Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:15572 
 
Datum uitspraak:23-04-2026
Datum gepubliceerd:14-07-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:NL25.55790
Rechtsgebied:Vreemdelingenrecht
Indicatie:Asiel, Zimbabwe, lhbti, gegrond. Referentiekader. Meewegen overgelegde stukken en derdenverklaringen.
Trefwoorden:levensonderhoud
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.55790
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen




[eiseres] ,
geboren op [geboortedag 1] 1987, van Zimbabwaanse nationaliteit, eiseres

mede ten behoeve van haar minderjarige kinderen:




[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag 2] 2015, van Zimbabwaanse nationaliteit,




[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 3] 2009, van Zimbabwaanse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),

en



de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. M. Hoppema).



Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres heeft op 3 januari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.


1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de oudste zoon van eiseres,
V. Bolt als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister.





Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas

4. Eiseres heeft verklaard dat zij op vrouwen valt en dat zij een lange relatie heeft gehad met [persoon 1] . In haar jeugd woonde ze bij haar oom en tante, omdat haar ouders zijn overleden. Toen haar oom en tante merkten dat eiseres meer geïnteresseerd was in vrouwen dan in mannen, begonnen zij haar te koppelen aan mannen. Eiseres heeft twee zonen gekregen van verschillende mannen. In 2019 zijn eiseres en [persoon 1] betrapt door de oom van eiseres. Eiseres is toen mishandeld en nadien leidde zij een verborgen bestaan. Haar zoons leefden vervolgens eerst bij haar tweelingbroer en daarna bij hun vaders. Toen de vader van een van haar zoons overleed, nam zijn oom hem mee. Vier jaar na het incident heeft eiseres samen met haar zoons Zimbabwe kunnen verlaten. Eiseres vreest voor de gemeenschap, de regering en de nog levende vader van één van haar zoons. Eiseres vreest bij terugkeer in de gevangenis te belanden of te zullen worden gestenigd, vanwege haar seksuele gerichtheid.


4.1
Eiseres heeft de volgende documenten overgelegd:
- het originele paspoort van eiseres;
- het originele paspoort van [minderjarige 2] ;
- het originele paspoort van [minderjarige 1] ;
- de geboorteaktes van eiseres en van haar twee kinderen;
- de overlijdensakte van de vader van [minderjarige 2] ;
- de screenshots WhatsAppgesprekken met COC;
- de foto’s van activiteiten met het COC;
- een verklaring van [persoon 2] van [bedrijf] ;
- een certificaat van vrijwilligerswerk;
- een verklaring van het [ziekenhuis] .


Het bestreden besluit


5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. De seksuele gerichtheid en de daaruit volgende problemen.



5.1
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar acht de seksuele gerichtheid en de daaruit volgende problemen niet geloofwaardig. Volgens de minister zijn de verklaringen van eiseres over alle thema’s uit werkinstructie 2019/7 onvoldoende samenhangend en aannemelijk. Eiseres heeft middels haar verklaringen geen nader inzicht gegeven in haar gedachten en gevoelens omtrent de ontdekking van haar seksuele gerichtheid en haar worsteling hiermee. Ook de verklaringen van eiseres over hoe zij zichzelf heeft geaccepteerd zijn volgens de minister oppervlakkig. Met haar verklaringen over het bidden heeft zij enigszins inzicht gegeven in haar proces, maar een enkele goede verklaring maakt niet dat haar asielrelaas geloofwaardig is. De verklaringen over haar relatie met [persoon 1] bieden daarnaast volgens de minister weinig inzicht in haar persoonlijke beleving van deze relatie. Eiseres geeft eveneens geen inzage in haar persoonlijke beleving van de geheimhouding van haar relatie en seksuele gerichtheid. De minister acht de acties van eiseres na het incident ook vaag. Zo heeft eiseres ruim vier jaar lang in Zimbabwe verbleven, voordat zij is vertrokken en heeft zij enigszins vaag verklaard over haar contact met [persoon 1] na het incident. Tevens heeft eiseres onvoldoende kennis over de LHBTI-situatie in zowel Zimbabwe als in Nederland. Ten aanzien van de stukken die eiseres heeft overgelegd ter onderbouwing van haar seksuele gerichtheid geeft de minister aan dat dit wel aantoont dat eiseres aanwezig is bij evenementen en in WhatsAppgroepen zit, maar dat dit niet automatisch betekend dat haar asielrelaas geloofwaardig is.


