Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNHO:2026:6981 
 
Datum uitspraak:12-03-2026
Datum gepubliceerd:10-07-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummers:C/15/369048
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verzoek om voor de eerstvolgende algemene ledenvergadering waarin het besluit tot statutenwijziging wordt geagendeerd ontheffing van de quorumeis uit de statuten te verlenen. Het verzoek wordt toegewezen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: C/15/369048 / HA RK 25-128


Beschikking van 12 maart 2026


in de zaak van


COOPERATIEVE VERENIGING VAN BUNGALOWEIGENAREN VAN [verzoekers],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de CVE,
advocaat: mr. L.M. Ravestijn,

waarbij onderstaande zich als belanghebbende partij heeft gemeld,



[belanghebbende]
,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
advocaat: mr. K. Kroon,





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 14;
- het bericht van de rechtbank aan mr. Ravestijn van 30 oktober 2025;
- de reactie van mr. Ravestijn op het bericht van de rechtbank van 16 januari 2026 met een nadere bijlage;
- het bericht van mr. Kroon van 28 januari 2026;
- het bericht van mr. Ravestijn van 28 januari 2026;
- de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
De CVE is ontstaan uit twee coöperatieve verenigingen die in 1993 zijn gefuseerd. De twee oorspronkelijke coöperatieve verenigingen waren opgericht ten behoeve van de bouw van in totaal 500 vakantiebungalows. Nadat de bungalows waren opgeleverd is besloten tot een fusie. Daartoe zijn destijds statuten opgesteld, die tot op heden niet meer zijn gewijzigd.



2.2.
In 2022 heeft het (toenmalige) bestuur gesteld dat de statuten van de CVE moeten worden gewijzigd, mede met het oog op de bepalingen in de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen. Ook wilde het bestuur een aanpassing op bepaalde onderdelen, om slagvaardiger te kunnen optreden en om een tijds- en kostenbesparing te realiseren.



2.3.
Gelet op de voorgestelde wijziging van de staturen geldt op grond van artikel 25 lid 4 en 5 van de huidige statuten dat alle 500 leden van de CVE voor de wijziging moeten stemmen.



2.4.
De CVE heeft meerdere malen geprobeerd het vereiste quorum te halen, maar dat is niet gelukt.





3Het verzoek


3.1.
Het verzoekschrift van de CVE strekt er – samengevat – primair toe dat voor de eerstvolgende algemene ledenvergadering waarin het besluit tot statutenwijziging wordt geagendeerd ontheffing van de quorumeis in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten wordt verleend, waarna in die vergadering met een tweederde meerderheid kan worden besloten tot statutenwijziging ongeacht het aantal leden dat aanwezig en/of vertegenwoordigd is.

Subsidiair wordt de rechtbank verzocht om voor recht te verklaren dat de stemming op de bijzondere ledenvergadering van 10 mei 2025 geldt als een rechtsgeldig besluit tot statutenwijziging. Meer subsidiair wordt de rechtbank ten slotte verzocht om ontheffing te verlenen van het in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten bepaalde quorum op een wijze die de rechtbank in rechte juist acht.



3.2.
De CVE legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij haar statuten wil aanpassen gelet op de bepalingen in de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen. Daarbij wil de CVE met de voorgestelde aanpassing van de statuten zorgen voor een slagvaardiger optreden en een tijds- en kostenbesparing realiseren. In de praktijk is het onmogelijk gebleken om – zoals volgens de huidige statuten vereist is - alle leden op de vergadering aanwezig dan wel vertegenwoordigd te hebben, zodat het wijzigen van de statuten ook onmogelijk is gebleken. Zowel de statuten als het Burgerlijk Wetboek (BW) kennen geen voorziening op basis waarvan de statuten alsnog kunnen worden gewijzigd. De CVE verzoekt de rechtbank daarom op grond van 2:8 lid 2 BW om een ontheffing van het in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten vereiste quorum.





4De beoordeling


4.1.
Uit hetgeen de CVE ter zitting heeft verklaard, begrijpt de rechtbank dat de CVE haar verzoek heeft bedoeld te wijzigen zoals de rechtbank onder randnummer 3.1. van deze beschikking heeft weergegeven. De rechtbank zal in het vervolg van deze beschikking het primaire verzoek behandelen. Nu de rechtbank het primaire verzoek zal toewijzen zoals onder de beslissing is vermeld, komt de rechtbank aan bespreking van het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek niet toe.






