Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNNE:2026:1316 
 
Datum uitspraak:10-02-2026
Datum gepubliceerd:22-04-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Nederland
Zaaknummers:11993639 AR VERZ 25-97
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd omdat de werkgever de op hem rustende onderzoeksplicht heeft geschonden; veroordeling doorbetaling loon; veroordeling werknemer te laten oproepen door arbodienst/bedrijfsarts
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
minimumloon
uitkering
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer / rekestnummer: 11993639 \ AR VERZ 25-97


Beschikking van 10 februari 2026


in de zaak van



[verzoeker]
,
te [plaats ] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R.M. van der Horn,

tegen


ELEKTRO RETAIL GROUP B.V.,
te Groningen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Elektro Retail,
gemachtigde: mr. D. Lacevic.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift;


het verweerschrift;


aanvullende stukken van [verzoeker] van 8 januari 2026;


het aanvullend verweerschrift;


de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.





1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Het volgende staat tussen partijen vast en acht de kantonrechter van belang.



2.2.

[verzoeker] is op 23 augustus 2021 in dienst getreden bij [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) in de functie van [functie] . Na meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is hij per 1 mei 2024 in vaste dienst gekomen bij [bedrijf] . Aanvankelijk verrichtte [verzoeker] zijn werkzaamheden op een locatie in [plaats ] . Daarna werkte hij op een locatie in [plaats ] .


2.3.
Per 1 juli 2025 is [verzoeker] voor de duur van 1 jaar in dienst getreden bij Elektro Retail, tegen een bruto salaris van € 2.450,00 per maand.



2.4.
Op 26 augustus 2025 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld bij zijn leidinggevende [naam 3] .



2.5.
Op 29 augustus 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] , [naam 3] , directeur [naam 2] en HR-medewerker [naam 4] (die Spaans spreekt).



2.6.
Bij e-mail van 29 augustus 2025 heeft [naam 2] onder meer het volgende aan [verzoeker] bericht:

In de bijlage de arbeidsovereenkomst


Overigen afspraken


(1) Tanken maximaal 250,- euro per maand bij een volledige werk maand bonnetjes naar Edwin


(2) Uren opgave per mail naar [e-mailadres] uiterlijk de tweede dag van de nieuwe maand


(3) Uren zondag indien 8 uur gewerkt doorgeven als 12 uur.


(4) Vakantie vanaf vandaag t/m 13 sept.


(5) Zondag 14 september weer starten


(6) Rooster is voor de komende periode Zondag t/m woensdag ( Donderdag - Vrijdag - Zaterdag vrijdag) de periode van Black Friday zal dit moeten worden herzien en zal er gewoon gewerkt moeten worden. Het zelfde geldt voor de kerst periode.


(8) Contract is op basis van 40 uur per week, indien er minder uren gewerkt worden dan het contract zal dit logischerwijs in mindering gebracht worden op de uitbetaling (173,3 uur per maand)




2.7.

[verzoeker] heeft [naam 3] via WhatsApp op 10 september 2025 bericht dat hij nog steeds ziek is.



2.8.
Vlak daarna heeft [naam 2] bij e-mail van 10 september 2025 aan [verzoeker] bericht:

Goedemiddag [verzoeker] ,


We hebben de opzegging van je arbeidsovereenkomst die je gedaan hebt in het bijzijn van [naam 1] verwerkt wat inhoudt dat arbeidsovereenkomst eindigt op 30 sept. 2025.


Ik verzoek je vriendelijk de bedrijfseigendommen zoals o.a. sleutels voor einde maand in te leveren bij mijn kantoor in Groningen.




2.9.
Naar aanleiding van deze e-mail heeft [verzoeker] sleutels die hij in het bezit had van Elektro Retail ingeleverd.



2.10.

[bedrijf] heeft haar activiteiten per 23 september 2025 gestaakt.



2.11.
Elektro Retail en [bedrijf] behoorden tot hetzelfde concern en maakten gebruik van hetzelfde magazijn.



2.12.
Namens [verzoeker] is bij brief van 13 oktober 2025 betwist dat hij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en is Elektro Retail gesommeerd het (achterstallige) salaris na en door te betalen alsmede een bedrijfsarts in te schakelen.


2.13.
Nadien is door en namens partijen gecorrespondeerd, waarbij Elektro Retail zich op het standpunt heeft gesteld dat [verzoeker] zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en waarbij [verzoeker] deze opzegging heeft betwist.



