|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2024:7821 | | | | | Datum uitspraak | : | 27-11-2024 | | Datum gepubliceerd | : | 04-05-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | C/16/568 155 / HA ZA 24-1 C/16/568 155 / HA ZA 24-1 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Eiseres is een vennootschap die een woon/zorgcomplex heeft ontwikkeld. Gedaagde adviseert op het gebied van bouwmanagement, projectontwikkeling en procesmanagement. Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten voor de ontwikkeling van het woon-zorgcomplex. Eiseres vordert onder meer een verklaring voor recht dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en schadevergoeding moet betalen. Uitleg van de overeenkomst. Eiseres droeg het ontwikkelrisico, er is geen wijziging van het risico door toedoen van gedaagde, het ontwerp was niet te duur gemaakt door gedaagde en eiseres heeft te laat geklaagd. De vorderingen worden afgewezen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | omgevingsvergunning | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/568155 / HA ZA 24-15
Vonnis van 27 november 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. G.T.A.J. Vijftigschild,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ARCOM PARTNERS B.V.,
gevestigd te Veenendaal, gedaagde,
hierna te noemen: Arcom,
advocaat: mr. C.J.R. van Binsbergen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de akte overlegging producties van [eiseres] van 6 september 2024
- de aanvullende productie van Arcom van 6 september 2024
- de mondelinge behandeling van 18 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De beoordeling
Waar de zaak over gaat
2.1.
Enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres] is [bedrijf] B.V., waarvan [A] (hierna te noemen: [A] ) de bestuurder is. [A] en zijn echtgenote hebben een verstandelijk beperkte dochter. Met het oog op haar toekomst hebben zij een nieuw concept ontwikkeld voor een woon/zorgcomplex waarin verstandelijk beperkte jongeren en dementerende ouderen in gehuurde appartementen zouden gaan (zorg)wonen, gecombineerd met het werken van de jongeren op hetzelfde terrein. Onderdeel van het plan vormde ook een gebouw voor dagbesteding (het […] ) dat door [A] en zijn echtgenote zou worden geëxploiteerd. Voor het opzetten en exploiteren van dit woon/zorgcomplex is [eiseres] opgericht. Arcom houdt zich (onder andere) bezig met advies op het gebied van bouwmanagement, projectontwikkeling en procesmanagement.
2.2.
Partijen hebben op 30 april 2020 een overeenkomst (hierna: de overeenkomst) van opdracht gesloten voor de ontwikkeling van het hiervoor beschreven woon/zorgcomplex in [plaats] (hierna: het project). Op grond van de overeenkomst heeft Arcom het op zich genomen om voor [eiseres] het ontwerp van het project te maken, het bouw- en financieel management van het project te verzorgen en daarnaast een zorgpartij en een eindbelegger te vinden waarmee [eiseres] zou kunnen contracteren. Op de overeenkomst tussen partijen zijn de voorwaarden uit "De Nieuwe Regeling 2011 Rechtsverhouding opdrachtgevers - architect, ingenieur en adviseur" (hierna: DNR 201 1) van toepassing.
2.3.
In deze procedure vordert [eiseres] een verklaring voor recht dat Arcom (zeer) ernstig tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en daardoor schadevergoeding moet betalen. [eiseres] vordert ook een verklaring voor recht dat Arcom geen beroep kan doen op de beperking van de aansprakelijkheid op grond van de DNR. Verder vordert [eiseres] veroordeling van Arcom tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat, en tot betaling van de kosten van deze procedure. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiseres] af. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
De achtergrond van het geschil
2.4.
