|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2023:5549 | | | | | Datum uitspraak | : | 30-08-2023 | | Datum gepubliceerd | : | 26-06-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | 719934 | | Rechtsgebied | : | Ondernemingsrecht | | Indicatie | : | Relatiebeding voormalig statutair bestuurder en medeaandeelhouder geschonden? Toepasselijkheid artikel 7:653 BW, ernstig verwijtbaar handelen werkgever niet komen vast te staan. Bewijsopdracht ten aanzien van gestelde overtredingen | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | vaststellingsovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/719934 / HA ZA 22-534
Vonnis van 30 augustus 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SPORTSFANATIC B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Sportsfanatic,
advocaat: mr. W. Mollema te Leeuwarden,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M. Kauffmann te Apeldoorn.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 juli 2022,
- de akte overlegging producties van Sportsfanatic,
- de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het tussenvonnis van 26 april 2023 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de op 4 juli 2023 gehouden mondelinge behandeling, met de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten in conventie en in reconventie
2.1.
Sportsfanatic is in 2011 opgericht en heeft als kernactiviteit het verkopen van voetbalkleding aan voetbalverenigingen en aan particulieren. Ten behoeve hiervan sluit Sportsfanatic samenwerkingsovereenkomsten met voetbalclubs.
2.2.
Vanaf 17 maart 2014 is [gedaagde] in loondienst werkzaam voor Sportsfanatic als verkoopmedewerker. Per 1 januari 2015 is de arbeidsovereenkomst van [gedaagde] verlengd voor onbepaalde tijd. Deze functie hield onder meer in het verkopen van producten van Sportsfanatic, het onderhouden van klantrelaties en het werven van nieuwe klanten.
2.3.
Vanaf 26 juni 2017 is [gedaagde] eveneens bestuurder en mede aandeelhouder (via de vennootschap [bedrijf] B.V.) van Sportsfanatic geworden. Tegen betaling van een koopsom van € 10.000,- heeft [bedrijf] B.V. 20% van de aandelen in Sportsfanatic verworven. Sportsfanatic, [gedaagde] , [naam 1] en [naam 2] sluiten ook een aandeelhoudersovereenkomst.
2.4.
In het najaar van 2019 wordt [gedaagde] , na een gehouden aandeelhoudersvergadering, als bestuurder geschorst. Zijn voorgenomen ontslag wordt geagendeerd voor een in december 2019 te houden aandeelhoudersvergadering.
2.5.
Partijen bereiken voor dat moment overeenstemming over de beëindiging van hun samenwerking, de overdracht van de aandelen die [gedaagde] houdt in Sportsfanatic alsmede over de beëindiging van zijn dienstverband. [gedaagde] heeft een bedrag van € 50.000,- (bruto) voor de verkoop van zijn aandelen in Sportsfanatic en € 20.000,- (bruto) voor de beëindiging van zijn dienstverband van Sportsfanatic ontvangen. Partijen hebben de gemaakte afspraken ten aanzien van de aandelen vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst en ten aanzien van de arbeidsrelatie vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst.
2.6.
Zij komen een relatiebeding overeen, dat zij in artikel 9 van de beëindigingsovereenkomst opnemen:
“[…]Partijen spreken af dat werknemer voor de duur van 24 maanden vanaf de einddatum geen
clubs zal benaderen die reeds aan werkgever verbonden zijn om in welke vorm dan ook van
dienst te zijn. Aan de clubs die reeds aan werkgever verbonden zijn, dienen uitdrukkelijk te
worden toegevoegd:
a. AFC;
b. WVHEDW.
Ook indien het initiatief van het de clubs zelf uitgaat, dient werknemer zich te onderhouden
van welke van communicatie dan ook. Werknemer verbeurt per gebeurtenis zoals hierboven
als verbod omschreven een direct opeisbare boete van € 15.000,- per gebeurtenis. […]”
Het overeengekomen relatiebeding vangt aan op 1 maart 2020 en eindigt op 1 maart 2022.
2.7.
Begin 2020 is [gedaagde] als vertegenwoordiger in dienst getreden bij 100% Voetbal, vanaf half 2021 genaamd 11teamsports Benelux (hierna: 11teamsports).
2.8.
Bij brief van 16 december 2021 heeft Sportsfanatic [gedaagde] aangesproken op het zeven keer schenden van zijn relatiebeding en [gedaagde] gesommeerd tot betaling aan Sportsfanatic van een boetebedrag van € 105.000,- binnen veertien dagen. Deze brief heeft Sportsfanatic op 23 december 2021 in kopie nog eens naar het zakelijke adres van de vennootschap van [gedaagde] gezonden.
2.9.
Op 19 januari 2022 heeft Sportsfanatic [gedaagde] ook aangesproken op nog twee aanvullend geconstateerde overtredingen van het relatiebeding, en [gedaagde] erop gewezen dat de verbeurde boete inmiddels is opgelopen tot € 135.000,-.
3Het geschil in conventie
3.1.
Sportsfanatic vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de veroordeling van [gedaagde] :
I. tot betaling van € 105.000,- te vermeerderen met de wettelijke rent hierover vanaf 7 januari 2022 tot aan de dag van voldoening;
II. tot betaling van € 30.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 januari 2022 tot aan de dag van voldoening;
III. tot betaling van € 2.125,- aan buitengerechtelijke kosten;
IV. in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de zestiende dag na dagtekening van het te wijzen vonnis.
3.2.
Sportsfanatic grondt haar vordering op het negen keer schenden door [gedaagde] van het relatiebeding, ten gevolge waarvan [gedaagde] de overeengekomen boete van € 15.000,- per overtreding aan Sportsfanatic is verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Hij betwist, kort samengevat, dat Sportsfanatic een beroep mag doen op het relatiebeding en subsidiair de duur van het overeengekomen relatiebeding. Hij doet in dat kader een beroep op artikel 7:653 lid 3 en 4 BW. Ook betwist hij per gestelde overtreding het relatiebeding te hebben geschonden en de overeengekomen boetes te zijn verschuldigd. Meer subsidiair doet [gedaagde] een beroep op matiging van de eventueel verschuldigde boete.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4Het geschil in reconventie
4.1.
