Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBLIM:2026:5981 
 
Datum uitspraak:09-06-2026
Datum gepubliceerd:08-07-2026
Instantie:Rechtbank Limburg
Zaaknummers:C/03/352443 / JE RK 26-89 C/03/352443 / JE RK 26-89
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Vervangende toestemming medische behandeling op een gespecialiseerde vroegbehandeling voor kinderen met een ernstige gehoorbeperking en ontwikkelingsachterstand.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Roermond

Zaaknummer: C/03/352443 / JE RK 26-890
Datum uitspraak: 9 juni 2026


Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling


in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, kantoorhoudend in Venlo,
hierna te noemen de GI,

over



[de minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:



[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,



[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonend in [plaats] .




1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 mei 2026.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI.
Beide ouders hebben zich via de GI afgemeld voor de zitting.



1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking is de schriftelijke uitwerking van die uitspraak.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .



2.2.

[de minderjarige] woont bij de moeder.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 juni 2026.



2.4.
De vader heeft toestemming geweigerd voor de medische behandeling van [de minderjarige] bij [zorgverlener] .





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behande-ling van [de minderjarige] . Deze medische behandeling betreft de plaatsing binnen de vroegbehandelgroep van [zorgverlener] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De GI onderbouwt het verzoek als volgt. [de minderjarige] heeft een ernstige taal- en spraak-achterstand in combinatie met een gehoorbeperking. [de minderjarige] is pas op een latere leeftijd gestart met het dragen van gehoorapparatuur, wat een negatieve invloed heeft gehad op zijn taalontwikkeling. [de minderjarige] verblijft op dit moment binnen de reguliere [kinderopvang] . Deze opvang heeft meerdere keren aangegeven dat zij niet de specialistische ondersteuning kunnen bieden die passend is bij zijn ontwikkelingsbehoeften, waardoor zijn taalontwikkeling fors achter blijft. Ondanks dat er enige vooruitgang zichtbaar is in de concentratie en deelname aan activiteiten, blijft er sprake van beperkte communicatie, imitatiegedrag en onvoldoende taalverwerking. Het is noodzakelijk dat [de minderjarige] geplaatst wordt binnen een gespecialiseerde vroegbehandelgroep. Deze behandelgroep is specifiek gericht op kinderen met ernstige taal- en spraakproblematiek en biedt intensieve specialistische begeleiding die [de minderjarige] op dit moment nodig heeft. Uitstel van passende behandeling vergroot de kans op ontwikkelingsschade, terwijl juist op een jonge leeftijd specialistische stimule-ring van taal en communicatie essentieel is. De moeder stemt in met de voorgenomen plaatsing, de vader weigert echter toestemming te verlenen. De vader heeft herhaaldelijk aangegeven niet akkoord te gaan met een plaatsing binnen een gespecialiseerde setting, zonder een duidelijk argument te geven waarom hij niet akkoord gaat. Dit past binnen een breder patroon, waarbij de vader vaker noodzakelijke beslissingen rondom de kinderen belemmerd heeft. De vader is beperkt betrokken bij de dagelijkse opvoeding van de kinderen. De kinderen wonen volledig bij de moeder en de vader heeft sporadisch en onregelmatig contact met de kinderen. De vader is formeel gezaghebbende ouder, maar levert in de praktijk nauwelijks een bijdrage aan de dagelijkse verzorging en opvoeding. De weigering van de vader leidt tot stagnatie van de noodzakelijke hulpverlening en brengt risico’s mee voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . De GI is van mening dat noodzakelijke behandeling niet kan worden uitgesteld totdat de ouders mogelijk alsnog een overeenstem-ming bereiken, nu eerdere ervaringen hebben laten zien dat dit een langdurige vertraging oplevert. Het belang van [de minderjarige] dient hierbij voorop te staan.





4De standpunten


4.1.
De moeder is niet naar de zitting gekomen en heeft geen verweer gevoerd.



4.2.
De vader is niet naar de zitting gekomen en heeft geen verweer gevoerd.





5De beoordeling


5.1.
De moeder heeft de Marokkaanse nationaliteit. Het internationale karakter van de zaak vraagt een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De kinderrechter is van oordeel, na dit ambtshalve te hebben onderzocht, dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland ligt. Gelet op dit laatste feit is Nederlands recht op de verzoeken van toepassing.



5.2.
De kinderrechter kan, gelet op artikel 265h van het Burgerlijk Wetboek, vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.



5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat een plaatsing op de gespecialiseerde vroegbehandelgroep van [zorgverlener] , zoals de GI heeft verzocht, in het belang van [de minderjarige] is. [de minderjarige] heeft een gehoorbeperking en hij kan niet goed mee bij de huidige kinderopvang, omdat hij de juf niet begrijpt of verstaat. Ook anderen verstaat en begrijpt hij niet goed. De huidige kinderopvang kan [de minderjarige] niet bieden wat hij nodig heeft. Daardoor blijft hij achter in zijn ontwikkeling en komt hij niet toe aan zijn ontwikkeltaken. De gespecialiseerde vroegbehandelgroep van [zorgverlener] is specifiek ingesteld op kinderen van [de minderjarige] leeftijd met een ontwikkelingsachterstand en ernstige gehoorbeperking. Het gaat om een medische behandeling. Gelet op [de minderjarige] beperkingen en om hem in zijn ontwikkeling te kunnen ondersteunen, is het noodzakelijk dat [de minderjarige] gaat deelnemen aan deze behandelgroep. De vader weigert – ten nadele van [de minderjarige] – hier toestemming voor te geven. Daarom zal de kinderrechter de vervangende toestemming verlenen die in plaats treedt van de toestemming van de vader.



5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing

De kinderrechter:


6.1.
verleent vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor de medische behandeling van [de minderjarige] , inhoudende: een plaatsing binnen de gespecialiseerde vroegbehandelgroep van [zorgverlener] ;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. dr. Van Binnebeke, kinderrechter, in aanwezigheid van Kock als griffier, en op schrift gesteld op 23 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:


degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Link naar deze uitspraak