De bedoeling van [A] was om dit woon/zorgcomplex te realiseren in het door de gemeente Almere (hierna: de gemeente) aangewezen ontwikkelgebied [plaats] . Op 30 maart 2020 heeft [eiseres] een Anterieure Overeenkomst met de gemeente gesloten ter verkrijging van de grond waarop het zorgcomplex zou worden gebouwd. Hierin is opgenomen dat binnen een jaar na ondertekening de omgevingsvergunning moest zijn afgegeven en het notarieel transport moest hebben plaatsgevonden. Bij de overeenkomst met Arcom is als bijlage 3 een financieel overzicht van de stichtingskosten gevoegd. Hierin staan de kosten die gemoeid zijn bij het realiseren van het project, waaronder bouw- en installatiekosten, en de opbrengst voor [eiseres] . Dit eerste financiële overzicht (door partijen aangeduid als Stiko) sluit op een verwacht positief resultaat van€ 3,1 miljoen. In de daaropvolgende maanden heeft Arcom de Stiko diverse malen aangepast en zijn op de volgende data Stiko's aan [eiseres] gezonden: 5 juni 2020 (Stiko 2), 15 februari 2021 (Stiko 3), 8 juni 2021 (Stiko 4), 30 juni 2021 (Stiko 5) en I juli 2021 (Stiko 6). Door toegenomen kosten is het resultaat telkens naar beneden aangepast en bedroeg dit bij Stiko 4 €1,4 miljoen. Na ontvangst van offertes van aannemers heeft Arcom bij e-mail van 30 juni 2021 op verzoek van [eiseres] een 'Stiko worst case' verstuurd die uitgaat van kosten van de bouwkundig aannemer van € 5,4 miljoen en een resultaat van bijna € 149.000,- (Stiko 5). Nadat [A] hierop met verbazing had gereageerd, heeft Arcom aangegeven dat de kosten van de bouwkundig aannemer rond de € 4,5 - € 5 miljoen zouden moeten kunnen uitkomen, na enkele bezuinigingen en aanpassingen. Enkele dagen daarna, op 5 juli 2021, heeft [eiseres] samen met de twee gecontracteerde zorgpartijen Pinahuis en Amado een Turnkey Overeenkomst gesloten met investeerder Aedificia, waarmee de eerste helft van 202 I onderhandelingen hadden plaatsgevonden. Op diezelfde dag heeft ook de levering van de grond door de gemeente aan Aedificia plaatsgevonden. Volgens [eiseres] stevenden ze eind juli 2021 af op een negatief resultaat. Vervolgens hebben partijen getracht om de offerte van de bouwkundig aannemer naar beneden te krijgen en om gunstigere offertes van andere aannemers te verkrijgen. In overleg met Aedificia is de startdatum van de bouw verplaatst naar 30 april 2022, waarna gezamenlijk verder is gezocht naar alternatieven die kostenbesparingen zouden opleveren. Toen dit niet lukte, heeft Aedificia op 21 oktober 2022 de overeenkomst met [eiseres] ontbonden en heeft [eiseres] eind 2022/begin 2023 het gehele project overgedragen aan Aedificia. Uiteindelijk heeft Aedificia het project zelf gerealiseerd, met dit verschil dat uiteindelijk alleen woningen voor dementerende ouderen zijn gebouwd. Op 7 april 2023 heeft [eiseres] Arcom aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. [eiseres] stelt schade te hebben geleden doordat zij het verwachtte resultaat is misgelopen, de exploitatie niet is doorgaan, het […] niet is gerealiseerd, bedragen moesten worden terugbetaald aan de investeerder en tevergeefs kosten aan Arcom zijn betaald.
De verwijten die [eiseres] Arcom maakt
2.5.
[eiseres] maakt Arcom de volgende verwijten:
1. Arcom heeft het projectresultaat van € 3,1 miljoen niet gehaald.
2. Het ontwikkelrisico is door toedoen van Arcom bij [eiseres] komen te liggen.
3. Arcom heeft een te duur ontwerp gemaakt waardoor het project niet realiseerbaar is geworden en Arcom heeft onvoldoende meegedacht over besparingen en alternatieven.
4. Arcom heeft [eiseres] onvoldoende op de hoogte gehouden, onder andere van de gestegen bouwkosten en het gedaalde projectresultaat, en heeft de stiko's onvoldoende toegelicht en onderbouwd.
2.6.
Arcom betwist dat partijen een bepaald projectresultaat zijn overeengekomen en betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar (inspannings)verplichtingen jegens [eiseres] . Voor wat betreft het verwijt dat zij [eiseres] onvoldoende op de hoogte heeft gehouden, voert zij aan dat [eiseres] daar voor het eerst bij dagvaarding over heeft geklaagd en dus te laat. Ook heeft [eiseres] geen ingebrekestelling verstuurd, zoals artikel 13 lid 1 van de DNR vereist. Daarnaast voert Arcom aan dat het gestelde informatietekort niet tot schade heeft geleid, evenmin als het 'dure ontwerp' van het gebouw. Verder voert Arcom als verweer dat [eiseres] niet ontvankelijk is in haar vordering omdat deze op grond van artikel 16 lid 3 van de DNR te laat is ingesteld. Zij beroept zich ook op de in de DNR opgenomen beperking van de aansprakelijk voor omzet- en winstderving. Volgens Arcom is er geen aanleiding om deze bepaling uit de DNR te passeren met een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, zoals [eiseres] bepleit.
