|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:1616 | | | | | Datum uitspraak | : | 17-04-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 17-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | 12064802 LV EXPL 26-2 D 12064802 LV EXPL 26-2 D | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Kort geding. Gedragsaanwijzing met voorwaardelijke ontruiming. Huurder krijgt ondanks ernstige tekortkomingen een laatste kans om ontruiming te voorkomen, totdat er voor hem een plek is om begeleid te gaan wonen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | huurovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Lelystad
Zaaknummer: 12064802 \ LV EXPL 26-2 D/51246
Vonnis in kort geding van 17 april 2026
in de zaak van
de stichting
WOONSTICHTING CENTRADA,
gevestigd in Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. L. Wanders (Okkerse & Schop advocaten),
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
in haar hoedanigheid van mentor en bewindvoerder van [A ], wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith (Groen Caubo Montessori Advocaten).
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 februari 2026 met 30 producties;
- de aanvullende producties 31 tot en met 35 van Centrada;
- de producties 1 tot en met 8 van de bewindvoerder;- de mondelinge behandeling van 6 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 6 maart 2026 waren namens Centrada mevrouw [B] , bewonersconsulent, en mevrouw [C] , bewonersconsulent, aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. Wanders. Ook [A ] was aanwezig, samen met zijn mentor en bewindvoerder de heer [bewindvoerder] . Zij werden bijgestaan door mr. Van Lith. Mr. Wanders en mr. Van Lith hebben spreekaantekeningen voorgedragen. De kantonrechter heeft die spreekaantekeningen aan het dossier toegevoegd.
1.3.
Na de zitting is de zaak op verzoek van partijen twee weken aangehouden, zodat partijen konden onderzoeken of zij samen tot een oplossing konden komen. Dat is niet gelukt. De kantonrechter heeft daarna bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.
2De kern van de zaak
2.1.
[A ] huurt van Centrada de sociale huurwoning aan het adres [adres] in [woonplaats] . Het ging de afgelopen jaren niet goed met [A ] . Hij lijdt aan een psychiatrische stoornis. Volgens Centrada heeft [A ] in en vanuit de woning overlast en een brandgevaarlijke situatie veroorzaakt, heeft hij in strijd met de afspraken hulpverlening geweigerd en heeft hij een huurachterstand laten ontstaan. Daarom eist Centrada (primair) dat [A ] de woning direct moet ontruimen of anders (subsidiair) dat hij een gedragsaanwijzing met daaraan gekoppeld een voorwaardelijke ontruiming opgelegd krijgt. De kantonrechter wijst de subsidiaire vordering toe. [A ] krijgt een laatste kans om in de woning te blijven wonen, totdat er voor hem een plek is om begeleid te gaan wonen. Hij heeft nu namelijk voor het eerst een passende diagnose en accepteert de zorg en hulp die hij nodig heeft. De kantonrechter wijst ook de gevorderde huurachterstand van € 2.586,51 toe.
3De beoordeling
De bewindvoerder vertegenwoordigt [A ] en is de formele procespartij
3.1.
[A ] is na het uitbrengen van de dagvaarding onder bewind gesteld. De bewindvoerder is ook benoemd tot mentor van [A ] . De bewindvoerder vertegenwoordigt [A ] tijdens het bewind bij de vervulling van haar taak in en buiten rechte (artikel 1:441 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Als gevolg van het bewind is [A ] dus processueel onbekwaam geworden. De bewindvoerder is samen met [A ] en mr. Van Lith naar de zitting gekomen. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de bewindvoerder mr. Van Lith heeft gemachtigd om mede namens hem in deze procedure te verschijnen. Daarom wordt de bewindvoerder in de genoemde hoedanigheid als de formele procespartij aangemerkt in deze procedure.
Centrada heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
3.2.
