|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:7195 | | | | | Datum uitspraak | : | 26-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 10-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/696611 / KG ZA 25-12 C/09/696611 / KG ZA 25-12 | | Rechtsgebied | : | Aanbestedingsrecht | | Indicatie | : | Kort geding. Europese openbare aanbestedingsprocedure. Inschrijving eiseres is terecht terzijde gelegd. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696611 / KG ZA 25-1273
Vonnis in kort geding van 26 maart 2026
in de zaak van
MATREGENIX INCORPORATION te Mission Viejo, California, Verenigde Staten van Amerika,
eiseres,
advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. I. de Jong te Amsterdam,
tegen:
STICHTING WETSUS, EUROPEAN CENTRE OF EXCELLENCE FOR SUSTAINABLE WATER TECHNOLOGY te Leeuwarden,
gedaagde,
advocaten mr. M. de Wijs en mr. A.H.C. van Druten te Leiden.
Partijen worden hierna ‘Matregenix’ en ‘Wetsus’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 december 2025;
- de akte houdende overlegging producties van Matregenix, met producties 1 tot en met 21;
- de akte houdende overlegging nadere producties van Matregenix, met producties 22 en 23;
- de akte houdende overlegging nadere producties van Matregenix, met productie 24;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 13.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 5 maart 2026. Namens partijen zijn de standpunten toegelicht, mede aan de hand van overgelegde pleitnota’s. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten
Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Wetsus is een Europees kenniscentrum voor duurzame watertechnologie. Begin 2025 heeft Wetsus een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering en het onderhoud van een zogenoemde electrospinner: een labaratoriumapparaat waarmee door middel van een elektrisch veld polymeren (kunststofdeeltjes of -draden) kunnen worden omgezet in nanovezels. Doel van de aanbestedingsprocedure is om voor een maximale waarde van € 405.000,- een electrospinner te leveren en te onderhouden voor een looptijd van vijf jaar.
2.2.
De aanbestedingsprocedure en de eisen van de opdracht zijn nader omschreven in het ‘descriptive document’ (hierna: het Beschrijvend Document) met bijbehorende bijlagen, waaronder ‘attachment 2’ met eisen (hierna: Bijlage 2).
2.3.
De opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving, die wordt vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding (paragraaf 5.2.1 Beschrijvend Document). De inschrijvingen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie bestaande uit vier leden (paragraaf 5.4 Beschrijvend Document).
2.4.
In paragraaf 5.1 van het Beschrijvend Document is toegelicht hoe de inschrijvingen worden beoordeeld. Nadat is gecontroleerd of de inschrijving compleet is en de inschrijver aan de geschiktheidseisen voldoet, wordt beoordeeld of de inschrijving voldoet aan de (in totaal 33) eisen met een knock-out karakter (hierna: de knock-out eisen), die zijn vermeld in Bijlage 2. Als een inschrijving niet voldoet aan de knock-out eisen, wordt de inschrijving terzijde gelegd.
2.5.
In Bijlage 2 (onder tabblad ‘SAT’) staan, voor zover in dit kort geding relevant, de volgende knock-out eisen vermeld:
Rij 14: Can the instrument electrospin 3 different polymers such that these polymers do not mix? See sheet Not Mixing Materials.
Rij 15: Can the instrument electrospin 3 different polymers at a common position? See sheet Mixing Materials.
Rij 16: Can the instrument electrospin with single needles for each polymer solution for Research mode?
Rij 21: Can the temperature be controlled in the range of 18-45 degrees Celsius in the electrospinning chamber with a stability of +/- 1 degree Celsius?
Rij 22: Can the Relative Humidity be controlled from 10% to 80% in the electrospinning chamber with a stability of +/- 3%, depending on temperature?
Rij 26: Can the instrument record the electrospinning process with video in MP4 or MPEG?
Rij 32: Can the instrument operate with <30L nitrogen gas/min during operation with inert gas?
Rij 39: Has the instrument the possibility to work with inert gases, in terms of safety, like nitrogen gas?
Rij 40: Does the instrument follow European CE standard?
Rij 44: Can the instrument operate with <30L nitrogen gas/min during operation with inert gas?
2.6.
