Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEAC:2026:102 
 
Datum uitspraak:30-03-2026
Datum gepubliceerd:16-07-2026
Instantie:Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Zaaknummers:CUR202400675
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Bodemzaak. Eindvonnis. Geldleningovereenkomst. Bevoegdheid tot verrekenen. Moment van verrekenen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
 
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202400675

Vonnis van 30 maart 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap

MASJOERD HOLDING B.V., gevestigd in Nederland, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. E.R. van Arkel,

tegen

de besloten vennootschap

TRANSNATIONAL HOLDING B.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. E.A. Knoppel.

Partijen worden hierna Masjoerd en Transnational genoemd.




1Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:


het vonnis van 1 september 2025;


de akte van 29 september 2025 aan de zijde van Masjoerd;


de antwoordakte van 12 januari 2026 aan de zijde van Transnational.





1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.





2De verdere beoordeling in conventie en in reconventie


2.1.
Het gerecht neemt over hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 1 september 2025 (hierna: het tussenvonnis).



2.2.
Verder zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gelet op de onderlinge samenhang gezamenlijk worden beoordeeld.


Bedragen aan belastingaanslagen




2.3.
In voormeld tussenvonnis is Masjoerd in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de bedragen van Cg 21.392,87 en Cg 57.309,22 die volgens Transnational per 1 december 2014 met het van Masjoerd geleende bedrag moeten worden verrekend. Tevens is Masjoerd in de gelegenheid gesteld om een nieuwe berekening in het geding te brengen indien zij (ook) van mening is dat er belastingbedragen op het geleende bedrag in mindering moeten worden gebracht. Masjoerd heeft een akte genomen zonder voornoemde berekening over te leggen. Transnational heeft vervolgens een antwoordakte genomen.



2.4.
Het gerecht is van oordeel dat uit de (diverse) genomen aktes voldoende duidelijk is geworden waar de door Transnational vermelde bedragen betrekking op hebben. Transnational heeft (nader) toegelicht dat het bedrag van Cg 21.392,87 betrekking heeft op de belastingaanslag voor de Ontwikkelings Maatschappij Havermans over het jaar 2012. Het betreft het verschil tussen de (Vlaamse) belastingaanslag van € 53.702,39 en de belastingrestitutie van € 43.828,91. Het verschil daartussen betreft € 9.873,48 en omgerekend naar de Caribische gulden komt dat neer op het voormelde bedrag van Cg 21.392,87. Het bedrag van Cg 57.309,22 heeft volgens Transnational betrekking op de belastingaanslag voor de Ontwikkelings Maatschappij Havermans over het jaar 2009 ten aanzien waarvan de (Nederlandse) Belastingdienst op 7 mei 2015 een sommatie heeft gestuurd naar Masjoerd om een bedrag van € 26.465 te betalen, hetgeen overeenkomt met het hiervoor vermelde bedrag in Caribische guldens.



2.5.
De stelling van Masjoerd dat de door Transnational vermelde bedragen in het geheel niet terugkomen in het dossier en onvoldoende zijn onderbouwd, kan het gerecht gelet op het voorgaande niet volgen. Ook het verweer dat er ten onrechte door Transnational geen rekening is gehouden met de belastingrestitutie van ruim € 43.000 treft gelet op het voorgaande geen doel. Het gerecht zal dan ook uitgaan van voormelde bedragen aan belastingclaims die volgens Transnational moeten worden verrekend met de (oorspronkelijk) hoofdsom van de geldlening.


Bevoegdheid tot verrekenen




2.6.
Zoals reeds eerder is overwogen, is in de op 3 december 2014 tussen partijen gesloten leningsovereenkomst bepaald dat eventuele belastingclaims op de Ontwikkelings Maatschappij Havermans van voor de aandelenoverdracht worden verrekend met de hoofdsom van de geldlening. De betreffende belastingaanslagen hebben betrekking op de Ontwikkelings Maatschappij Havermans en zien op belastingjaren van voor de aandelenoverdracht. Het gaat immers om de belastingjaren 2009 en 2012. Dat de aanslagen volgens Masjoerd dateren van na het sluiten van leningsovereenkomst en Transnational geen bezwaar heeft gemaakt tegen die aanslagen, maakt niet dat Transnational geen beroep kan doen op de verrekeningsbepaling omdat partijen niet hebben afgesproken dat dat voorwaarden zijn.



2.7.
Dat Transnational toch geen (effectief) beroep kan doen op deze verrekeningsbepaling omdat de vordering van de (Vlaamse) Belastingdienst zou zijn verjaard zoals Masjoerd aanvoert, kan het gerecht zonder nadere toelichting die niet is gegeven, niet volgen. Het had op de weg van Masjoerd gelegen om dit nader te concretiseren, hetgeen zij niet heeft gedaan. Het gerecht zal aan deze stelling dan ook als onvoldoende onderbouwd voorbijgaan.



2.8.
De (tussen)conclusie van het bovenstaande is dat Transnational ingevolge artikel 7 van de leningsovereenkomst de belastingclaims ten bedragen van € 9.873,48 en € 26.465 (totaal € 36.338,48) kan verrekenen met de (resterende) hoofdsom.


Moment verrekenen




2.9.
Dit heeft – anders dan Transnational heeft betoogd – echter niet tot gevolg dat die bevoegdheid tot verrekening terugwerkt tot aanvang van de leningsovereenkomst en in mindering moet worden gebracht op het (afgeronde) bedrag van de oorspronkelijke hoofdsom van de geldlening van Cg 244.000. Het heeft evenmin tot gevolg dat de lening niet direct opeisbaar is geworden en/of Transnational niets meer aan Masjoerd verschuldigd is.