Geen resultaatsverplichting overeengekomen (verwijt 1)
2.7.
[eiseres] stelt dat uit de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat zij zijn overeengekomen dat Arcom ervoor zou zorgdragen dat een projectresultaat van € 3,1 miljoen zou worden behaald. Ter zitting heeft [eiseres] , de rechtbank begrijpt subsidiair, gesteld dat zij er in ieder geval vanuit heeft mogen gaan dat Arcom ervoor zou zorgen dat een positief resultaat zou worden behaald en het project gerealiseerd kon worden.
2.8.
De overeenkomst van opdracht die partijen hebben gesloten is een standaard overeenkomst die hoort bij de DNR 2011. [eiseres] is in die overeenkomst de opdrachtgever en Arcom de adviseur. In artikel 11 lid 2 van de DNR 2011 is opgenomen: 'De adviseur is gehouden de opdracht goed en zorgvuldig uit te voeren, de opdrachtgever onafhankelijk in een vertrouwenspositie terzijde te staan en zijn diensten naar beste kunnen en wetenschap te verrichten.(...)'. Dat duidt erop dat de adviseur zich dient in te spannen om de opdracht goed uit te voeren. Partijen hebben over de bepalingen in die overeenkomst, zo heeft [eiseres] ter zitting toegelicht, geen overleg gevoerd. Uit die overeenkomst en hetgeen [eiseres] heeft gesteld blijkt niet dat partijen een resultaatsverplichting voor het behalen van een resultaat van € 3,1 miljoen of een ander positief resultaat zijn overeengekomen. Dat past ook niet bij de rol en verantwoordelijkheid die Arcom op zich heeft genomen. Arcom heeft weliswaar het financieel management op zich genomen maar daaruit volgt niet dat zij een bepaald resultaat heeft gegarandeerd.
2.9.
Bovendien is het standpunt van [eiseres] dat het begrote resultaat van € 3,1 miljoen behaald moest worden, niet in overeenstemming met de wijze waarop zij met Arcom heeft gecommuniceerd. Zo heeft zij op geen enkele wijze geprotesteerd toen het verwachte resultaat in Stiko's 2, 3 en 4 telkens afnam en bij Stiko 4 al was gedaald naar € 1,4 miljoen. [eiseres] heeft pas in haar e-mail van 30 juni 2021 geprotesteerd tegen de opgelopen kosten en het dreigende exploitatieverlies in het door Arcom opgestelde worst case-scenario (Stiko 5). In deze e-mail staat: 'Begrijp ik het nou goed dat we van een + 3,5 mln naar een + van 118 k gaan? En dal na bezuinigingen van 790k? Wanneer heb je dit binnengekregen, dit is drama, kan niet waar zijn. Dat betekent wat mij betreft een paar dingen: we moeten meer aannemers vragen voor offerte, we moeten de termijn uitstellen voor de bouw en eventueel ander ontwerp om de kosten beheersbaar te maken. (. ..) '
2.10.
Uit het voorgaande volgt dat Arcom geen verplichting op zich heeft genomen om een bepaald projectresultaat, of zelfs een positief projectresultaat, voor [eiseres] te behalen. Nog los van het feit dat Arcom verder heeft betwist dat het project per saldo tot een verlies heeft geleid voor [eiseres] , heeft Arcom er bovendien terecht op gewezen dat [eiseres] te lang heeft gewacht met het starten van een procedure. Op grond van artikel 16 lid 3 van de DNR had [eiseres] een procedure over deze gestelde tekortkoming binnen twee jaar na het schriftelijk protest (in dit geval van 30 juni 2021) daarover moeten starten. De dagvaarding dateert echter van 20 december 2023 zodat een eventuele rechtsvordering gebaseerd op dit verwijt is vervallen.
