Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:3043 
 
Datum uitspraak:15-05-2026
Datum gepubliceerd:03-06-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:12035522 UE VERZ 25-405
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:Arbeidsrecht. Addendum op de arbeidsovereenkomst heeft werkgever vernietigd wegens dwaling. Toewijzing van de verschillende (loon)vorderingen van werknemer toe, omdat de vernietiging van het addendum niet rechtsgeldig is. Afwijzing billijke vergoeding.
Trefwoorden:arbeidsconflict
arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
vaststellingsovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer / rekestnummer: 12035522 \ UE VERZ 25-405


Beschikking van 15 mei 2026


in de zaak van



[verzoekende partij]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
procederend met een toevoeging met nummer [nummer] ,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: mr. A.M.S. Stoop,

tegen


NEWSTYLE MISSISSIPPIDREEF B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
verwerende partij,
hierna te noemen: Newstyle,
gemachtigde: mr. R.H. Lussenburg.




1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift met producties 1 tot en met 20 van [verzoekende partij] , door de griffie van de rechtbank ontvangen op 24 december 2025;


het herziene verzoekschrift van [verzoekende partij] , door de griffie van de rechtbank ontvangen op 27 maart 2026;


het verweerschrift met producties A tot en met I van Newstyle;


de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;


de pleitnotitie van de gemachtigde van [verzoekende partij] ;


de pleitnotitie van de gemachtigde van Newstyle.





1.2
Tijdens de mondelinge behandeling is [verzoekende partij] verschenen, samen met haar gemachtigde. Namens Newstyle is verschenen de heer [A] (directeur grootaandeelhouder), samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij de gemachtigden gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. Partijen hebben op elkaar kunnen reageren en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat er een beschikking zal worden gewezen.





2De kern van de zaak


[verzoekende partij] is van 3 maart 2025 tot 3 oktober 2025 in dienst geweest bij Newstyle op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In mei 2025 hebben partijen een addendum op de arbeidsovereenkomst ondertekend. Dit addendum heeft Newstyle op 18 juli 2025 vernietigd wegens dwaling. [verzoekende partij] verzoekt in deze procedure een verklaring van recht dat haar arbeidsomvang op basis van het addendum 31 uur per week was en verbindt daaraan verschillende (loon)vorderingen op basis van die 31 uur per week. Daarnaast vraagt zij een billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle. De kantonrechter komt hierna tot de conclusie dat de vernietiging van het addendum niet rechtsgeldig is, zodat de verschillende (loon)vorderingen op basis van 31 uur per week toewijsbaar zijn. Ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle is niet komen vast te staan, zodat er geen grond bestaat voor toekenning van een billijke vergoeding aan [verzoekende partij] .




3De beoordeling


Newstyle had niet het recht om het addendum op de arbeidsovereenkomst wegens dwaling te vernietigen



3.1

[verzoekende partij] , geboren op [1999] , is op 3 maart 2025 in dienst getreden bij Newstyle in de functie van [functie 1] voor 12 uur per week. In mei 2025 hebben partijen een addendum op de arbeidsovereenkomst ondertekend, waarbij is overeengekomen dat per 1 juni 2025 de arbeidsduur van [verzoekende partij] wordt uitgebreid van 12 uur naar 31 uur per week en dat [verzoekende partij] in die uren de functies [functie 1] , [functie 2] en [functie 3] zal uitoefenen. Op 22 mei 2025 is [verzoekende partij] ziek geworden.



3.2
Op 18 juli 2025 heeft Newstyle het addendum op de arbeidsovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd. In de brief staat vermeld:“Bij deze delen wij u mede dat Newstyle Mississippidreef B.V. (‘Newstyle’) de wijziging van uw arbeidsovereenkomst per 1 juni 2025, waarbij uw arbeidsomvang is uitgebreid van 12 naar 31 uur per week en uw takenpakket is gewijzigd en uitgebreid, buitengerechtelijk vernietigt op grond van dwaling ex artikel 6:228 lid 1 BW.

Uit informatie die wij achteraf hebben verkregen, blijkt dat u op het moment van het aangaan van de gewijzigde arbeidsovereenkomst wist, dan wel had moeten weten, dat u medisch gezien niet in staat was/zou zijn om de overeengekomen uitbreiding van uren en taken te verrichten. U heeft aangegeven te kampen met angsten en paniekaanvallen, waarvoor u al jaren medicatie slikt. U had op basis van uw mededelingsplicht deze informatie voorafgaand aan het sluiten van de nadere overeenkomst met ons moeten delen.

Indien wij deze wetenschap vooraf hadden gehad, zouden wij de wijziging van de arbeidsovereenkomst niet zijn aangegaan. Het feit dat u zich vrijwel direct na ondertekening van de gewijzigde arbeidsovereenkomst heeft ziekgemeld, bevestigt het feit dat u helemaal niet in staat en geschikt was ( en bent) om de overeengekomen werkzaamheden en uren te verrichten (…).”