De kantonrechter vindt dat Centrada een spoedeisend belang bij haar vorderingen tot (voorwaardelijke) ontruiming heeft. Centrada heeft er belang bij dat eventuele overlast zo snel mogelijk wordt beëindigd. Zij heeft namelijk als verhuurder de verplichting om ervoor te zorgen dat haar andere huurders in het gebouw veilig en rustig in hun woningen kunnen wonen. Daarom kan van Centrada niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. In dit geval weegt het belang van Centrada extra zwaar, omdat [A ] in de nacht van 5 op 6 januari 2026 in de woning een brandgevaarlijke situatie heeft laten ontstaan (waarover later meer). De bewindvoerder voert weliswaar aan dat Centrada na dit incident sneller een procedure had kunnen en moeten starten, maar dit verweer gaat niet op. Centrada heeft ongeveer anderhalve maand na het incident een dagvaarding uitgebracht. Hoewel dit sneller had gekund, vindt de kantonrechter niet dat Centrada te lang heeft gewacht.
3.3.
De kantonrechter vindt dat Centrada ook een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde huurachterstand. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat:
de bewindvoerder de huurachterstand erkent;
het om proceseconomische redenen beter voor [A ] is dat de kantonrechter nu ook direct een beslissing neemt over de huurachterstand, en;
Centrada het bedrag aan huurachterstand aan de bewindvoerder kan terugbetalen als Centrada in een bodemprocedure toch ongelijk zou krijgen. Het restitutierisico is dus laag.
Wat de kantonrechter in dit kort geding toetst
3.4.
De kantonrechter moet in dit kort geding beoordelen of het in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vorderingen van Centrada in een bodemprocedure zal toewijzen. In dit vonnis in kort geding geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel. Bij de beoordeling van de vordering tot ontruiming moet de kantonrechter terughoudend zijn, omdat een ontruiming een ingrijpend karakter en vaak onomkeerbare gevolgen heeft. Of de vorderingen worden toegewezen, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
3.5.
De bewindvoerder voert als meest verstrekkende verweer aan dat de kantonrechter in dit kort geding niet over de (voorwaardelijke) ontruiming kan beslissen. Volgens de bewindvoerder is het voor een goede beslissing noodzakelijk om getuigen te laten horen. Voor verdere bewijslevering (zoals een getuigenverhoor) is in een kort geding geen ruimte. Dit verweer kan de bewindvoerder niet helpen. De kantonrechter vindt de feiten in deze zaak voldoende duidelijk om een beslissing te nemen. Verdere bewijslevering is dus niet nodig.
Er is geen sprake van dwaling of bedrog
3.6.
Centrada heeft tijdens de zitting een nieuw, verstrekkend standpunt ingenomen. Zij vindt dat de kantonrechter [A ] moet veroordelen tot ontruiming, omdat de huurovereenkomst vernietigd kan worden vanwege dwaling of bedrog. De kantonrechter deelt dit standpunt niet en legt dit hierna uit.
3.7.
Voor een rechtsgeldig beroep op dwaling is allereerst vereist dat Centrada bij het sluiten van de huurovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had. Dat volgt uit artikel 6:228 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Aan dit vereiste is niet voldaan. Centrada zegt dat zij een onjuiste voorstelling van zaken had, omdat [A ] vóór het sluiten van de huurovereenkomst een rooskleuriger beeld over zijn psychiatrische problematiek heeft geschetst dan het geval blijkt te zijn. Volgens Centrada heeft [A ] verklaard dat hij twee keer een psychose had doorgemaakt en dat die uitsluitend waren ontstaan door geluidsoverlast in zijn vorige woonomgeving. Daarnaast zou [A ] hebben aangegeven dat hij zich bewust was van zijn problematiek en dat hij openstond voor begeleiding. Volgens Centrada is achteraf gebleken dat zich meer dan twee psychoses hadden voorgedaan, dat die psychoses niet alleen door geluidsoverlast waren veroorzaakt en dat [A ] bekend stond als zorgmijder. Daar komt volgens Centrada nog bij dat [A ] een positieve verhuurdersverklaring van de verhuurder van zijn vorige woning had overgelegd, waaruit volgde dat geen sprake was van overlast of een huurachterstand. Die verhuurdersverklaring bleek volgens Centrada niet aan te sluiten bij de werkelijkheid. [A ] heeft hier tijdens de zitting tegenover gesteld dat hij vóór het sluiten van de huurovereenkomst een gesprek met Centrada heeft gehad en dat hij in dat gesprek open en eerlijk is geweest over zijn mentale gezondheid en de situatie in zijn vorige huurwoning. Omdat Centrada haar beroep op dwaling pas tijdens de zitting heeft gedaan, kan [A ] niet meer doen dan de onjuiste voorstelling van zaken op dat moment tegenspreken. De kantonrechter vindt dan ook dat [A ] de stellingen van Centrada voldoende heeft betwist. Er is dus niet gebleken dat Centrada een onjuiste voorstelling van zaken had. Het beroep van Centrada op dwaling is daarom niet terecht. Het is niet nodig om de overige vereisten voor dwaling te bespreken.