Geen wijziging van het risico voor [eiseres] door toedoen van Arcom (verwijl 2)
2.11.
Het ontwikkelrisico heeft van meet af aan bij [eiseres] gelegen en is niet, zoals [eiseres] heeft betoogd, halverwege de rit en door toedoen van Arcom bij [eiseres] komen te liggen. Dit zal hierna worden toegelicht.
2.12.
Uit de overeenkomst blijkt volgens [eiseres] dat vanaf het moment dat de omgevingsvergunning onherroepelijk zou worden het projectrisico bij de eindbelegger zou komen te liggen. Dat blijkt volgens haar uit de in de overeenkomst opgenomen zin "(. ..) zal Arcom levens op zoek gaan naar (. .. ) een eindbelegger voor overname van hel project bij onherroepelijke omgevingsvergunning. ". [eiseres] heeft hierover in een e-mail van 8 juni 2021 na ontvangst van stiko 4 al aan Arcom geschreven: 'Belangrijkste is wel dat ik dus nu volledig verantwoordelijk ben tol aan de oplevering in plaats van koop/aanneem ovk te sluiten. Dat betekent dat ik in detail moet weten welke keuzes we gaan maken en alle onderliggende stukken moet kennen en ondersteunen. '.1 Hierop heeft Arcom diezelfde dag nog als volgt gereageerd: 'De verantwoordelijkheid over de koop aanneem had je altijd al, Aedificia zal nooit ontwikkelingsrisico's op zich nemen, (. ..) '. en 'Even om de verwachting te managen met betrekking tot de ·winst het volgende: (. ..) De bouwkosten zijn de laatste maanden flink gestegen.'
2.13.
In de conclusie van antwoord heeft Arcom nader onderbouwd dat [eiseres] als projectontwikkelaar vanaf de aanvang van het project het risico heeft gelopen. Zo had [eiseres] bijvoorbeeld de tot dan toe gemaakte kosten als verlies moeten aanvaarden indien geen zorgpartij en/of belegger was gevonden, en was zij (een deel van) de exploitatievergoeding aan de gemeente verschuldigd geworden als er geen omgevingsvergunning had kunnen worden verkregen. Als een eindbelegger een nog te realiseren project koopt, draagt de ontwikkelaar (in dit geval [eiseres] ) per definitie het risico van de ontwikkeling (inclusief van prijsstijgingen in de bouw) en koopt de eindbelegger een eindproduct voor een vaste koopprijs. Eventuele winsten of verliezen van de projectontwikkeling zijn voor de ontwikkelaar. De eind belegger draagt alleen het risico van de exploitatie.
2.14.
De rechtbank concludeert dat uit de overeenkomst niet blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat het risico van het project na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning bij de eindbelegger zou komen te liggen. Daar staat alleen dat de eindbelegger bij onherroepelijke omgevingsvergunning het project zal overnemen, en dat is hier ook gebeurd. De omgevingsvergunning is in mei 2021 verleend en levering van de grond aan Aedifica vond plaats op 5 juli 2021. Arcom heeft gemotiveerd betwist dat uit de overeenkomst volgt dat op dat moment de eindbelegger ook de verantwoordelijkheid voor de bouw over zou nemen, en dit ook niet in lijn is met de essentie van projectontwikkeling. Daartegenover heeft [eiseres] haar stelling niet nader onderbouwd. Ook op dit punt kan Arcom derhalve geen verwijt worden gemaakt.
Geen te duur ontwerp gemaakt of nalatigheid wat betreft meedenken over alternatieven (verwijt 3)
2.15.
[eiseres] stelt dat Arcom een te duur ontwerp heeft gemaakt, aangezien dit ontwerp niet voor de begrote kostprijs kon worden gerealiseerd. Dit betoog gaat niet op. Arcom heeft toegelicht en onderbouwd dat in de loop van 2021 en 2022 de bouwkosten, en vooral de materiaalkosten, sterk zijn gestegen evenals de door aannemers geoffreerde prijzen. Dit laatste kwam doordat aannemers anticipeerden op verdere prijsstijgingen en doordat leveranciers van bouwmaterialen door fluctuaties op de markt voor grondstoffen zich niet meer wilden vastleggen op een bepaalde prijs. Daarnaast heeft Arcom onderbouwd dat de houtprijzen relatief nog veel sterker zijn gestegen dan de bouwkosten in het algemeen (in 2021 rond de 100% ten opzichte van 2020), terwijl het te ontwikkelen gebouw juist was ontworpen met overwegend hout als bouwmateriaal.2 De stelling van Arcom dat dit in april 2020 voor niemand was te voorzien, heeft [eiseres] niet kunnen weerleggen.
