Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEAC:2026:117 
 
Datum uitspraak:01-06-2026
Datum gepubliceerd:27-07-2026
Instantie:Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Zaaknummers:CUR202505140
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Contributie/schoolgeld. Vader naast moeder hoofdelijk aansprakelijk na zijn toezegging te betalen
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202505140 (eerder CUR202504141)

Vonnis van 1 juni 2026

in de zaak van


VERENIGING VOOR PROTESTANTS CHRISTELIJK ONDERWIJS,

gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen


[GEDAAGDE],

wonend in Curaçao,
gedaagde,
procederend in persoon.





1Het procesverloop


1.1.
VPCO heeft op 13 oktober 2025 een ‘small claim’-verzoekschrift ingediend. De mondelinge behandeling vond plaats op 26 januari 2026. Verschenen zijn mr. Braam namens VPCO en gedaagde in persoon. Nadat de zaak naar de gewone zitting was verwezen, heeft VPCO op 23 februari 2026 een akte genomen. Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om daarop bij antwoordakte te reageren. Vonnis is bepaald op heden.





2De beoordeling


2.1.
VPCO vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van Cg 7.449,07 vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en proceskosten.



2.2.
VPCO heeft in haar verzoekschrift aan haar vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde als ouder van zijn minderjarige kinderen gehouden is tot betaling van de contributie verbonden aan het lidmaatschap van VPCO. De contributie over de schooljaren 2017 tot en met 2024 is volgens VPCO onbetaald gebleven en de tussen partijen getroffen betalingsregeling is gedaagde, behoudens één betaling van Cg 3.275,93, niet nagekomen.



2.3.
Bij de mondelinge behandeling heeft gedaagde betwist dat hij lid is van VPCO. Hij heeft er ook op gewezen dat de facturen van VPCO op naam zijn gesteld van de moeder. Tegen haar heeft VPCO eerder geprocedeerd. Gedaagde heeft het standpunt ingenomen dat het feit dat hij een betalingsregeling heeft getroffen niet betekent dat ook hij nu schuldenaar is.



2.4.
Het gerecht heeft VPCO in de gelegenheid gesteld bij akte haar stellingen over het lidmaatschap en de rechtsgronden voor haar vordering aan te vullen.



2.5.
Bij haar vervolgens genomen akte heeft VPCO aangevoerd dat de vordering weliswaar is gekoppeld aan het lidmaatschap van de moeder, maar dat het in wezen schoolgeld betreft dat moet worden betaald voor de betreffende VPCO-school (Albert Schweitzer). Bij diezelfde akte heeft VPCO uiteengezet dat gedaagde nadat hij in augustus 2025 door VPCO was geïnformeerd dat zijn kind voor het komend schooljaar geen plaatsing zou krijgen wegens achterstallig schoolgeld, betaling heeft toegezegd en de schuld als zijn eigen schuld heeft erkend.



2.6.
De stellingen van VPCO over de toezegging en erkenning door gedaagde worden ondersteund door de door VPCO bij haar akte overgelegde e-mailcorrespondentie. Op die grond is de vordering […] terzake de contributie/het schoolgeld ook jegens gedaagde toewijsbaar.



2.7.
Bij vonnis van 6 oktober 2025 (CUR202502246) is de moeder veroordeeld tot betaling van de achterstand aan VPCO. In de beslissing zal tot uitdrukking worden gebracht dat het een hoofdelijke verplichting betreft: betaalt de moeder hetgeen waartoe ook gedaagde is veroordeeld, dan is gedaagde in zoverre jegens VPCO gekweten.



2.8.
Of een rechtstreekse aanspraak van VPCO op gedaagde ook voortvloeit uit de artikelen 1:245 lid 4, 1:247 lid 1, 1:392, 1:395a, 1:404 en 1:406 lid 1 Burgerlijk Wetboek, zoals VPCO in haar akte stelt, kan in het midden blijven.



2.9.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen conform het Procesreglement voor Civiele Zaken. De proceskosten van VPCO worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht en Cg 500 aan gemachtigdensalaris.





3De beslissing

Het gerecht:


3.1.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan VPCO van Cg 7.449,07, met bepaling dat indien de moeder betaalt gedaagde in zoverre jegens VPCO zal zijn gekweten;



3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan VPCO van Cg 750 ter zake van buitengerechtelijke kosten en Cg 950 aan de proceskosten;



3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.5.
wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. C.L. Navarro, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
Link naar deze uitspraak