Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBLIM:2026:6243 
 
Datum uitspraak:01-07-2026
Datum gepubliceerd:17-07-2026
Instantie:Rechtbank Limburg
Zaaknummers:C/03/347252 / HA ZA 25-49 C/03/347252 / HA ZA 25-49
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Ontbinding koopovereenkomst auto. Geen consumentenkoop. Gebrek.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/347252 / HA ZA 25-493


Vonnis van 1 juli 2026


in de zaak van



[eiser] , HANDELENDE ONDER DE NAAM [bedrijf],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] , handelende onder de naam [bedrijf] ,
advocaat: mr. P.A. Visser,

tegen



[gedaagde] & ZN. B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. H.J. Rosens.





1Kern


1.1.

[eiser] heeft van [gedaagde] een tweedehandsauto gekocht. Na zeven maanden blijkt de turbo kapot. [eiser] heeft de koopovereenkomst ontbonden. [eiser] vordert een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en vordert terugbetaling van de volledige koopsom (€ 31.304,-). De rechtbank komt tot het oordeel dat de auto niet non-conform is en wijst de vorderingen van [eiser] af.





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het vonnis van de kantonrechter van 24 oktober 2025, waarin de kantonrechter zich relatief en absoluut onbevoegd heeft verklaard en de zaak, in de stand waarin hij zich bevindt, heeft verwezen naar de handelskamer van deze rechtbank;


de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;


productie 10 van [eiser] ;


de mondelinge behandeling van 4 mei 2026, waarbij door beide partijen spreekaantekeningen zijn overlegd.





2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1.
Op 24 mei 2023 hebben [eiser] en [gedaagde] een koopovereenkomst gesloten waarbij [eiser] van [gedaagde] een Range Rover type Evoque met [kenteken] (hierna: de auto) heeft gekocht voor een bedrag van € 31.304,-. [eiser] heeft afgezien van garantie. Op 1 juni 2023 is de auto aan [eiser] geleverd. De auto had bij levering een kilometerstand van 77.000 kilometer.



3.2.
Op 2 januari 2024 ondervond [eiser] autopech. In de periode 1 juni 2023 tot 2 januari 2024 heeft [eiser] 24.000 km met de auto gereden. De auto verloor, bij normaal gebruik op de snelweg, plotseling vermogen en er kwam rook uit de uitlaat. De auto is weggesleept. Nadat [eiser] telefonisch contact heeft gehad met [gedaagde] op 8 januari 2024 en 5 februari 2024, heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld op 6 februari 2024. Uiteindelijk is de auto in februari 2024 door [gedaagde] in ontvangst genomen en gerepareerd. De reparatie betrof onder meer het vernieuwen van de turbo. Op 23 augustus 2024 heeft [eiser] de gerepareerde auto opgehaald bij [gedaagde] .



3.3.
Op 30 augustus 2024 kreeg [eiser] opnieuw autopech langs de snelweg. De auto werd op 2 september 2024 naar AZ Carcentrum Dordrecht getransporteerd voor diagnose. Uit het technisch diagnoserapport blijkt dat AZ Carcentrum Dordrecht o.a. het volgende gebrek aan het turbosysteem heeft geconstateerd: de turbo is vervangen voor een nieuw exemplaar, echter wordt geconstateerd dat deze alsnog olie lekt, de olie komt terecht in het uitlaatsysteem, wat wijst op een defect in de afvoerrichting of montage.



3.4.
Bij brief van 31 oktober 2024 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en verzocht de gebreken binnen 10 dagen na dagtekening van de brief deugdelijk en kosteloos te herstellen. Voor het geval de auto niet binnen de gestelde termijn wordt gerepareerd, ontbindt [eiser] alvast de koopovereenkomst. [gedaagde] heeft de auto niet gerepareerd.





4Het geschil


4.1.

[eiser] vordert na eisvermeerdering - samengevat:


een verklaring voor recht dat de koop rechtsgeldig is ontbonden;


veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van de volledige koopsom van € 31.300,00 aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024;


veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.





4.2.

[eiser] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] haar een non-conforme auto heeft geleverd doordat de auto gebreken vertoonde die [eiser] niet hoefde te verwachten. Ter zitting heeft [eiser] verduidelijkt dat het gebrek ten aanzien van de turbo ten grondslag ligt aan de non-conformiteit van de auto.



4.3.

[eiser] stelt dat ze de auto als consument heeft gekocht. Omdat het gebrek ten aanzien van de turbo binnen een jaar is ontstaan, beroept zij zich op het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW dat het gebrek er al was ten tijde van de levering. Voor het geval de rechtbank oordeelt dat [eiser] de auto niet als consument heeft gekocht, stelt [eiser] dat het niet anders kan dan dat de turbo al kapot was op het moment van aankoop omdat het gebrek binnen zes maanden en één dag na de levering ontstond. Omdat de turbo zo snel al kapot ging, stelt [eiser] dat het probleem al bij aankoop bestond.