2.14.
Uiteindelijk is namens [verzoeker] de onderhavige procedure opgestart.





3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


de opzegging door Elektro Retail per 30 september 2025 te vernietigen, primair wegens een ontslagverbod en subsidiair wegens het ontbreken van een geldige reden, subsidiair voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst niet op 30 september 2025 is geëindigd door een (vermeende) opzegging van [verzoeker] ;


voor recht te verklaren dat de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen [bedrijf] BV en [verzoeker] per 1 juli 2025 op grond van overgang van onderneming zijn overgegaan op Elektro Retail Group BV.;


voor recht te verklaren dat [bedrijf] BV viel, en Elektro Retail Group BV valt onder de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde CAO voor Elektrotechnische Detailhandel 2024-2025;


Elektro Retail te veroordelen de betaling van het verschuldigde maandsalaris en overige emolumenten per 1 oktober 2025 te hervatten - tot en met 31 december 2025 conform de toepasselijke algemeen verbindend verklaarde CAO voor de Elektrotechnische Detailhandel 2024-2025 - tot de dag dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;


Elektro Retail te veroordelen tot het binnen twee weken na de te wijzen beschikking inschakelen van een arbodienst/bedrijfsarts en [verzoeker] voor een spreekuur op te laten roepen, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat Elektro Retail niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00;


Elektro Retail te veroordelen tot betaling van het minimale achterstallige loon over de maanden september tot en met november 2025 ten bedrage van € 7.488,00 bruto, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente;


Elektro Retail te veroordelen tot het aan [verzoeker] verstrekken van kopieën van:




alle loonstroken behorend bij de salarisbetalingen door [bedrijf] BV vanaf augustus 2021 tot en met juni 2025, met uitzondering van de salarisstrook van februari 2024,


alle dienst/werkroosters ten behoeve van de door [verzoeker] verrichte werkzaamheden voor [bedrijf] BV en Elektro Retail Group BV vanaf 23 augustus 2021 tot en met 25 augustus 2025, alle arbeidsovereenkomsten tussen [verzoeker] en [bedrijf] BV voor zover in dit verzoekschrift niet al overgelegd;


alle op [verzoeker] betrekking hebbende correspondentie tussen [bedrijf] BV en/of Elektro Retail Group BV met het pensioenfonds Detailhandel alsmede bewijzen van afdracht van pensioenpremie vanaf 23 augustus 2025 tot 1 juli 2025,


binnen twee weken na de te wijzen beschikking, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat Elektro Retail niet aan (een van) deze veroordelingen voldoet met een maximum van € 5.000,00;
8. Elektro Retail te veroordelen binnen twee weken na het wijzen van de beschikking tot het doen van opgave aan [verzoeker] van de functiegroep, salarisschaal en trede als bedoeld in de CAO Elektrotechnische Detailhandel waarin [verzoeker] per 1 juli 2025 is ingedeeld, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat Elektro Retail niet aan deze opgave voldoet met een maximum van € 5.000,00;
9. Elektro Retail te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van € 749,40 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
10. Elektro Retail te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, het salaris van gemachtigde van [verzoeker] , het griffierecht daaronder begrepen, te voldoen binnen een week na dagtekening van de beschikking, en - voor het geval dat voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf de termijn van voldoening, alsmede tot betaling van de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en € 199,00 ingeval van betekening indien Elektro Retail niet binnen een week na betekening heeft voldaan aan de beschikking.



3.2.
Elektro Retail voert verweer en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen.



3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna bij de beoordeling, voor zover van belang, nader worden ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst is geëindigd als gevolg van opzegging (door [verzoeker] dan wel door Elektro Retail) en zo nee, of Elektro Retail moet worden veroordeeld tot betaling van loon en het inschakelen van een arbodienst of bedrijfsarts. Daarnaast liggen meerdere nevenverzoeken ter beoordeling voor.


de arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig geëindigd




4.2.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.



4.3.
Cruciaal voor de uitkomst van deze zaak is de inhoud van het gesprek dat partijen hebben gevoerd op 29 augustus 2025. Volgens Elektro Retail heeft [verzoeker] tijdens dat gesprek zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 30 september 2025, terwijl [verzoeker] zich op het standpunt stelt dat hij zijn arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd.



