Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:2180 
 
Datum uitspraak:20-04-2026
Datum gepubliceerd:27-04-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:ak_25_2359
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Wajong, afwijzing herhaalde aanvraag, voldoende gemotiveerd dat er geen sprake is van nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden, geen toegenomen beperkingen in Amber-periode; beroep ongegrond.
Trefwoorden:ingezetene
uitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/2359

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
gemachtigde: E.H. van den Brink.




Procesverloop


1.1
Bij besluit van 16 januari 2025 heeft het UWV geweigerd terug te komen van het besluit van 7 juli 2015, waarmee het UWV heeft geweigerd eiseres een uitkering op grond van de Wajong toe te kennen.



1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 31 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven.



1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.4
De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar zus [zus] , haar vader [vader] en haar begeleidster [begeleidster], de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.




Totstandkoming van het bestreden besluit


2.1
Eiseres is op [geboortedatum] 2015 achttien jaar geworden. Zij heeft op 19 mei 2015 bij het UWV een Wajong-aanvraag ingediend. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het UWV eiseres met het besluit van 7 juli 2015 een Wajong-uitkering geweigerd, overwegende dat eiseres beschikt over arbeidsvermogen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In bezwaar is opnieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 5 november 2015 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



2.2
Op 16 juli 2024 heeft eiseres het UWV opnieuw verzocht haar arbeidsvermogen te beoordelen. Daarbij heeft zij (medische) informatie van FRION van 22 juli 2024, 10 mei 2024 en 29 mei 2024, van het UMCG van 13 juni 2017 en 18 april 2023, van TIEM van
16 juli 2024 en van de Arbo-dienst van 29 augustus 2024 en 3 september 2024 en de medische informatie bij het re-integratieverslag meegestuurd. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.




Standpunten van partijen


Standpunt van het UWV


3. Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat er geen nieuwe medische feiten of omstandigheden zijn die maken dat het UWV terugkomt van het besluit van 7 juli 2015. Daarnaast is het UWV van mening dat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid over de verzekerde periode, die ligt tussen het achttiende en drieëntwintigste levensjaar van eiseres. De medische informatie die eiseres heeft opgestuurd ziet toe op een periode die buiten de verzekerde periode ligt. Het UWV heeft hierbij gewezen op het rapport van 14 juli 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.


Standpunt van eiseres


4. Eiseres stelt dat zij in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering, omdat er wel sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. De klachten en beperkingen van eiseres zijn toegenomen. Zij is van mening dat zij niet beschikt over arbeidsvermogen.


4.1
De verzekeringsarts is uitgegaan van een IQ van 60. Het IQ van eiseres is door Frion vastgesteld op 52. Als gevolg van deze lagere IQ-score heeft Stichting MEE Samen aangevoerd dat de cognitieve beperkingen van eiseres lager zijn dan voorheen werd aangenomen en dat de belastbaarheid van eiseres zeer laag is. Eiseres heeft veel moeite met het verwerken van informatie en heeft bij dagelijkse activiteiten veel ondersteuning van haar begeleiders nodig. In dit verband heeft eiseres meerdere pogingen ondernomen om te werken/dagbesteding te doen, maar dit heeft steeds een vroegtijdig einde gehad.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep schrijft dat van een nieuw medisch feit geen sprake is omdat sprake is van een licht verstandelijke beperking. Daarmee miskent hij dat het IQ van eiseres grenst aan een matig verstandelijke beperking (zijnde een IQ van 50) en dit was in 2015 niet het geval. Eiseres vindt daarom dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een verkeerde conclusie heeft getrokken, dan wel dat op dit punt meer motivering vereist is.



4.2
Het UWV schrijft dat er veel niet-medische factoren zijn die een rol spelen in het functioneren in werk en verzuim. Deze niet-medische factoren worden echter niet toegelicht en daarom ontbreekt een deugdelijke motivering. Bovendien blijkt hier voor eiseres uit dat de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep de aard van het Temple syndroom met alle daarbij behorende beperkingen niet juist inschatten, wellicht door de onbekendheid met deze aandoening.



4.3
De problemen die eiseres ervaart met haar handen heeft zij al sinds de vorige Wajong-beoordeling. Daar is sindsdien bijgekomen dat zij ook veel pijn aan haar handen ervaart. Eiseres heeft voortdurend het gevoel alsof iemand met naalden in haar handen prikt. Eiseres is van mening dat dit medisch ook te objectiveren is, omdat gewrichtsproblemen horen bij het Temple syndroom.