3.3
De mogelijkheid van een buitengerechtelijke vernietiging op grond van dwaling in het arbeidsrecht is niet uitgesloten. Partijen zijn in discussie over de vraag of Newstyle het addendum buitengerechtelijk mocht vernietigen. Geoordeeld wordt dat Newstyle dat niet mocht. Zij heeft bij de vernietiging van het addendum een beroep gedaan op dwaling als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 BW. Dat artikel bepaalt onder meer dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling vernietigbaar is indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten. Een werknemer behoort aan een werkgever mededeling te doen indien hij of zij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst beschikt over informatie omtrent zijn of haar gezondheid, op grond waarvan hij of zij wist of behoorde te weten dat deze hem of haar ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden.



3.4
Niet in geschil is dat [verzoekende partij] bij het ondertekenen van het addendum wist dat zij antidepressiva slikte en dat zij door een geestelijke aandoening angst- en paniekaanvallen kon krijgen. Die had zij in het verleden immers ook gehad. Maar die wetenschap hebben, betekent nog niet dat [verzoekende partij] ook wist of behoorde te weten dat – zo stelt Newstyle – die aandoening/die angst- en paniekaanvallen haar ingrijpend en langdurig zouden (kunnen) belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden. Weliswaar is het – zoals Newstyle ook stelt – een feit van algemene bekendheid dat mensen met deze problematiek een angst- en paniekaanval kunnen krijgen, maar het is geen feit van algemene bekendheid dat je met deze problematiek en klachten langdurig wordt belemmerd in de uitoefening van werkzaamheden (gedurende medicatieve behandeling). De stelling dat personen met deze problematiek en klachten (gedurende medicatieve behandeling) langdurig worden belemmerd in de uitoefening van werkzaamheden, heeft Newstyle niet onderbouwd en zij heeft ook niet bij de bedrijfsarts nagevraagd of deze problematiek daartoe kan leiden. Daar komt bij dat [verzoekende partij] onweersproken heeft gesteld dat zij de functie van [functie 2] al verrichtte vóór 1 juni 2025, naast de functie van [functie 1] , en dat zij daarin goed functioneerde en dus niet (ingrijpend en/of langdurig) belemmerd werd. Newstyle heeft niet onderbouwd gesteld waarom de klachten voor de functie van [functie 3] langdurig tot een belemmering tot uitoefening daarvan zouden leiden.



3.5
In deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat [verzoekende partij] niet wist of behoorde te weten dat deze klachten haar ingrijpend en langdurig zouden belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden. Zij had dus ook niet de verplichting om Newstyle op de hoogte te stellen van het slikken van antidepressiva en het als gevolg van deze aandoening kunnen hebben van angst- en paniekaanvallen. Dat betekent dat van dwaling op grond van artikel 6:228 BW niet kan worden gesproken. Daarom was Newstyle niet bevoegd om het addendum buitengerechtelijk te vernietigen.



3.6
De discussie van partijen in de kortgedingprocedure waarin op 17 september 2025 vonnis is gewezen leek niet te zijn toegespitst op de vraag of [verzoekende partij] wist of behoorde te weten dat – zoals Newstyle stelt – de aandoening/de angst- en paniekaanvallen van [verzoekende partij] haar ingrijpend en langdurig zouden (kunnen) belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden. In deze bodemprocedure hebben partijen die discussie wel gevoerd. Dat er in deze procedure een ander oordeel wordt gegeven over het beroep van Newstyle op dwaling en in het verlengde daarvan over de bevoegdheid om het addendum buitengerechtelijk te vernietigen, is daarmee verklaard.



De verzochte verklaring van recht wordt toegewezen




3.7

[verzoekende partij] verzoekt om voor recht te verklaren dat haar arbeidsomvang vanaf 1 juni 2025 tot 3 oktober 2025 31 uur per week bedroeg. Die arbeidsomvang is overeengekomen in het addendum van mei 2025 en dit addendum had Newstyle – zo is hiervoor geoordeeld – niet buitengerechtelijk mogen vernietigen. Dit betekent dat de verzochte verklaring van recht toewijsbaar is.


Wettelijke rente – vier verschillende ingangsdata




3.8
Alvorens over te gaan tot de beoordeling van de overige vorderingen van [verzoekende partij] , overweegt de kantonrechter voor de duidelijkheid hier het volgende. [verzoekende partij] heeft onder randnummer 63. van haar (herziene) verzoekschrift drie data genoemd met ingang waarvan volgens haar de wettelijke rente over verschillende bedragen zou kunnen worden toegewezen. Onder VIII. van het petitum in het (herziene) verzoekschrift heeft zij een vierde datum daaraan toegevoegd. Bij de beoordeling van de verzochte wettelijke rente over verschillende bedragen houdt de kantonrechter – bij toewijsbaarheid daarvan – dan ook rekening met deze vier verschillende data.