[gedaagde] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. het relatiebeding in artikel 9 van de beëindigingsovereenkomst te vernietigen, althans gedeeltelijk te vernietigen door de duur van dat beding te beperken tot één jaar, althans een in goede justitie te bepalen termijn;
II. Sportsfanatic te veroordelen in de proceskosten, inclusief nakosten te voldoen binnen veertien dagen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dat datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van voldoening.
4.2.
[gedaagde] grondt zijn vernietigingsvordering op artikel 7:653 lid 3 BW.
4.3.
Sportsfanatic voert gemotiveerd verweer. Volgens Sportsfanatic is artikel 7:653 BW niet van toepassing in dit geval, nu genoemd wetsartikel ziet op relatiebedingen zoals opgenomen in arbeidsovereenkomsten. Het onderhavige beding was opgenomen in een vaststellingsovereenkomst dan wel een beëindigingsovereenkomst.
Voorzover genoemd wetsartikel wel van toepassing is, is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7:653 derde lid BW. Sportsfanatic heeft wel degelijk een reëel belang bij onverkorte handhaving van het relatiebeding. Er is geen sprake van een onbillijke benadeling van [gedaagde] in verhouding tot het te beschermen belang van Sportsfanatic.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
In conventie en in reconventie
5.1.
Gelet op de nauwe samenhang van de in conventie en in reconventie ingestelde vorderingen en de door partijen ingenomen stellingen zullen de conventie en de reconventie gezamenlijk worden beoordeeld.
Artikel 7:653 BW van toepassing?
5.2.
[gedaagde] komt zowel in conventie als in reconventie op tegen het inroepen van het relatiebeding en doet daarbij een beroep op artikel 7:653 lid 2 en 3 BW. Samengevat, heeft de rechter op grond van lid 2 de bevoegdheid het beding te vernietigingen als de werknemer onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van werkgever en komt de werkgever op grond van lid 3 geen beroep toe op het beding als het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van zijn ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Sportsfanatic is van mening dat [gedaagde] geen beroep toekomt op artikel 7:653 BW omdat het relatiebeding niet in een arbeidsovereenkomst staat maar in een vaststellingsovereenkomst.
5.3.
De rechtbank overweegt dat een concurrentie- en relatiebeding schriftelijk moet zijn overeengekomen. Artikel 7:653 lid 1 BW vereist echter niet dat zo’n beding in een arbeidsovereenkomst moet staan. Aan het schriftelijkheidsvereiste is ook voldaan als de werknemer een document heeft ondertekend, waarin een concurrentie- en relatiebeding als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden voorkomt. Zo’n document kan ook een vaststellingsovereenkomst zijn, waarin de postcontractuele arbeidsvoorwaardelijke verplichtingen staan. Daarmee is het relatiebeding een beperkend beding als bedoeld in artikel 7:653 lid 1 BW, dat valt onder de toets van artikel 7:653 lid 3 en 4 BW. Hieraan doet niet af dat [gedaagde] eveneens statutair bestuurder en mede aandeelhouder van Sportsfanatic was en dat de gemaakte afspraken in het kader van de beëindiging van de samenwerking een bredere totaalafspraak betrof.
Het beroep op artikel 7:653 lid 4 BW
5.4.
Vervolgens staat ter beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:653 vierde lid BW, in welk geval Sportsfanatic jegens [gedaagde] geen rechten kan ontlenen aan het relatiebeding en geen aanspraak kan maken op de daarin opgenomen boete. De stelplicht en bewijslast van het gestelde ernstig verwijtbare handelen van Sportsfanatic rust op [gedaagde] .
5.5.
Ter onderbouwing van zijn stellingen op dit punt maakt [gedaagde] Sportsfanatic, samengevat weergegeven, de volgende verwijten. Volgens [gedaagde] was hij slechts op papier bestuurder. Feitelijk was er sprake van een gewoon werknemerschap met een gezagsverhouding. Hij had feitelijk geen zeggenschap of inspraak en geen inzage in/toegang tot de bankrekening en/of administratie en werd onvoldoende geïnformeerd en op de hoogte gehouden door [naam 1] en [naam 2] . Ook was hij niet betrokken bij de vaststelling van de jaarrekening over 2017. Zijn voorstellen tot het houden van aandeelhoudersvergaderingen werden genegeerd en als hij wees op (wettelijke) voorschriften vond men hem lastig. Sportsfanatic ‘pruimde’ hem niet meer wegens zijn kritische opstelling en uitgesproken mening dat Sportsfanatic conform de wettelijke regels en formaliteiten moest worden bestuurd. Men wilde hem gewoonweg ‘lozen’. [gedaagde] betwist daarbij dat sprake zou zijn geweest van disfunctioneren van zijn kant. Zijn schorsing en zijn voorgenomen ontslag waren onzorgvuldig, kwamen volledig onverwacht en zijn niet op de juiste wettelijke gronden gebeurd. Het schorsingsbesluit was vennootschapsrechtelijk ongeldig wat ertoe leidt tot de schorsing ook arbeidsrechtelijk ongeldig is. Ook overigens voldoet de schorsing niet aan de daarvoor geldende arbeidsrechtelijke kaders.
5.6.
Sportsfanatic betwist dat sprake is geweest van een situatie als bedoeld in lid 4 van artikel 7:653 BW. [gedaagde] was wel degelijk een volwaardig bestuurslid en werd niet anders behandeld dan andere bestuurders, ze waren allemaal gelijkwaardig. De werkelijke onderlinge verhouding was die van aandeelhouders en bestuurders en niet die van werkgever en werknemer. Van enige gezagsverhouding was geen sprake. Wel had iedere bestuurder zijn eigen takenpakket en de prestaties van [gedaagde] vielen tegen. [gedaagde] is daarom op zijn functioneren als bestuurder en aandeelhouder aangesproken. [gedaagde] zou de commerciële kar trekken en deed dat in de visie van de andere bestuurders en aandeelhouders onvoldoende. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een conflict, dat is geëindigd in het in onderling overleg sluiten van een vaststellings- en beëindigingsovereenkomst. Daarbij heeft [gedaagde] een forse geldsom meegekregen, waaronder een som voor door de verkoop van zijn aandelen in Sportsfanatic. Er was sprake van een packagedeal. Daar kan [gedaagde] nu niet zomaar, zoveel jaar later, nog op terugkomen, aldus steeds Sportsfanatic.