4.4.
De kantonrechter stelt voorop dat voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring is vereist die erop is gericht om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen. Deze volgens vaste rechtspraak geldende strenge maatstaf ter beantwoording van de vraag of een werknemer zijn dienstbetrekking vrijwillig heeft willen beëindigen, dient ertoe de werknemer te behoeden voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband voor hem kan hebben, zoals het mogelijk verlies van ontslagbescherming en aanspraken op grond van de sociale zekerheidswetgeving. In verband met die gevolgen zal de werkgever niet spoedig mogen aannemen dat een verklaring van de werknemer gericht is op vrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking. Onder omstandigheden rust op de werkgever een onderzoeksplicht om na te gaan of de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen en een verplichting om de werknemer over de gevolgen van de opzegging voor te lichten. De vraag in hoeverre op de werkgever een onderzoeksplicht rust ter zake van de werkelijke bedoeling van de mededelingen of gedragingen van de werknemer, waaruit hij een ontslagneming heeft menen te mogen afleiden, kan slechts worden beantwoord in het licht van de omstandigheden en is derhalve sterk verweven met de feiten. Anders dan namens Elektro Retail is betoogd vloeit uit deze jurisprudentie van de Hoge Raad niet voort dat een onderzoeksplicht van de werkgever - per definitie - niet aan de orde is als een opzegging door de werknemer niet voor enig misverstand vatbaar is. De vraag of er op de werkgever een onderzoeksplicht rust is immers afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.



4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter is er in het onderhavige geval sprake van omstandigheden die maken dat bedoelde onderzoeksplicht op Elektro Retail rust, al was het maar omdat [verzoeker] zich voorafgaand aan het gesprek op 29 augustus 2025 op 26 augustus 2025 ziek heeft gemeld en gesteld noch gebleken is dat Elektro Retail iets met deze ziekmelding heeft gedaan.



4.6.
De kantonrechter zal daarom de vraag in het midden laten of [verzoeker] de arbeidsovereenkomst op 29 augustus 2025 heeft opgezegd. Want als hij dat zou hebben gedaan, is het de vraag of Elektro Retail mocht aannemen dat [verzoeker] de mogelijke consequenties van zijn beslissing voor zijn rechtspositie overzag (onderzoeks- en informatieplicht). Naar het oordeel van de kantonrechter is dat niet het geval. Dat Elektro Retail zich er in het gesprek van 29 augustus 2025 van heeft vergewist dat [verzoeker] zich bewust was van de consequenties van een opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, is namelijk niet komen vast te staan. Gesteld noch gebleken is dat [verzoeker] is gewezen op die consequenties (bijvoorbeeld het verlies van het recht op een uitkering). Dit blijkt ook geenszins uit de getuigenverklaringen die Elektro Retail heeft overgelegd.



4.7.
Bovendien had het op de weg van Elektro Retail gelegen om, nadat [verzoeker] op 10 september 2025 via WhatsApp had aangegeven nog steeds ziek te zijn, zich ervan te vergewissen of [verzoeker] inderdaad wel wilde opzeggen, mede gelet op de grote consequenties voor [verzoeker] . In plaats daarvan heeft Elektro Retail direct na dat WhatsApp-bericht de vermeende opzegging bevestigd. Het had voorts op de weg van Elektro Retail gelegen om de gestelde opzegging in de e-mail van 29 augustus 2025 te bevestigen en in die e-mail [verzoeker] te wijzen op de consequenties daarvan. Dat heeft Elektro Retail niet gedaan, terwijl zij wel gedetailleerd de (volgens haar andere) afspraken heeft bevestigd die zijn gemaakt op 29 augustus 2025, daarbij ook vermeldend dat [verzoeker] geacht wordt te werken op Black Friday en tijdens de Kerstperiode. Dat wil zeggen na de gestelde beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst, hetgeen strijdig is met de gestelde opzegging. [naam 2] heeft ter zitting aangevoerd dat hij dit laatste per ongeluk heeft gedaan, maar dat neemt niet weg dat in die e-mail met geen woord is gerept over de opzegging of de consequenties van een eventuele opzegging.