Vervolgens wordt de uitwerking van de overige eisen beoordeeld en neemt Wetsus op basis van de eindscore een voorlopige gunningsbeslissing. De partij aan wie de opdracht voorlopig is gegund, wordt toegelaten tot de testfase. In de testfase wordt de aangeboden electrospinner getest aan de hand van de voorgeschreven eisen door middel van een zogenoemde ‘Factory Acceptance Test’ (hierna: FAT). Als de FAT succesvol is afgerond, wordt de electrospinner geïnstalleerd bij Wetsus om daar te worden onderworpen aan een ‘Site Acceptance Test’ (hierna: SAT). Als niet aan de eisen van de SAT wordt voldaan en geen werkbare oplossing beschikbaar is, wordt de procedure beëindigd op kosten van de inschrijver (paragraaf 5.1 Beschrijvend Document):
“When the offered device is installed at Wetsus, the electrospinner is subjected to a site acceptance test (SAT). The Tenderer agrees that the procedure will be cancelled at the expense of the tenderer if the SAT test is not met and no workable solution is available.”
2.7.
Als de FAT en de SAT succesvol worden afgerond, wordt een overeenkomst gesloten met de inschrijver. Als de FAT en de SAT niet succesvol worden afgerond, wordt de gunningsbeslissing ingetrokken en neemt Wetsus een nieuwe gunningsbeslissing in het voordeel van de (vorige) nummer twee. Als tegen deze nieuwe gunningsbeslissing geen bezwaar wordt gemaakt, wordt de electrospinner van de (vorige) nummer twee beoordeeld op basis van de FAT en de SAT. Als de FAT en de SAT ook niet succesvol worden afgerond, dan wordt dezelfde procedure herhaald met de (vorige) nummer drie, enzovoorts.
2.8.
Matregenix heeft tijdig op de aanbesteding ingeschreven.
2.9.
Bij brief van 28 april 2025 heeft Wetsus aan Matregenix bericht dat haar inschrijving is aangemerkt als de economisch meest voordelige inschrijving en dat Wetsus voornemens is de opdracht aan Matregenix te gunnen. Verder heeft Wetsus in deze brief het tijdspad voor de voortzetting van het gunningsproces uiteengezet en daarbij de data voor de FAT en de SAT aan Matregenix doorgegeven.
2.10.
Vanaf medio juli 2025 is Matregenix gestart met de bouw van de electrospinner.
2.11.
Op 1 oktober 2025 heeft Matregenix de FAT uitgevoerd op haar eigen faciliteit in Californië. Matregenix heeft aan Wetsus bericht dat de electrospinner aan alle knock-out eisen voldoet en daarbij het FAT-rapport met de testresultaten met Wetsus gedeeld.
2.12.
Eind oktober 2025 heeft Matregenix de electrospinner geleverd en geïnstalleerd in de faciliteit van Wetsus. Daarnaast heeft Matregenix trainingen voor het technisch team van Wetsus verzorgd, zodat de SAT kon worden uitgevoerd.
2.13.
Bij e-mail van 10 november 2025 heeft Wetsus haar eerste bevindingen van de SAT gedeeld met Matregenix. In deze e-mail heeft zij vermeld dat zij de SAT niet heeft kunnen afronden en zij verzoekt daarin ook om een inhoudelijke reactie op de door haar genoemde punten. Dat heeft geleid tot een uitvoerige e-mailcorrespondentie tussen Matregenix en Wetsus.
2.14.
Bij brief van 9 december 2025 heeft Wetsus Matregenix bericht dat de electrospinner van Matregenix tijdens de SAT niet heeft voldaan alle knock-out eisen zoals genoemd in de aanbestedingsstukken en geen werkbare oplossing voorhanden is, met als gevolg dat de voorlopige gunning van de opdracht aan Matregenix van 28 april 2025 wordt ingetrokken en dat de opdracht voorlopig wordt gegund aan de volgende inschrijver in de rangorde, te weten Bionicia.
2.15.
Op verzoek van Matregenix heeft op 15 december 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen Matregenix en Wetsus.
2.16.
Bij e-mail van 18 december 2025 heeft Wetsus aan Matregenix bericht dat de input die Matregenix tijdens voornoemd gesprek heeft gegeven onvoldoende grond biedt om haar beslissing te herzien en dat zij haar beslissing tot terzijdelegging van de inschrijving van Matregenix handhaaft.
2.17.
Bij brief van 18 december 2025 heeft Matregenix aangekondigd bezwaar te zullen maken tegen de intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en aan Wetsus verzocht om de Alcateltermijn op te schorten. Wetsus heeft niet met dat verzoek ingestemd.
2.18.
Vervolgens heeft Matregenix Wetsus in kort geding gedagvaard.
3Het geschil
3.1.