De verklaringen over de ontdekking en acceptatie van de seksuele gerichtheid en de relatie met [persoon 1]


6. Eiseres heeft naar voren gebracht dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar verklaringen over haar seksuele gerichtheid. Ook wordt er volgens eiseres ten onrechte tegengeworpen dat zij oppervlakkig heeft verklaard over haar relatie met [persoon 1] .



6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft waarom er verwacht mag worden dat eiseres met meer diepgang kan verklaren over haar seksuele gerichtheid en dat zij meer inzicht kan geven in haar relatie met [persoon 1] . Eiseres heeft in beroep naar een uitspraak verwezen waarin uitgebreid wordt ingegaan op hoe de ontwikkeling van de seksuele identiteit en het kunnen verwoorden van gevoelens die daarbij zijn ervaren verschilt voor iedereen. Of iemand met meer of minder diepgang kan verklaren hangt af van vele verschillende factoren, zoals het karakter van iemand, zijn leeftijd, zijn opleidingsniveau, zijn herkomst, zijn culturele achtergrond, de setting waarin het gehoor plaatsvindt, enzovoort.



6.2.
De rechtbank overweegt dat de minister bij zijn beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met bovengenoemde factoren. De minister heeft in het voornemen benoemd dat ondanks de jonge leeftijd waarop eiseres ontdekte dat ze op vrouwen valt en ondanks haar culturele achtergrond, er toch meer diepgang van haar verwacht kon worden. De minister onderbouwt dit standpunt enkel door aan te geven dat eiseres middelbaar onderwijs heeft genoten en heeft verklaard dat zij het prima vindt om over haar gevoelens voor vrouwen te praten. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de minister zijn stelling dat eiseres meer inzicht had kunnen geven in haar relatie, alleen motiveert door aan te geven dat deze relatie een lange tijd heeft geduurd.



6.3.
De rechtbank overweegt dat de minister de verklaringen van eiseres over de gevoelens en gedachtes die zij destijds had, in het licht had moeten plaatsen van het ontwikkelingsniveau van een minderjarige. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij acht jaar oud was toen zij voor het eerst merkte dat zij vrouwen aantrekkelijk vond. Een groot deel van haar seksuele ontwikkeling heeft eiseres dus doorgemaakt toen zij minderjarig was. De rechtbank overweegt daarnaast dat de minister ook kenbaar rekening had moeten houden met de culturele en religieuze achtergrond van eiseres. Uit de verklaringen van eiseres tijdens het nader gehoor blijkt dat zij is opgegroeid in een homofobe omgeving en dat homoseksualiteit binnen haar religie taboe was. Over haar relatie met [persoon 1] heeft eiseres ook nog op zitting benadrukt dat het in Afrikaanse begrippen niet als een relatie gezien kon worden, maar als een vriendschap. Ze hadden in Zimbabwe namelijk niet de ruimte om hun gevoelens in het openbaar te uiten. De omstandigheid dat de relatie een geheime relatie betrof in een land waar hier een taboe op rust, zal de manier waarop de relatie is vormgegeven en de manier waarop iemand hierover verklaard beïnvloeden. Deze beroepsgrond slaagt.


De acties van eiseres na het incident en het contact met [persoon 1] na het incident


7. Eiseres brengt daarnaast naar voren dat de minister niet had mogen tegenwerpen dat niet valt in te zien dat eiseres nog vier jaar in Zimbabwe is gebleven na het incident en dat zij na het incident haast geen contact meer heeft gehad met [persoon 1] .



