Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:3460 
 
Datum uitspraak:28-04-2026
Datum gepubliceerd:29-05-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 25/5795 AKW
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Op 1 juli 2025 niet verzekerd op grond van de AKW.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
kinderbijslag
loonbelasting
uitkering
uitzendbureau
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5795 AKW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres,

en



De Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (Svb)
(gemachtigde: mr. P.C.A. Buskens).




Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres over het recht op kinderbijslag in het derde kwartaal van 2025.


1.1.
De Svb heeft in een besluit van 15 augustus 2025 (primaire besluit) besloten dat eiseres geen recht heeft op kinderbijslag in het derde kwartaal van 2025. Met het bestreden besluit van 25 september 2025 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij dat besluit gebleven.



1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door [persoon] , en de gemachtigde van de Svb.




Beoordeling door de rechtbank


De feiten


2. Eiseres heeft de Oekraïense nationaliteit en beschikt over een verblijfstitel op grond van artikel 8 onder f en h van de Vreemdelingenwet 2000. Sinds april 2022 heeft zij fulltime gewerkt. Met een besluit van 31 mei 2023 is aan eiseres vanaf het derde kwartaal van 2022 kinderbijslag toegekend voor twee kinderen. Op 10 april 2025 verhuist eiseres vanuit een opvanghuis voor Oekraïners in [plaats 2] naar een eigen huurappartement in [plaats 1] . Daar werkt eiseres van 2 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 via uitzendbureau Raaak Personeel bij [bedrijf 1] B.V. Eiseres solliciteert bij [bedrijf 2] B.V. en tekent op 2 juli 2025 een arbeidsovereenkomst waarin staat dat deze is aangegaan voor bepaalde tijd met ingang van 7 juli 2025 tot en met 6 februari 2025. Op de peildatum van het derde kwartaal 2025, namelijk 1 juli 2025, constateert de Svb dat eiseres niet in Nederland werkt. Ook ontving zij op die datum geen loonvervangende uitkering. Hierdoor wordt in het primaire besluit besloten dat eiseres over het derde kwartaal van 2025 geen recht heeft op kinderbijslag. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar ongegrond verklaard.


Grondslag bestreden besluit


3. Aan het bestreden besluit heeft de Svb ten grondslag gelegd dat eiseres op de peildatum van het derde kwartaal van 2025, namelijk 1 juli 2025, niet verzekerd was op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Eiseres werkte niet, had geen uitzendovereenkomst en ontving evenmin een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. Hierdoor was eiseres over dit kwartaal niet verzekerd.


Beroepsgronden


4. Eiseres stelt in beroep dat de SVB ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat zij geen recht heeft op kinderbijslag in het derde kwartaal van 2025. Eiseres voert aan dat zij op 1 juli 2025 al een mondelinge arbeidsovereenkomst had. De mondelinge arbeidsovereenkomst is gesloten op 25 juni 2025 en vervolgens ondertekend op 7 juli 2025. In de mondelinge overeenkomst werd bepaald dat eiseres van 1 juli tot en met 7 juli 2025 onbetaald verlof zou opnemen in verband met haar verhuizing. Onbetaald verlof schort de arbeidsovereenkomst niet op. Daarnaast stelt eiseres in beroep dat het onthouden van kinderbijslag over een volledig kwartaal onevenredig zwaar is en in strijd met de doelstelling van de AKW. De Svb had met één telefoontje bij de werkgever van eiseres kunnen verifiëren dat er op 1 juli 2025 sprake was van een arbeidsovereenkomst. Door dit na te laten is heeft de Svb volgens eiseres niet voldaan aan de onderzoekplicht.


Overwegingen van de rechtbank


5. De rechtbank beoordeelt of de Svb terecht heeft besloten dat eiseres geen recht heeft op kinderbijslag in het derde kwartaal van 2025.


5.1.
Op grond van artikel 6, vierde lid, van de AKW is bij artikel 11 van het Besluit uitbreiding en beperking kring volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746) uitbreiding gegeven aan de kring van verzekerden. Ook verzekerd voor de volksverzekeringen is degene die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder f tot en met k, van de Vw 2000 indien hij in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) arbeid verricht in dienstbetrekking uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen. Op grond van artikel 11, eerste lid, van de AKW heeft recht op kinderbijslag voor een kind slechts degene, die op de eerste dag van een kalenderkwartaal verzekerd is.


Arbeid in dienstbetrekking




5.2.
De arbeidsovereenkomst bij [bedrijf 2] B.V. is getekend op 2 juli 2025 en aangegaan voor bepaalde tijd met ingang van 7 juli 2025 tot en met 6 februari 2025. Dit is na de peildatum van 1 juli 2025. Eiseres heeft een werkgeversverklaring overgelegd waaruit blijkt dat zij op 30 juni 2025 van 10:00 tot 12:00 uur heeft meegelopen om na te gaan of de werkzaamheden voor haar passend zijn. Daarna hebben beide partijen de afdeling HR in kennis gesteld van de bereidheid om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Eiseres is op 7 juli 2025 in dienst getreden. In de werkgeversverklaring staat niet dat al eerder sprake was van een mondelinge arbeidsovereenkomst die later schriftelijk is vastgelegd, en ook niet dat eiseres op de peildatum al werkzaamheden verrichtte waarvoor zij loon ontving. Waar eiseres stelt dat de Svb niet heeft voldaan aan de onderzoeksplicht omdat de Svb heeft nagelaten bij de werkgever te verifiëren dat er op 1 juli 2025 sprake was van een arbeidsovereenkomst, kan de rechtbank eiseres hierin niet volgen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres op de peildatum dus geen arbeid in dienstbetrekking verrichtte en niet verzekerd was voor de AKW. Eiseres had dus over het derde kwartaal van 2025 geen recht op kinderbijslag.


Evenredigheid




5.3.
De voorwaarde van de peildatum is neergelegd in de AKW, een wet in formele zin. Er bestaat voor de Svb in beginsel geen ruimte voor een belangenafweging. Vanwege dit dwingendrechtelijk karakter is er geen plaats voor toetsing aan het door eiseres genoemde evenredigheidsbeginsel. Wat eiseres heeft aangevoerd vormt geen aanleiding om hier anders over te oordelen.




Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Voor vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat geen aanleiding.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Weijze, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 28 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.











griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Link naar deze uitspraak