Newstyle moet aan [verzoekende partij] nog een achterstallig loon betalen van € 5.363,98 bruto




3.9
Omdat Newstyle het addendum niet rechtsgeldig heeft vernietigd, bestaat er voor haar een loonbetalingsverplichting aan [verzoekende partij] voor een arbeidsomvang van 31 uur per week. Dit betekent dat zij over de periode van 1 juni 2025 tot en met 2 oktober 2025 aan [verzoekende partij] nog loon is verschuldigd van € 5.363,98 bruto inclusief 8% vakantietoeslag. Tegen de hoogte van dit bedrag is geen verweer gevoerd. Ook dit verzoek van [verzoekende partij] wordt toegewezen. De verzochte wettelijke rente over elk deelbedrag aan loon is toewijsbaar vanaf de dag waarop elk deelbedrag aan loon betaald moest worden, tot de dag waarop de desbetreffende deelbedragen zijn betaald.


Newstyle moet aan [verzoekende partij] een aanvulling op de reeds betaalde tegenwaarde in geld van de niet-opgenomen vakantiedagen per einde dienstverband betalen




3.10
Op zichzelf betwist Newstyle niet dat zij aan [verzoekende partij] de tegenwaarde in geld van de niet-opgenomen vakantiedagen moet betalen. Zij meent dat zij dit al heeft gedaan, omdat er is afgerekend op basis van de arbeidsomvang van 12 uur per week. Aangezien hiervoor is geoordeeld dat het addendum niet wegens dwaling kon worden vernietigd, moet Newstyle de tegenwaarde in geld van de niet-opgenomen vakantiedagen betalen op basis van een grotere arbeidsomvang. Daartegen is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat dit verzoek van [verzoekende partij] wordt toegewezen. Het verzoek tot verstrekken van een deugdelijke specificatie hierover wordt ook toegewezen. De wettelijke rente hierover is verschuldigd ná het einde van de arbeidsovereenkomst en niet eerder. De wettelijke rente over de tegenwaarde in geld wordt toegewezen vanaf de ontvangst van het verzoekschrift (24 december 2025), tot de dag waarop deze tegenwaarde is betaald. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen i) dat de sommatiebrief van [verzoekende partij] van 4 juli 2025 niet op de tegenwaarde in geld ziet (en overigens te vroeg zou zijn) en ii) dat gesteld noch gebleken is dat [verzoekende partij] in de periode tussen 2 oktober 2025 en de datum van de ontvangst van het verzoekschrift Newstyle schriftelijk een termijn heeft gesteld om tot betaling van de tegenwaarde in geld over te gaan.


Newstyle moet ook 38,25 aan overuren aan [verzoekende partij] betalen




3.11

[verzoekende partij] maakt aanspraak op uitbetaling van 38,25 gemaakte overuren in de maanden april en mei 2025, wat volgens haar neerkomt op een bedrag van € 613,87 bruto inclusief 8% vakantietoeslag. Tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat [verzoekende partij] recht heeft op uitbetaling van die gemaakte overuren, zodat dat tussen partijen geen discussiepunt (meer) is. Maar Newstyle stelt dat zij deze overuren al heeft uitbetaald op
6 juni 2025 en dat dit te zien is op het afschrift dat is overgelegd als productie G bij het verweerschrift. Onweersproken heeft [verzoekende partij] daarover gesteld dat zij die betaling op 6 juni 2025 van € 631,30 netto al heeft verrekend met haar vordering en dat dan (nog steeds) 38,25 overuren resteren. Newstyle heeft vervolgens nagelaten om haar verweer, dat ook die resterende 38,25 overuren zijn betaald, nader te onderbouwen. Zij verwijst weliswaar tijdens de mondelinge behandeling naar de loonstroken van april en mei 2025 waarin overuren staan genoemd, maar die overuren zien op maart 2025 en een deel van april 2025. Daarmee is dus niet komen vast te staan dat alle overuren zijn uitbetaald. Omdat Newstyle niet heeft onderbouwd dat zij ook die 38,25 overuren heeft uitbetaald, is dit verzoek van [verzoekende partij] toewijsbaar. De verzochte wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf 12 juli 2025, zijnde de dag na het einde van de betaaltermijn van 5 werkdagen na dagtekening van de brief van [verzoekende partij] van 4 juli 2025. Niet is gebleken dat Newstyle ten aanzien van deze vordering eerder in verzuim is komen te verkeren.