5.7.
De rechtbank volgt [gedaagde] niet. Hierbij stelt zij voorop dat [gedaagde] als voormalig statutair bestuurder tevens medeaandeelhouder in het kader van de beëindiging van de samenwerking zowel een vaststellingsovereenkomst als een beëindigingsovereenkomst heeft gesloten.
Dat [gedaagde] slechts op papier bestuurder was en dat de overige bestuurders hem wilden ‘lozen”, is niet komen vast te staan. [gedaagde] stond in het handelsregister ingeschreven als statutair bestuurder en werd, zo heeft Sportsfanatic gemotiveerd aangevoerd, op een wijze die binnen het bedrijf gebruikelijk was ook als bestuurder en aandeelhouder bij de bedrijfsvoering betrokken. Dat deze gang van zaken wellicht in de ogen van [gedaagde] te informeel was, wil nog niet zeggen dat hij door Sportsfanatic anders werd behandeld dan andere bestuurders. Sportsfanatic heeft verder toegelicht dat iedere bestuurder verantwoordelijk was voor een eigen takenpakket. Dat de overige bestuurders van mening waren dat [gedaagde] zijn takenpakket niet naar behoren vervulde, maakt nog niet dat hij geen bestuurder was of dat de rest hem eruit wilden werken. Ook het enkele feit dat hij, als bestuurder met één stem dan wel als minderheidsaandeelhouder, bepaalde hem minder welgevallige besluiten niet heeft kunnen tegenhouden, brengt nog niet mee dat Sportsfanatic verwijtbaar jegens hem heeft gehandeld. In dat licht bezien kunnen de stellingen van [gedaagde] ten aanzien van het niet hebben van toegang tot de bankrekening/administratie, het onvoldoende worden geïnformeerd en het niet worden betrokken bij bestuursbeslissingen en het vaststellen van de jaarrekening 2017, wat daar verder ook van zij, niet leiden tot het oordeel dat Sportsfanatic (en niet één of meerdere individuele andere bestuurders) ernstig verwijtbaar jegens hem heeft gehandeld bij de beëindiging van de arbeidsrelatie. Kennelijk was binnen Sportsfanatic sprake van een informele gang van zaken waarin veelal mondeling met elkaar werd samengewerkt en weinig schriftelijk werd vastgelegd.
Bij de rechtbank is het beeld ontstaan van een niet boterende samenwerking tussen compagnons, die heeft geleid tot het, in onderling overleg, beëindigen van deze samenwerking. Ter beëindiging van dit geschil hebben partijen zowel een vaststellingsovereenkomst als een beëindigingsovereenkomst met elkaar gesloten. Het wordt ervoor gehouden dat [gedaagde] hiermee uitdrukkelijk en welbewust akkoord is gegaan. Daarbij heeft [gedaagde] eveneens ingestemd met de verkoop van zijn aandelen en het beëindigen van zijn dienstbetrekking onder betaling van een totale som van € 70.000 bruto. Dat in dat verband sprake is geweest van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door Sportsfanatic, is niet komen vast te staan.
5.8.
Gelet op het hiervoor overwogene is niet komen vast te staan dat er sprake was van een situatie als bedoeld in lid vier van artikel 7:653 BW, zodat Sportsfanatic een beroep op dit beding kan doen.
de vordering tot (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding
5.9.
[gedaagde] vordert daarnaast de (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding op grond van artikel 7:653 lid 3 BW. Daarbij gaat het er om of in verhouding tot het te beschermen belang van Sportsfanatic, [gedaagde] door het relatiebeding onbillijk wordt benadeeld. In die beoordeling moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder ook de omstandigheid dat afspraken zijn gemaakt in een beëindigingsovereenkomst. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv rust ook hier de stelplicht, en bij betwisting de bewijslast op [gedaagde] .
5.10.
[gedaagde] stelt een zwaarwegend belang te hebben bij (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding. [gedaagde] is sinds 1 oktober 2020 werkzaam voor 11teamsports, aanvankelijk in de functie van vertegenwoordiger. In die hoedanigheid had hij vaak contact met sportclubs die hij onder meer diende te benaderen met de vraag of zij klant wilden worden van 11teamsports. Het relatiebeding belemmerde hem echter aanzienlijk in het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor 11teamsports en wel zodanig dat hij zijn functie als vertegenwoordiger moest opgeven en in plaats daarvan een kantoorfunctie moest accepteren. Daarnaast stelt [gedaagde] door het relatiebeding omzettargets niet te hebben gehaald en bonussen te zijn misgelopen. Sportsfanatic heeft hem bovendien lange tijd in het ongewisse gelaten welke clubs onder het relatiebeding vielen. [gedaagde] kan zich niet herinneren de email van 12 december 2019 te hebben ontvangen, waarbij een lijst met clubs zou zijn gemaild. Hiertegenover staat dat Sportsfanatic, in de ogen van [gedaagde] , vrijwel geen belang heeft bij het relatiebeding. De angst van Sportsfanatic dat [gedaagde] voetbalclubs als klant zou wegkapen is overdreven nu deze clubs meerjarige contracten zijn aangegaan met Sportsfanatic, die niet tussentijds opzegbaar zijn en veelal de duur van het relatiebeding overstijgen. Dat is ook de reden dat Sportsfanatic [gedaagde] lange tijd zijn gang heeft laten gaan en [gedaagde] pas zeer laat heeft aangeschreven.
5.11.
Sportsfanatic voert hiertegen aan dat zij wel degelijk belang had bij het relatiebeding. Haar bedrijfsvoering en omzet is voor een groot deel afhankelijk van de contracten die zij heeft met voetbalclubs. Het was daarom van groot belang voor Sportsfanatic dat zij deze klanten zou behouden en dat [gedaagde] deze klanten niet zou overhalen om over te stappen naar zijn nieuwe werkgever. Mede hiervoor heeft Sportsfanatic een substantiële geldsom aan [gedaagde] betaald. [gedaagde] kan niet en aanzienlijke geldsom opstrijken en in ruil daarvoor gemaakte afspraken niet nakomen. Er bleven voldoende andere voetbalclubs over, die niet onder het relatiebeding vallen en die [gedaagde] wel kon benaderen.
