Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:6600 
 
Datum uitspraak:30-06-2026
Datum gepubliceerd:07-07-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:C/13/26/195-F
Rechtsgebied:Insolventierecht
Indicatie:COMI van de vennootschap. Internationale klanten. Bestuurder verblijft in het buitenland.
Trefwoorden:ingezetene
inkomstenbelasting
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

faillissementsnummer: C/13/26/195 F

Ter griffie van deze rechtbank is op 19 mei 2026 een verzoekschrift met rekestnummer C/13/788026 / FT RK 26/206 ingekomen van:


[verzoeker] handelend onder de naam [handelsnaam verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Het verzoek strekt tot faillietverklaring van:

besloten vennootschap

[schuldenaar] B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder [nummer] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vestigingsadres: [postcode 1] [vestigingsplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: [schuldenaar] .





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:


het verzoekschrift van [verzoeker] van 19 mei 2026, met bijlagen;


de aanvullende brief met bijlagen van [verzoeker] van 19 juni 2026;


het verweerschrift van [schuldenaar] van 22 juni 2026, met bijlagen.





1.2.
Het verzoekschrift is op 23 juni 2026 behandeld. Daarbij is [verzoeker] bijgestaan door mr. Van Dam verschenen. Namens [schuldenaar] zijn mrs. D. van Rein en R.H. Dask verschenen.



1.3.
Na de behandeling ter terechtzitting zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de woonplaats van de bestuurder van [schuldenaar] en het centrum van de voornaamste belangen (verder: COMI) van [schuldenaar] . Op 23 juni en 26 juni 2026 heeft mr. Van Rein e-mails naar de rechtbank gestuurd. Op 26 juni 2026 heeft mr. Van Dam een schriftelijke reactie naar de rechtbank gestuurd.



1.4.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.






2De beoordeling

2.1.
Allereerst dient de rechtbank vast te stellen of zij bevoegd is kennis te nemen van dit verzoek. Ingevolge artikel 3 lid 1 van verordening (EU) 2015/848 (IVO) is hiervoor bepalend waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is. Bij vennootschappen wordt, zolang het tegendeel niet bewezen is, de plaats van de statutaire zetel vermoed de COMI te zijn.



2.2.
Vast staat dat [schuldenaar] een in Nederland gevestigde vennootschap is met als statutaire zetel [plaats 2] . Daarmee is (in beginsel) het Nederlandse faillissementsrecht op haar van toepassing. Dit is een vermoeden dat weerlegd kan worden. Daarvoor is slechts plaats indien aan de hand van objectieve, voor derden verifieerbare factoren kan worden aangetoond dat de werkelijke situatie verschilt van die welke de aanknoping bij de statutaire zetel wordt geacht te weerspiegelen.



2.3.
De rechtbank stelt vast dat in de [schuldenaar] Investment Memorandum van maart 2026 als adres: ‘ [adres] , [postcode 1] [vestigingsplaats] , The Netherlands’ staat genoemd, dat in artikel 12.1 van de tussen partijen gesloten managementovereenkomst Nederlands recht van toepassing is verklaard en dat deze overeenkomst ook vermeld dat [schuldenaar] het hoofdkantoor te [vestigingsplaats] heeft, dat de meeste activiteiten van [schuldenaar] online plaatsvinden, dat de COO van [schuldenaar] , de heer [naam 1] , in Nederland werkzaam is, dat de vergaderingen in Nederland of online plaatsvonden en dat de contracten met buitenlandse partijen voor [schuldenaar] een Nederlands vestigingsadres vermelden. De hiertegenover genoemde omstandigheden dat dat de bestuurder, de heer [naam 2] , sinds 2021 niet langer als ingezetene in Nederland staat ingeschreven en een woonadres in [plaats 1] Portugal heeft, dat de werkzaamheden voor [schuldenaar] door [naam 2] voornamelijk vanuit Portugal worden verrichten, dat [schuldenaar] internationale klanten heeft en dat [naam 2] in Nederland inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen betaalt, zijn onvoldoende om het rechtsvermoeden dat de COMI in Nederland was gelegen te ontkrachten. [schuldenaar] laat in al haar uitingen naar derden blijken dat zij gevestigd is te [plaats 2] /Nederland. De rechtbank is dan ook bevoegd tot het uitspreken van het faillissement.



2.4.
Voor het uitspreken van een faillissement is onder meer vereist dat summierlijk blijkt van een vorderingsrecht van de aanvrager. Vast staat dat partijen op 31 juli 2025 een managementovereenkomst zijn overeengekomen. [schuldenaar] heeft geen van de overeengekomen maandelijkse termijnen van € 12.000,00 exclusief btw aan [verzoeker] voldaan. [schuldenaar] blijft in gebreke met de betaling, omdat zij van mening is dat [verzoeker] zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd. Uit de werkzaamheden van [verzoeker] zijn geen leads en contracten voortgekomen. Verder stelt [schuldenaar] dat [verzoeker] niet aan zijn contractuele rapportageplicht heeft voldaan. [schuldenaar] stelt dat zij een tegenvordering heeft op [verzoeker] . Deze wil zij in een civiele procedure aanhangig maken. Ter zitting heeft [verzoeker] de stellingen van [schuldenaar] gemotiveerd weersproken. Volgens [verzoeker] was sprake van een inspanningsverplichting. Daar heeft hij aan voldaan. Er is nooit door [schuldenaar] aangegeven dat hij zijn werkzaamheden niet naar behoren uitvoerde. Daarbij heeft hij doorlopend gerapporteerd aan [naam 2] via Whatsapp en Google Chat. Verder waren er wekelijks managementmeetings, waarvan notulen zijn opgesteld. [verzoeker] heeft deze notulen ter zitting getoond aan de advocaten van [schuldenaar] .



2.5.
Niet is gebleken dat [schuldenaar] heeft geklaagd over de wijze waarop de werkzaamheden door [verzoeker] werden uitgevoerd, voordat de ontbinding van de overeenkomst op 23 april 2026 werd ingeroepen. Ook is gebleken dat [verzoeker] aan bestuurder heeft gerapporteerd. Gelet op het voorgaande is summierlijk gebleken van een vorderingsrecht van [verzoeker] .



2.6.
Voorts verlangt artikel 6 lid 3 Fw dat summierlijk is gebleken van een steunvordering. [verzoeker] heeft tijdens de behandeling stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van schulden aan [bedrijf] en aan [naam 3] . [schuldenaar] heeft de vordering van [naam 3] van € 15.000,00 erkend. Er is volgens [schuldenaar] navraag gedaan over de rente component, waardoor dit bedrag nog niet is betaald.



2.7.
Gebleken is van het bestaan van meer dan één schuldeiser, terwijl tenminste één vordering (die van [verzoeker] ) opeisbaar is. Hierdoor is voldoende aangetoond dat [schuldenaar] verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.



2.8.
De rechtbank heeft acht geslagen op de artikelen 1, 2, 4, 6 en 14 van de Faillissementswet en zal het faillissement van [schuldenaar] uitspreken.






3De beslissing
De rechtbank:

- verklaart [schuldenaar] B.V. voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. V.G.T. van Emstede, rechter in deze rechtbank, en tot curator mr. M.W.J. ridder Huyssen van Kattendijke , [postcode 2] [plaats 2] , [postbus] ;

- geeft aan de curator last tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. de Vos en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 te 12:00 uur.
Link naar deze uitspraak