3.8.
Voor bedrog is vereist dat [A ] Centrada tot het aangaan van de huurovereenkomst heeft bewogen door opzettelijk onjuiste mededelingen te doen, door opzettelijk mededelingen te verzwijgen of door een andere kunstgreep te plegen. Dat volgt uit artikel 3:44 lid 3 BW. Het is aan Centrada om te stellen en (als dat nodig is) te bewijzen dat sprake is van bedrog. De kantonrechter vindt dat Centrada niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Zij heeft namelijk niets gesteld over opzet bij [A ] . Het beroep van Centrada op bedrog is dus niet terecht.
De bewindvoerder moet de huurachterstand met rente betalen, maar die huurachterstand leidt niet tot ontruiming
3.9.
Centrada eist dat de bewindvoerder € 2.586,51 aan huurachterstand moet betalen. Dit bedrag is berekend tot en met de maand januari 2026. Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat het bedrag aan huurachterstand klopt. De kantonrechter wijst de vordering van Centrada daarom toe.
3.10.
Centrada eist dat de bewindvoerder de wettelijke handelsrente of anders de wettelijke rente over de huurachterstand moet betalen vanaf het moment waarop de bewindvoerder (of [A ] ) met betaling in verzuim is geraakt. De wettelijke handelsrente uit artikel 6:119a BW geldt alleen voor een handelsovereenkomst tussen professionele partijen. Dat huurovereenkomst is geen handelsovereenkomst. [A ] heeft bij het aangaan van de huurovereenkomst namelijk gehandeld als consument. De bewindvoerder hoeft dus geen wettelijke handelsrente te betalen. Om te beoordelen of de wettelijke rente toewijsbaar is, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn een bepaling (‘beding’) over rente staat. Dat is hier het geval. In artikel 6.1 van de algemene voorwaarden is een rentebeding opgenomen. Dat beding is in overeenstemming met de wettelijke regeling in artikel 6:119 BW. Het beding is daarom niet onredelijk bezwarend. Dat betekent dat het beding in stand blijft. Centrada heeft op grond van het beding recht op de wettelijke rente over de huurachterstand. De bewindvoerder (of [A ] ) had de huur namelijk vooruit moeten betalen en dat is niet gebeurd. Daarom wijst de kantonrechter de wettelijke rente toe.
3.11.
Volgens Centrada is de huurachterstand zo hoog dat de bodemrechter de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal ontbinden. Daarom vindt Centrada dat de huurachterstand in dit kort geding tot een ontruiming moet leiden. De kantonrechter deelt dit standpunt niet. De huurachterstand is weliswaar meer dan drie maanden (berekend met de huurprijs uit de huurovereenkomst van € 721,08 per maand), maar die achterstand is in dit geval niet voldoende voor een ontruiming. [A ] heeft nu namelijk een bewindvoerder die zijn financiën op orde aan het brengen is. Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat hij ervan uitgaat dat er voldoende inkomsten zijn om de lopende huur te betalen en daarnaast de huurachterstand af te lossen. Volgens [A ] is het hem in het verleden ook al eens gelukt om een huurachterstand volledig in te lopen. De kantonrechter vindt dat de huurachterstand onder deze omstandigheden geen ontruiming rechtvaardigt. [A ] moet eerst de kans krijgen om samen met de hulp van de bewindvoerder orde op zaken te stellen, voordat een ontruiming in beeld komt.
