Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:5543 
 
Datum uitspraak:22-06-2026
Datum gepubliceerd:10-07-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 24/4447
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:AKW - De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Svb terecht heeft geweigerd de heflt van de kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2024 aan eiseres uit te betalen.
Trefwoorden:echtscheiding
kinderbijslag
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/4447 AKW
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026 in de zaak tussen


[bewindvoerders] , handelend onder de naam [bedrijf 1] , in de hoedanigheid van bewindvoerders over de goederen van [eiseres] (eiseres), uit [plaats 1] ,
(gemachtigde: mr. N.P.M. Planthof),

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (de Svb).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bewindvoerder] ( [bedrijf 2] ), in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon] , uit [plaats 2] .


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om uitbetaling van de helft van de kinderbijslag voor haar [dochter eiseres 1] aan haar over het eerste kwartaal van 2024 op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Svb terecht heeft geweigerd de helft van de kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2024 aan eiseres uit te betalen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend tot wijziging van de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] met ingang van het eerste kwartaal van 2024. Tot aan dat moment ontving [persoon] (vader) de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] . Eiseres wil vanwege co-ouderschap dat de helft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] aan haar wordt uitbetaald.


2.1.
De Svb heeft de aanvraag met het besluit van 4 maart 2024 afgewezen. De kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] is ook in het eerste kwartaal van 2024 uitbetaald aan vader.



2.2.
Met het bestreden besluit van 8 april 2024 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.


2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.4.
De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. A. Marijnissen namens de Svb. De derde partij heeft zich afgemeld voor de zitting.




Beoordeling door de rechtbank


Feiten en omstandigheden


3. Eiseres (moeder) en vader hadden een geregistreerd partnerschap, dat inmiddels is ontbonden. Zij hebben samen twee minderjarige dochters, [dochter eiseres 2] en [dochter eiseres 1] .


3.1.
Bij beschikking van 25 april 2023 heeft deze rechtbank (team Familie- en Jeugdrecht) verwezen naar een eerdere beschikking van 30 december 2022, waarin het hoofdverblijf van de kinderen is bepaald, namelijk [dochter eiseres 2] bij moeder en [dochter eiseres 1] bij vader. Vervolgens heeft de rechtbank in deze beschikking bepaald dat tussen de ouders een zorgregeling geldt waarbij de kinderen de ene week bij vader verblijven en de andere week bij moeder. Daarnaast zijn tussen de ouders afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een aangehecht afsprakendocument dat deel uitmaakt van de beschikking. In het document is ten aanzien van de kinderbijslag het volgende opgenomen: “Beide ouders vragen dit aan voor het kind dat bij hem/haar ingeschreven staat. (…)”



3.2.
Vanaf het tweede kwartaal van 2023 ontvangt eiseres de kinderbijslag voor [dochter eiseres 2] en vader voor [dochter eiseres 1] .



3.3.
In een overeenkomst van 6 juni 2024 verklaren eiseres en vader dat sinds juli 2023 geen uitvoering meer wordt gegeven aan het co-ouderschap met betrekking tot [dochter eiseres 2] . De co-ouderschapsregeling voor [dochter eiseres 1] blijft ongewijzigd.



3.4.
Met het besluit van 18 juli 2024 heeft de Svb onder verwijzing naar gemaakte afspraken tussen de ouders aan vader medegedeeld dat hij aanvrager blijft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] . Vanaf het tweede kwartaal van 2024 krijgen beide ouders ieder de helft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] uitbetaald.


Gronden van eiseres


4. Eiseres voert in beroep aan dat vanaf het eerste kwartaal van 2024 sprake is geweest van co-ouderschap voor [dochter eiseres 1] . Gelet op de toepasselijke wet- en regelgeving en het beleid van de Svb, maakt zij daarom aanspraak op uitbetaling van de helft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] vanaf het eerste kwartaal van 2024.


Wettelijk kader


5. De wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.


Oordeel rechtbank



Omvang van het geding


6. Het recht van eiseres op kinderbijslag voor [dochter eiseres 2] is niet in geschil en evenmin dat vader aanvrager blijft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] . De aanvraag van eiseres ziet uitsluitend op de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] vanaf het eerste kwartaal van 2024. Vanaf het tweede kwartaal 2024 krijgen beide ouders ieder de helft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] uitbetaald. Dat is niet in geschil. Het geschil in deze zaak beperkt zich daarom tot de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] over het eerste kwartaal van 2024.


Heeft eiseres recht op gelijke verdeling van de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] tussen haar en vader?


7. De rechtbank overweegt dat verzekerden voor de AKW recht hebben op kinderbijslag voor kinderen jonger dan 18 jaar die tot hun huishouden behoren of door hen worden onderhouden. Meestal hebben kinderen twee voor de AKW verzekerde ouders en hebben de twee ouders over dezelfde tijdvakken recht op kinderbijslag voor dezelfde kinderen. Hun rechten op kinderbijslag lopen dan samen. Dit leidt niet tot een dubbele betaling van kinderbijslag. Op grond van de samenloopbepalingen die zijn opgenomen in de AKW en het Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk), wordt over hetzelfde tijdvak per kind slechts éénmaal kinderbijslag uitbetaald. Meestal moet de Svb de kinderbijslag volledig uitbetalen aan één van beide ouders. Soms is een gesplitste uitbetaling aan de orde.



