Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:2144 
 
Datum uitspraak:02-04-2026
Datum gepubliceerd:20-04-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:C/08/338985 / FA RK 25-24 C/08/338985 / FA RK 25-24
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:De man heeft de minderjarige in het verleden erkend als zijn kind. In deze procedure heeft de moeder de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat deze erkenning nietig is. Als dat niet kan, dan verzoekt de moeder de rechtbank om de erkenning te vernietigen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van nietigheid. De rechtbank is daarnaast voorlopig van oordeel dat zij de erkenning ook niet kan vernietigen, omdat de moeder niet op tijd is met het indienen van haar verzoek. De wet geeft ook de minderjarige de mogelijkheid de rechtbank te verzoeken de erkenning te vernietigen. De bijzondere curator zou dat verzoek dan namens de minderjarige doen. Daarvoor geldt een langere termijn dan voor de moeder. De rechtbank geeft de bijzondere curator de gelegenheid dat verzoek te doen. De bijzondere curator moet zelf beoordelen of dat wel of niet in het belang van de minderjarige is. Als de bijzondere curator daadwerkelijk het verzoek doet, dan verwacht de rechtbank dat een DNA-onderzoek nodig is. De moeder moet er rekening mee houden dat zij (een deel van) de kosten hiervan moet betalen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/338985 / FA RK 25-2477


tussenbeschikking van 2 april 2026


in de zaak van



[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.A. Knobben,

en



[de man]
,

verder te noemen: de man,
wonende in [woonplaats 2] ,

met als belanghebbende


mr. [curator 1] ,

kantoorhoudende in [vestigingsplaats],
als bijzondere curator over het minderjarige kind [minderjarige].




1De zaak in het kort

De man heeft [minderjarige] in het verleden erkend als zijn kind. In deze procedure heeft de moeder de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat deze erkenning nietig is. Als dat niet kan, dan verzoekt de moeder de rechtbank om de erkenning te vernietigen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van nietigheid. De rechtbank is daarnaast voorlopig van oordeel dat zij de erkenning ook niet kan vernietigen, omdat de moeder niet op tijd is met het indienen van haar verzoek. De wet geeft ook [minderjarige] de mogelijkheid de rechtbank te verzoeken de erkenning te vernietigen. De bijzondere curator zou dat verzoek dan namens [minderjarige] doen. Daarvoor geldt een langere termijn dan voor de moeder. De rechtbank geeft de bijzondere curator de gelegenheid dat verzoek te doen. De bijzondere curator moet zelf beoordelen of dat wel of niet in het belang van [minderjarige] is. Als de bijzondere curator daadwerkelijk het verzoek doet, dan verwacht de rechtbank dat een DNA-onderzoek nodig is. De moeder moet er rekening mee houden dat zij (een deel van) de kosten hiervan moet betalen. In deze uitspraak legt de rechtbank haar beslissing verder uit.




2De procedure


2.1
De moeder heeft op 29 september 2025 een verzoekschrift (met bijlagen) ingediend.



2.2
In de beschikking van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. [curator 2] benoemd als bijzondere curator over [minderjarige].



2.3
In de beschikking van 10 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. [curator 2] ontslagen van haar functie als bijzondere curator en is mr. [curator 1] benoemd als bijzondere curator over [minderjarige]. De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor haar belangen.



2.4
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:


het advies van de bijzondere curator, binnengekomen op 25 november 2025;


het verzoek wijzen tussenbeschikking namens de moeder, binnengekomen op


18 februari 2026;


de reactie van de bijzondere curator op het verzoek wijzen tussenbeschikking, binnengekomen op 18 februari 2026;


een aanvullende bijlage namens de moeder, binnengekomen op 20 februari 2026.





2.5
Het verzoek is besproken tijdens de zitting van 23 februari 2026.
Daarbij waren aanwezig:


de moeder, bijgestaan door haar advocaat;



[naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad);


de bijzondere curator.



De man was ook op de juiste wijze opgeroepen voor de zitting, maar hij is niet gekomen.





3De feiten


3.1
De moeder en de man hebben een relatie gehad.



3.2
De moeder is op [datum] 2023 bevallen van [minderjarige] , verder te noemen: [minderjarige]. [minderjarige] is geboren in [geboorteplaats].



3.3
De man heeft [minderjarige] erkend op 28 september 2023.



3.4
De moeder heeft alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige]. Dat betekent dat de moeder de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mag nemen.