2.16.
Het betoog van [eiseres] dat Arcom heeft nagelaten het ontwerp aan te passen toen bleek dat de bouwkosten te hoog zouden worden, slaagt evenmin. Arcom heeft deze stelling gemotiveerd betwist. Zij heeft erop gewezen dat de eisen van Aedificia inderdaad tot hogere bouwkosten hebben geleid doordat Aedificia niet alleen energiezuinig wilde bouwen maar ook een gebouw wilde met een hoge duurzaamheidsscore. Daar stond tegenover dat daardoor een hogere koopprijs kon worden bedongen. [eiseres] had Aedificia kunnen afwijzen maar op dat moment was er geen andere eindbelegger voorhanden. [eiseres] heeft dus ingestemd met verduurzaming van het ontwerp, aldus Arcom. Dit heeft [eiseres] niet betwist.
2.17.
Verder heeft [eiseres] meer in het algemeen gesteld dat Arcom onvoldoende heeft meegedacht over besparingen en alternatieven. Dit is niet komen vast te staan. Arcom heeft uitvoerig geschetst dat voortdurend over besparingen en alternatieven is nagedacht en gesproken maar heeft ook gewezen op alle randvoorwaarden waarmee partijen te maken hadden. Zo waren er de met Aedificia overeengekomen opleverdatum en de door haar gestelde voorwaarden, de met de gemeente overeengekomen termijnen, het kavelpaspoort van de gemeente en de omgevingsvergunning waarvan niet wezenlijk kon worden afgeweken. Volgens Arcom kon geen van de door partijen in ogenschouw genomen alternatieven voldoen aan deze randvoorwaarden. Hiertegenover heeft [eiseres] onvoldoende concreet gesteld op welk punt en wanneer Arcom tekortgeschoten is in haar verplichting om mee te denken over besparingen en alternatieven. Bovendien heeft Arcom terecht aangevoerd dat [eiseres] haar niet in gebreke heeft gesteld voor alle gestelde tekortkomingen, waaronder deze. Omdat nakoming van deze verplichting om mee te denken over alternatieven nog wel mogelijk was geweest, was een ingebrekestelling vereist om schadevergoeding te kunnen vorderen.
[eiseres] heeft te laat geklaagd over een eventuele schending van de informatieplicht (verwijt 4)
2.18.
In deze procedure heeft de discussie zich meer en meer toegespitst op de vraag of Arcom [eiseres] vanaf 15 februari 2021 niet juist en niet tijdig op de hoogte heeft gehouden van de gestegen bouwkosten en het daarmee dalende geprognotiseerde projectresultaat. [eiseres] stelt dat zij pas op 30 juni 2021 door Arcom op de hoogte is gebracht van de sterk gestegen bouwkosten, terwijl Arcom al op 22 april 2021 een ruwe kostenraming van aannemer [aannemer] (hierna: [aannemer] ) had ontvangen voor een bedrag van € 5,8 miljoen aan bouwkosten. Volgens [eiseres] had Arcom haar toen meteen moeten informeren en heeft Arcom deze informatie willens en wetens achtergehouden. Dit achterhouden van informatie en nalaten om te waarschuwen is in de ogen van [eiseres] een ernstige tekortkoming omdat zij eind juni 2021 niet meer de keuze had om het project te stoppen of uit te stellen. Vanwege de hoge boetes die verbeurd zouden worden als de grond niet tijdig (1 juli 2021) zou worden afgenomen van de gemeente, de intentieovereenkomst die met Aedificia was gesloten en de reeds gedane investeringen en betaalde kosten, was [eiseres] gedwongen om op 5 juli 2021 de overeenkomst met de investeerder Aedificia aan te gaan. Hierdoor is volgens [eiseres] de schade ontstaan. Daarnaast stelt [eiseres] ook dat de stiko's niet goed onderbouwd en toegelicht werden en dat Arcom ook een stiko had moeten opstellen toen van zorgpartij werd gewisseld. Arcom heeft haar verplichting om [eiseres] tijdig en volledig te informeren nadrukkelijk en opzettelijk geschonden (artikel 7:403 BW).