4.8.
Evenmin is gebleken dat Elektro Retail heeft meegewogen dat [verzoeker] zich op 26 augustus 2025 had ziekgemeld, een omstandigheid die verstrekkende arbeidsrechtelijke consequenties kan hebben voor het recht op een uitkering bij opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verzoeker] . Ter zitting is weliswaar gesteld dat hij zich op 29 augustus 2025 beter heeft gemeld, maar die stelling is niet onderbouwd en vindt ook geen bevestiging in de e-mail van 29 augustus 2025 die Elektro Retail naar aanleiding van het gesprek op 29 augustus 2025 aan [verzoeker] heeft gestuurd, noch in de overgelegde getuigenverklaringen. Bovendien is die stelling strijdig met het feit dat [verzoeker] op 10 september 2025 aan [naam 3] heeft bericht dat hij nog steeds ziek is. De stelling dat [verzoeker] in de aanloop naar het gesprek op 29 augustus 2025 ook heeft aangegeven te willen opzeggen leidt niet tot een ander oordeel, omdat [verzoeker] dit heeft betwist en - mocht hij dit wel hebben aangegeven - daarmee niet vast staat dat hij zich bewust was van de consequenties daarvan en ook niet dat Elektro Retail zich ervan heeft vergewist dat [verzoeker] die consequenties overzag.



4.9.
Gelet op alle omstandigheden van het geval heeft Elektro Retail dan ook niet mogen aannemen dat, als [verzoeker] de arbeidsovereenkomst al heeft opgezegd, hij dat ook daadwerkelijk beoogde en de consequenties daarvan overzag. Elektro Retail had op dat punt nader onderzoek moeten doen.



4.10.
De conclusie is dat, gelet op de in rechtsoverweging 4.4 aangehaalde jurisprudentie, naar het oordeel van de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd als gevolg van een (vermeende) opzegging door [verzoeker] . Aan het door Elektro Retail gedane bewijsaanbod komt de kantonrechter niet toe nu dit aanbod niet ziet op de onderzoeks- en informatieplicht.


verklaring voor recht




4.11.
De e-mail van Elektro Retail van 10 september 2025 is naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als een opzegging van de arbeidsovereenkomst, maar als een bevestiging van de (vermeende) opzegging door [verzoeker] . De primair gevraagde verklaring voor recht is daarom niet toewijsbaar. Wel toewijsbaar is de subsidiair gevraagde verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst niet op 30 september 2025 is geëindigd door de (vermeende) opzegging door [verzoeker] .


doorbetaling loon




4.12.
Vervolgens ligt de vraag voor of Elektro Retail moet worden veroordeeld tot doorbetaling van het loon van [verzoeker] .



4.13.
Elektro Retail voert, onder verwijzing naar artikel 7:629a van het Burgerlijk Wetboek (BW), als meest verstrekkende verweer dat zij daartoe niet kan worden veroordeeld omdat [verzoeker] geen deskundigenverklaring van het UWV heeft overgelegd. De hoofdregel van artikel 7:629a, lid 1 BW bepaalt inderdaad dat in het geval een werknemer loon vordert tijdens ziekte die vordering door de rechter wordt afgewezen als een deskundigenverklaring van het UWV ontbreekt. Het eerste lid van artikel 7:629a BW geldt ingevolge het tweede lid van dat artikel echter niet indien de arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet wordt betwist door de werkgever. Bij aanvang van de onderhavige procedure werd de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] (nog) niet betwist door Elektro Retail, die betwisting is pas in het (aanvullend) verweerschrift gedaan. Artikel 7:629a lid 1 BW mist in deze zaak derhalve toepassing en staat aan toewijzing van de loonvordering niet in de weg.



4.14.
Het verzoek om Elektro Retail te veroordelen tot betaling van het verschuldigde (deels achterstallige) maandsalaris zal worden toegewezen. Anders dan door Elektro Retail betoogd is er geen aanleiding om die loonvordering pas toe te wijzen vanaf het moment dat [verzoeker] heeft betwist dat hij zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Zoals hiervoor is geoordeeld is de arbeidsovereenkomst niet geëindigd, wat met zich brengt dat het loon moet worden doorbetaald.



4.15.
Partijen zijn het erover eens dat [verzoeker] in elk geval recht heeft op betaling van het minimumloon en dat dit minimumloon € 2.496,00 bruto per maand bedraagt. Dit maandloon zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW (met een maximum van 20%) en de wettelijke rente over de maanden september 2025 tot en met november 2025 ter hoogte van € 7.488,00 bruto.