4.4
Bij eiseres is in 2019 diabetes vastgesteld. Eiseres gebruikt hiervoor medicatie en past haar levensstijl hierop aan. Het UWV heeft hiermee onvoldoende rekening gehouden.



4.5
De psychische klachten van eiseres zijn toegenomen met verhoogde prikkelgevoeligheid, paniekaanvallen en extreme vermoeidheid. De verzekeringsarts stelt dat de psychische klachten zijn ontstaan na 3 oktober 2020 en dat eiseres daarvoor is behandeld. Daarmee suggereert de verzekeringsarts dat de klachten weg zijn, hetgeen niet het geval is. De klachten waren voor oktober 2020 aanwezig en verergeren met de tijd.



4.6
In de achterliggende jaren heeft eiseres steeds meer moeite gekregen om haar dagelijkse activiteiten in huis te verrichten. Zij heeft daarvoor meer ondersteuning gekregen. Deze ondersteuning wordt gegeven op basis van een voorafgaand onderzoek. Dit toont volgens eiseres ook aan dat zij in de loop der jaren meer beperkingen heeft gekregen. Eiseres kan sommige activiteiten niet meer ondernemen die voorheen wel mogelijk waren. Als voorbeeld noemt zij fietsen. Op 6-jarige leeftijd leerde zij fietsen, maar dat is niet meer mogelijk, omdat zij teveel moeite heeft met balans houden en doordat zij in verband met verminderde spierkracht de bewegingen niet meer kan maken.



4.7
Ten onrechte is geen arbeidskundig onderzoek verricht. Eiseres is daarom van mening dat het onderzoek naar aanleiding van de Wajong-aanvraag niet volledig is verricht. Het bestreden besluit is derhalve onzorgvuldig voorbereid. Eiseres heeft de afgelopen jaren getracht te werken. Dit is zonder uitzondering niet gelukt.


Reactie van het UWV op het standpunt van eiseres


5. Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Hierbij heeft het UWV gewezen op het rapport van 28 oktober 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.




Beoordelingskader

6. De voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.



Beoordeling door de rechtbank


7.1
De rechtbank beoordeeld in deze zaak de vraag of het UWV terecht heeft geweigerd eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. Zij doet dat aan de hand van wat eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.



7.2
De rechtbank concludeert dat het beroep niet slaagt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.


Terugkomen van het besluit van 7 juli 2015


8. Het UWV heeft op het verzoek van eiseres om terug te komen van het besluit van 7 juli 2015 beslist met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).



8.1
Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van de beroepsgronden tot het oordeel komen dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd.



8.2
Nieuw gebleken feiten en omstandigheden zijn dus geen feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het eerdere besluit en die niet zien op de datum, waarop dit besluit betrekking heeft, in dit geval de achttiende verjaardag van eiseres. Deze feiten en omstandigheden kunnen wel een rol spelen bij de vraag of sprake is van een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag van eiseres. Dat eiseres nu duurzaam geen arbeidsvermogen heeft, is niet doorslaggevend.



8.3
De rechtbank volgt het standpunt van de verzekeringsartsen dat een deel van de door appellante bij haar aanvraag ingebrachte informatie al bij de beoordeling van 2015 bekend was of eerder had kunnen worden ingediend in een procedure en de overige informatie geen nieuwe (medische) gegevens bevat die betrekking hebben op de situatie van eiseres op de achttiende verjaardag. Het UWV heeft daarom terecht geoordeeld dat eiseres geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in 8.1 heeft aangedragen. In wat eiseres heeft aangevoerd is daarnaast geen grond gelegen om te oordelen dat het bestreden besluit in zoverre evident onredelijk is.


Regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber)


9. Ten aanzien van de Amber-periode hebben de verzekeringsartsen inzichtelijk gemotiveerd dat geen sprake is van een toename van de beperkingen van eiseres in de periode vanaf de achttiende verjaardag tot de drieëntwintigste verjaardag van eiseres. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.



