Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:5560 
 
Datum uitspraak:24-06-2026
Datum gepubliceerd:10-07-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 25/2711
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:KINDER - De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2005 en 2006.
Trefwoorden:kinderopvangtoeslag
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2711 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),

en

de Dienst Toeslagen (voorheen de Belastingdienst/Toeslagen)


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om compensatie voor de toeslagjaren 2005 en 2006 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2005 en 2006. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiser heeft zich gemeld voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Het verzoek van eiser om compensatie is op basis van de lichte toets afgewezen.


2.1.
Met het besluit van 21 juni 2023 ( [kenmerk] , primair besluit) heeft de Dienst Toeslagen aan eiser medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor compensatie over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019, omdat eiser geen kinderopvangtoeslag over deze jaren heeft aangevraagd. Er is geen sprake van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of Opzet/Grove Schuld (O/GS).



2.2.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.



2.3.
Met het bestreden besluit van 2 april 2025 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.



2.4.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.


2.5.
De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en namens de Dienst Toeslagen mr. [inspecteur] .




Standpunt van eiser

3. Eiser voert in beroep aan dat de Dienst Toeslagen hem ten onrechte geen compensatie heeft toegekend over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019. Zijn vier kinderen zijn in die jaren naar de opvang geweest bij ‘ [de opvang] ’ in [plaats] . Eiser had daarom recht op kinderopvangtoeslag en hij heeft dat ook aangevraagd. De opvanginstelling is inmiddels uitgeschreven uit het Handelsregister en het pand is leeg. De Dienst Toeslagen heeft na ontvangst van deze informatie om onduidelijke redenen geweigerd nader onderzoek in te stellen. Eiser verzoekt de rechtbank om de Dienst Toeslagen te verplichten in de geheime datakluis naar informatie te zoeken met betrekking tot de gestelde tijd en plaats van opvang van zijn kinderen en de behandeling van de beroepszaak daartoe aan te houden.
Ter zitting heeft eiser zijn standpunt nader geconcretiseerd. Hij heeft verklaard dat alleen zijn twee oudste kinderen van 2005 tot 1 september 2006 naar de opvang zijn gegaan bij ‘ [de opvang] ’ en dat hij hiervoor kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, toegekend heeft gekregen en meerdere duizenden euro’s heeft moeten terugbetalen. Vanaf 1 september 2006 zijn de kinderen naar school gegaan in België en is de opvang in Nederland gestopt.



Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de hersteloperatie is dat gedupeerde ouders alsnog ontvangen wat ten onrechte is teruggevorderd of onthouden, aangevuld met een vergoeding voor materiële en immateriële schade. Uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht volgt dat de Dienst Toeslagen compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden doordat ten aanzien van hem in de periode vóór 23 oktober 2019 bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem vóór 23 oktober 2019 werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen, dient dus in ieder geval sprake te zijn van schade die eiser daadwerkelijk heeft geleden als gevolg van de institutionele vooringenomenheid of van de hardheid bij de Dienst Toeslagen die heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening.


Heeft eiser recht op compensatie over de toeslagjaren 2005 en 2006?



4.1.
Uit de memorie van toelichting bij de Wht volgt dat de bewijslast voor het recht op compensatie bij de aanvrager van de compensatie ligt. Eiser moet dus meer doen dan alleen zeggen dat hij een aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft ingediend en dat kinderopvangtoeslag is teruggevorderd.



4.2.
De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier van eiser geen stukken bevinden waaruit blijkt dat voor de jaren 2005 tot 1 september 2006 een aanvraag om kinderopvangtoeslag is ingediend. De Dienst Toeslagen heeft onderzoek gedaan en stelt dat een doorzoeking is gedaan van de eigen informatiesystemen voor de jaren 2005 tot en met 2019 en dat daarbij geen aanvraag van eiser om kinderopvangtoeslag en/of beschikkingen met toekenning, uitbetaling of terugvordering van kinderopvangtoeslag zijn aangetroffen. Ook is uit de KOI-viewer niet gebleken dat eiser voor zijn kinderen in die jaren opvang heeft genoten.



4.3.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de ingediende stukken en de toelichting door de Dienst Toeslagen. Te meer omdat eiser geen begin van bewijs heeft geleverd op grond waarvan aannemelijk geacht zou kunnen worden dat hij daadwerkelijk geprobeerd heeft om voor de jaren 2005 en 2006 een aanvraag kinderopvangtoeslag in te dienen.



4.4.
Gelet op het voorgaande, is niet gebleken dat eiser aanvrager van een kinderopvangtoeslag is geweest, zodat eiser ook niet bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag schade kan hebben geleden (volgens de voorwaarden van artikel 2.1 van de Wht). De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat eiser gedupeerd is als gevolg van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft op basis van de aanwezige stukken kunnen concluderen dat er over de jaren 2005 en 2006 geen sprake is geweest van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of O/GS bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft daarom terecht geweigerd aan eiser compensatie toe te kennen over de jaren 2005 en 2006.


De datakluis




4.5.
Eiser stelt dat in de aangetroffen datakluis mogelijk stukken zitten over de door hem gestelde tijd en plaats van de opvang van zijn kinderen die een ander licht op deze beroepszaak kunnen werpen.



4.6.
Naar het oordeel van de rechtbank is de kans dat er stukken van eiser in de datakluis zitten die een ander licht op voornoemde beoordeling werpen zo klein dat dit niet aannemelijk is. Dit geldt te meer nu in geen enkel systeem van de Dienst Toeslagen gegevens over eiser met betrekking tot een aanvraag om kinderopvangtoeslag of over opvang of terugbetaling van kinderopvangtoeslag te vinden zijn. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor heropening van deze beroepszaak.



4.7.
Mocht uit onderzoek blijken dat er wel stukken van eiser in de datakluis zitten, dan zijn zijn rechten niet verspeeld. De staatssecretaris heeft namelijk in de brief van 15 april 2026 toegezegd zorg te dragen voor transparantie en openheid. Eiser heeft ter zitting betoogd dat niet kan worden vertrouwd op deze toezegging, gelet op de wijze van communiceren van de staatssecretaris over de aanvullende schaderoutes en de tegenstrijdigheden daarin. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding te twijfelen aan de toezegging van de staatssecretaris. In een nieuwsbericht van 16 april 2026 op de website van de Dienst Toeslagen is namelijk aan de toezegging toegevoegd dat er in het geval dat bij het doorzoeken van de datakluis alsnog nieuwe informatie naar voren zou komen die in het voordeel van de gedupeerde ouder zou uitpakken, er maatregelen zullen worden genomen om dat te herstellen.




Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de Dienst Toeslagen een juist besluit heeft genomen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 24 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wetgeving


Wet hersteloperatie toeslagen


Artikel 2.1, eerste lid
De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of
b. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.

Artikel 2.6, eerste lid
De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet Kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.




Op grond van de Catshuisregeling, Stcrt. 2021, 14691


Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 36 151, nr. 3, pagina 72.


Vindbaar via herstel.toeslagen.nl/datakluis-gevonden-geen-gevolgen-voor-al-genomen-herstelbesluiten-ouders.
Link naar deze uitspraak