Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEAC:2025:335 
 
Datum uitspraak:10-11-2025
Datum gepubliceerd:03-06-2026
Instantie:Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Zaaknummers:CUR202402709
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:EJ zaak. Online casino. Verlof tenuitvoerlegging buitenland vonnis.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
 
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202402709

Beschikking van 10 november 2025

in de zaak van


[Eiseres],
wonende in [woonplaats], [land],eiseres,
gemachtigde: mr. drs. E. Bokkes,

tegen


de naamloze vennootschap RAGING RHINO N.V.,

gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel en N. Blokland.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Raging Rhino worden genoemd.





1Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift van 26 augustus 2024;
- het verweerschrift van 12 november 2024;
- de mondelinge behandeling van 30 september 2025;
- de pleitnotitie aan de zijde van [eiseres].



1.2.
Uitspraak is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.
Raging Rhino exploiteert een online casino in Curaçao onder de licentie van een vergunninghouder in Curaçao.



2.2. [
eiseres] heeft in Duitsland in een online casino van Raging Rhino gespeeld. Nadat haar is gebleken dat het casino in Duitsland niet over de voor het aanbieden van online-gokdiensten benodigde vergunning beschikt, is zij in Duitsland een procedure gestart tegen Raging Rhino om het geld dat zij heeft verloren terug te vorderen.



2.3.
In een vonnis van het Landgericht Osnabrück van 12 december 2023 is de vordering van [eiseres] toegewezen en is Raging Rhino veroordeeld om aan [eiseres] haar verliezen te betalen van in totaal € 372.016,00 met rente en kosten. Het Landgericht heeft daartoe overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat Raging Rhino niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald.



2.4.
Het Oberlandesgericht Oldenburg heeft het door Raging Rhino daartegen ingestelde hoger beroep op 21 juni 2024 verworpen en Raging Rhino veroordeeld in de proceskosten van [eiseres].






3Het verzoek


3.1. [
eiseres] verzoekt het gerecht – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – om verlof tot tenuitvoerlegging te verlenen van de als productie bij het verzoekschrift overlegde beslissing van het Duitse gerecht, conform het bepaalde in artikel 985 e.v. Rv en Raging Rhino te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding inclusief nakosten en al deze kosten te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, onder de bepaling dat over het bedrag van de toegewezen proceskosten wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf veertien dagen na de datum van vonniswijziging.






4De beoordeling


4.1.
Het verzoek strekt tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van het Duitse vonnis in Curaçao. Dit is een procesrechtelijke vraag die naar Curaçaos recht wordt beoordeeld.



4.2.
Verder is het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (hierna: het executieverdrag) van toepassing. Gelet op artikel 1 lid 1 van het executieverdrag is het uitgangspunt dat vonnissen als de onderhavige worden erkend. In artikel 2 aanhef en sub a van het executieverdrag staat dat erkenning slechts mag worden geweigerd, indien zij in strijd is met de openbare orde van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan. In artikel 6 van het executieverdrag is bepaald dat rechterlijke beslissingen, die in een van beide Staten uitvoerbaar zijn en in de andere Staat ingevolge dit Verdrag moeten worden erkend, in deze Staat ten uitvoer worden gelegd, indien dit daar krachtens een verlof tot tenuitvoerlegging is toegestaan.



4.3.
Raging Rhino voert aan dat het verzoek van [eiseres] onder het bereik van de artikelen 7A:1807 en 7A:1810 Burgerlijk Wetboek valt, dat dit regels van Curaçaose openbare orde zijn en dat erkenning van het Duitse vonnis met die regels van openbare orde onverenigbaar is en dat het vonnis daarom hier te lande niet kan worden erkend. Ter zitting heeft Raging Rhino dit nader toegelicht door aan te voeren dat het de keuze van de Curaçaose wetgever is geweest om de rechtsmacht niet te belasten met rechtsvorderingen ter zake van een schuld die zijn voortgesproten uit spel of uit weddenschap.



4.4.
Het gerecht volgt het betoog van Raging Rhino niet en overweegt daartoe als volgt.



4.5.
Volgens vaste rechtspraak moet de rechter bij het beantwoorden van de vraag of het erkennen van een buitenlands vonnis in strijd is met de Curaçaose (materiële) openbare orde zeer terughoudend zijn. Niet snel zal sprake zijn van strijd met de openbare orde. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn die de conclusie rechtvaardigen dat erkenning in het betreffende geval achterwege moet blijven. De openbare orde is alleen in het geding als de erkenning en tenuitvoerlegging in strijd komen met rechtsbeginselen die voor fundamenteel moeten worden gehouden in de Curaçaose rechtsorde. Fundamentele rechtsbeginselen zijn bijvoorbeeld beslissingen die in strijd zijn met het non-discriminatiebeginsel.