De (bijzondere) verplichtingen van [A ] uit de huurovereenkomst
3.12.
Centrada en [A ] hebben vanaf 24 februari 2025 een huurovereenkomst met elkaar gesloten. Aan de huurovereenkomst is een woonbegeleidingsovereenkomst tussen [A ] en de hulpverleningsorganisatie Kwintes gekoppeld. Kwintes heeft de huurovereenkomst ook ondertekend. In de huurovereenkomst en het document ‘Aanvulling huurovereenkomst’ dat bij de overeenkomst hoort, staan aanvullende voorwaarden waar [A ] zich aan moet houden. Zo moet [A ] zich tijdens de huurovereenkomst persoonlijk door Kwintes laten begeleiden. De begeleiding moet gestructureerd en actief zijn en moet in ieder geval gaan over de huurbetaling, goed huurderschap en de relatie tot omwonenden. [A ] moet ook meewerken aan (onaangekondigde) huisbezoeken door Centrada en aan evaluatiegesprekken met Centrada en Kwintes over de woonbegeleiding. Een andere voorwaarde is dat [A ] zich als goed huurder moet gedragen en dat hij op geen enkele manier overlast en hinder voor omwonenden of anderen mag veroorzaken. Centrada heeft deze extra verplichtingen opgenomen omdat [A ] in zijn vorige huurwoning overlast had veroorzaakt en hij vanwege zijn mentale gezondheid ondersteuning nodig heeft.
3.13.
De kantonrechter vindt dat Centrada voldoende duidelijk heeft gemaakt dat [A ] zijn verplichtingen niet goed is nagekomen. Ten eerste is [A ] tijdelijk uit contact geweest met Centrada en Kwintes. Ten tweede is gebleken dat [A ] overlast voor omwonenden heeft veroorzaakt. Ten derde heeft [A ] in de woning een brandgevaarlijke situatie laten ontstaan. De kantonrechter legt deze drie tekortkomingen hierna verder uit.
[A ] is tijdelijk uit contact geweest met Centrada en Kwintes
3.14.
In juni 2025 heeft Centrada van Kwintes een signaal ontvangen dat de begeleiding van [A ] moeizaam verliep. Daarom heeft Centrada in de periode vanaf 26 juni 2025 tot en met 8 oktober 2025 meerdere keren geprobeerd contact op te nemen met [A ] . Centrada heeft [A ] in die periode ook meerdere keren uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Dat blijkt uit brieven die Centrada heeft ingediend. In deze periode heeft [A ] twee keer telefonisch contact gehad met Centrada: op 28 juli 2025 belt [A ] met Centrada over de huurachterstand die was ontstaan en op 29 augustus 2025 laat hij een terugbelverzoek achter. Daarna heeft [A ] niet meer op de contactpogingen van Centrada gereageerd. Hij heeft het telefoonnummer van Centrada geblokkeerd. In de tussentijd (op 19 september 2025) heeft Kwintes [A ] een eerste officiële waarschuwing gestuurd, omdat hij meerdere keren zijn begeleider niet in de woning had binnengelaten. Tijdens de zitting heeft [A ] erkend dat hij een tijdje uit beeld is geraakt bij Kwintes en Centrada. Hij heeft ook uitgelegd waarom dat is gebeurd. De kantonrechter bespreekt die uitleg later in het vonnis. Het staat in ieder geval vast dat [A ] zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst op dit punt niet is nagekomen.
[A ] heeft overlast veroorzaakt voor zijn omwonenden
3.15.
Volgens Centrada heeft [A ] meerdere keren overlast voor zijn omwonenden veroorzaakt. Om dit te onderbouwen heeft Centrada verschillende stukken ingediend:
een melding van een omwonende over geluidsoverlast (gebonk en getik overdag en ’s nachts);
een melding van 10 november 2025 van een omwonende over geuroverlast van en afval op het balkon van [A ] met daarbij een foto;
een melding van 8 januari 2026 van een omwonende over (onder andere) ernstige en herhaaldelijke geluidsoverlast uit de woning van [A ] ;
een foto van een handgeschreven briefje met daarin een klacht over geluidsoverlast op een voordeur;
een foto van [A ] op een matras in de gemeenschappelijke hal.