4Het verzoek van de moeder


4.1
De moeder verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
- voor recht te verklaren dat de erkenning van [minderjarige] door de man nietig is, althans deze
erkenning te vernietigen;
subsidiair:
- een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk
Wetboek (BW) die dient te onderzoeken of de erkenning van [minderjarige] door de man nietig is, althans dient te worden vernietigd en zo ja om de belangen van [minderjarige] te behartigen in de procedure tot vernietiging van de erkenning op grond van artikel 1:205 lid 1 sub a BW;
- te bepalen dat de bijzondere curator wordt aangesteld binnen een redelijke termijn en
wordt verzocht om binnen vier weken verslag uit te brengen;
kosten rechtens.



4.2
De moeder heeft zich op het standpunt gesteld dat de juridische band tussen de man en [minderjarige] niet overeenkomt met de werkelijkheid. Ook stelt de moeder dat de erkenning niet in het belang is van [minderjarige], maar dat dit juist de moeder schaadt en belemmert in haar alleenstaand ouderschap. De man heeft zich volledig teruggetrokken uit het leven van [minderjarige] en wil niets met haar te maken hebben. De moeder wil ook niets meer met de man te maken hebben. Tijdens de relatie was sprake van geweld van de man tegen de vrouw. Ook na de relatie en tot op heden is de man de vrouw blijven lastigvallen en bedreigen. Daarvoor is de man ook veroordeeld in 2023. De moeder vindt het vreselijk dat de man heftige berichten blijft sturen en ze wil dat dat stopt. De moeder heeft geprobeerd alle contact met hem te verbreken, maar het lukt hem steeds weer om in contact met haar te komen. Ze is ervan overtuigd dat de man geen contact meer met haar zal zoeken wanneer de erkenning nietig wordt verklaard of wordt vernietigd.



4.3
In het verzoekschrift van de moeder staat vermeld dat de man de biologische vader is, maar dat de man daaraan twijfelt. Tijdens de zitting heeft de moeder gezegd dat het best zou kunnen dat [minderjarige] een andere biologische vader heeft. De moeder heeft verzocht de zaak aan te houden en de man te gelasten medewerking te verlenen aan DNA-verwantschapsonderzoek op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat hij weigert zijn medewerking daaraan te verlenen tot een maximum van € 25.000,00.



4.4
Verder is namens de moeder naar voren gebracht dat mocht niet komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is, alsnog de erkenning kan worden vernietigd gelet op de bescherming van het privéleven van de moeder en het kind op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De moeder ervaart namelijk dat zij geen mogelijkheid heeft om aan de slag te gaan met hulpverlening voor zichzelf als de erkenning in stand blijft. Ook is er geen ruimte voor een andere persoon die het juridisch ouderschap op zich zou willen nemen, terwijl de moeder verbonden blijft aan de man. Hij is een vader waarvan niets is te verwachten. Ook is er nu geen ruimte voor de moeder en [minderjarige] voor hulpverlening in het kader van statusvoorlichting voor [minderjarige].





5Het verweer van de man

De man heeft geen verweer gevoerd.




6Het advies van de bijzondere curator

De bijzondere curator adviseert het verzoek om de erkenning nietig te verklaren af te wijzen, omdat geen sprake is van de in de wet genoemde voorwaarden voor nietigheid. Het verzoek tot vernietiging van de erkenning kan volgens de bijzondere curator alleen in behandeling worden genomen nadat met een DNA-onderzoek is vastgesteld dat de man niet de biologische vader is. Als daaruit volgt dat de man niet de biologische vader is, kan de bijzondere curator (naast het verzoek van de moeder) namens [minderjarige] een verzoek doen om de erkenning te vernietigen. Als de man niet wil meewerken aan het DNA-onderzoek moet daar volgens de bijzondere curator de conclusie aan worden verbonden dat de man de biologische vader is en moet het verzoek worden afgewezen. In die situatie ziet zij geen taak voor haar als bijzondere curator om namens [minderjarige] een verzoek tot vernietiging van de erkenning in te dienen. Verder begrijpt de bijzondere curator de wens van de moeder om met rust gelaten te worden door de man, maar vraagt ze zich af hoe het kan dat de man de mogelijkheid heeft om de moeder steeds te bereiken. De bijzondere curator gunt het de moeder en [minderjarige] om onbereikbaar te zijn voor de man.




7Het advies van de raad

De raad sluit zich aan bij het advies van de bijzondere curator. Voor [minderjarige] is het belangrijk dat komt vast te staan of de man de biologische vader is. Tegelijkertijd vraagt de raad zich af wat [minderjarige] kan verwachten van de man, aangezien de man zelf ook wil dat de juridische band wordt verbroken.