Matregenix vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Wetsus verbiedt op basis van de voorgenomen gunningsbeslissing ten gunste van Bionicia de testfase met Bionicia in te gaan, althans aan deze voorgenomen gunningsbeslissing ten gunste van Bionicia geen verdere uitvoering te geven;
II. Wetsus gebiedt de intrekkingsbeslissing onverwijld na het wijzen van het vonnis in te trekken;
III. Wetsus gebiedt om met Matregenix de testfase te blijven doorlopen zodat de werkbare oplossing van Matregenix daadwerkelijk aangeboden kan worden zodat daarmee aan de SAT door Matregenix wordt voldaan conform het bepaalde over de testfase in het Beschrijvend Document;
IV. alles op straffe van een aan Matregenix te verbeuren dwangsom van € 10.000,- per dag met een maximum van € 100.000,- voor iedere dag waarop Wetsus hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;
met veroordeling van Wetsus in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Daartoe voert Matregenix – samengevat – het volgende aan. De elektrospinner van Matregenix voldoet aan alle knock-out eisen uit Bijlage 2. De bezwaren die Wetsus vanuit de SAT heeft zijn ofwel gebaseerd op een onjuiste lezing van de knock-out eisen, ofwel op een onjuist gebruik van de electrospinner. Voor zover haar electrospinner op bepaalde knock-out eisen niet (geheel) zou voldoen, geldt dat er steeds van meet af aan een heel eenvoudige, werkbare oplossing beschikbaar is op grond waarvan de machine in elk geval voldoet, welke werkbare oplossing niet kwalificeert als een ontoelaatbare wezenlijke wijziging van hetgeen Matregenix heet aangeboden. Er is dan ook geen grond voor Wetsus om de procedure nu te beëindigen en de bieding van Matregenix terzijde te leggen. Met het beëindigen van de procedure en het intrekken van de voorlopige gunningsbeslissing handelt Wetsus in strijd met de aanbestedingsrechtelijke beginselen, in het bijzonder met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Uit de aanbestedingsstukken volgt duidelijk dat de procedure pas wordt afgebroken op het moment dat niet aan de SAT-test wordt voldaan en er geen werkbare SAT-oplossing voorhanden is. Daarvan is geen sprake, zodat de intrekkingsbeslissing in zoverre prematuur is.
3.3.
Wetsus voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4De beoordeling van het geschil
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft internationale aspecten, gelet op de statutaire vestigingsplaats van Matregenix in de Verenigde Staten van Amerika. De voorzieningenrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, welk recht op dit geschil van toepassing is.
4.2.
De zaak valt onder het temporele en materiële toepassingsbereik van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1 (hierna: Brussel I bis-Verordening). De vorderingen zijn namelijk ingesteld na 10 januari 2015 (zie art. 66 Brussel I bis-Verordening) en de procedure betreft een handelszaak in de zin van art. 1 lid 1 Brussel I bis-Verordening. De rechtsmacht van de voorzieningenrechter vloeit voort uit artikel 4 lid 1 van de Brussel I bis-Verordening, omdat Wetsus statutair is gevestigd in Nederland. Bovendien volgt uit paragraaf 0.3 en 5.6 van het Beschrijvend Document dat partijen een forumkeuze hebben gemaakt voor de rechtbank Den Haag, zodat de voorzieningenrechter (ook) op grond van artikel 25 van de Brussel I bis-Verordening rechtsmacht heeft.
4.3.
De voorzieningenrechter stelt vast dat geen van partijen een standpunt hebben ingenomen ten aanzien van het op dit geschil toe te passen recht. Nu uit paragraaf 0.3 van het Beschrijvend Document volgt dat de Aanbestedingswet 2012 van toepassing is en partijen in hun stukken ook naar Nederlandse rechtspraak hebben verwezen, neemt de voorzieningenrechter aan dat partijen een (impliciete) rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht. De vorderingen zullen daarom naar Nederlands recht worden beoordeeld.
Inhoudelijke beoordeling
4.4.
In dit kort geding moet worden beoordeeld of Wetsus de inschrijving van Matregenix terecht terzijde heeft gelegd. Aan haar beslissing tot terzijdestelling van de inschrijving van Matregenix legt Wetsus ten grondslag dat de inschrijving niet voldoet aan de onder 2.5 tien genoemde knock-out eisen uit Bijlage 2. Wetsus heeft gemotiveerd weersproken dat haar inschrijving niet aan alle knock-out eisen voldoet en stelt dat, in het geval haar inschrijving niet (geheel) aan een knock-out eis zou voldoen, een eenvoudige, werkbare oplossing beschikbaar is.