De kantonrechter vindt deze stukken voldoende om ervan uit te gaan dat [A ] daadwerkelijk overlast heeft veroorzaakt. Volgens de bewindvoerder kan de geluidsoverlast ook uit een andere woning komen, maar dat wordt tegengesproken door de melding van 8 januari 2026. Daar komt bij dat omwonenden volgens Centrada (meldings)angst ervaren, omdat [A ] doodswensen hardop en hoorbaar uitspreekt en verward op hen overkomt. Volgens [A ] is hij inderdaad jarenlang suïcidaal geweest en heeft hij doodswensen geuit, maar heeft hij zich nooit dreigend opgesteld naar anderen. Hoewel de kantonrechter gelooft dat [A ] nooit de bedoeling heeft gehad om anderen te bedreigen of bang te maken, is het begrijpelijk dat omwonenden angstig zijn door zijn uitspraken en toestand. De kantonrechter gaat ervan uit dat deze omstandigheid ook voor overlast bij omwonenden zorgt. [A ] is zijn verplichtingen op dit punt dus niet (goed) nagekomen.
[A ] heeft een brandgevaarlijke situatie voor omwonenden veroorzaakt
3.16.
In de nacht van 5 op 6 januari 2026 heeft [A ] een brandgevaarlijke situatie veroorzaakt. Hij heeft toen:
verschillende elektrische apparaten op één stroompunt aangesloten;
stopcontacten uit de muur getrokken;
voorwerpen die hiervoor niet geschikt zijn in de magnetron geplaatst en de magnetron aangezet.
Nadat [A ] dit had gedaan, heeft hij zich bij een buurman gemeld en is de politie samen met twee brandweerwagens naar de woning gekomen. Centrada heeft een verklaring van een bevelvoerder van Brandweer Flevoland ingediend. In die verklaring beschrijft de bevelvoerder wat de brandweer in de woning heeft aangetroffen. Achter de voordeur in de gang van de woning lagen verschillende elektrische apparaten, waaronder de magnetron. In de magnetron heeft de brandweer verbrande resten van een telefoon en verschillende oplaadkabels gevonden. Volgens de bevelvoerder was sprake van een gevaarlijke situatie met ernstige risico’s op brand. Om het incident verder te onderbouwen heeft Centrada foto’s van een losgetrokken stopcontact en foto’s van de magnetron met daarin de verbrande spullen ingediend. [A ] heeft het incident tijdens de zitting erkend. Daarmee staat vast dat [A ] zich niet als goed huurder heeft gedragen. [A ] heeft tijdens de zitting uitgelegd hoe het incident heeft kunnen gebeuren. De kantonrechter gaat later in dit vonnis op die uitleg in.
De tekortkomingen van [A ] zijn ernstig
3.17.
Volgens Centrada zijn de tekortkomingen van [A ] ernstig genoeg om de overeenkomst te ontbinden. Daarom vindt zij dat de bewindvoerder (of eigenlijk: [A ] ) de woning moet ontruimen. De bewindvoerder stelt daar allereerst tegenover dat de huurovereenkomst niet kan eindigen, omdat de begeleidingsovereenkomst nog geldt. Dat blijkt volgens de de bewindvoerder uit artikel 10.3 van de huurovereenkomst. Dit verweer kan de bewindvoerder niet helpen. In artikel 10.3 staat alleen dat Centrada de huurovereenkomst mag laten beëindigen als [A ] de begeleidingsovereenkomst zonder schriftelijke toestemming van Kwintes heeft beëindigd of als de begeleidingsovereenkomst door toedoen of nalaten van [A ] is geëindigd. In artikel 10.8 van de huurovereenkomst staat dat Centrada – los van artikel 10.3 – de overeenkomst zal laten beëindigen als [A ] zich niet houdt aan een of meerdere verplichtingen die in het artikel staan genoemd. Het staat Centrada dus vrij om ontruiming te eisen, ook als de begeleidingsovereenkomst nog geldt.