8De beoordeling


Inleiding



8.1
In deze zaak staat de vraag centraal of de erkenning van [minderjarige] door de man nietig moet worden verklaard of moet worden vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van nietigheid en zal het verzoek van de moeder om voor recht te verklaren dat de erkenning van [minderjarige] door de man nietig is daarom afwijzen. Daarnaast houdt de rechtbank het verzoek van de moeder tot vernietiging aan en is zij voornemens de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in dat verzoek. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.


Nietigheid erkenning?




8.2
Over het verzoek tot nietigheid van de erkenning overweegt de rechtbank als volgt.
Op grond van artikel 1:204, lid 1 BW is de erkenning nietig als zij is gedaan:


door een persoon die krachtens artikel 41 geen huwelijk met de moeder mag sluiten;


door een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt;


indien het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder of de vader;


zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder;


terwijl er twee ouders zijn.





8.3
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van één van de gevallen van deze bepaling. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.


Vernietiging erkenning?




8.4
Over het verzoek tot vernietiging van de erkenning overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 1:205, lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:


door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;


door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;


door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.





8.5
Het derde lid van deze bepaling schrijft voor dat wanneer de moeder het verzoek doet, zij dat binnen een jaar moet doen. Dat wil zeggen: zij moet het verzoek doen binnen een jaar nadat de bedreiging of misbruik van omstandigheden heeft opgehouden te werken of binnen een jaar nadat ze het bedrog of de dwaling heeft ontdekt.



8.6
De moeder heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij haar verzoek binnen de in artikel 1:205, lid 3 BW genoemde termijn heeft ingediend. Daarom ligt het voor de hand de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. Tegelijkertijd heeft zij een beroep gedaan op de bijzondere curator om namens [minderjarige] een verzoek tot vernietiging van de erkenning in te dienen. De rechtbank wil de bijzondere curator die gelegenheid geven, omdat het voor de rechtbank onvoldoende duidelijk is of vernietiging van de erkenning in het belang is van [minderjarige]. Anders dan de bijzondere curator is de rechtbank van oordeel dat voor het indienen van een verzoek namens [minderjarige] niet eerst hoeft komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige]. Die volgorde blijkt niet uit de wet. Het betreft een voorwaarde om de erkenning te kunnen vernietigen, maar het staat de bijzondere curator er niet (op voorhand) aan in de weg om zelf een verzoek tot vernietiging in te dienen. De bijzondere curator kan het verzoek alleen indienen zolang zij de taak van bijzondere curator vervult. Dat is slechts zolang deze procedure van de moeder nog loopt.



8.7
Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank het verzoek tot vernietiging van de erkenning aan en is zij voornemens de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. Dit zou betekenen dat de rechtbank het verzoek van de moeder niet kan beoordelen. Dat betekent dat de rechter ook niet toekomt aan het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM.



8.8
Omdat voor kinderen een ruimere termijn geldt om een verzoek tot vernietiging in te dienen, kan de rechtbank een verzoek namens [minderjarige] wel beoordelen. Dat verzoek heeft de bijzondere curator (nog) niet namens [minderjarige] gedaan, maar de rechtbank geeft de bijzondere curator daar de gelegenheid voor. Het is daarbij aan de bijzondere curator om te beoordelen of zij het in het belang van [minderjarige] vindt om het verzoek wel of niet in te dienen.


DNA-onderzoek (indien van toepassing)




8.9
Als de bijzondere curator daadwerkelijk het verzoek tot vernietiging namens [minderjarige] doet, moet de rechtbank vervolgens – in het kader van dat verzoek – beoordelen of een DNA-onderzoek nodig is. Het is in dat geval te verwachten dat dit nodig is, omdat moet komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is. Daarvoor is een DNA-onderzoek nodig, gelet op de tegenstrijdige verklaring van de moeder op dit punt en de verklaring van de man aan de bijzondere curator dat hij niet de biologische vader kan zijn, omdat hij zeven tot acht maanden in Duitsland was toen de moeder zwanger raakte.



8.10
Als de rechtbank een DNA-onderzoek nodig vindt, dan is Verilabs een geschikte partij voor de uitvoering ervan. Verilabs voert namelijk rechtsgeldige DNA-onderzoeken uit. Dit betekent dat aan alle eisen wordt voldaan, ook voor de identificatie van de testpersonen en de afname en verzending van het DNA-materiaal. Ter zitting is de mogelijkheid van thuistests aan de orde gekomen, maar naar het oordeel van de rechtbank is dat in deze zaak geen geschikte methode om meerdere redenen. Zo heeft de man aan de bijzondere curator laten weten niet te willen meewerken aan DNA-onderzoek en weet de moeder niet hoe ze contact kan krijgen met de andere mannen die mogelijk de biologische vader van [minderjarige] zijn. Bovendien zijn thuistests naar het oordeel van de rechtbank ook niet voldoende betrouwbaar in deze zaak, mede gelet op de belangen van partijen bij de uitkomst ervan.