4.5.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoet de inschrijving van Matregenix niet aan de eisen met betrekking tot de luchtvochtigheids- en temperatuurregulering en heeft Wetsus de inschrijving reeds daarom terecht terzijde gelegd. Dat oordeel wordt hieronder toegelicht.
Temperatuur
4.6.
Eén van de redenen die Wetsus aan de intrekking ten grondslag legt, is dat de electrospinner niet voldoet aan knock-out eis 4 (eis rij 21). Die eis schrijft voor dat de temperatuur in de electrospinning chamber (de ‘kamer’ van de machine) kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃. De beoordelingscommissie van Wetsus heeft geoordeeld dat aan dit criterium niet is voldaan, omdat het door Matregenix ontworpen systeem niet actief kan koelen en het daarom niet mogelijk is om de temperatuur te reguleren over het volledige door Wetsus uitgevraagde bereik.
4.7.
Matregenix acht dat oordeel niet terecht. Zij voert aan dat alleen het verwarmen van de electrospinning chamber standaard is in de markt, en niet ook het actief kunnen terugkoelen. Dat is volgens haar ook logisch, omdat de warmterange start bij 18 ℃, wat overeenkomt met de omgevingstemperatuur (ambient temperature). De electrospinner kan vanaf 18 ℃ verwarmen tot 45 ℃ met een stabiliteit van +1 ℃. Als de temperatuur weer naar beneden moet, kan de machine worden geopend zodat de electrospinning chamber geleidelijk weer afkoelt naar ambient temperature. Daar is geen aparte tool of toepassing voor nodig en in de markt hebben electrospinners dat ook niet, aldus Matregenix. Verder wijst zij erop dat niet is voorgeschreven dat het koelen binnen bepaalde tijd zou moeten worden bewerkstelligd en dat Wetsus evenmin een actief koelingssysteem heeft uitgevraagd.
4.8.
De eerste vraag die de voorzieningenrechter moet beantwoorden, is hoe knock-out eis 4 moet worden uitgelegd. Partijen verschillen namelijk van mening of uit deze eis volgt dat de aan te bieden electrospinner moet beschikken over een actief koelsysteem. Naar vaste jurisprudentie brengen de toepasselijke beginselen van transparantie en gelijkheid mee dat het er bij de uitleg van de aanbestedingsstukken om gaat hoe een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende gegadigde een criterium heeft kunnen begrijpen. Hierbij moet worden uitgegaan van de zogenoemde ‘cao-norm’. De bewoordingen van het criterium – gelezen in het licht van de gehele tekst van de overige (relevante) aanbestedingsstukken – zijn van doorslaggevende betekenis, waarbij het aankomt op de betekenis die – naar objectieve maatstaven – volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn opgesteld.
4.9.
De voorzieningenrechter is met Wetsus van oordeel dat knock-out eis 4 redelijkerwijs niet anders kan worden uitgelegd dan dat de aangeboden electrospinner in staat moet zijn om de electrospinning chamber te verwarmen tot 45 ℃ en deze ook moet kunnen koelen tot 18 ℃. Eis 4 schrijft letterlijk voor dat de temperatuur moet kunnen worden gecontroleerd binnen het bereik van 18 tot 45 ℃. Dat impliceert enerzijds dat als de temperatuur aan de onderkant van dat bereik zit, de temperatuur omhoog moet kunnen worden gebracht (door middel van verwarmen) en anderzijds dat als de temperatuur aan de bovenkant van het bereik zit, de temperatuur omlaag moet kunnen worden gebracht (door middel van koelen). Een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver had uit deze de formulering ‘kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃’ dus moeten begrijpen dat de electrospinner ook de temperatuur ook actief naar beneden kunnen brengen. Dat een dergelijke koelingsfunctie niet standaard wordt aangeboden op de markt voor electrospinners, zoals Matregenix betoogt, maakt dat niet anders. Met die stelling gaat Matregenix eraan voorbij dat bij de uitleg van een aanbestedingseis gaat om de bewoordingen van het criterium, naar objectieve maatstaven, en die bewoordingen zijn duidelijk.
4.10.