3.18.
De kantonrechter is het met Centrada eens dat de tekortkomingen van [A ] samen ernstig genoeg zijn voor een (voorwaardelijke) ontruiming. Daarbij weegt vooral het incident in de nacht van 5 op 6 januari 2026 zwaar. De kantonrechter kan zich goed voorstellen dat dit incident bij veel omwonenden angst en stress heeft veroorzaakt. Dat blijkt ook uit de melding van 8 januari 2026 van een omwonende. De bewindvoerder heeft benadrukt dat er bij het incident niet daadwerkelijk brand is ontstaan, maar deze omstandigheid maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Dat de situatie goed is afgelopen, maakt de gedragingen van [A ] en het risico voor de omwonenden niet minder ernstig. De bewindvoerder voert ook aan dat [A ] inmiddels weer goed contact heeft met Kwintes. Ook dat betekent niet dat de kantonrechter de vordering tot (voorwaardelijke) ontruiming zal afwijzen. Hoewel de kantonrechter het een positieve ontwikkeling vindt dat [A ] de hulpverlening nu toelaat en die omstandigheid een rol speelt bij de beoordeling, maakt deze omstandigheid de tekortkoming van [A ] in het verleden niet ongedaan. Bij de beoordeling weegt ook mee dat [A ] door zijn psychiatrische problematiek niet kan garanderen dat er in de toekomst geen nieuwe incidenten zullen plaatsvinden.
De kantonrechter legt [A ] een gedragsaanwijzing op en koppelt daar een voorwaardelijke ontruiming aan
3.19.
Ondanks de ernstige tekortkomingen van [A ] , vindt de kantonrechter een onvoorwaardelijke ontruiming (de primaire vordering van Centrada) in dit geval niet gerechtvaardigd. Daarbij weegt mee dat [A ] een verandering heeft doorgemaakt in zijn houding richting de hulpverlening. Tijdens de zitting heeft [A ] uitgelegd dat er in het verleden steeds verkeerde diagnoses zijn gesteld, waardoor hij niet de hulp kreeg die hij nodig heeft. Daar heeft [A ] het erg moeilijk mee gehad. Hij voelde zich niet begrepen en zijn vertrouwen in de zorg was volledig beschadigd. Uiteindelijk werd hij een zorgmijder. Zo is hij ook uit contact geraakt met Kwintes. Ondanks zijn negatieve en moeilijke ervaringen is het [A ] toch gelukt om zich weer open te stellen voor hulpverlening. Hij heeft sinds 15 oktober 2025 weer goed en intensief contact met Kwintes. Dat blijkt uit een e-mail die de begeleider van [A ] , mevrouw [D] , op 22 december 2025 naar Centrada heeft gestuurd. Centrada heeft die e-mail ingediend. Volgens [A ] zijn de contactmomenten met zijn hulpverleners opgehoogd en komt de wijkagent ook regelmatig bij hem langs om te kijken hoe het met hem gaat. Daarnaast heeft [A ] zelf aangegeven dat hij begeleid wil wonen en is op zijn verzoek een bewindvoerder en mentor aangesteld. Inmiddels heeft [A ] ook een diagnose gekregen die hij passend vindt. Die diagnose geeft hem hoop, ook al blijft het voor hem moeilijk om de zorg en hulpverlening te vertrouwen. Dat er ondanks deze positieve ontwikkelingen in de nacht van 5 op 6 januari 2026 een heftig incident heeft plaatsgevonden, vindt [A ] zelf ook erg teleurstellend. Volgens de bewindvoerder gaat het om een terugval. [A ] heeft tijdens de zitting uitgelegd dat hij in de periode van het incident niet zichzelf was en dat hij niet bewust heeft geprobeerd mensen in gevaar te brengen. Hij dacht dat hij gehackt was en wilde daarom elektrische apparaten in zijn woning vernietigen. Volgens [A ] dreven zijn gedachtes hem tot wanhoop. Tijdens de zitting is gebleken dat Kwintes vlak voor het incident een melding heeft gemaakt bij de GGZ. Volgens de bewindvoerder is die melding niet adequaat (met spoed) opgepakt. Als dat wel was gebeurd, had het incident volgens [A ] en de bewindvoerder voorkomen kunnen worden.