5.12.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij in de beëindigingsovereenkomst bewust een ander beding zijn overeengekomen dan het concurrentiebeding dat oorspronkelijk in de arbeidsovereenkomst van [gedaagde] stond vermeld. Het is een beperkter beding, in die zin dat het uitsluitend een relatiebeding betreft. Het was [gedaagde] wel toegestaan om bij een concurrent in dienst te treden, wat hij ook heeft gedaan. Wel is de duur van het beding langer (vierentwintig maanden) dan het oorspronkelijk in de arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding (twaalf maanden). Inmiddels is de looptijd van het beding verstreken, zodat [gedaagde] hier in de toekomst geen last meer van zal ondervinden.
5.13.
Gelet op de over en weer gegeven toelichting van partijen over hun wederzijdse belangen bij het overeengekomen relatiebeding en deze belangen over en weer afwegend, is niet komen vast te staan dat, in verhouding tot het te beschermen belang van Sportsfanatic, [gedaagde] bij onverkorte handhaving en geldigheid van het relatiebeding onbillijk wordt benadeeld. Sportsfanatic had wel degelijk een legitiem belang bij het relatiebeding, te weten behoud van haar klanten die essentieel zijn voor het bedrijf. Daartegenover wordt [gedaagde] niet geacht onbillijk te zijn benadeeld, temeer nu hij, zoals hij zelf ook heeft verklaard, nog vele andere sportclubs in heel Nederland kon benaderen die niet onder het relatiebeding vielen. Daarnaast heeft hij welbewust ingestemd met het in de beëindigingsovereenkomst opgenomen relatiebeding.
Zijn beroep op artikel 7:653 lid 3 BW slaagt niet.
5.14.
De vordering in reconventie tot (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding is daarmee niet toewijsbaar en zal daarom worden afgewezen.
Is het relatiebeding overtreden?
5.15.
Daarmee komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag of [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden, zoals Sportsfanatic stelt en [gedaagde] gemotiveerd betwist.
Op Sportsfanatic rust daarbij de stelplicht en, bij voldoende betwisting, de bewijslast van de gestelde overtredingen. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een relatiebeding en niet (tevens) van een non-concurrentiebeding zoals artikel 9 in de beëindigingsovereenkomst wel wordt genoemd.
Reikwijdte van het overeengekomen relatiebeding
5.16.
Tussen partijen staat vast dat de bedoeling van het overeengekomen relatiebeding was om te voorkomen dat voetbalclubs die onder contract stonden bij Sportsfanatic, plus twee extra aan de lijst toegevoegde clubs, te weten AFC en WV-HEDW, door toedoen van [gedaagde] zouden overstappen naar een concurrent. Zij zijn het erover eens dat [gedaagde] geen contacten met klanten van Sportsfanatic mocht onderhouden, voor zover die contacten zagen op het mogelijk leveren van diensten aan die klanten. Het onderhouden van privécontact met deze voetbalclubs, valt niet onder het relatiebeding.
De door Sportsfanatic gestelde overtredingen
5.17.
Sportsfanatic verwijt [gedaagde] in totaal negen keer het relatiebeding te hebben overtreden. De rechtbank zal de gestelde overtredingen hierna achtereenvolgens bespreken. De rechtbank gaat, anders dan Sportsfanatic stelt, niet ervan uit dat [gedaagde] in punt 40 van zijn conclusie van antwoord de overtredingen van het beding zou hebben erkend. De opmerking dat hij zich heeft vergist in de duur van het beding, waardoor hij op enig moment meende alle clubs weer te mogen benaderen, is onvoldoende als erkenning van de negen concreet door Sportsfanatic gestelde overtredingen, die [gedaagde] per geval gemotiveerd heeft betwist.
T.O.S.-Actief (hierna: TOS)
5.17.1.
Sportsfanatic stelt dat [gedaagde] TOS heeft benaderd met de vraag of zijn huidige werkgever de voetbalshirts voor TOS mag verzorgen. Hij is in overleg getreden met de leverancier voor het opmaken van jubileumshirts. Het ongeoorloofde contact blijkt volgens Sportsfanatic uit een e-mail van [naam 3] (werkzaam bij TOS) aan mr. Mollema , gedateerd 13 april 2022 die, voor zover hier relevant, als volgt luidt:
“In december 2021 heb ik contact gezocht met de heer [gedaagde] met het verzoek voor een
oriënterend gesprek. Reden was de onvrede over de geleverde diensten vanuit Voetbalshop. […] Om deze reden heb ik hem, samen met voorzitter [naam 4] , uitgenodigd voor een oriënterend gesprek. Doel van het gesprek was niet om concreet in zee te gaan met zijn huidige werkgever, maar puur oriënterend. […] Het oriënterend gesprek heeft geen vervolg gekregen omdat de heer [gedaagde] enerzijds heeft aangegeven niet verder met ons te willen praten gezien een dreigend juridisch conflict, en anderzijds hebben we als bestuur besloten alleen met een partij in zee te gaan waar leden een winkel kunnen bezoeken in de nabije omgeving van de vereniging. […]”
5.17.2.
[gedaagde] voert ten verwere aan dat TOS hem heeft benaderd en dat hij het contact uit eigen beweging heeft verbroken vanwege het relatiebeding. Verder blijkt uit de e-mail van [naam 3] van 18 september 2022, die [gedaagde] op zijn beurt heeft overgelegd, dat [gedaagde] enkel privé contact met TOS heeft gehad, wat [gedaagde] eigener beweging heeft stopgezet en dat hij geen zakelijk aanbod namens 11teamsports heeft gedaan. [naam 3] beantwoordt hierin de door [gedaagde] aan hem gestelde vragen als volgt:
“ • Heeft u contact opgenomen met [gedaagde] van 11teamsports?
Ja, dat heb ik gedaan. Naar aanleiding van de onvrede over de service van Voetbalshop heb ik contact opgenomen met [gedaagde] .
• Heeft [gedaagde] contact met u opgenomen namens 11teamsports?