Matregenix heeft verder naar voren gebracht dat zij op 15 juli 2025 een document met de ‘Final Machine Specifications’ aan Wetsus heeft verstrekt op basis waarvan Wetsus de electrospinner zou gaan realiseren, waarin onder ‘Environmental Control’ is vermeld: “Heating-only temperature control from 18℃ to 45℃.” Uit het feit dat Wetsus dit document met deze specificatie heeft ontvangen en niet heeft afgewezen, kan – anders dan Matregenix betoogt – niet worden afgeleid dat Wetsus daarmee heeft bevestigd dat de electrospinner niet over een koelingsfunctie hoeft te beschikken. Wetsus heeft namelijk onweersproken gesteld dat het toesturen van deze specificaties geen onderdeel was van de aanbestedingsprocedure en dat zij bovendien na de ontvangst van dit document aan Matregenix heeft bericht dat zij geen validatie van het ontwerp zal verstrekken tijdens de ontwikkelingsfase en dat de enige formele validatie zal plaatsvinden tijdens de SAT. Uit dit antwoord van Wetsus heeft Matregenix dus niet kunnen afleiden dat de door haar aangeboden electrospinner zonder koelfunctie voldeed aan eis 4. Ook uit de omstandigheid dat Wetsus het ontbreken van een koelfunctie niet direct bij de installatie van de electrospinner in haar faciliteit en/of tijdens de training van haar personeel heeft gemeld, heeft Matregenix niet kunnen afleiden dat haar electrospinner aan de eisen met betrekking tot de temperatuurregulering voldeed. Uit de aanbestedingsstukken volgt duidelijk dat de door Wetsus uit te voeren SAT het moment was waarop werd getoetst of het instrument aan de vereisten voldoet.
4.11.
Nu duidelijk is dat de electrospinner niet over een (actieve) koelfunctie beschikt, is de vervolgvraag of voor dat gebrek een werkbare oplossing (“workable solution”) voorhanden is. Zoals beide partijen terecht tot uitgangspunt nemen, mag die deze oplossing geen ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de opdracht zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Matregenix niet voldoende aannemelijk gemaakt dat een werkbare oplossing voorhanden is. Hoewel aannemelijk is dat het openzetten van de electrospinning chamber tot een temperatuurdaling zal leiden, heeft Wetsus er terecht op gewezen dat deze temperatuurdaling wordt begrensd tot de hoogte van de kamertemperatuur in de faciliteit van Wetsus. Omdat Wetsus onweersproken heeft gesteld dat de kamertemperatuur in haar faciliteit kan variëren en deze niet altijd 18 ℃ zal zijn, acht de voorzieningenrechter op voorhand aannemelijk dat het openzetten van de electrospinning chamber niet per definitie leidt tot een daling van de temperatuur tot de gewenste 18 ℃. Daarmee voldoet de door Matregenix aangeboden oplossing niet aan de voorgeschreven eis dat temperatuur moet kunnen worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 ℃ tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃.
4.12.
Gelet op het voorgaande kan de voorzieningenrechter niet anders concluderen dan dat de inschrijving van Matregenix niet voldoet aan knock-out eis 4 en dat geen werkbare oplossing voorhanden is.
Luchtvochtigheid
4.13.
Een andere reden die Wetsus aan de intrekking ten grondslag legt, is dat de inschrijving van Matregenix niet voldoet aan knock-out eis 5 (eis rij 22). Deze eis schrijft voor dat de relatieve luchtvochtigheid in de electrospinning chamber kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3% afhankelijk van de temperatuur. De beoordelingscommissie van Wetsus is tot de conclusie gekomen dat de electrospinner van Matregenix niet aan deze eis voldoet, omdat deze niet in staat is om de lucht in de electrospinning chamber actief te bevochtigen binnen het bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3%. Ook is de ontvochtigingscapaciteit naar het oordeel van de beoordelingscommissie onvoldoende.
4.14.
Matregenix stelt dat dit oordeel van de beoordelingscommissie onjuist is. Volgens Matregenix heeft zij eis 5 zo kunnen begrijpen dat de electrospinner niet actief hoeft te kunnen bevochtigen. Standaard in de markt is volgens haar dat het proces van elektrospinnen het best onder droge condities kan plaatsvinden en dat de electrospinner dus in staat moet zijn om in de electrospinning chamber een droog klimaat te houden. De door Matregenix aangeboden electrospinner voldoet aan die eis. Verder stelt Matregenix dat haar electrospinner met een kleine aanpassing alsnog kan voldoen aan de eis dat deze moet kunnen bevochtigen. Volgens Matregenix kan de configuratie van de klimaatreguleringsunit eenvoudig worden veranderd door de twee uitlaten van de klimaatreguleringsunit om te draaien zodat het systeem kan bevochtigen in plaats van te ontvochtigen. Deze aanpassing is technisch eenvoudig, marktconform en vereist geen wijziging van de machine. Volgens Matregenix biedt dit een werkbare oplossing die overeenstemt met de aanbestedingseisen, zeker nu nergens uit volgt dat een handmatige aanpassing om te bevochtigen verboden zou zijn.