Ontheffing quorumeis



Juridisch kader




4.2.
De CVE is een coöperatieve vereniging. Op grond van artikel 2:53a BW zijn de wettelijke bepalingen omtrent “gewone” verenigingen ook van toepassing op de coöperatieve vereniging.



4.3.
Anders dan bij stichtingen (artikel 2:294 BW) kent de wet bij de vereniging geen mogelijkheid om de rechtbank te vragen de statuten te wijzigen als ongewijzigde handhaving zou leiden tot gevolgen die bij oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild en de statuten niet in de mogelijkheid tot wijziging voorzien.
Artikel 2:43 lid 1 BW regelt – voor het geval er in de statuten van een vereniging niets over is opgenomen – dat voor een statutenwijziging een twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig is. In de statuten van de CVE is er echter wel een bepaling opgenomen over het wijzigen van de statuten, namelijk in artikel 29 van de statuten.



4.4.
In artikel 29 lid 4 van de statuten van CVE staat onder andere:

“Een besluit tot wijziging van deze statuten kan onverminderd het hierna in lid 5 van dit artikel bepaalde slechts worden genomen in een algemene vergadering waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en mits met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de in die vergadering geldig uitgebrachte stemmen. In een algemene vergadering als bedoeld in de vorige zin, waarin niet alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan geen besluit als aldaar bedoeld geldig worden genomen. […]”




4.5.
In artikel 29 lid 5 van de statuten van CVE staat:

“Een besluit tot wijziging van artikel 8 lid 1 en 19 van deze statuten, van dit artikel 29, tot wijziging van het doel van de vereniging of tot ontbinding van de vereniging kan alleen worden genomen in een algemene vergadering opzettelijk ter behandeling van zodanig punt bijeengeroepen, waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en mits met algemene stemmen.”




4.6.
Uit bovenstaande artikelen volgt dat bij een stemming over de door CVE voorgestelde wijziging van de statuten – waarbij ook de inhoud van wat nu artikel 29 is wordt gewijzigd - alle 500 leden aanwezig of vertegenwoordigd moeten zijn en dat zij ook alle 500 voor de wijziging moeten stemmen.



4.7.
De CVE baseert haar verzoek aan de rechtbank op grond van artikel 2:8 lid 2 BW.
Op grond van artikel 2:8 lid 2 BW is een tussen hen (een rechtspersoon en degenen die krachtens wet of statuten bij de organisatie betrokken zijn) krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.



4.8.
Op grond van artikel 12 van de statuten is het bestuur van de CVE bevoegd tot vertegenwoordiging van de CVE in en buiten rechte.



Bezwaren [belanghebbende]




4.9.
Ter zitting heeft [belanghebbende] – als belanghebbende bij de zaak – bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek. Een deel van de opmerkingen van [belanghebbende] ziet op de inhoudelijke bezwaren die [belanghebbende] heeft tegen de door de CVE voorgestelde wijziging van de statuten. Deze opmerkingen laat de rechtbank buiten beschouwing omdat de inhoud van het voorstel van de CVE niet ziet op het verzoek dat aan de rechtbank voorligt. Het gaat in deze zaak om de vraag of ontheffing van het quorumvereiste kan worden toegewezen.



4.10.

[belanghebbende] heeft verder aangevoerd dat de leden van de vereniging onvoldoende zijn geïnformeerd door het bestuur over het starten van een juridische procedure. De rechtbank stelt vast dat uit de notulen van de ledenvergaderingen volgt dat er meerdere malen is gesproken over het indienen van een verzoek bij de rechtbank. Als het niet lukte om aan het quorumvereiste te voldoen – en er dus geen geldig besluit kon worden genomen – werd het verzoek aan de rechtbank gezien als enige overblijvende mogelijkheid.
Uit de notulen van de ledenvergadering die werd gehouden op 1 november 2025 blijkt dat er een verzoekschrift is ingediend bij de rechtbank en dat het bestuur in afwachting is van een zittingsdatum. De CVE heeft toegelicht dat er tijdens de vergadering op 1 november 2025 ook een presentatie is gegeven, waarbij op slide 17 werd vermeld dat een verzoekschrift tot wijziging van de statuten bij de rechtbank was ingediend.