2.19.
Arcom heeft gemotiveerd betwist dat zij is tekortgeschoten in haar informatieverplichting en haar waarschuwingsplicht. Zij heeft aangevoerd dat zij door middel van de opeenvolgende stiko's de te verwachten kosten en het te verwachten projectresultaat steeds heeft bijgesteld en dat zij daar voortdurend per e-mail en telefoon contact over onderhielden. De informatie die in april 2021 voorhanden was van [aannemer] , was onder embargo, incompleet en onvoldoende om op basis daarvan een stiko te kunnen maken. Er is direct een nieuwe stiko gemaakt toen dat kon en dat was op 30 juni 2021. [eiseres] is tijdig geïnformeerd toen de informatie duidelijk was. Bovendien had [eiseres] ook in april 2021 niet meer kunnen stoppen met het project en had eerdere informatieverstrekking over de kostenraming van [aannemer] geen verschil gemaakt voor de opties van [eiseres] , aldus Arcom. Daarnaast heeft Arcom ook aangevoerd dat [eiseres] op dit punt niet aan haar klachtplicht heeft voldaan omdat het verwijt dat Arcom niet aan haar informatieverplichting voldeed pas in de dagvaarding voor het eerst naar voren werd gebracht. De rechtbank oordeelt dat dit beroep op de klachtplicht in ieder geval slaagt.
2.20.
Op grond van artikel 16 lid 2 van de DNR 2011 vervalt de rechtsvordering uit hoofde van de toerekenbare tekortkoming indien de opdrachtgever niet binnen bekwame tijd nadat hij de tekortkoming heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, schriftelijk en met redenen omkleed bij de adviseur ter zake heeft geprotesteerd. De inhoud van dit artikel verschilt niet van artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek. Wat "binnen bekwame tijd" is hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij rekening kan worden gehouden met de complexiteit en de ernst van de tekortkoming. Ook is bij de beoordeling van de vraag of tijdig is geklaagd relevant of de schuldenaar nadeel ondervindt door het tijdsverloop tussen de bekendheid met het gebrek in de prestatie en het protest. Indien de schuldenaar (in dit geval Arcom) het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd, dient de schuldeiser (in dit geval [eiseres] ) gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd.
2.21.
[eiseres] heeft niet gesteld wanneer zij heeft geklaagd over het door Arcom niet nakomen van de informatieverplichting. Aan het eind van de zitting heeft zij nog wel gesteld dat volgens haar de klachttermijn pas in januari 2023 is gaan lopen, toen het project is overgedragen aan Aedificia.
2.22.
De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat [eiseres] pas voor het eerst over het niet nakomen van de informatieverplichting heeft geklaagd in haar aansprakelijkheidsstelling van 7 april 2023. Dit is niet binnen bekwame tijd nadat [eiseres] heeft ontdekt of had behoren te ontdekken dat de stiko's onvoldoende onderbouwd of onvoldoende duidelijk waren, en ook niet nadat zij heeft ontdekt dat Arcom geen stiko heeft gemaakt na het wisselen van zorgpartij. Dit is niet binnen bekwame tijd nadat [eiseres] heeft ontdekt of had behoren te ontdekken dat zij te laat werd geïnformeerd over de sterke stijging van de bouwkosten. Dat wist zij immers al na ontvangst van Stiko 5 of kort daarop.
2.23.
[eiseres] heeft ter zitting nog gesteld dat de klachtplicht pas in januari 2023 is gaan lopen omdat toen, zo begrijpt de rechtbank, duidelijk was dat het project definitief niet doorging. Dat staat echter los van het moment waarop zij heeft ontdekt of had behoren te ontdekken dat zij niet goed op de hoogte is gehouden door Arcom.
2.24.
Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat zij in haar e-mails aan Arcom van 6 maart 2021 en van 30 juni 2021 hierover heeft geklaagd, slaagt dit betoog niet. De rechtbank is van oordeel dat de e-mail van 6 maart 2021 niet kan worden aangemerkt als een gemotiveerd protest over de informatieverschaffing door Arcom. Die e-mail gaat over de aanvraag op grond van de Wet Bibob3 en dat [eiseres] daar geen stukken van heeft gezien.