2.10.
Hiertoe overweegt het gerecht ten eerste dat in het tussenvonnis reeds is overwogen - kort gezegd - dat de lening al direct opeisbaar is geworden vanwege de verkoop van de panden aan de dochtermaatschappij van Transnational. Het antwoord op de vraag of de lening al dan niet direct opeisbaar is geworden vanwege de verrekeningsbevoegdheid van Transnational zou dat niet anders maken.



2.11.
Verder heeft te gelden dat gelet op artikel 6:129 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) het uitgangspunt is dat de verrekening terugwerkt tot het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan, maar in lid 2 van voormeld artikel is bepaald dat als over één of beide vorderingen reeds opeisbare rente is betaald, de verrekening dan niet verder terugwerkt dan tot het einde van de laatste termijn waarover rente is voldaan. In dit geval heeft Transnational steeds opeisbare rente betaald, voor het laatst op 6 januari 2025. De verrekening werkt derhalve terug tot dat moment. Uitgaande van de niet betwiste berekeningen die Masjoerd bij akte van 10 februari 2025 heeft overgelegd waarin reeds rekening is gehouden met een door Transnationaal betaald bedrag van totaal Cg 130.995, inclusief de laatste betaling, bestond er op dat moment een openstaande hoofdsom van Cg 207.229,45.



2.12.
Naar het oordeel van het gerecht heeft Transnational de bevoegdheid om de belastingclaim - rekening houdende met de conform artikel 6:129 lid 3 BW geldende wisselkoers op 6 januari 2025 - van in totaal Cg 67.540,52 te verrekenen met voormeld bedrag. Dat Transnational volgens Masjoerd niet heeft onderbouwd dat zij dit bedrag daadwerkelijk aan de Belastingdienst heeft betaald, doet daar niet aan af nu deze voorwaarde voor het mogen verrekenen van belastingclaims niet uit de overeenkomst volgt.



2.13.
Voor zover Transnational (nogmaals) heeft betoogd dat zij de waarde van een auto die volgens haar ten onrechte niet aan haar is geleverd eveneens kan verrekenen met het geleende bedrag, overweegt het gerecht dat hierop reeds ten nadele van Transnational in het tussenvonnis is beslist. Het gerecht ziet naar aanleiding van de door Transnational genomen akte en nadere toelichting geen reden om op die bindende eindbeslissing terug te komen.

Conclusie




2.14.
Het voorgaande brengt het gerecht tot de conclusie dat na verrekening een bedrag van Cg 139.688,93 aan hoofdsom van de geldlening resteert. Transnational zal in conventie worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De hierover gevorderde en niet weersproken contractuele rente van 4% zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat het zal worden toegewezen vanaf 6 januari 2025 in plaats van 1 maart 2024 zoals gevorderd omdat in de nieuwe berekening reeds rekening is gehouden met de verschuldigde rente tot 6 januari 2025.


(Voorwaardelijke) eis in reconventie




2.15.
Nu de voorwaarde voor het instellen van de reconventionele vordering is vervuld, namelijk dat Transnational wel een bedrag aan Masjoerd verschuldigd is, zal het gerecht overgaan tot beoordeling van die vordering. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Het bedrag dat Transnational vordert aan belastingschuld is reeds in conventie verrekend zodat er geen grond bestaat om dit eveneens in reconventie toe te wijzen. Ten aanzien van de vordering die betrekking heeft op de door Transnational gemaakte kosten voor de verkoop van de panden aan haar dochtermaatschappij, komen deze – zoals reeds in r.o. 2.12 van het tussenvonnis is overwogen en beslist – niet voor toewijzing in aanmerking.


Proceskosten




2.16.
Transnational zal in conventie als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Masjoerd worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.200 griffierecht, Cg 628,82 (Cg 293 + Cg 335,82) aan oproepingskosten en Cg 6.000 aan gemachtigensalaris.



2.17.
Transnational zal in reconventie eveneens als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Masjoerd worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 3.000 aan gemachtigdensalaris.



2.18.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van Cg 3.000 acht het gerecht gelet op het Procesreglement toewijsbaar.



2.19.
De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.



2.20.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing


Het gerecht:


In conventie:




5.1.
veroordeelt Transnational tot betaling van een bedrag van Cg 139.688,93, vermeerderd met de overeengekomen jaarlijkse rente van 4% per jaar, berekend vanaf 6 januari 2025, tot de dag der algehele voldoening;



5.2.
veroordeelt Transnational om Cg 3.000 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Masjoerd te betalen;



5.3.
veroordeelt Transnational in de proceskosten van Masjoerd van Cg 8.828,82, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;



5.4.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;


In reconventie:




5.5.
wijst de vorderingen af;



5.6.
veroordeelt Transnational tot betaling van de proceskosten, welke tot aan deze uitspraak zijn begroot op Cg 3.000, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;



5.7.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;


In conventie en in reconventie:




5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


5.9.
wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.R. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken.



De aanslag die als productie 10 bij de toelichting comparitie 21 oktober 2024 is overgelegd.


Afhankelijk van de te hanteren wisselkoers.


Afhankelijk van de te hanteren wisselkoers.


Cg 207.229,45 – 67.540,52


Tarief 7 ad Cg 2.000 x 3 punten. 1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor de mondelinge behandeling, 0,5 punt voor de akte van 10 februari 2025 en 0,5 punt voor de akte van 29 september 2025.


Tarief 7 ad Cg 2.000 x 3 punten / 2 omdat de reconventionele vordering in overwegende mate op dezelfde stellingen is gebaseerd als het verweer in conventie.
Link naar deze uitspraak