7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de stellingname van de minister over de acties van eiseres na het incident en over het contact met [persoon 1] niet langer stand kunnen houden, aangezien eiseres in beroep en op zitting alsnog uitgebreid heeft toegelicht waarom zij pas na vier jaar is gevlucht uit Zimbabwe en waarom zij enkel telefonisch contact heeft gehad met [persoon 1] na het incident. Eiseres heeft uitgelegd dat zij moest herstellen van haar wonden en dat haar eerste prioriteit was dat zij herenigd zou worden met haar kinderen. Daarbij moest zij ook in het levensonderhoud van zichzelf en haar kinderen kunnen voorzien. Eiseres is in de vier jaar na het incident steeds naar verschillende steden en soms naar buurlanden gereisd, om geld te verdienen door spullen te verhandelen en om te onderzoeken of zij daar met haar kinderen een bestaan zou kunnen opbouwen als lesbische vrouw. Door veelvuldig te verhuizen, door steeds een andere naam te gebruiken en door regelmatig te wisselen van telefoon heeft eiseres zich steeds verborgen gehouden. Uiteindelijk bleken ook deze landen in Afrika geen optie te zijn als lesbische vrouw. Eiseres beschikte echter niet over voldoende geld en over reispapieren om uit Afrika te vertrekken. Pas toen [persoon 1] haar hielp met geld en het regelen van visa kon ze vluchten. Wat betreft het feit dat eiseres alleen nog telefonisch contact heeft gehad met [persoon 1] na het incident en de omstandigheid dat [persoon 1] zonder overleg naar Australië is vertrokken, heeft eiseres uitgelegd dat zowel [persoon 1] als zij na het incident vreesden voor hun leven en dat ze zich moesten verstoppen. Eiseres heeft na haar vertrek uit Zimbabwe ook nog gepoogd om weer in contact te komen met [persoon 1] via een tracingsverzoek bij het Rode Kruis, maar tot op heden heeft zij haar nog niet teruggevonden. Deze beroepsgrond slaagt.


De overgelegde stukken en derden verklaringen


8. Eiseres brengt tot slot naar voren dat uit het bestreden besluit niet blijkt op welke wijze de overgelegde stukken zijn betrokken bij de beoordeling.



8.1.
De rechtbank overweegt dat eiseres haar asielrelaas onderbouwt heeft met verschillende stukken. Zo heeft zij onder andere screenshots van WhatsApp gesprekken van een groepsapp van het COC Leidsche Rijn overgelegd en een foto van een diner met het COC. Tevens heeft eiseres een verklaring van [persoon 2] , een projectcoördinator van [bedrijf] , overgelegd. Hierin staat dat eiseres heeft deelgenomen aan het project [naam] , een project gericht op LHBTIQ+ statushouders en asielzoekers in Amsterdam en de regio Utrecht. Dit project duurde van 1 september 2024 tot en met 4 april 2025. [persoon 2] geeft aan dat eiseres een graag gezien deelnemer was met een positieve inbreng. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar verklaringen over het incident met haar oom ook nog een verklaring van het [ziekenhuis] overgelegd. Deze verklaring gaat over een ziekenhuisopname in de periode van 15 september 2019 tot 17 september 2019, vanwege een grote open wond op haar onderrug.



8.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres terecht stelt dat de overgelegde stukken onvoldoende bij de beoordeling zijn betrokken. De minister heeft hierover opgemerkt dat deze stukken de verklaringen van eiseres over haar seksuele gerichtheid niet alsnog geloofwaardig maken. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank niet inzichtelijk gemaakt welk gewicht er aan de stukken is toegekend en waarom. Door dit gebrek kan de indruk ontstaan dat de minister zijn geloofwaardigheidsbeoordeling al had gemaakt en de overgelegde stukken niet meer bij dat oordeel heeft betrokken. Zoals ook in werkinstructie 2019/17 is benadrukt zal er een integrale beoordeling moeten plaatsvinden. De minister dient de feitelijke gedragingen die in de verklaring van [persoon 2] zijn genoemd, de foto van een bijeenkomst, de screenshots van WhatsApp gesprekken en de verklaring van het ziekenhuis integraal bij de geloofwaardigheidsbeoordeling moeten betrekken. Dit moet in onderlinge samenhang met de verklaringen van eiseres zelf beoordeeld worden. Deze beroepsgrond slaagt.





Conclusie en gevolgen

9. Het bestreden besluit is genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.




Beslissing

De rechtbank,


verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag met inachtneming van deze uitspraak;


veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, in aanwezigheid van mr. D.G.T. de Hoop, griffier.



Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Federatie COC Nederland.


Werkinstructie 2019/17 ‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’.


Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, 13 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14610, onder 19 e.v..


Voornemen, pagina 3 en 4.


Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.


Artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Link naar deze uitspraak