Nee, zie antwoord hierboven.
• Wanneer is het contact volgens u met [gedaagde] geweest?
Op 2 december 2021 heb ik via Linkedin contact opgenomen met [gedaagde] .
• Kent u [gedaagde] persoonlijk (bijvoorbeeld van de voetbalclub waaraan u verbonden bent of andere aangelegenheden)?
Nee, ik ken [gedaagde] puur zakelijk vanuit het prettige contact ten tijde hij nog werkzaam was bij Voetbalshop.
• Komt [gedaagde] ook wel eens als prive persoon op de club?
Ik heb [gedaagde] nog nooit eerder gezien op de club.
• Heeft [gedaagde] u/de club een aanbod gedaan voor een meerjarige overeenkomst?
Nee, [gedaagde] heeft ons (voorzitter [naam 4] en ik) meegenomen in de wereld van teamwear. Hij heeft ons geen aanbieding gedaan.
• Heeft u een meerjarige overeenkomst (bijvoorbeeld een aankoop van producten of een leveringscontract) met [gedaagde] of 11teamsports gesloten?
Er is geen overeenkomst, in welke vorm dan ook, gesloten met [gedaagde] .
• Heeft [gedaagde] op enig moment aangegeven geen nadere contacten te mogen onderhouden?
[gedaagde] heeft begin 2022 aangegeven dat het het beste was om geen contact meer te hebben met hem en 11teamsports. Dit hebben wij betreurd aangezien we graag met deze partij een vervolggesprek hadden gewild.”
5.17.3.
De rechtbank acht gelet op de inhoud van de beide hiervoor geciteerde e-mails voldoende bewezen dat [gedaagde] het relatiebeding heeft geschonden. Weliswaar blijkt hieruit dat [gedaagde] het contact niet heeft geïnitieerd, dat neemt echter niet weg dat dit contact duidelijk een zakelijk karakter had (“ heeft ons meegenomen in de wereld van teamwear”) dat [gedaagde] direct had moeten stoppen en niet pas na het voeren van een oriënterend gesprek over voetbalkleding. Uit de e-mails blijkt verder dat het contact is gelegd in december 2021 en dus gedurende looptijd van het relatiebeding. Dat dit contact en het oriënterende gesprek niet heeft geleid tot een vervolggesprek of een concrete prijsaanbieding van de zijde van [gedaagde] /11teamsports, pleit [gedaagde] niet vrij. Dit doet er niet aan af dat het initiële contact, dat niet direct is afgekapt, al als schending van het relatiebeding is aan te merken.
5.17.4.
De gestelde overtreding ten aanzien van TOS is daarmee komen vast te staan.
WV-HEDW
5.17.5.Sportsfanatic stelt dat [gedaagde] samen met de bestuurder van 11teamsports, [naam 5] , een bezoek heeft gebracht aan WV-HEDW. Hij is met het voltallige bestuur van deze club in overleg getreden over het aangaan van een samenwerking met deze club en het leveren van voetbalshirts. Daarmee heeft [gedaagde] het relatiebeding overtreden. Een ex-werknemer van Sportsfanatic heeft [gedaagde] in de bestuurskamer gezien en heeft van deze gebeurtenis foto’s gemaakt die zijn overgelegd. Verder wordt verwezen naar een e-mail van [naam 6] aan [naam 7] van [internetsite] waarin deze door 11teamsports wordt uitgenodigd voor een presentatie met betrekking tot een mogelijk sportcontract inzake de levering van kleding en andere sportartikelen aan WV-HEDW op 19 mei 20201. Verder wordt een whatsappgesprek overgelegd van [naam 8] (van WV-HDW) waarin deze appt: ‘ik zie je vanavond. [gedaagde] heeft al een hele scherpe prijs neergelegd denk ik. Ik ben benieuwd!’
5.17.6. [gedaagde] voert als verweer aan dat de foto’s niet bewijzen dat [gedaagde] binnen is geweest voor een zakelijk contact en wijst erop dat hij vaker bij WV-HEDW komt omdat zijn zoon daar voetbalt. De overgelegde e-mail kan [gedaagde] niet plaatsen, hij is niet bij die mailwisseling betrokken en wordt ook niet genoemd. De in het app bericht genoemde scherpe prijs kan ook door een collega zijn aangeboden, waarbij met [gedaagde] 11teamspors in zijn algemeenheid wordt aangeduid.
5.17.7.De rechtbank overweegt dat de foto’s niet van doorslaggevende betekenis zijn voor het kunnen vaststellen van een overtreding. Onduidelijk is van wanneer die foto’s dateren en wat de aard van het bezoek was. In de overgelegde -mail van [naam 6] wordt (de rol van) [gedaagde] niet genoemd. Dan rest het app-bericht van [naam 8] . Het is de rechtbank niet duidelijk met wie [naam 8] appt en hoe hij één en ander heeft bedoeld. Het zou echter wel op een verboden contact kunnen duiden en het bericht valt ook binnen de termijn waarin het relatiebeding gold. Sportsfanatic heeft hiermee voldaan aan haar stelplicht. Nu Sportsfanatic op dit punt concreet bewijs heeft aangeboden, door middel van het horen van de bestuurder van WV-HEDW, de heer [naam 5] , en [gedaagde] zelf, zal zij worden toegelaten tot het bewijzen van feiten en omstandigheden waaruit de overtreding door [gedaagde] van het relatiebeding binnen de relevante periode ten aanzien van WV-HEDW kan worden afgeleid.
ASV Wartburgia (hierna: Wartburgia)
5.17.8.
Sportsfanatic stelt dat de voorzitter van Wartburgia, [naam 9] , per e-mail van
23 mei 2021 aan [naam 1] heeft bevestigd dat [gedaagde] contact heeft gezocht voor het leveren van voetbalshirts. In deze e-mail schrijft [naam 9] , als antwoord op de vraag ‘klopt het dat hij [ [gedaagde] , rechtbank] contact met jullie heeft gezocht om kleding te leveren vanuit 11teamsports?’:
‘Hij [ [gedaagde] , rechtbank] heeft idd contact gezocht. Ik heb aangegeven dat wij een langlopende overeenkomst hebben. […]’
5.17.9.