De wettelijke verhoging over het achterstallig loon en de niet-opgenomen vakantiedagen wordt gematigd tot nihil; over de overuren is wettelijke verhoging verschuldigd




3.12
Newstyle heeft een beroep gedaan op matiging van de verzochte wettelijke verhoging. De wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW is een sanctie op niet tijdige betaling van het loon en is bedoeld als prikkel voor de werkgever om het loon op tijd te betalen, zodat de werknemer tijdig over het loon kan beschikken. De rechter kan, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, de verhoging beperken tot ieder bedrag dat billijk is en deze zelfs op nihil stellen. De kantonrechter ziet in deze zaak aanleiding om de wettelijke verhoging over het achterstallig loon en de niet-opgenomen vakantiedagen te matigen tot nihil. Tot vandaag was Newstyle namelijk in de veronderstelling dat zij het addendum had mogen vernietigen en heeft zij dus gehandeld conform haar vernietiging. Dat is in eerste instantie ook bevestigd in de kortgedingprocedure. Pas in deze beschikking wordt geoordeeld dat Newstyle niet zo had mogen handelen en dat er dus nog sprake is van een achterstand in betaling van loon en vakantiedagen.



3.13
Over de overuren moet Newstyle wel een wettelijke verhoging betalen. Zij had aan deze loonbetalingsverplichting immers wel tijdig kunnen voldoen en dat heeft zij niet gedaan. Zij is daarom de maximale wettelijke verhoging op de voet van artikel 7:625 BW verschuldigd. De verzochte wettelijke rente over de wettelijke verhoging is toewijsbaar vanaf de dag van de ontvangst van het verzoekschrift, te weten 24 december 2025. Niet is gebleken dat Newstyle ten aanzien van deze vordering eerder in verzuim is komen te verkeren.


Newstyle moet een resterend bedrag aan transitievergoeding betalen




3.14
Het verzoek van [verzoekende partij] tot betaling van een bedrag van € 256,61 bruto aan transitievergoeding acht de kantonrechter toewijsbaar. De transitievergoeding moet immers, gelet op wat hiervoor is geoordeeld over de vernietiging van het addendum, worden berekend over het loon dat is gebaseerd op een arbeidsomvang van 31 uur per week en dat is € 2.154,23 bruto inclusief 8% vakantietoeslag. Met inachtneming van de berekening van [verzoekende partij] (productie 19 bij het verzoekschrift) leidt dat tot een totaalbedrag aan transitievergoeding van € 418,88 bruto. Vervolgens staat voor de kantonrechter vast dat Newstyle hiervan slechts een bedrag van € 162,27 bruto heeft betaald. Weliswaar voert Newstyle aan dat zij een bedrag van € 297,29 bruto heeft betaald, maar dat bedrag strookt niet met de inhoud van de loonstrook van oktober 2025. In die loonstrook, overgelegd als productie 1 bij het verzoekschrift, staat het door [verzoekende partij] gestelde bedrag van € 162,27 bruto. Een onderbouwing van een betaling van € 297,29 bruto heeft Newstyle niet gegeven. Zodoende wijst de kantonrechter het verschil tussen € 418,88 bruto en € 162,27 bruto als resterende transitievergoeding toe.



3.15
De verzochte wettelijke rente over die transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 3 november 2025.


De verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen




3.16

[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen van € 20.000,00 op grond van artikel 7:673 lid 9 BW. In dit artikel is bepaald dat aan een werknemer een billijke vergoeding kan worden toegekend, indien na een einde van rechtswege het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Het is aan [verzoekende partij] om het bestaan van dit ernstig verwijtbaar handelen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. Daarnaast dient zij te onderbouwen dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het gestelde ernstig verwijtbaar handelen.



3.17
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever zich alleen zal voordoen in uitzonderlijke gevallen en dat dit criterium met terughoudendheid moet worden toegepast. Als voorbeelden van deze uitzonderlijke gevallen zijn genoemd: de werkgever escaleert en stuurt aan op een beëindiging, de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk heeft veronachtzaamd, en arbeidsongeschiktheid van de werknemer als gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden. Ook uit deze voorbeelden volgt dus dat voor het aannemen van ernstige verwijtbaarheid een hoge drempel geldt. Deze hoge drempel volgt bovendien uit dat de werkgever in beginsel ruime (beoordelings)vrijheid toekomt bij het besluiten om de arbeidsovereenkomst met de werknemer al dan niet voort te zetten na afloop van de overeengekomen duur. Met andere woorden: het uitgangspunt is dat het de werkgever vrij staat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na het einde daarvan niet voort te zetten, ook als de werknemer op dat moment ziek is.



3.18

[verzoekende partij] heeft 16 stellingen ingenomen waaruit volgens haar volgt dat Newstyle ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter volgt [verzoekende partij] daarin niet en komt tot de conclusie dat van ernstig verwijtbaar handelen niet kan worden gesproken, omdat de hoge drempel niet is gehaald. Dit betekent dat er geen billijke vergoeding hoeft te worden betaald aan [verzoekende partij] . Hierna wordt aan de hand van de 16 stellingen, zoals opgesomd op pagina 15 van het verzoekschrift van [verzoekende partij] , dit oordeel van de kantonrechter uitgelegd.