3.20.
Tijdens de zitting heeft de kantonrechter het beeld gekregen dat [A ] grote stappen heeft gemaakt om hulpverlening te aanvaarden en te werken aan verbetering van zijn mentale gezondheid. Centrada heeft naar voren gebracht dat [A ] zich in het verleden eerder al eens opnieuw heeft opengesteld voor hulpverlening en dat het daarna toch weer mis is gegaan. De kantonrechter vindt de situatie van [A ] nu anders, omdat hij nu een passende diagnose heeft en bereid is om begeleid te gaan wonen. Wat ook meeweegt is dat Kwintes achter [A ] staat en dat de begeleidingsovereenkomst niet is beëindigd. Ook andere hulpverleningsorganisaties zijn actief bij [A ] betrokken en hebben vertrouwen in hem. Dat blijkt uit een verklaring van ervaringsdeskundig coördinator mevrouw [E] van Stichting Cliënten Perspectief (CLIP). De bewindvoerder heeft die verklaring ingediend.
3.21.
De kantonrechter weegt ook mee dat een (onvoorwaardelijke) ontruiming extreem ingrijpende gevolgen voor [A ] zou hebben. Volgens Centrada is er in geval van ontruiming een opvangplek voor [A ] bij het Leger des Heils. Centrada heeft tijdens de zitting niet duidelijk kunnen maken of het om een vaste woonplek gaat of alleen om een plek waar [A ] elke nacht zou mogen overnachten. Wat voor plek het ook is, de bewindvoerder heeft uitgelegd dat een plek bij het Leger des Heils niet geschikt is voor [A ] . De kantonrechter begrijpt dat [A ] door zijn psychiatrische problematiek in een kwetsbare positie zit en dat hij de juiste behandeling nodig heeft om zijn mentale gezondheid te verbeteren. Als [A ] de woning moet ontruimen, wordt het voor hem en voor de hulpverleningsorganisaties een stuk moeilijker (of zelfs onmogelijk) om de behandeling door te zetten. Het risico dat [A ] dan opnieuw vertrouwen in de hulpverlening verliest, is groot. [A ] zou dan terug bij af zijn.
3.22.
Alle omstandigheden afgewogen vindt de kantonrechter dat [A ] nog een kans moet krijgen om in de woning te blijven wonen totdat er een plek voor hem is om begeleid te gaan wonen. Het is wel de allerlaatste kans voor [A ] . Daarom legt de kantonrechter [A ] een gedragsaanwijzing op met daaraan een voorwaardelijke ontruiming gekoppeld. De kantonrechter sluit aan bij de gedragsaanwijzing die Centrada heeft gevorderd. Dat betekent dat [A ] :
de hulp en begeleiding die Kwintes noodzakelijk vindt moet accepteren zolang dat nodig is en actief moet meewerken aan de uitvoering van die begeleiding;
zich moet onthouden van overlastgevend of hinderlijk gedrag in de ruimste zin van het woord (waaronder in ieder geval valt: schreeuwen, bonken, vernieling van de woning en gevaarlijk of agressief gedrag). Dit geldt zowel in de woning als in de directe omgeving van de woning;
zijn huur volledig en op tijd, in overeenstemming met de bepalingen van de huurovereenkomst, moet betalen en in overleg moet treden met Centrada bij eventuele betalingsproblemen voordat een huurachterstand ontstaat;
Centrada één keer per maand vrije toegang tot zijn woning moet geven, zodat Centrada kan controleren of hij de gedragsaanwijzing naleeft.
3.23.
Als [A ] zich niet aan de gedragsaanwijzing houdt, mag Centrada de woning ontruimen. De gedragsaanwijzing en de daaraan gekoppelde voorwaardelijke ontruiming geldt voor één jaar. De verplichtingen van [A ] uit de huurovereenkomst en de aanvullende voorwaarden blijven ondertussen ook gelden. Die verplichtingen stoppen pas als de huurovereenkomst eindigt.