4.15.
Ook ten aanzien van deze eis zijn partijen het niet eens over de uitleg daarvan. Matregenix stelt dat uit deze eis niet volgt dat de electrospinner de lucht in de electrospinning chamber ook moet kunnen bevochtigen, terwijl Wetsus stelt dat dit wel degelijk uit de formulering van de eis voortvloeit. Toetsend aan de hiervoor bij 4.8 genoemde cao-norm, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de bewoordingen van knock-out eis 5 naar objectieve maatstaven geen andere uitleg toelaten dan dat de electrospinner ook moet beschikken over een luchtbevochtiger. Uit de bewoordingen van eis 5 dat de relatieve luchtvochtigheid kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3%, volgt dat electrospinner de relatieve luchtvochtigheid zowel omlaag moet kunnen brengen (door ontvochtiging) als moet kunnen verhogen (door bevochtiging). Matregenix had daaruit als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver moeten begrijpen dat de elektrospinner de lucht in de electrospinning chamber moet kunnen bevochtigen. Ook hier geldt dat de eventuele omstandigheid dat een dergelijke bevochtigingsfunctie niet de marktstandaard is, zoals Matregenix naar voren heeft gebracht, onverlet laat dat de bewoordingen van de eis duidelijk en niet voor meerderlei uitleg vatbaar zijn.
4.16.
De vervolgvraag is of de aangeboden electrospinner van Matregenix aan eis 5 voldoet. Nu vast staat dat de elektrospinner van Matregenix niet over een actieve bevochtigingsfunctie beschikt, moet ook ten aanzien van eis 5 worden bezien of sprake is van een werkbare oplossing. Matregenix stelt van wel, maar de voorzieningenrechter volgt haar daarin niet. Wetsus heeft gemotiveerd toegelicht dat het met de door Matregenix aangeboden oplossing – net als het geval is bij de temperatuurregulatie – wordt beperkt tot omstandigheden in het gebouw van Wetsus. De mogelijkheid tot het verhogen van de relatieve vochtigheid is volgens Wetsus beperkt tot de hoogte van de relatieve vochtigheid in het gebouw. Matregenix heeft deze stelling van Wetsus onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de voorzieningenrechter niet kan vaststellen dat een werkbare oplossing voorhanden is.
4.17.
Uit het voorgaande volgt dat de inschrijving van Matregenix niet voldoet aan knock-out eis 4 en dat geen werkbare oplossing voorhanden is.
Slotsom en proceskosten
4.18.
De voorzieningenrechter concludeert dat, nu niet aan knock-out eisen 4 en 5 is voldaan en niet aannemelijk is geworden dat Wetsus een werkbare oplossing heeft aangeboden, Wetsus de inschrijving van Matregenix terecht terzijde heeft gelegd. Van strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel is niet gebleken. Dat betekent dat noch grond bestaat om Wetsus te verbieden de testfase met Bionicia in te gaan (vordering I.), noch om Wetsus te gebieden de intrekkingsbeslissing in te trekken (vordering II.). Verder heeft Matregenix niet gesteld dat er – naast de door haar aangedragen oplossingen, die niet werkbaar zijn gebleken – nog een alternatieve oplossing is waardoor het gewenste temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik kan worden behaald. Bij die stand van zaken bestaat er geen ruimte meer om Wetsus te gebieden de testfase te blijven doorlopen (vordering III.). Slotsom is dat de vorderingen van Matregenix worden afgewezen.
4.19.
Gelet op het voorgaande behoeven de overige redenen die Wetsus aan de terzijdelegging van de inschrijving van Matregenix ten grondslag heeft gelegd, geen bespreking meer.
4.20.
Matregenix is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wetsus worden begroot op:
- griffierecht € 714,-
- salaris advocaat € 1.177,-
- nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.080,-
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van Matregenix af;
5.2.
veroordeelt Matregenix in de proceskosten van € 2.080,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Matregenix niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Matregenix € 98,- extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt Matregenix in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.
fjs | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|