1. Newstyle heeft aangestuurd op een verstoorde arbeidsverhouding
Uit het e-mailbericht van mevrouw [B] van 3 juni 2025 aan de casemanager [C] van het bedrijf [bedrijf] volgt dat twijfels werden geuit vanuit Newstyle over de ziekmelding van [verzoekende partij] . In die zin begrijpt de kantonrechter dat [verzoekende partij] meent dat Newstyle haar niet geloofde over haar ziekmelding. Maar dit leidt er nog niet toe dat Newstyle heeft aangestuurd op een verstoorde arbeidsrelatie, zoals [verzoekende partij] betoogt. Newstyle heeft namelijk na de ziekmelding haar re-integratieverplichtingen uitgevoerd en heeft via de casemanager ervoor gezorgd dat een bedrijfsarts [verzoekende partij] zou zien en dat er afspraken gemaakt werden over re-integratie. Newstyle heeft dus niet de re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk veronachtzaamd en ook niet onvoldoende zorg verleend. Er is onvoldoende gesteld om te concluderen dat Newstyle heeft aangestuurd op een verstoorde arbeidsrelatie en dus is er geen ernstig verwijtbaar handelen op dit punt komen vast te staan.

2. Er was een te hoge werkdruk en Newstyle heeft daar – na klachten van [verzoekende partij] – niets mee gedaan
Voor toewijzing van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BW is vereist dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle. Het is voor de kantonrechter onduidelijk gebleven hoe een te hoge werkdruk verband houdt met het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst (en de ernstige verwijtbaarheid). De verwijten die [verzoekende partij] voornamelijk aan het adres van Newstyle maakt, zien op de periode na haar ziekmelding van 22 mei 2025 en hoe Newstyle daarin heeft gehandeld. De ervaren werkdruk ziet op de periode vóór 22 mei 2025 en lijken geen verband (meer) te hebben met het einde van de arbeidsovereenkomst in oktober 2025. Bovendien is het voor de kantonrechter niet komen vast te staan dat [verzoekende partij] structureel op grote groepen kinderen heeft gepast in haar functie als [functie 1] . De daartoe overgelegde WhatsApp-berichten laten niet zien dat er een structurele werkdruk bestond vanwege de hoeveelheid kinderen. Onweersproken staat bovendien vast dat er een nieuwe medewerker was aangetrokken en dat ook mevrouw [D] [verzoekende partij] ondersteunde.

3. De verzochte structurele extra uren heeft Newstyle niet uitbetaald

[verzoekende partij] stelt dat Newstyle haar heeft gevraagd om structureel meer uren te werken en dat daarna die uren niet zijn uitbetaald. De kantonrechter begrijpt dat hiermee wordt gedoeld op de gemaakte overuren die niet zijn uitbetaald aan [verzoekende partij] . Het niet betalen van overuren leidt niet tot een ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle, omdat voor ernstig verwijtbaar handelen een hoge drempel geldt en het (enkel) niet uitbetalen van overuren valt daar niet onder.


4. [verzoekende partij] is tweemaal bedreigd door leden van Newstyle
De kantonrechter ziet niet in hoe bedreiging door leden van Newstyle moet leiden tot een ernstig verwijtbaar handelen door Newstyle. Newstyle is immers niet verantwoordelijk voor het gedrag van haar leden en bovendien is onweersproken gesteld dat Newstyle direct heeft geacteerd tegen dit gedrag.

5. [verzoekende partij] is tijdens haar ziekte zonder aankondiging uit twee groepsapps verwijderd
Het verwijderen van [verzoekende partij] uit twee groepsapps kan niet worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen. Newstyle heeft hierover aangevoerd dat zij dit heeft gedaan, nadat [verzoekende partij] had aangegeven dat zij zich wilde focussen op haar herstel. In het licht daarvan is het van Newstyle als werkgever een poging geweest om [verzoekende partij] te ondersteunen in haar herstel. Daarnaast – als de kantonrechter zou willen aannemen dat van een poging tot ondersteuning geen sprake is – is het verwijderen van een werknemer uit groepsapps hoe dan ook niet te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen. Die hoge drempel is niet gehaald.

6. De op 19 juni 2025 geplande afspraak met de arbo-arts heeft Newstyle op 16 juni 2025 geannuleerd
Vaststaat dat Newstyle de op 19 juni 2025 geplande afspraak met de arbo-arts op 16 juni 2025 heeft geannuleerd. Ook op dit punt is van een ernstig verwijtbaar handelen niet gebleken. Tussen partijen staat namelijk vast dat de casemanager [C] op 11 juni 2025 aan Newstyle heeft bericht dat [verzoekende partij] geschikt was voor arbeid. Pas op 16 juni 2025 komt een correctie op dat bericht en wordt er aan Newstyle gecommuniceerd dat [verzoekende partij] toch niet geschikt was voor arbeid. Diezelfde dag heeft Newstyle de op 19 juni 2025 geplande afspraak bij de arbo-arts geannuleerd. De kantonrechter begrijpt dat er bij Newstyle verwarring is ontstaan door de tegenstrijdige berichten van [C] over de arbeidsongeschiktheid van [verzoekende partij] en dat zij daarom bij een andere bedrijfsarts (Occure) helderheid heeft willen krijgen. Om die reden heeft zij de op 19 juni 2025 geplande afspraak geannuleerd om vervolgens [verzoekende partij] in contact met een andere arbo-arts te brengen. Daaraan is ook gevolg gegeven, aangezien [verzoekende partij] daarna is gezien door een bedrijfsarts van Occure. Het annuleren van één afspraak bij een bedrijfsarts levert in het licht van deze omstandigheden daarom geen ernstig verwijtbaar handelen op.