[gedaagde] betwist de gestelde overtreding, Sportsfanatic heeft niet bewezen dat hij een concreet aanbod heeft gedaan tot het leveren van diensten.
5.17.10.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Sportsfanatic deze gestelde overtreding van het relatiebeding voldoende onderbouwd. Voor schending van het relatiebeding is niet vereist dat [gedaagde] de betreffende club een daadwerkelijk concreet zakelijk voorstel of aanbieding heeft gedaan. Het enkel contact opnemen met als doel om mogelijk in de toekomst zakelijke diensten voor deze club te gaan verrichten levert al een schending op. Dat [gedaagde] dergelijk ongeoorloofd zakelijk contact met Wartburgia had blijkt al afdoende uit de hiervoor geciteerde e-mail van [naam 9] , waar slechts een algemene betwisting van [gedaagde] tegenover staat. Uit de datum van deze e-mail kan worden opgemaakt dat dit contact binnen de relevante periode heeft plaatsgevonden. De rechtbank gaat derhalve ervan uit dat [gedaagde] ten aanzien van Wartburgia het relatiebeding heeft overtreden.
JOS Watergraafsmeer (hierna: JOS)
5.17.11.Sportsfanatic stelt dat [gedaagde] ongeoorloofd contact heeft gehad met JOS, wat blijkt uit de e-mail van [naam 10] (werkzaam bij JOS) van 15 maart 2022. Deze mail luidt voor zover van belang als volgt:
“De gesprekken met deze partijen hebben afgelopen maanden plaatsgevonden.
Via VIAS zijn we in contact gebracht met contactpersoon [gedaagde] van
Eleventeamsport. Eleventeamsport heeft gedurende het proces het aanbod voor onze club
teruggetrokken. ‘De mogelijke samenwerking is opgeschort wegens een juridisch conflict met de huidige partner Voetbalshop’.”
Daarnaast blijkt dit contact uit het overgelegde notitieboekje met handschrift van [gedaagde] , waaruit kan worden opgemaakt dat hij JOS wilde bellen op 2 november 2020. In het notitieboekje staat, vermeldt: ‘2/11/20 […] * bellen JOS […]’
5.17.12. [gedaagde] voert aan dat JOS hem heeft benaderd, dat het om een privécontact gaat en dat [gedaagde] het contact uit eigen beweging heeft verbroken vanwege het relatiebeding. [gedaagde] verwijst naar e-mails van [naam 11] (ook werkzaam bij JOS) van 22 september 2022. De per e-mail gegeven antwoorden van [naam 11] luiden als volgt:
Vraag 1 [gedaagde] komt veel bij Jos/Wgm daarom kan ik hem privé [kennelijk als antwoord op de eerder per mail aan hem gestelde vraag ‘Heeft u contact opgenomen met [gedaagde] van 11teamsports?’].
2. Neeop de vraag ‘Heeft [gedaagde] contact met u opgenomen namens 11teamsports?]
3. Ja op de vraag ‘Is er vanuit VIAS Nederland contact met jullie opgenomen en zijn hier los van [gedaagde] /11teamsports gesprekken mee gevoerd over leveringscontracten voor kleding?’]
4. Ja op de vraag ‘Kent u [gedaagde] persoonlijk (bijvoorbeeld van de voetbalclub waaraan u verbonden bent of andere aangelegenheden)?’]
5. Jaop de vraag ‘Komt [gedaagde] ook wel eens als prive persoon op de club?’]
6. Nee op de vraag ‘Heeft [gedaagde] u/de club een aanbod gedaan voor een meerjarige
overeenkomst?’]
7 Nee op de vraag ‘Heeft u een meerjarige overeenkomst (bijvoorbeeld een aankoop van
producten of een leveringscontract) met [gedaagde] of 11teamsports gesloten?’]
8. Ja op de vraag ‘Heeft [gedaagde] op enig moment aangegeven geen nadere contacten te mogen onderhouden?’]
5.17.13.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de mail van [naam 10] lijkt te volgen dat er iets van een aanbod van 11teamsports aan JOS is gedaan, dat later weer werd ingetrokken. Of dat ook een concreet aanbod van [gedaagde] betrof, wordt niet helemaal duidelijk. Uit de e-mail van [naam 11] lijkt vervolgens te volgen dat er veeleer sprake is geweest van contact en gesprekken met VIAS en niet met [gedaagde] . Mede gelet op dit verweer heeft Sportsfanatic weliswaar voldoende gesteld voor de overtreding, maar is deze niet vast komen te staan. Zij zal conform haar bewijsaanbod tot nadere bewijslevering worden toegelaten.
Fortius
5.17.14.Sportsfanatic stelt dat het in strijd handelen met het relatiebeding blijkt uit de e-mail van [naam 12] . Daarin verklaart [naam 12] via Whatsapp contact te hebben gehad en dat [gedaagde] ook met [naam 14] contact heeft gehad. De e-mail van [naam 12] van 6 april 2022 aan W. Mollema luidt: ‘er is mondeling gesproken over een aanbieding maar is er geen vervolg aangegeven, zoals eerder vermeld’, en even later mailt [naam 12] nog aan Mollema , eveneens op 6 april 2022:
‘Hierbij mijn verhaal.
Op 25 mei 2021 om 09.51 uur de vraag van [gedaagde] :
Had [naam 14] (collega [naam 14] JOGA Fortius) jou iets laten weten over Derbystar ballen?
Mijn antwoord op 25 mei 2021 11.19 uur:
Zoals je weet hebben wij een contract met Voetbalshop dus houden wij ons daar aan. Maar bedankt voor je aandacht/aanbieding.
Zijn reactie op 25 mei 12.40 uur:
Hey [naam 13] , helemaal goed! ik wilde jullie de aanbieding niet onthouden. […]’
Ook uit het notitieboekje van [gedaagde] blijkt dat zijn to do -lijst vermeldt ‘contact Fortius doorsturen aan [naam 15] ’.