7.1.
Wanneer twee verzekerde ouders geen gezamenlijke huishouding (meer) voeren, is allereerst van belang of het kind al dan niet tot het huishouden van één van de verzekerde ouders behoort. Als het kind behoort tot het huishouden van de ene ouder en niet tot het huishouden van de andere ouder, wordt de kinderbijslag waarop die andere ouder recht heeft, niet uitbetaald. Het komt ook voor dat twee verzekerde ouders geen gezamenlijke huishouding (meer) voeren en het kind niet behoort tot het huishouden van een van beide ouders of juist behoort tot de huishoudens van beide ouders.



7.2.
Voor gevallen waarin een kind behoort tot de huishoudens van twee verzekerde ouders die geen gezamenlijke huishouding voeren (zoals bij co-ouderschap), is een aanvullende regeling getroffen in artikel 10 van het Buk. Daarin is bepaald dat als twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld wordt uitbetaald aan beide verzekerden en het recht van de andere persoon niet wordt uitbetaald, tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald.


Uitbetaling van de kinderbijslag in dit geval




7.3.
Eiseres stelt dat zij vanwege het co-ouderschap en de voornoemde wet- en regelgeving recht heeft op uitbetaling van de helft van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] .



7.4.
De rechtbank is van oordeel dat het door eiseres en vader overeengekomen afsprakendocument een overeenkomst is als bedoeld in artikel 10 van het Buk, dat tevens onderdeel uitmaakt van de beschikking van 25 april 2023 van deze rechtbank (team Familie- en Jeugdrecht). In dit afsprakendocument is vastgelegd dat beide ouders de kinderbijslag aanvragen voor het kind dat bij hem/haar ingeschreven staat.
In de beschikking van 25 april 2023 is verwezen naar een eerdere beschikking, waarin is bepaald dat het hoofdverblijf van [dochter eiseres 1] bij vader is. Vader mag de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] aanvragen, heeft dit ook toegekend en uitbetaald gekregen.



7.5.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de feitelijke co-ouderschapsregeling voldoende is om de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] vanaf het eerste kwartaal van 2024 over eiseres en vader te verdelen. Eiseres en vader zijn namelijk iets anders overeengekomen. Eerst op basis van de verklaring van 6 juni 2024, de e-mailwisseling tussen (gemachtigden van) eiseres en vader en ingevulde informatieformulieren zijn vanaf het tweede kwartaal van 2024 nieuwe afspraken gemaakt over de uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] . Vader heeft niet ingestemd met een gelijk verdeelde uitbetaling van de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] over het eerste kwartaal 2024. Daarom is de Svb terecht uitgegaan van het afsprakendocument bij de beschikking van 25 april 2023.



7.6.
De Svb heeft beleidsregels over Kinderbijslagbetaling bij gescheiden huishoudens; echtscheiding en co-ouderschap (SB1096). Daarin staat dat, als in de overeenkomst of rechterlijke uitspraak geen verdeling van de kinderbijslag is overeengekomen, de Svb de kinderbijslag waarop één van beide ouders recht heeft dan in gelijke mate uitbetaalt aan beide ouders. Dit kan eiseres echter niet baten, omdat in het afsprakendocument is overeengekomen dat eiseres en vader ieder voor het kind dat bij hem/haar hoofdverblijf heeft de kinderbijslag mag innen (en dus aanvragen).



7.7.
Dit betekent dat de Svb de kinderbijslag voor [dochter eiseres 1] over het eerste kwartaal 2024 terecht onder verwijzing naar het afsprakendocument volledig aan vader heeft uitbetaald. De aanvraag van eiseres is dus terecht afgewezen.




Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit standhoudt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 22 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.












griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.




Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving


Algemene kinderbijslagwet (AKW; zoals dit luidde van 1 januari 2015 tot 1 juli 2024)


Artikel 18 (voor zover van belang)
1. De Sociale verzekeringsbank betaalt de kinderbijslag en het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kwartaal waarover recht op kinderbijslag bestaat, respectievelijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede zin.
4. Indien twee of meer personen waaronder één persoon tot wiens huishouden het kind behoort, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag voor eenzelfde kind hebben, wordt de kinderbijslag waarop degene recht heeft, tot wiens huishouden dit kind niet behoort, niet betaald.
5. Indien twee of meer personen over eenzelfde tijdvak recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, in andere situaties dan bedoeld in het tweede en vierde lid, wordt betaald de kinderbijslag waarop degene recht heeft die de hoogste bijdrage in het onderhoud van dit kind levert. Aan de andere personen wordt geen kinderbijslag uitbetaald.
6. Indien de persoon aan wie op grond van het vierde of vijfde lid kinderbijslag zou moeten worden betaald indien hij een aanvraag zou hebben ingediend, geen aanvraag heeft ingediend, wordt de kinderbijslag, in afwijking van het vierde en vijfde lid, betaald aan de persoon die daartoe wel een aanvraag heeft ingediend. (…)
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot situaties van samenloop, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, nadere en aanvullende regels worden gesteld waarbij bepaald kan worden dat aan een ander persoon de kinderbijslag wordt uitbetaald dan de persoon, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
8. De kinderbijslag die op grond van het tweede tot en met vijfde en zevende lid aan een verzekerde wordt betaald, kan op verzoek van die verzekerde in gedeelten aan meer verzekerden worden betaald.


Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk)


Artikel 10, eerste lid
Indien twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld uitbetaald aan beide verzekerden en wordt het recht van de andere persoon niet uitbetaald.



Op grond van artikel 18, zevende lid, van de AKW.
Link naar deze uitspraak