7. Tijdens ziekte is een vaststellingsovereenkomst aangeboden en is [verzoekende partij] onder druk gezet
Tussen partijen staat vast dat [verzoekende partij] en [A] op 14 juni 2025 een gesprek (in bijzijn van de heer [E] ) hebben gehad waarin aan [verzoekende partij] een vaststellingsovereenkomst is aangeboden. [verzoekende partij] verwijt Newstyle dat zij haar die vaststellingsovereenkomst heeft aangeboden terwijl zij op dat moment arbeidsongeschikt was. Maar daarvan had Newstyle op 14 juni 2025 geen weet. Zij had namelijk (zoals hiervoor ook al is overwogen) op 11 juni 2025 van [C] begrepen dat [verzoekende partij] geschikt was voor arbeid en pas op 16 juni 2025 (dus na het gesprek van de 14e) wordt dat door [C] gecorrigeerd. Bovendien is op geen enkele wijze gebleken dat [verzoekende partij] onder druk is gezet tijdens dit gesprek om die vaststellingsovereenkomst te tekenen. Newstyle betwist dat namelijk en [verzoekende partij] heeft daarna geen feiten en omstandigheden gesteld om die betwisting te weerleggen.


8. [verzoekende partij] is onder druk gezet tussen 18 juli 2025 en 16 september 2025

[verzoekende partij] stelt dat zij in de periode van 18 juli 2025 tot en met 16 september 2025 continu onder druk is gezet door Newstyle vanwege vijf aankondigingen van een loonsanctie (op
18 juli 2025, 21 juli 2025, 25 augustus 2025, 28 augustus 2025 en 16 september 2025). De kantonrechter begrijpt dat [verzoekende partij] dit als een druk heeft ervaren, maar het leidt niet tot een ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle. Newstyle heeft er kennelijk voor gekozen om door middel van aankondigingen tot een loonsanctie [verzoekende partij] te informeren over haar verplichting om mee te werken aan een re-integratie en over de consequentie als zij niet aan die verplichting voldoet. Dat [verzoekende partij] telkens de intentie had om mee te werken aan die reintegratie en dat daarom geen noodzaak was om haar te waarschuwen, is in die zin niet relevant. Het blijft een informatieverplichting die een werkgever heeft. De hoge drempel van ernstig verwijtbaar handelen is niet gehaald.

9. Door buitengerechtelijke vernietiging van het addendum heeft Newstyle gehandeld in strijd met het gesloten stelsel en met goed werkgeverschap
Uit het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:213) volgt dat de mogelijkheid van een buitengerechtelijke vernietiging op grond van dwaling in het arbeidsrecht niet is uitgesloten. Dit betekent dat geen sprake is van een handelen in strijd met het gesloten ontslagstelsel. Achteraf gezien is het overgaan tot een buitengerechtelijke vernietiging van het addendum wegens dwaling een verkeerde feitelijke en juridische inschatting geweest van Newstyle. Maar daarmee is nog geen sprake van schending van goed werkgeverschap. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen, dat gesteld noch gebleken is dat Newstyle tegen beter weten in tot buitengerechtelijke vernietiging is overgegaan.

10. [verzoekende partij] werd opgeroepen om op een onbekende vestiging te re-integreren
Tussen partijen staat vast dat Newstyle [verzoekende partij] op 25 augustus 2025 heeft opgeroepen om op 26 augustus 2025 om 08:45 uur te starten met re-integreren op een andere vestiging en bij een voor [verzoekende partij] onbekende manager. Volgens [verzoekende partij] handelde Newstyle hiermee strijd met goed werkgeverschap, omdat de bedrijfsarts had aangegeven dat re-integratie wegens een arbeidsconflict niet aan de orde was. Uit het spreekuurverslag van de bedrijfsarts van
15 augustus 2025 volgt dat er mogelijkheden zijn tot het verrichten van werkzaamheden in een re-integratietraject, maar dat dat bij de huidige werkgever niet aan de orde is vanwege het arbeidsconflict. Het advies is dus genuanceerder dan [verzoekende partij] stelt in haar verzoekschrift. In het licht van dit verslag acht de kantonrechter het weliswaar verwijtbaar dat Newstyle zonder enig vooroverleg met [verzoekende partij] haar heeft opgeroepen te gaan re-integreren per de volgende dag, maar dit handelen haalt niet de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid. En dat [verzoekende partij] moest gaan re-integreren is niet in strijd met het advies van de bedrijfsarts. Uit het verslag blijkt immers dat re-integreren bij de huidige werkgever niet aan de orde is, maar er waren wel mogelijkheden tot het verrichten van werkzaamheden in een re-integratietraject. En vaststaat dat [verzoekende partij] was opgeroepen op de locatie Newstyle [locatie] in Utrecht én bij een andere leidinggevende. Zij had met Newstyle [locatie] voor wat betreft de werkzaamheden in de re-integratie niets te maken en kon dus werkzaamheden verrichten in een re-integratietraject. Dat overkoepelend Newstyle nog steeds haar werkgever was, acht de kantonrechter niet relevant. [verzoekende partij] zou op die locatie in het kader van de re-integratiewerkzaamheden met Falahi Firouzi immers niets te maken hebben.