4.11.
Door [belanghebbende] is niet betwist dat er in de vergaderingen over het indienen van het verzoek is gesproken. Wel voert [belanghebbende] nog aan dat het verzoekschrift niet onder alle leden van de vereniging is rondgestuurd.



4.12.
De rechtbank is van oordeel dat de CVE de leden voldoende heeft geïnformeerd. Het proces tot wijziging van de statuten liep al lange tijd, er zijn meerdere stemmingen geweest waarbij het quorumvereiste niet werd gehaald en er is meerdere malen tijdens de vergaderingen gesproken over de mogelijkheid van het indienen van een verzoek. Ten slotte is tijdens een vergadering en in de notulen uitdrukkelijk meegedeeld dat er een verzoekschrift bij de rechtbank was ingediend en dat een zittingsdatum zou volgen. Voor de leden was daarmee voldoende duidelijk dat er een zaak bij de rechtbank liep. Het was niet noodzakelijk het verzoekschrift naar alle 500 leden te sturen.



4.13.

[belanghebbende] heeft ook aangevoerd dat het vereiste uit artikel 29 van de statuten – dat alle 500 leden aanwezig of vertegenwoordigd moeten zijn en dat zij alle 500 moeten instemmen – niet onaanvaardbaar is. Er zijn in het verleden namelijk wel meerdere besluiten genomen, er is bijvoorbeeld een beheersovereenkomst gesloten.



4.14.
Door de CVE is hierop meegedeeld dat het klopt dat er eerder een beheersovereenkomst is gesloten, maar dat het destijds niet goed is gegaan. Ook toen werd niet door alle leden ingestemd. Inmiddels is voor de CVE duidelijk geworden dat het zo niet kan en is de beheersovereenkomst opgezegd. Er moet een nieuwe beheersovereenkomst gesloten worden. Daarvoor is ook de voorgestelde statutenwijziging van belang.



4.15.
Uit hetgeen [belanghebbende] heeft aangevoerd volgt voor de rechtbank geen belang bij het afwijzen van het verzoek. De enkele - betwiste – stelling dat in het verleden wel besluiten met instemming van alle leden zijn genomen, levert niet een dergelijk belang op.


Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?




4.16.
De rechtbank stelt vast dat de procedure tot het wijzigen van de statuten procedureel goed is verlopen. Het bestuur van de CVE is op grond van artikel 12 van de statuten bevoegd haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Er is overleg geweest met de leden, er is een Adviescommissie opgericht en de visie van de Adviescommissie is meegenomen in het uiteindelijke wijzigingsvoorstel. Vervolgens zijn er twee stemmingen gehouden over het voorstel, waarbij in beide gevallen niet aan het quorumvereiste werd voldaan. De rechtbank is van oordeel dat het onwaarschijnlijk is dat het houden van een derde vergadering en stemming hierin alsnog verschil zal maken.



4.17.
Uit hetgeen de CVE in het verzoek en tijdens de zitting naar voren heeft gebracht begrijpt de rechtbank dat er belang is bij het wijzigen van de statuten en dat een meerderheid van de leden het daar mee eens is. De rechtbank is het met de CVE eens dat het niet realistisch is dat alle 500 leden tijdens een stemming aanwezig of vertegenwoordigd zullen zijn en dat zij vervolgens alle 500 zullen instemmen.



4.18.
Op grond van wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat ongewijzigde handhaving van de statuten van de CVE in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank zal daarom de verzochte ontheffing van het in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten van de CVE vereiste quorum voor de volgende ledenvergadering verlenen, zodat in die vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden rechtsgeldig over het in het verzoekschrift vermelde voorstel tot wijziging van de statuten kan worden besloten met een meerderheid van tenminste twee derden van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.





5De beslissing

De rechtbank


5.1.
verleent voor de eerstvolgende algemene vergadering waarin het besluit tot statutenwijziging wordt geagendeerd ontheffing van de quorumeis in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten, waarna in die algemene vergadering met een meerderheid van twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen kan worden besloten tot de in het verzoekschrift vermelde statutenwijziging ongeacht het aantal leden dat aanwezig of vertegenwoordigd is,



5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.D.M. Hazeu, rechter, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Link naar deze uitspraak