4.6.
Dat de wetgever volgens Raging Rhino de rechtsmacht niet heeft willen belasten betreft naar het oordeel van het gerecht geen fundamenteel rechtsbeginsel.
Voorts valt niet in te zien dat de artikelen 7A:1807-7A:1810 BW van (materieelrechtelijke) openbare orde zijn. Te meer niet nu door het Curaçaose Gemeenschappelijke Hof van Justitie naar Curaçaos recht is geoordeeld, en door de Hoge Raad is bevestigd, dat de regulering van gokdiensten door de Landsverordeningen Hazardspelen meebrengt dat de artikelen 7A:1807 en 7A:1810 BW buiten toepassing moeten worden gelaten, dat een spelovereenkomst ook naar het recht van Curaçao nietig is als de organisator geen vergunning heeft voor het aanbieden van de gokdiensten en dat de vordering uit onverschuldigde betaling van de speler, die van deze nietigheid het gevolg is, niet onder de artikelen 7A:1807- en 7A:1810 BW valt. De invoering door de wetgever van een nieuwe Landsverordening op kansspelen heeft hierin geen wijziging gebracht, omdat deze niet het openbare orde aspect van de betreffende artikelen raakt.



4.7.
Verder is het voor de vraag of het Duitse vonnis in Curaçao kan worden erkend niet relevant dat een vordering zoals [eiseres] die in Duitsland heeft ingesteld onder het Curaçaose recht (mogelijk) niet zo worden toegewezen omdat het recht hier te lande anders luidt. Erkenning van een buitenlandse beslissing wordt niet onthouden als de Curaçaose rechter op grond van Curaçaos recht anders zou hebben beslist. Wanneer naar Curaçaos recht zou moeten worden geoordeeld dat de artikelen 7A:1807-1810 BW dwingendrechtelijk van toepassing zijn en ambtshalve moeten worden toegepast door de rechter en, anders dan naar Duits recht, een kansspelovereenkomst niet nietig is als niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning wordt beschikt, staat dat dus niet aan erkenning van het vonnis in de weg.



4.8.
Overigens mag niet uit het oog worden verloren dat Raging Rhino een gokverbod heeft overtreden door gokdiensten in Duitsland aan te bieden zonder in Duitsland over de daarvoor benodigde vergunning te beschikken. Het niet kunnen terugvorderen van de inzet bij een illegaal opererend casino zou in strijd zijn met het doel van het gokverbod. Eventuele verstrekkende gevolgen van de erkenning van de Duitse vonnissen in die zin dat spelers dan ‘gratis’ kunnen spelen, waarvoor Raging Rhino stelt bang te zijn, kan zij voorkomen door niet zonder een in het buitenland vereiste vergunning, en dus legaal, gokspelen aan te bieden.


Conclusie en proceskosten




4.9.
De conclusie van het bovenstaande is dat het beroep van Raging Rhino op artikel 2 onder a van het executieverdrag niet slaagt en dat het gerecht [eiseres] verlof zal verlenen tot tenuitvoerlegging van het door het Landgericht Osnabrück op 12 december 2023 gewezen vonnis. Het verzoek van [eiseres] zal worden toegewezen zoals in het dictum is vermeld.



4.10.
Omdat Raging Rhino in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 322,93 aan oproepingskosten en Cg 2.500 aan gemachtigdensalaris (2 punten x tarief 5 van Cg 1.250 per punt).






5De beslissing

Het gerecht:


5.1.
verleent [eiseres] verlof tot tenuitvoerlegging van het op 12 december 2023 in Osnabrück, Duitsland, tussen partijen gewezen vonnis (met kenmerk 11 O 1286/23) in Curaçao;



5.2.
veroordeelt Raging Rhino tot betaling van de proceskosten welke tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] zijn begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 322,93 aan oproepingskosten en Cg 2.500 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;



5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;



5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



5.5.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.




Asser/Vonken 10-1, 2023/503.


vlg. ECLI:NL:OGHACMB:2023:68, ECLI:NL:HR:2024:295.


P.B. 2024, no 157.


1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling.
Link naar deze uitspraak