11. Newstyle bleef met de dreiging van een loonsanctie druk zetten om te re-integreren

[verzoekende partij] stelt dat na de mededeling dat de crisisdienst was ingeschakeld en [verzoekende partij] volledig was uitgevallen, Newstyle het standpunt dat [verzoekende partij] moest re-integreren onder
dreiging van een loonsanctie heeft gehandhaafd. [verzoekende partij] heeft deze stelling niet verder toegelicht. In het licht van de re-integratieverplichting van [verzoekende partij] en wat hierboven is overwogen over de aangekondigde loonsancties, ziet de kantonrechter niet in hoe dit kan worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen.

12. Newstyle heeft gehandeld in strijd met privacyregels

[verzoekende partij] verwijt Newstyle dat zij in strijd met de privacyregels heeft gehandeld door bij een andere vestiging de data en tijden waarop [verzoekende partij] heeft gesport op te vragen om aan te tonen dat [verzoekende partij] niet ziek was. Wat daar verder ook van zij, het leidt er in ieder geval niet toe dat Newstyle daarmee ernstig verwijtbaar heeft gehandeld tegenover [verzoekende partij] , zodanig dat het een billijke vergoeding rechtvaardigt.

13. Newstyle heeft de re-integratieverplichtingen geschonden
Het is op zichzelf juist dat [verzoekende partij] zich heeft ziekgemeld op 22 mei 2025 en daarna op
15 augustus 2025 een eerste gesprek had met een bedrijfsarts. Maar het is niet juist om te concluderen dat dit geheel is veroorzaakt door Newstyle. Er staat namelijk ook vast dat [verzoekende partij] was opgeroepen voor een gesprek bij een bedrijfsarts op 24 juli 2025, maar dat zij op die dag vanwege een operatie niet beschikbaar was. En [verzoekende partij] had wel begin juni 2025 al contact gehad met de externe casemanager, van wie onweersproken is gesteld dat zij een organisatorische schakel was met de bedrijfsarts. Bovendien heeft Newstyle tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij in de periode van de ziekmelding van [verzoekende partij] op zoek was naar een nieuwe bedrijfsarts voor de gehele onderneming en dat dit tijd heeft gekost. Nadat de nieuwe bedrijfsarts was gevonden, is een afspraak gemaakt voor [verzoekende partij] .
Deze toelichting heeft [verzoekende partij] niet weersproken. In deze omstandigheden is het te kort door de bocht van [verzoekende partij] om te concluderen dat Newstyle haar re-integratieverplichtingen heeft geschonden. Dit betekent dat ook hier geen ernstig verwijtbaar handelen wordt aangenomen.

14. Newstyle heeft [verzoekende partij] onterecht opnieuw laten oproepen bij de arbo-arts

[verzoekende partij] verwijt Newstyle dat Newstyle slechts zes dagen voor het einde van het dienstverband en vier weken nadat zij een bedrijfsarts heeft gezien haar opnieuw heeft opgeroepen voor een afspraak bij de bedrijfsarts met als enkel doel om zo medische informatie te bemachtigen over [verzoekende partij] . Deze stelling is op geen enkele wijze onderbouwd en is slechts een vermoeden van [verzoekende partij] . Daaraan kan geen ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle worden verbonden. Om tot ernstig verwijtbaar handelen te kunnen concluderen is meer nodig dan dat Newstyle tot het einde van het dienstverband blijft voldoen aan haar verplichtingen voor re-integratie.

15. Newstyle heeft in strijd met artikel 7:632 BW en goed werkgeverschap teveel betaalde reiskosten verrekend
Het is juist dat Newstyle de betaalde reiskosten niet met het salaris van september 2025 had mogen verrekenen. In artikel 7:632 BW is immers een limitatief aantal vorderingen genoemd die verrekend mogen worden en reiskosten worden daar niet genoemd. Zij heeft daarmee niet als goed werkgever gehandeld. In die zin is dat dus aan Newstyle verwijtbaar. Maar toch leidt dit niet tot een ernstig verwijtbaar handelen van Newstyle als werkgever. Er is namelijk niet gebleken dat Newstyle hier opzettelijk heeft gehandeld door al bij het salaris van september 2025 (in plaats van bij de eindafrekening van enkele weken later) een verrekening te laten plaatsvinden. Voor een ernstig verwijtbaar handelen is op zijn minst nodig dat sprake is van een bewuste keuze van Newstyle en dat is niet gebleken.