4.4.

[gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] was de auto bij aankoop in goede staat, wat onder meer blijkt doordat [eiser] nog 24.000 km met de auto heeft gereden voordat de turbo defect ging. Bovendien kan het gebrek aan de turbo ook veroorzaakt zijn door noodzakelijk onderhoud dat [eiser] niet heeft laten doen. Verder is het mogelijk dat het gebrek aan de turbo is toegebracht door een derde die aan de auto heeft gesleuteld voordat de auto voor het eerst bij [gedaagde] werd aangeboden ter reparatie. Deze derde heeft het motorblok van de auto overvloedig gevuld met, waarschijnlijk, zes liter olie. [gedaagde] betwist dat [eiser] de auto als consument heeft gekocht zodat het wettelijk bewijsvermoeden volgens hem niet geldt. Mocht de rechtbank oordelen dat toch sprake is van een gebrek, dan rechtvaardigt een kapotte turbo volgens [gedaagde] niet de ontbinding van de koopovereenkomst. Indien de rechtbank oordeelt dat een kapotte turbo de ontbinding wel rechtvaardigt, vindt [gedaagde] dat op de koopsom een vergoeding in mindering gebracht moet worden voor de 24.000 kilometer die [eiser] na aankoop in de auto heeft gereden.



4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling


Juridisch kader non-conformiteit



5.1.

[eiser] heeft een auto gekocht bij [gedaagde] . Volgens artikel 7:17 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet deze auto aan de overeenkomst beantwoorden. Dat betekent dat de auto de eigenschappen moet hebben die [eiser] op basis van de overeenkomst mocht verwachten. Als de auto niet over deze eigenschappen beschikt, voldoet de auto op grond van artikel 7:17 lid 2 BW niet aan de overeenkomst. De auto is dan non-conform. [eiser] mag in ieder geval verwachten dat de auto de eigenschappen heeft die nodig zijn voor normaal gebruik. Wat ‘normaal gebruik’ betekent, hangt af van de verkeersopvattingen.



5.2.
Bij de koop van een tweedehands auto, die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat een auto in ieder geval niet aan de overeenkomst beantwoordt als er sprake is van een gebrek dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt en dat de koper niet eenvoudig kon ontdekken. Dit is de minimale verwachting die de koper mag hebben. Als het gebrek geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, moet de rechter beoordelen of de auto toch niet aan de overeenkomst beantwoordt. Voor wat een koper van een tweedehands auto mag verwachten, is van belang dat de kans op gebreken toeneemt als een auto ouder is en er meer kilometers mee zijn gereden. Dit is verwerkt in de koopprijs van een tweedehandsauto, die lager ligt dan die van een nieuwe auto. Met andere woorden: niet ieder gebrek in een tweedehandsauto betekent dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat de koper meer gebreken moet verwachten.


Juridisch kader bewijsvermoeden bij consumentenkoop




5.3.
Bij een consumentenkoop geldt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW een wettelijk bewijsvermoeden dat de koper beschermt. Als binnen één jaar na levering blijkt dat de auto afwijkt van wat partijen hebben afgesproken, wordt vermoed dat dit gebrek al aanwezig was op het moment van levering. Dit, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Met ‘tenzij de verkoper anders aantoont’ wordt bedoeld dat de verkoper dan moet aantonen dat het gebrek bij de levering niet aanwezig was.



[eiser] is geen consument




5.4.

[eiser] stelt dat zij de auto als consument heeft gekocht, maar dat wordt door [gedaagde] betwist. De kantonrechter heeft zich in deze zaak onbevoegd verklaard omdat [eiser] naar zijn oordeel geen consument is. Met de kantonrechter is de rechtbank van oordeel dat [eiser] geen consument is, onder meer omdat [eiser] de auto heeft gekocht op naam van haar eenmanszaak en de aankoop heeft gefinancierd op basis van een zakelijk leasecontract. Dit blijkt uit de orderbevestiging en de facturen. [eiser] heeft daarnaast steeds met [gedaagde] gecommuniceerd met een zakelijk e-mailadres. De stelling van [eiser] dat zij slechts om fiscale redenen een zakelijk leasecontract heeft afgesloten ter financiering van de auto, heeft zij onvoldoende onderbouwd. [eiser] heeft ook niet uitgelegd hoe het in deze omstandigheden voor [gedaagde] duidelijk moest zijn dat de auto enkel bestemd was voor privégebruik en dat zij daarom als consument handelde. [eiser] kan geen beroep doen op het bewijsvermoeden zoals opgenomen in artikel 7:18a lid 2 BW.



