- dat het ontruimingsbevel ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de onroerende zaak bevindt of daar binnentreedt, en telkens wanneer dat zich voordoet, tot één jaar na de dag van de uitspraak;
wordt de vordering tot vergoeding van de proceskosten alleen nog ten aanzien van de bewindvoerder gevorderd;
wordt wettelijke rente gevorderd over de proceskosten.
4.3.
[eisers] voeren daartoe aan dat zij een spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorlopige voorzieningen, omdat zij hun eigen woning uiterlijk op 7 april 226 moeten ontruimen en zij bij niet-tijdige ontruiming boetes riskeren. Daarnaast moeten zij per 7 april 2026 een gehuurde/gebruikte hal (met daarin circa 70 motoren) ontruimen.
Er is inmiddels vervangende woonruimte beschikbaar voor [gedaagde] . Hij kan beschikken over een tot bewoning ingerichte stacaravan, die gelegen is op het terrein van zijn ouders. Daarnaast heeft de gemeentelijke woningstichting hem een woning ter beschikking gesteld, die hij per direct zou kunnen betrekken.
5De beoordeling
5.1.
De voorzieningenrechter heeft aan de hand van de betekende dagvaarding geconstateerd dat gedaagden correct zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de voorzieningenrechter tegen gedaagden verstek verleend.
5.2.
Er is voldoende gebleken dat eisers een spoedeisend belang hebben bij de door hen gevorderde voorzieningen.
5.3.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
5.4.
[eisers] hebben hun eis tijdens de mondelinge behandeling gewijzigd. De wijzigingen onder i. en iv. betreffen verminderingen van eis en worden toegelaten en beoordeeld.
5.5.
Voor zover de wijziging een vermeerdering van eis betreft, wordt dit niet toegelaten. Een vermeerdering van eis is immers niet toegestaan als – zoals in dit geval – gedaagden niet zijn verschenen tijdens deze zitting. De vordering onder iii. wordt – los van de vraag of een deel daarvan niet reeds uit de wet voortvloeit dan wel niet al in de andere vorderingen ligt besloten – om die reden afgewezen.
5.6.
De wijzigingen onder ii. en v. worden hieronder behandeld.
5.7.
Aangezien is gebleken dat vervangende woonruimte voor [gedaagde] beschikbaar is, wordt de bewindvoerder veroordeeld mee te werken aan de levering van de woning.
5.8.
[eisers] vorderen dat de woning ‘vrij van aanspraken tot gebruik’ ter beschikking wordt gesteld. Het is de voorzieningenrechter niet bekend of er aanspraken tot gebruik van de woning zijn (die bij verkoop op de woning blijven rusten). De voorzieningenrechter kan daarom niet oordelen dat de woning vrij van de genoemde aanspraken ter beschikking moet wordt gesteld. Dit gedeelte van de vordering wijst de voorzieningenrechter daarom af. Wel wordt de bewindvoerder veroordeeld er zorg voor te dragen dat de woning leeg en ontruimd aan [eisers] ter beschikking wordt gesteld.
5.9.
De vordering onder c), tot ontruiming van de woning, was in eerste instantie (in de dagvaarding) alleen ten aanzien van [gedaagde] gevorderd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisers] haar eis gewijzigd en ook veroordeling van de bewindvoerder daartoe gevorderd (wijziging ii.). Dit betreft geen eisvermeerdering, omdat de vordering tot ontruiming ten aanzien van de bewindvoerder al in de vordering (ook tegen de bewindvoerder) onder a) besloten lag (zie ook rechtsoverweging 5.8). Aangezien de vordering al in de vordering onder a) besloten ligt en deze vordering wordt toegewezen, hoeft de (door ii. gewijzigde) vordering onder c) ten aanzien van de bewindvoerder niet meer te worden toegewezen. Deze wijst de voorzieningenrechter daarom af.
5.10.
Het gevorderde bevel dat bij gebreke van vrijwillige ontruiming, de ontruiming op de voet van artikel 555 e.v. Rv, zo nodig met behulp van de sterke arm, zal worden bewerkstelligd, zal worden afgewezen omdat zij overbodig is. Als de woning niet vrijwillig wordt ontruimd, kan die namelijk al op grond van de wet (artikel 556 lid 1 Rv) worden bewerkstelligd via een deurwaarder. De deurwaarder heeft geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de sterke arm in te roepen.
5.11.
De subsidiaire vordering is niet opgenomen in het gewijzigde petitum dat tijdens de mondelinge behandeling is voorgedragen. Voor zover de subsidiaire vordering toch niet zou zijn ingetrokken, wordt daar niet aan toegekomen. De vorderingen onder a), b) en c) worden immers (nagenoeg geheel) toegewezen.
5.12.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld. De voorzieningenrechter zal de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , veroordelen in de proceskosten van [eisers]
De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,74
- griffierecht
€
341,00
- salaris advocaat
€
760,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.446,74
5.13.
De veroordeling tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten is pas tijdens de mondelinge behandeling (wijziging v.) gevorderd. Aangezien een eisvermeerdering op dat moment niet meer mogelijk was, wordt deze vordering afgewezen.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de juridische en feitelijke levering van de onroerende zaak gelegen aan [adres] (hierna: de onroerende zaak) aan [eisers] , door te verschijnen bij de notaris ( [bedrijf 2] te [vestigingsplaats 2] ) op een door de notaris nader te bepalen passeerdatum om de akte van levering te ondertekenen;
6.2.
veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , zorg te dragen dat de onroerende zaak uiterlijk op de dag van passeren leeg en ontruimd, aan [eisers] ter beschikking wordt gesteld, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de bewindvoerder in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,-;
6.3.
bepaalt dat als de bewindvoerder nalaat te verschijnen of te tekenen, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaringen en handtekeningen van verkoper (bewindvoerder en, voor zover vereist, [gedaagde] ) voor het passeren van de akte van levering, alsmede voor alle overige tot levering vereiste medewerking;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] om de onroerende zaak binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis leeg en ontruimd op te leveren en ontruimd te houden, met afgifte van alle sleutels aan de notaris en/of [eisers] ;
6.5.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van [eisers] , tot op heden begroot op € 1.446,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026. (JK)
Artikel 130 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|