5.17.15. [gedaagde] bestrijdt de stellingen van Sportsfanatic en verwijst naar een e-mail van [naam 14] , bestuurslid bij Fortius. Er is volgens [gedaagde] uitsluitend privé contact geweest. In deze e-mail beantwoordt [naam 14] de door [gedaagde] aan hem gestelde vragen als volgt:
‘• Hebben jullie contact opgenomen met [gedaagde] van 11teamsports? Nee
• Heeft [gedaagde] contact met jullie opgenomen namens 11teamsports? Nee, hij belde mij wel over hoe het ging, hij vertelde wel dat hij daar nu werkte.
• Wanneer is het contact volgens jullie met [gedaagde] geweest? Een paar maanden nadat hij was vertrokken bij 100% voetbal.
• Kennen jullie [gedaagde] persoonlijk (bijvoorbeeld van de voetbalclub waaraan u verbonden bent of andere aangelegenheden)? Ja ken hem ook vanuit het voetbal.
• Heeft [gedaagde] u/de club een aanbod gedaan voor een meerjarige overeenkomst? Nee
• Heeft u een meerjarige overeenkomst (bijvoorbeeld een aankoop van producten of een leveringscontract) met [gedaagde] of 11teamsports gesloten? Nee
• Heeft [gedaagde] op enig moment aangegeven geen nadere contacten te mogen onderhouden? Jia’
5.17.16.De rechtbank acht in ieder geval het contact dat [gedaagde] met [naam 12] had op 25 mei 2011 in strijd met het relatiebeding. Uit de inhoudelijk niet door [gedaagde] betwiste e-mail, blijkt dat het ging om een zakelijk contact in de vorm van een aanbieding van de zijde van [gedaagde] aan Fortius. Dat het contact met [naam 14] mogelijk wel uitsluitend privé was en dat uit het notitieboekje geen verboden actie blijkt, doet niet af aan hiervoor bedoelde schending van het relatiebeding. Deze door Sportsfanatic gestelde overtreding is daarmee eveneens komen vast te staan.
A.V.V. Zeeburgia (hierna: Zeeburgia)
5.17.17.Het verboden contact blijkt volgens Sportsfanatic uit de door haar overgelegde e-mail van 18 oktober 2021 van [gedaagde] aan de voorzitter van Zeeburgia [naam 16] , die als volgt luidt:
‘Zoals je zien ben ik weer terug in de business. Omdat ik me moest houden aan mijn concurrentie afspraken mocht ik jullie niet eerder benaderen. Uit het oog maar niet uit het hart laten we maar zeggen. Je stodn al wel langer op mijn lijstje om je te contacten. Ik heb al eerder contact gehad met [naam 17] die ik deze mail ook zal sturen. Sinds vorig jaar werk ik als vertegenwoordiger voor 11teamsports (grootste teamwear specialist van Europa). Hier heb ik mee mogen denken aan nieuwe sponsordeals voor amateurverenigingen. In de bijlage een greep uit onze deals. Ik zou graag een keer bij jullie langs komen om onze sponsordeals te bespreken. Tot wanneer loopt jullie contract officieel? […]’
Daarnaast legt Sportsfanatic nog een afschrift over, van tussen [gedaagde] en [naam 17] (verbonden aan Zeeburgia) gevoerde Whatsapp-conversatie.
5.17.18. [gedaagde] legt ten verwere ook een verklaring van [naam 17] over, waaruit volgens hem blijkt dat het hier een privécontact betrof. In haar e-mail van 25 september 2022 aan [gedaagde] antwoordt [naam 17] Zwennicker op de door [gedaagde] gestelde vragen als volgt:
‘• Heeft [gedaagde] contact met u opgenomen ?
Ja
• Wanneer is het contact volgens u met [gedaagde] geweest
? Wij hebben op 22-02-21 app contact gehad en 11-03-21 bij Zeeburgia een kop koffie gedronken.
• Betrof het contact en het daaropvolgende gesprek een prive of een zakelijke afspraak?
Dit betrof een privé afspraak.
• Heeft [gedaagde] u/de club een aanbod gedaan voor een meerjarige overeenkomst?
Nee
’
5.17.19.Uit met name de overgelegde e-mail van [gedaagde] aan [naam 16] zoals hiervoor geciteerd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank al voldoende dat [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden in de relevante periode. Dat het niet om een privécontact gaat blijkt wel uit het langs willen komen om sponsordeals te bespreken. Dat de overige met [naam 17] onderhouden contacten mogelijk wel privécontacten betreft, doet aan de hiervoor bedoelde overtreding niet af. Gelet op het voorgaande komt de overtreding ten aanzien van Zeeburgia ook vast te staan.
SV Diemen
5.17.20.Volgens Sportsfanatic blijkt uit de door haar overgelegde e-mail van 15 maart 2022 van [naam 18] (betrokken bij SV Diemen) aan [naam 1] dat [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden door contact te hebben met het bestuur van SV Diemen en hen heeft gevraagd of zijn huidige werkgever de voetbalkleding voor die club mag gaan verzorgen. In deze e-mail schrijft [naam 18] :
‘Hij [ [gedaagde] , rechtbank] heeft bij mij wel eens een balletje opgegooid en ik zit in de maillijst van het bedrijf waar hij werkt. Verder niet.’
5.17.21. [gedaagde] betwist de gestelde schending van het relatiebeding ten aanzien van deze club. Hij verwijst daarbij eveneens naar een e-mail van 22 september 2022 van diezelfde [naam 18] aan [gedaagde] , waarin deze de vragen van [gedaagde] als volgt beantwoordt:
‘• Heeft u contact opgenomen met [gedaagde] van 11teamsports? Nee.
• Heeft [gedaagde] contact met u opgenomen namens 11tearnsports?Nee.
• Kent u [gedaagde] persoonlijk (bijvoorbeeld van de voetbalclub waaraan u verbonden bent of andere aangelegenheden)? lk ken [gedaagde] als voormalig compagnon van [naam 1] en als iemand die regelmatig bij ons op de club komt.
• Komt [gedaagde] ook wel eens als prive persoon op de club? Ja, [gedaagde] komt wel eens als privé persoon bij ons op de club. Hij kent hier een hoop mensen en heeft ook gevoetbald bij sv Diemen volgens mij.
• Heeft [gedaagde] u/de club een aanbod gedaan voor een meerjarige
overeenkomst? Nee, [gedaagde] heeft ons geen aanbod gedaan.’
