Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CRVB:2026:913 
 
Datum uitspraak:09-07-2026
Datum gepubliceerd:14-07-2026
Instantie:Centrale Raad van Beroep
Zaaknummers:24/2855 WAO-V
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:De Raad verklaart het verzet ongegrond. Naar het oordeel van de Raad is in de uitspraak van 7 mei 2025 op het verzoek om herziening terecht geoordeeld dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor herziening.
Trefwoorden:wao
 
Uitspraak
24/2855 WAO-V


Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer










Uitspraak op het verzet tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 mei 2025, 24/2855 WAO





Partijen:


[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)






Datum uitspraak: 9 juli 2026



PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad in de zaak, geregistreerd onder nummer 20/1731 WAO, van 27 januari 2022. In de uitspraak van 7 mei 2025 heeft de Raad het verzoek om herziening afgewezen omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verzoeker heeft verzet gedaan.

De Raad heeft het verzet behandeld op een zitting van 28 mei 2026. Verzoeker is verschenen. Het Uwv is niet verschenen.




OVERWEGINGEN

In verzet heeft verzoeker aangevoerd dat hij wel een novum heeft vermeld. Daarnaast voert hij aan dat de herziening door de meervoudige kamer behandeld had moeten worden in plaats van de enkelvoudige kamer. Verzoeker voert ook aan dat het ministerie van Defensie ten onrechte niet is meegenomen als partij in de zaak en dat de rechters vooringenomen zijn en geen rechtsbescherming hebben gegeven.

De uitspraak op het herzieningsverzoek gaat over een door verzoeker bij het Uwv ingediend verzoek om schadevergoeding. In deze procedure is het ministerie van Defensie geen partij.

Verzoeker stelt dat hij een novum heeft aangevoerd, maar de stukken die hij daarbij aanwijst zijn stukken van vóór de uitspraak van 2022, die bovendien aan hemzelf gericht zijn. Daarmee zijn dat geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid van de Awb. Het argument dat de herziening door een meervoudige kamer had moeten worden behandeld slaagt niet. Ook de uitspraak waar verzoeker herziening van vraagt is door een enkelvoudige kamer afgedaan.

De gronden van verzoeker zijn verder argumenten waarom hij het niet eens is met de uitspraak van 27 januari 2022. Op zitting heeft verzoeker uitgelegd waarom deze procedure zo belangrijk voor hem is en dat hij hulp krijgt van het Nederlandse Veteraneninstituut. Verzoeker heeft in deze procedure verschillende herzieningsverzoeken ingediend. De Raad merkt op dat de herzieningsprocedure niet geschikt is om het doel dat verzoeker voor ogen heeft te bereiken en geeft verzoeker in overweging om juridisch advies in te winnen.

Naar het oordeel van de Raad is in de uitspraak van 7 mei 2025 op het verzoek om herziening terecht geoordeeld dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor herziening.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van G.T. Hunsel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2026.


(getekend) J.C. Boeree



(getekend) G.T. Hunsel
Link naar deze uitspraak