Kosten DNA-onderzoek




8.11
De rechtbank wijst partijen erop dat er kosten zijn verbonden aan een DNA-onderzoek. De rechtbank vraagt eerst een voorschot en het DNA-onderzoek zal pas starten als de rechtbank het voorschot heeft ontvangen. In de eindbeslissing bepaalt de rechtbank wie de kosten definitief moet(en) betalen. In beginsel komt het voorschot voor degene die het onderzoek verzoekt. Als de curator namens het kind dit verzoek doet, dan zou dat betekenen dat die kosten voor het kind komen. De rechtbank is voorlopig echter van oordeel dat dat in dit geval niet rechtvaardig is. Hoewel [minderjarige] belang heeft bij de uitkomst van het DNA-onderzoek, is zij voor haar informatie in belangrijke mate afhankelijk van vooral de moeder en (in mindere mate) de man. Daarnaast lijkt vooral de moeder belang te hebben bij de uitkomst van het DNA-onderzoek. Ook heeft zij pas ter zitting voor het eerst het standpunt ingenomen dat er toch een mogelijkheid is dat de man niet de biologische vader is. De rechtbank is daarom voornemens het voorschot van het onderzoek voor rekening van de moeder te laten komen. Omdat de moeder op basis van een toevoeging procedeert, geldt echter de speciale regeling dat geen voorschot wordt opgelegd. De moeder moet er wel rekening mee houden dat zij later alsnog de kosten van het DNA-onderzoek of een deel daarvan moet betalen.



8.12
De kosten van het DNA-onderzoek bij Verilabs bedragen in beginsel € 695,00 (incl. btw) voor een standaard onderzoek met één man en één kind. Als de man en [minderjarige] niet tegelijk aanwezig zijn voor de afname van DNA-materiaal dan zijn de kosten hoger. In de eindbeschikking zal de rechtbank vermelden wat de definitieve kosten van het DNA-onderzoek zijn en wie deze kosten uiteindelijk moet(en) betalen.


Belang van de man om mee te werken aan DNA-onderzoek




8.13
De man heeft aan de bijzondere curator en aan de moeder laten weten dat hij niets meer met [minderjarige] te maken wil hebben en dat hij de erkenning vernietigd wil hebben. De rechtbank wijst de man er daarom op dat als hij dat nog steeds vindt, het in zijn belang is om mee te werken aan DNA-onderzoek. Zonder DNA-onderzoek zal de erkenning in ieder geval in stand blijven, zo oordeelt de rechtbank voorlopig.


Belang van de moeder om met rust gelaten te worden door de man




8.14
De rechtbank overweegt verder dat zij het belang ziet van de moeder om met rust gelaten te worden door de man. De rechtbank heeft inzage gekregen in een grote hoeveelheid appjes die de man naar de moeder heeft gestuurd. Het betreffen ernstige beledigingen en bedreigingen richting en over de moeder en ook over [minderjarige]. De rechtbank verwacht van de man dat hij hiermee onmiddellijk stopt.


Aanhouding beslissing




8.15
Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan. De rechtbank geeft de bijzondere curator twee weken de gelegenheid schriftelijk te reageren op deze beschikking en – indien zij dit in het belang van het [minderjarige] vindt – een verzoek in te dienen namens [minderjarige]. Hierna krijgen de moeder, de man en de raad ook twee weken de tijd om schriftelijk te reageren op de overwegingen in deze tussenbeschikking over de kosten van DNA-onderzoek en, indien aan de orde, het verzoek van [minderjarige].






9De beslissing

De rechtbank:


9.1
wijst het verzoek van de moeder voor recht te verklaren dat de erkenning van [minderjarige] door de man nietig is, af;



9.2
stelt de bijzondere curator in de gelegenheid, indien dit naar haar deskundige inzicht in het belang van [minderjarige] is, om binnen twee weken na deze tussenbeschikking schriftelijk te reageren op deze tussenbeschikking en – indien zij dit in het belang van [minderjarige] acht – een verzoek namens [minderjarige] in te dienen;



9.3
stelt de moeder, de man en de raad in de gelegenheid om na binnenkomst van de reactie van de bijzondere curator en, indien aan de orde, het verzoek van [minderjarige] binnen twee weken schriftelijk te reageren op de overwegingen in deze tussenbeschikking over de kosten van DNA-onderzoek en, indien aan de orde, de reactie van de bijzondere curator en het verzoek van [minderjarige];



9.4
houdt iedere verdere beslissing aan.










Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. C. Ruiter, griffier.












































De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.



Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:




door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;




door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Link naar deze uitspraak