5.17.22.In het licht van het door [gedaagde] gevoerde verweer heeft Sportsfanatic onvoldoende aan haar stelplicht voldaan met betrekking tot deze gestelde overtreding. Het enkel hebben van contact en het opgooien van een balletje is, afgezet tegen het verweer van [gedaagde] , onvoldoende concreet om schending van het relatiebeding aan te kunnen nemen. Het had al op de weg van Sportsfanatic gelegen om te concretiseren wanneer het ongeoorloofde contact precies zou hebben plaatsgevonden alsmede dat de inhoud van dat contact een zakelijk karakter had. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, ten aanzien van SV Diemen wordt geen overtreding aangenomen.
TOG
5.17.23.Sportsfanatic stelt dat [gedaagde] op 2 november 2020 contact heeft gezocht met TOG. Dat volgt uit het notitieboekje van [gedaagde] , waarin staat: ‘2/11/20 […] mailen TOG […] wie zijn we […]’
Hieruit blijkt dat [gedaagde] van plan was TOG te mailen met als doel zijn huidige werkgever aan TOG voor te stellen. Dat het contact ook is gelegd blijkt uit hetgeen [naam 19] , bestuurslid van TOG, hierover aan [naam 1] en diens advocaat heeft verklaard. Zij biedt aan om [naam 19] hierover te horen.
5.17.24. [gedaagde] betwist deze overtreding. De aantekening in zijn notitieboekje bewijst geen verboden contactmoment. Die notitie kan evengoed voor een collega of stagiair zijn gemaakt en ook een eventueel voornemen levert nog geen schending van het relatiebeding op.
5.17.25.Met de overgelegde pagina uit het notitieboekje heeft Sportsfanatic de door haar gestelde overtreding nog niet bewezen. Hieruit blijkt immers niet dat er ook daadwerkelijk ongeoorloofd contact heeft plaatsgevonden en evenmin wanneer dit zou zijn gebeurd. Sportsfanatic zal echter, overeenkomstig haar concrete bewijsaanbod op dit punt, worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] op 2 november 2020 contact met TOG heeft gehad dat in strijd met het relatiebeding kan worden aangemerkt.
CTO`70
5.17.26.Sportsfanatic stelt dat [gedaagde] tijdens de werking van het relatiebeding CTO`70 heeft gemaild en daarbij heeft aangegeven een commerciële aanbieding te willen doen. [naam 20] (betrokken bij CTO’70) bevestigt dit in de e-mail van 18 februari 2022 aan [naam 1] . Deze e-mail luidt: ‘Medio oktober/november heeft [gedaagde] een mail gestuurd waarin hij zich voorstelt als verkoopmanager van 11teamsport Benelux en aangeeft dat dit bedrijf voor CTO’70 het nodige kan betekenen aangaande teamkleding.’
5.17.27. [gedaagde] betwist deze overtreding en meent dat niet is voldaan aan de stelplicht. Niet is gebleken dat [gedaagde] deze club een concreet aanbod heeft gedaan tot het leveren van diensten. Er is slechts heel kortstondig contact geweest met [naam 20] , waarbij hij zich heeft voorgesteld. Dit contact heeft echter niet tot een contractuele relatie geleid.
5.17.28.Sportfanatic heeft deze overtreding van het relatiebeding in de relevante periode voldoende gemotiveerd met de hiervoor geciteerde e-mail van [naam 20] . Hieruit blijkt dat [gedaagde] CTO’70 heeft benaderd in een periode dat het relatiebeding nog gold, te weten in oktober/november 2021, en dat dit contact tot doel had om CTO’70 te bewegen tot een zakelijke deal aangaande teamkleding. Dat het contact kort is geweest en aldus [gedaagde] niet tot een concreet aanbod heeft geleid, betekent niet dat het relatiebeding niet geschonden is. Deze overtreding is dan ook komen vast te staan.
Slotsom ten aanzien van de overtredingen
5.18.
Gelet op het hiervoor overwogene, kan als vaststaand worden aangenomen dat [gedaagde] in ieder geval vijf keer het relatiebeding heeft geschonden, te weten ten aanzien van de clubs TOS, Wartburgia, Fortius, Zeeburgia en CTO`70.
5.19.
De gestelde overtredingen ten aanzien van SV Diemen is niet komen vast te staan. Nu Sportsfanatic terzake niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zal zij niet tot nadere bewijslevering van deze overtreding worden toegelaten.
5.20.
Ten aanzien van de overtredingen WV-HEDW, JOS en TOG heeft Sportsfanatic wel aan haar stelplicht voldaan en heeft [gedaagde] voldoende gemotiveerd verweer gevoerd, zodat deze overtredingen nog niet zijn komen vast te staan. Ten aanzien van deze gestelde overtredingen zal Sportsfanatic, conform haar concrete bewijsaanbod, worden toegelaten tot het bewijslevering als vermeld in de overwegingen 5.17.7, 5.17.13 en 5.17.25.
5.21.
Sportsfanatic kan bewijs leveren door getuigen te laten horen door de rechtbank. Ook kan zij bewijs leveren door nadere bewijsstukken over te leggen en/of door andere bewijsmiddelen. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen zodat Sportsfanatic zich hierover kan uitlaten.
Overigens
5.22.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden, waaronder de beslissing over het totaal door [gedaagde] verschuldigde boetebedrag. De rechtbank komt daarom nog niet toe aan het beroep op matiging door [gedaagde] , waarbij ook de stelling zal worden betrokken dat Sportsfanatic hem eerder op overtreding van het relatiebeding had moeten aanspreken.
6De beslissing
De rechtbank
In conventie
6.1.
laat Sportsfanatic toe te bewijzen hetgeen hiervoor onder nummer 5.21 in dit vonnis als te bewijzen is geformuleerd;
6.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 13 september 2023 voor uitlating door Sportsfanatic of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
6.3.
bepaalt dat, als Sportsfanatic geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
6.4.
bepaalt dat, als Sportsfanatic getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden oktober 2023 tot en met januari 2024 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
6.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. R.P.F. de Groot, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,
6.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
In conventie en in reconventie
6.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. C.L. de Rijke, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|