In haar onder rechtsoverweging 2.9. reeds genoemde e-mail van 30 juni 2021 heeft [eiseres] wel haar ongenoegen kenbaar gemaakt over de gestegen kosten, maar niet gemotiveerd geprotesteerd over het te laat geïnformeerd zijn hierover door Arcom. Dit verwijt heeft zij pas voor het eerst in de brief van 7 april 2023 geuit en dat is te laat. Arcom is door dit late protest van [eiseres] ook benadeeld. Als [eiseres] eerder zou hebben geprotesteerd zou Arcom de gelegenheid hebben gehad haar dienstverlening aan te passen, maar op 7 april 2023 was de samenwerking tussen partijen al geëindigd en werd het project niet meer door [eiseres] gerealiseerd. Door te laat te protesteren kan [eiseres] op dit gebrek in de dienstverlening van Arcom geen beroep meer doen. Als die e-mails wel als gemotiveerd protest in de zin van artikel 16 lid 2 van de DNR 2011 zouden worden aangemerkt, dan is het vorderingsrecht van [eiseres] overigens vervallen. [eiseres] had dan immers op grond van artikel 16 lid 3 van de DNR 201 1 binnen twee jaar na die e-mails een rechtsvordering moeten instellen en dat heeft zij pas met de dagvaarding van 22 december 2023 gedaan.
Toen was de vervaltermijn al verstreken.
2.25.
Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat [eiseres] er naar het oordeel van de rechtbank al eerder van op de hoogte is gebracht dat de bouwkosten waren gestegen en dat er geen aanwijzingen zijn dat Arcom kostenstijgingen willens en wetens heeft achtergehouden. De initieel begrote bouwkosten van € 3,4 miljoen zijn in de stiko van 15 februari 2021 al met omstreeks€ 600.000,- gestegen naar € 4 miljoen en zijn in de stiko van 8 juni 2021 verder gestegen met een bedrag van ruim€ 500.000,- naar € 4,5 miljoen. Arcom heeft toegelicht dat zij in april 2021, en zelfs op 30 juni 2021, nog niet beschikte over een definitieve offerte van een aannemer en dat zij slechts over ramingen beschikte. Anders dan [eiseres] beweert heeft zij kort nadat Arcom op 22 april 2021 de bewuste ruwe raming van [aannemer] had ontvangen, daarover wel per e-mail gecommuniceerd met [eiseres] . Dat was weliswaar in het kader van de informatie die aan de gemeente moest worden verstrekt in verband met het Bibob-onderzoek, maar in de e-mail van 30 april 2021 van Arcom aan [eiseres] blijkt voldoende duidelijk dat Arcom op dat moment beschikte over een raming die sloot op € 5,8 miljoen. In deze e-mail staat namelijk: 'We hebben een raming die sluit op 5,8 mio. Ik stel voor dat we die sturen voor de bouwkosten naar de gemeente. KVK gegevens heb ik net binnen. Zal ik de begroting en de KVK gegevens doorgeven aan de Bibob mevrouw.. '. Mede gelet op deze informatie-uitwisseling, kan [eiseres] niet worden gevolgd in haar stelling dat zij willens en wetens niet op de hoogte is gehouden van de kostenstijgingen.
Conclusie ten aanzien van de vorderingen
2.26.
Uit het voorgaande volgt dat Arcom niet is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, en dat [eiseres] te laat heeft geklaagd over het schenden van de informatieverplichting die op Arcom rustte. De eerste gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden afgewezen, evenals de vordering tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat. Aangezien Arcom niet aansprakelijk is, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van de in de DNR opgenomen aansprakelijkheidsbeperking. Daarom zal ook de tweede verklaring voor recht worden afgewezen.
Proceskosten
2.27.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Arcom worden begroot op:
- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten x € 614,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
--------
Totaal € 2.082,00
2.28.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
wijst de vorderingen af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen me t€ 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in
artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman, mr. M.S.T. Belt en mr. S.C.A. ter Borg en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024.
_________________________________________________________
1 Productie 22 bij dagvaarding
2 Zie informatie van CBS en Bouwend Nederland in randnummers 20 tot en met 24 van de conclusie van antwoord
3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|