3.24.
Centrada mag de woning ook ontruimen als er voor [A ] een plek is om begeleid te gaan wonen. Deze bevoegdheid van Centrada blijft oneindig geldig. Het is dus belangrijk dat [A ] het eerste aanbod voor begeleid wonen accepteert.
3.25.
Omdat de bewindvoerder de formele procespartij is, veroordeelt de kantonrechter de bewindvoerder tot voorwaardelijke ontruiming van de woning. De kantonrechter legt de gedragsaanwijzing op aan [A ] zelf, omdat een gedragsaanwijzing persoonsgebonden is.
De kantonrechter wijst de gevorderde gebruiksvergoeding af
3.26.
Centrada eist dat de bewindvoerder een gebruiksvergoeding van € 735,83 per maand moet betalen vanaf de maand februari 2026 tot de dag waarop de woning is ontruimd. De kantonrechter wijst deze vordering af. De bewindvoerder is op grond van de huurovereenkomst verplicht om de maandelijkse huur te blijven betalen. Centrada heeft daarom geen belang bij de gevorderde gebruiksvergoeding.
De bewindvoerder moet de proceskosten betalen
3.27.
De bewindvoerder heeft voor het grootste deel ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Centrada worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
865,00
(tarief kort geding gemiddeld)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.691,02
3.28.
De kantonrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals dat in de beslissing staat vermeld.
De kantonrechter raadt aan buurtbemiddeling in te zetten
3.29.
Omdat de huurovereenkomst voortduurt en het enige tijd kan duren totdat een passende begeleid wonen plek voor [A ] is gevonden, is het aan te raden buurtbemiddeling in te zetten in een poging de zorgen die er onder de omwonden leven te verminderen of zelfs weg te nemen. De kantonrechter veronderstelt dat een kennismaking en een goed, persoonlijk gesprek tussen [A ] en bezorgde omwonenden over en weer voor meer begrip kan zorgen, zodat [A ] door omwonenden minder snel als bedreigend en intimiderend wordt ervaren.
4De beslissing
De kantonrechter in kort geding:
4.1.
veroordeelt de bewindvoerder om € 2.586,51 aan huurachterstand tot en met de maand januari 2026 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de afzonderlijke huurtermijnen vanaf het moment dat de bewindvoerder (of [A ] ) met betaling van de huurtermijnen in verzuim is geraakt;
4.2.
legt [A ] voor de duur van één jaar een gedragsaanwijzing op. [A ] moet:
de hulp en begeleiding die Kwintes noodzakelijk vindt accepteren zolang dat nodig is en actief meewerken aan de uitvoering van die begeleiding;
zich onthouden van overlastgevend of hinderlijk gedrag in de ruimste zin van het woord (waaronder in ieder geval valt: schreeuwen, bonken, vernieling van de woning en gevaarlijk of agressief gedrag). Dit geldt zowel in de woning als in de directe omgeving van de woning;
zijn huur volledig en op tijd, in overeenstemming met de bepalingen van de huurovereenkomst, betalen en in overleg treden met Centrada bij eventuele betalingsproblemen voordat een huurachterstand ontstaat;
Centrada één keer per maand vrije toegang tot zijn woning geven, zodat Centrada kan controleren of hij de gedragsaanwijzing naleeft;
4.3.
veroordeelt de bewindvoerder, als [A ] niet (binnen zeven dagen na dit vonnis) aan de gedragsaanwijzing onder 4.2. voldoet, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan haar toebehoren en niet aan Centrada, en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Centrada te stellen, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken of te gebruiken. Deze veroordeling blijft geldig tot één jaar na dit vonnis;
4.4.
veroordeelt de bewindvoerder, als er voor [A ] een plek vrijkomt om begeleid te gaan wonen en hij die plek niet accepteert, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan haar toebehoren en niet aan Centrada, en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Centrada te stellen, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken of te gebruiken;
4.5.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.691,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de bewindvoerder (of [A ] ) niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de bewindvoerder ook de kosten van betekening betalen;
4.6.
veroordeelt de bewindvoerder in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|