16. Newstyle heeft geweigerd om de gemaakte overuren uit te betalen



3.19
Hierboven, onder 3., is besproken het verwijt van [verzoekende partij] dat Newstyle haar heeft gevraagd om structureel meer uren te werken en dat daarna die uren niet zijn uitbetaald. Met 16e stelling herhaalt [verzoekende partij] deze stelling. Zoals hierboven reeds is overwogen, geldt hiervoor dat de hoge drempel voor een ernstig verwijtbaar handelen niet wordt gehaald.



3.20
Concluderend zijn de gemaakte verwijten aan het adres van Newstyle, voor zover die zijn vastgesteld, niet zodanig ernstig dat er een billijke vergoeding aan moet worden verbonden. Die wordt daarom afgewezen, tegelijk met de daarover verzochte wettelijke rente.


Newstyle moet aangepaste salarisspecificaties verstrekken aan [verzoekende partij]




3.21

[verzoekende partij] heeft verzocht om Newstyle te veroordelen tot het verstrekken van salarisspecificaties vanaf 1 juni 2025 tot en met 2 oktober 2025, waarin de betalingen van het salaris, de aanvullende tegenwaarde in geld van de niet-opgenomen vakantiedagen, de overuren, de wettelijke verhoging, de transitievergoeding en de billijke vergoeding zijn verwerkt. Tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht dat het gaat om aangepaste salarisspecificaties voor die periode. De kantonrechter acht dit verzoek toewijsbaar. Newstyle wordt dan ook veroordeeld tot het verstrekken van aangepaste salarisspecificaties.



3.22
De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden, aangezien haar niet is gebleken dat Newstyle niet aan deze veroordeling zal voldoen. [verzoekende partij] heeft daarover ook geen stellingen ingenomen.


De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen




3.23

[verzoekende partij] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, omdat hiervoor werkzaamheden zijn verricht. Newstyle heeft dit niet weersproken, zodat het verzoek toewijsbaar is. Aangezien een totaalbedrag van € 6.234,46 toewijsbaar is, wordt een bedrag van € 686,72 wegens buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Dit bedrag is berekend volgens het tarief dat is bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.


De proceskosten worden gecompenseerd




3.24
De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten dragen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.


Uitvoerbaar bij voorraad




3.25
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.






4De beslissing

De kantonrechter:


4.1
verklaart voor recht dat de arbeidsomvang van [verzoekende partij] vanaf 1 juni 2025 tot de einddatum van het dienstverband 31 uur per week bedroeg;



4.2
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] te voldoen het achterstallige verschuldigde loon vanaf 1 juni 2025 tot en met 2 oktober 2025 van € 5.363,98 bruto inclusief 8 % vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke rente over elk deelbedrag aan loon vanaf de dag waarop elk deelbedrag aan loon betaald moest worden tot de dag waarop de desbetreffende deelbedragen zijn betaald;



4.3
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] te voldoen een aanvulling op de tegenwaarde in geld van de niet-opgenomen vakantiedagen per einde dienstverband, berekend op basis van een arbeidsomvang van 12 uur per week tot 1 juni 2025 en 31 uur per week vanaf 1 juni 2025 tot en met 2 oktober 2025, onder verstrekking van een deugdelijke specificatie en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2025 tot de dag van de gehele betaling;



4.4
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] te voldoen 38,25 overuren van € 613,87 bruto inclusief 8% vakantietoeslag, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging daarover vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van algehele betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, alsmede de wettelijke rente over de wettelijke verhoging vanaf 24 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;



4.5
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] te voldoen de nog verschuldigde transitievergoeding van € 256,61 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 november 2025 tot de dag van de gehele betaling;



4.6
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking te verstrekken de aangepaste salarisspecificaties over de periode vanaf 1 juni 2025 tot en met 2 oktober 2025, waarin de bedragen, zoals deze zijn toegewezen, zijn verwerkt;



4.7
veroordeelt Newstyle om aan [verzoekende partij] te voldoen de buitengerechtelijke incassokosten van € 686,72;



4.8
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;



4.9
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



4.10
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.



Zie het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:213).


Zie het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 december 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3303).


Productie 15 van [verzoekende partij] .


Met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:22; r.o. 3.1.2).


Zie artikel 7:623 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).


Als bedoeld in artikel 7:641 lid 1 BW.


Productie 10 van [verzoekende partij] .


Productie 10 van [verzoekende partij] .


Zijnde cliënten van Newstyle en niet werknemers van haar.


Zie artikel 7:623 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Link naar deze uitspraak