Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:16948 
 
Datum uitspraak:18-06-2026
Datum gepubliceerd:01-07-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:SGR 26/2753
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Mondelinge uitspraak. Vovo. Afgewezen ivm ontbreken spoedeisend belang.
Trefwoorden:bijstandsuitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/2753


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen




[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en



het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
(gemachtigde: mr. L.J. van der Zwart).




Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet.


1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 april 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.



1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 juni 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van het college heeft deelgenomen. Verzoekster was niet aanwezig.



1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute financiële nood. Verzoekster staat onder bewind. Blijkens de door de bewindvoerder overgelegde bankafschriften van de beheer- en leefrekening van verzoekster is er op 2 juni 2026 een bedrag van € 1.907,66 aan salaris bijgeschreven en op 15 juni 2026 is nog sprake van een positief saldo. De conclusie is dat het spoedeisend belang ontbreekt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.




Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026 door mr. M.M. Meessen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.













griffier


voorzieningenrechter







Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:



Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Link naar deze uitspraak