9.1
De verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 15 januari 2025 het volgende overwogen.Eiseres is bekend vanuit een eerdere Wajong-beoordeling in 2015 in verband met een chromosomale afwijking met een lichte verstandelijke beperking. Zij had tevens groeiachterstand en slechthorendheid links. Er was sprake van arbeidsvermogen, hetgeen in bezwaar werd bevestigd. In 2017 volgde een positief advies beschut werk. Eiseres is toen gaan werken in beschut werk. Zij werkte minder dan 12 uur per week. Er was veel verzuim. Eiseres werd arbeidsongeschikt per 30 januari 2024 met syndroom van De Quervain. Hiervoor heeft ze een brace en fysiotherapie. Er is weinig verbetering. Ze is linkshandig. Tot nu is re-integratie niet mogelijk gebleken. Er is nu tevens sprake van diabetes, waarvoor insuline. Er is verhoogde kans op diabetes bij de chromosomale afwijking. Ook zijn er psychische klachten ontstaan na scheiding van haar ouders drie jaar geleden. Zij volgde EMDR. Er zijn nog steeds nachtmerries, de paniek overdag is verminderd. Er wordt nu weer Wajong aangevraagd. Eiseres ervaart belemmeringen van de handen, is prikkelgevoelig en heeft energetische klachten. De feitelijke ziekmelding is van 30 januari 2024. Deze is ver na de verzekerde periode van de Wajong. Er was sprake van een nieuwe aandoening, De Quervain, die niet leidt tot blijvende beperkingen van handen en/of polsen. Er is wel diabetes bijgekomen. Deze kan gerelateerd zijn aan de chromosomale aandoening. Ook heeft eiseres psychische klachten erbij gekregen na de scheiding van haar ouders. Deze psychische klachten zijn nieuw en niet direct te relateren aan de bekende ziekten voor de achttiende verjaardag. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat er geen reden is om terug te komen van de Wajong-beoordeling. Er zijn namelijk geen nieuwe feiten. Er was toen al sprake van dezelfde chromosomale afwijkingen en een lichte verstandelijke beperking. De medische informatie geeft ook nu een IQ aan van 60. Achteraf kan de verzekeringsarts het hebben van de chromosomale afwijking met het verkrijgen van diabetes en het hebben van de lichte verstandelijke beperkingen niet direct relateren aan het functioneren van eiseres in werk. Er zijn immers veel niet-medische factoren die een rol spelen bij haar functioneren en haar verzuim. Het is medisch-objectief niet meer vast te stellen hoe haar gezondheidsklachten van invloed waren op haar functioneren in werk en ook niet wat de invloed van niet-medische factoren was op haar functioneren in werk. Er zijn ook geen medische objectieve gegevens vast te stellen met een datum voor haar drieëntwintigste verjaardag, waarop zij duurzaam arbeidsvermogen verloren zou hebben.



9.2
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 24 juli 2025, na bestudering van de zaak en zijn eigen onderzoek (dossierstudie), geconcludeerd dat het bezwaar niet doeltreffend is en daarbij het volgende overwogen.
Hij acht de overwegingen van de verzekeringsarts, dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zien op de verzekerde periode, navolgbaar. Eiseres is onveranderd bekend met een congenitale aandoening en een licht verstandelijke beperking. Dit blijkt uit het verslag van C. de Kooter, orthopedagoog-generalist en E. Zijlstra-Krijnsen, psycholoog van januari 2024, waarin men schrijft: "[eiseres] functioneert op cognitief gebied op het niveau van een licht verstandelijke beperking met een harmonisch profiel". De anamnestisch verkregen bevindingen tijdens de beoordeling door de verzekeringsarts passen bij een licht verstandelijke beperking. Van een nieuw medisch feit is dan ook geen sprake. Eiseres heeft zich op 30 januari 2024, circa vier jaar na [geboortedatum] 2020, ziek gemeld met klachten van de handen, die verband houden met het syndroom van De Quervain. De verzekeringsarts heeft navolgbaar geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe aandoening van de handen. De psychische klachten zijn drie jaar geleden, dat wil zeggen na 3 oktober 2020, ontstaan na de scheiding van haar ouders. Eiseres is hiervoor behandeld. Er blijkt in bezwaar geen sprake van (medische) feiten die (1) zien op de verzekerde periode; (2) niet meegenomen zijn in het rapport van 15 januari 2025 van de verzekeringsarts.