5.5.

[eiser] dient daarom te onderbouwen dat al sprake was van een gebrek bij de levering van de auto zonder te kunnen terugvallen op het bewijsvermoeden. Ook dient zij te onderbouwen dat dit gebrek dusdanig ernstig is dat dit de auto non-conform maakt en de ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt.


De auto is niet non-conform




5.6.
De rechtbank komt tot het oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat er al een gebrek was ten tijde van de levering van de auto. De rechtbank legt in het hiernavolgende uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.



5.7.

[eiser] heeft een tweedehandsauto gekocht van zeven jaar oud voor € 31.304,-. Deze auto had bij aankoop en levering een kilometerstand van 77.000 kilometer. [eiser] moest er daarom rekening mee houden dat de kans op problemen na aankoop groter was, dan bij een nieuwe auto. Dat risico staat tegenover het voordeel van de lagere aanschafprijs. [eiser] heeft ter zitting aangegeven dat alleen het door haar gestelde gebrek aan de turbo een dusdanig ernstig gebrek is dat het de auto non-conform maakt. De rechtbank zal dan ook alleen over dit gebrek oordelen.



5.8.
De rechtbank stelt vast dat [eiser] gedurende zeven maanden, namelijk van 1 juni 2023 tot 2 januari 2024, bijna 24.000 kilometer met de auto heeft gereden. Het is niet waarschijnlijk dat dit had gekund als de turbo reeds defect was bij aflevering van de auto op 1 juni 2023. Het lijkt er dan ook op dat de turbo pas na levering en het rijden van vele kilometers kapot is gegaan. [eiser] had daarom gemotiveerd moeten reageren op de stelling van [gedaagde] dat zij nog 24.000 km heeft gereden met de auto en dat dit niet kan als de turbo al een gebrek had. [eiser] heeft dat echter niet gedaan. Zij heeft alleen gesteld dat een turbo van dit type auto, die zeven jaar oud is en 77.000 kilometer heeft gereden, normaal gesproken langer moet meegaan. Deze algemene stelling is echter onvoldoende.



5.9.
Daarbij heeft [eiser] ook onvoldoende gemotiveerd gereageerd op het verweer van [gedaagde] dat het gebrek door een derde kan zijn veroorzaakt na de aankoop. Onduidelijk is wat er in de periode vanaf het moment van de eerste autopech (2 januari 2024) en het aanbieden van de auto bij [gedaagde] (februari 2024) met de auto is gebeurd. Toen de auto voor de eerste keer ter reparatie bij [gedaagde] werd aangeboden, lagen er losliggende onderdelen in de auto. [eiser] heeft ter zitting erkend dat een derde in deze periode aan de auto heeft gewerkt waarbij onder andere olie is bijgevuld. Daardoor kan de rechtbank niet uitsluiten dat het gebrek aan de turbo in deze periode is ontstaan, in plaats van dat het gebrek ten tijde van de levering al bestond.



5.10.
Tot slot is het nog maar de vraag of er op dit moment nog wel sprake is van een defecte turbo. In het technisch diagnoserapport van AZ Carcentrum Dordrecht bij het tweede defect niet is opgenomen dat de turbo defect is. Er is opgenomen dat de turbo eerder is vervangen voor een nieuw exemplaar en er wordt geconstateerd dat deze alsnog olie lekt, die terecht komt in het uitlaatsysteem, wat wijst op een defect in de afvoerrichting of montage en niet noodzakelijkerwijs in de turbo zelf.



5.11.
Alles bij elkaar oordeelt de rechtbank dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat er een gebrek is aan de auto dat er ten tijde van levering al was. Daarom is er geen rechtsgrond voor ontbinding. Aan de beoordeling of het gebrek voldoende ernstig is om ontbinding te rechtvaardigen, komt de rechtbank dan niet meer toe.



5.12.
Dit leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.


Proceskosten




5.13.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:










- griffierecht





642,00







- salaris advocaat





1.672,00


(2 punten × € 836,00)




- nakosten





189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.503,00














6De beslissing

De rechtbank


6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,



6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.503,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de hierin uitgesproken proceskostenveroordeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Duin en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.



HR 15 april 1994, NJ 1995/614 (Schirmeister/De Heus)


HR 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097


De rechtbank merkt op dat de auto is geleverd op 1 juni 2023. Op 2 januari 2024 had [eiser] voor het eerst autopech. De tijd die is verstreken, betreft zeven maanden en één dag, in plaats van zes maanden en één dag zoals [eiser] aangeeft.
Link naar deze uitspraak