4.16.
Het door Elektro Retail gedane beroep op opschorting (vanwege een niet ingeleverde sleutel) staat daaraan niet in de weg omdat niet is voldaan aan het bepaalde in 7:632 BW. Verrekening kan alleen met de in artikel 7:632 lid 1 BW genoemde vorderingen. Het inleveren van een sleutel valt daar niet onder. Voor zover Elektro Retail stelt dat [verzoeker] , wanneer hij de sleutel niet inlevert, een schadevergoeding moet betalen kan dit Elektro Retail niet baten, omdat zij de hoogte van die schadevergoeding niet heeft gesteld noch onderbouwd en zij in dit kader geen tegenverzoek heeft ingediend.



4.17.
Ook het verweer dat de loonvordering voorwaardelijk, namelijk pas nadat door een bedrijfsarts is geconstateerd dat [verzoeker] arbeidsongeschikt is wegens ziekte, moet worden toegewezen zal de kantonrechter passeren. Toewijzing van een loonvordering onder dit voorbehoud ontbeert naar het oordeel van de kantonrechter een wettelijke basis.


oproep door arbodienst/bedrijfsarts




4.18.
Het niet afzonderlijk betwiste verzoek om Elektro Retail te veroordelen om [verzoeker] op te laten roepen door een arbodienst/bedrijfsarts zal worden toegewezen. De termijn waarbinnen dat dient te gebeuren zal worden bepaald op 8 weken. De prikkel van een dwangsom is naar het oordeel van de kantonrechter niet nodig omdat Elektro Retail ingevolge artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht is om dit te doen.


overige verzoeken




4.19.
Van de overige verzoeken is alleen het verzoek om Elektro Retail te veroordelen tot het verstrekken van kopieën van alle dienst/werkroosters van de door [verzoeker] ten behoeve van Elektro Retail verrichte werkzaamheden (vanaf 1 juli 2025) toewijsbaar. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan die veroordeling een dwangsom te verbinden, nu zij ervan uitgaat dat Elektro Retail vrijwillig aan deze veroordeling zal voldoen.



4.20.
Alle overige verzoeken zullen worden afgewezen omdat deze geen, althans onvoldoende, verband houden met de verzoeken zoals die hiervoor zijn toegewezen, dan wel omdat deze voor een - door [verzoeker] niet gewenste - vertraging van de onderhavige procedure zouden zorgen. De in deze verzoeken geformuleerde vorderingen kunnen, zoals namens [verzoeker] ter zitting ook is aangegeven, ook in een afzonderlijke (dagvaardings)procedure aan de orde worden gesteld.



buitengerechtelijke incassokosten




4.21.

[verzoeker] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 749,40 zal worden toegewezen, nu die is berekend conform de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de dag van het verzoekschrift, nu niet is gesteld of gebleken dat of wanneer de buitengerechtelijke kosten door [verzoeker] zijn voldaan.


proceskosten




4.22.
De proceskosten komen voor rekening van Elektro Retail, omdat zij overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten).



4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op 30 september 2025 is geëindigd door een (vermeende) opzegging van [verzoeker] ;



5.2.
veroordeelt Elektro Retail tot betaling aan [verzoeker] van € 7.488,00 bruto aan loon over de maanden september 2025 tot en met november 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 20% en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van verschuldigdheid tot aan de dag van de gehele betaling;



5.3.
veroordeelt Elektro Retail tot betaling aan [verzoeker] van € 2.496,00 bruto per maand aan loon vanaf 1 december 2025 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;



5.4.
veroordeelt Elektro Retail om binnen 8 weken na heden een arbodienst/bedrijfsarts in te schakelen en [verzoeker] voor een spreekuur te laten oproepen;



5.5.
veroordeelt Elektro Retail om binnen twee weken na heden aan [verzoeker] te verstrekken kopieën van alle dienst/werkroosters ten behoeve van de door [verzoeker] verrichte werkzaamheden bij Elektro Retail vanaf 1 juli 2025 tot en met 25 augustus 2025;



5.6.
veroordeelt Elektro Retail tot betaling aan [verzoeker] van € 749,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2025 tot de dag der algehele voldoening;



5.7.
veroordeelt Elektro Retail in de proceskosten van € 1.039,00, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval de beschikking wordt betekend;



5.8.
veroordeelt Elektro Retail tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;



5.9.
verklaart de veroordelingen onder 5.2 tot en met 5.8 uitvoerbaar bij voorraad;



5.10.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.








692/wj



Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8387.


Hoge Raad 12 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC2628



als bedoeld in artikel 7:686a lid 3 BW


Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Link naar deze uitspraak