9.3
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 28 oktober 2025 afdoende gemotiveerd waarom hij, in wat eiseres in beroep heeft aangevoerd, geen aanleiding ziet om anders te concluderen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overwogen dat het beroep ziet op de vraag of er voor de drieëntwintigste verjaardag, dat wil zeggen voor [geboortedatum] 2020 (de verzekerde periode van de Wajong ligt tussen het achttiende en drieëntwintigste verjaardag), sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid waardoor er geen arbeidsvermogen bestaat en dit duurzaam verloren is. De aandoeningen van eiseres zijn bekend en meegewogen door de verzekeringsarts in bezwaar. Dat eiseres recent doorverwezen is vanwege toegenomen klachten ziet uiteraard niet toe op de verzekerde periode. Uit de literatuur volgt dat een lichte verstandelijke beperking wordt gedefinieerd door een IQ tussen 50 - 70. Van een nieuw (medisch) feit is dan ook geen sprake. Dat onbekendheid met het Temple syndroom een rol zou hebben gespeeld bij de verzekeringsgeneeskundige boordeling treft geen doel. Er zijn uitgebreide gegevens bekend betreffende het Temple syndroom. Wat betreft de problemen van de handen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgemerkt dat eiseres zich op 30 januari 2024, circa vier jaar na [geboortedatum] 2020, ziek gemeld heeft met klachten van de handen die verband houden met het syndroom van De Quervain.



9.4
De rechtbank ziet geen aanleiding de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet te volgen. Zij hebben inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd dat bij eiseres niet is gebleken van toegenomen beperkingen voor haar drieëntwintigste verjaardag.


9.4.1
Eiseres heeft gesteld dat het niet is gelukt om te werken, maar dit neemt niet weg dat sprake moet zijn van een toename van beperkingen tussen de achttiende en drieëntwintigste verjaardag. Ten aanzien van het door eiseres genoemde IQ van 52 merkt de rechtbank op dat volgens de informatie van Frion uit 2023 het totale IQ van eiseres 55 bedraagt. Alleen de verwerkingssnelheid is vastgesteld op 52. Een IQ van 55, en overigens ook een IQ van 52, valt nog binnen de bandbreedte van 50 tot 70, waarbij wordt uitgegaan van een licht verstandelijke handicap. Daarnaast merkt de rechtbank nog op dat deze IQ score is vastgesteld in 2023, derhalve na de drieëntwintigste verjaardag van eiseres. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding aan te nemen dat de verzekeringsartsen ten onrechte zijn uitgegaan van een licht verstandelijke handicap in de periode van belang die loopt van

[geboortedatum] 2015 tot [geboortedatum] 2020. De psychische klachten en de klachten als gevolg van het syndroom van De Quervain dateren duidelijk van na die periode.



9.4.2
De diabetes is weliswaar vastgesteld voor de drieëntwintigste verjaardag van eiseres, namelijk in 2019, maar hierover heeft de verzekeringsarts opgemerkt dat het verkrijgen van diabetes niet direct te relateren is aan het functioneren van eiseres in werk. Diabetes leidt immers niet altijd tot belemmeringen in werk. De verzekeringsarts heeft ook gewezen op niet-medische factoren en dat medisch-objectief niet meer is vast te stellen hoe de gezondheidsklachten van eiseres van invloed waren op haar functioneren in werk en ook niet wat de invloed van niet-medische factoren was op haar functioneren in werk. De rechtbank ziet geen aanleiding de verzekeringsarts hierin niet te volgen. Dat de verzekeringsarts deze niet-medische factoren niet heeft genoemd, is voor de rechtbank geen aanleiding om de conclusies van de verzekeringsartsen onvoldoende gemotiveerd te achten. Niet-medische factoren, zoals onzekerheid, blijken immers wel uit de medische informatie en de verzekeringsarts vermeldt nu juist dat als gevolg van het tijdsverloop sinds de te beoordelen periode niet meer goed te beoordelen is hoe deze een rol hebben gespeeld in het functioneren in werk.



9.4.3
Daarbij merkt de rechtbank op dat sprake is van een laattijdige aanvraag. Voor zover hierdoor de beoordeling van de medische situatie van eiseres in de periode van belang, namelijk de periode tussen [geboortedatum] 2015 en [geboortedatum] 2020, wordt bemoeilijkt, dient dit volgens vaste rechtspraak voor risico van eiseres, als laattijdige aanvrager, te blijven.




9.5
Nu niet is gebleken van een toename van de beperkingen van eiseres in de periode vanaf de achttiende verjaardag tot de drieëntwintigste verjaardag van eiseres, heeft het UWV een onderzoek door een arbeidsdeskundige achterwege kunnen laten.





Conclusie en gevolgen

10. Gelet op het vorenstaande, heeft het UWV eiseres terecht een Wajong-uitkering geweigerd.

11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

12. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook krijgt eiseres het door haar betaalde griffierecht niet terug.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Bijlage



Voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Artikel 4:6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
1. Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
2. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.

Artikel 1a:1, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Jonggehandicapte is de ingezetene die:
a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
b. (…).

Artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.



Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 8 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1506.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1638.
Link naar deze uitspraak