Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOBR:2026:5119 
 
Datum uitspraak:21-07-2026
Datum gepubliceerd:06-08-2026
Instantie:Rechtbank Oost-Brabant
Zaaknummers:SHE 25/3782
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:Aanslag toeristenbelasting. Het beroep is ongegrond. Voor de heffingsambtenaar is (terecht) slechts relevant of een verblijfhouder al dan niet is ingeschreven in de BRP.
Trefwoorden:ingezetene
 
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/3782

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen



[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde]),

en



de heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden, de heffingsambtenaar.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een aanslag toeristenbelasting.


1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres op 23 juni 2025 een aanslag toeristenbelasting (met aanslagnummer [nummer]) opgelegd van € 141.115,20 voor het belastingjaar 2024.



1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 5 december 2025 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiseres tegen de aanslag ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.



1.3.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.



1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.5.
Partijen hebben vervolgens nog over een weer gereageerd.



1.6.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.





Feiten

2. Eiseres bood in 2024 als verhuurder van woonruimte gelegenheid tot het houden van verblijf in meerdere bungalows op recreatiepark [naam] in [plaats] (gemeente Reusel-De Mierden).


3. Op 16 juni 2025 heeft eiseres aangifte voor de toeristenbelasting voor het belastingjaar 2024 gedaan. Daarbij heeft eiseres doorgegeven dat sprake is geweest van 88.197 overnachtingen. Dit heeft vervolgens geleid tot de aanslag toeristenbelasting 2024.




Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de aan eiseres opgelegde aanslag in de toeristenbelasting terecht en niet voor een te hoog bedrag is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.


De standpunten van partijen

4. Volgens eiseres had de heffingsambtenaar moeten uitgaan van 35.463 overnachtingen, zodat de aanslag te hoog is. Deze zou € 56.740,80 moeten bedragen. Eiseres voert daartoe in de kern het volgende aan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden (het college) is ten onrechte niet overgegaan tot inschrijving van verblijfhouders als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (BRP). Het college weet dan wel had moeten weten wie die verblijfhouders zijn en hoe lang zij in de gemeente verblijven. Het college heeft meerdere wettelijke instrumenten om hen ambtshalve in te schrijven. De BRP gaat voor op de verordening toeristenbelasting. Dat iemand niet wordt ingeschreven, maar dat dit vervolgens wel leidt tot overnachtingen die meetellen voor de aanslag toeristenbelasting, komt volgens eiseres neer op willekeur. Eiseres beroept zich op het ongestoord genot van haar eigendom als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ook is volgens eiseres sprake van détournement de pouvoir (artikel 3:3 van de Algemene wet bestuursrecht).

5. De heffingsambtenaar vindt dat de aanslagen terecht en niet voor een te hoog bedrag zijn opgelegd. Hij verwijst hierbij ten eerste naar de uitspraak van deze rechtbank in een vergelijkbare zaak en de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ook in een vergelijkbare zaak, met dezelfde gemachtigde. Verder brengt de heffingsambtenaar het volgende naar voren. Eiseres biedt gelegenheid tot het houden van verblijf door niet-ingezetenen. Dat is belast met de heffing van toeristenbelasting. Een verblijfhouder wordt pas buiten de niet-ingezetenen gerekend als die met een woonadres in de gemeente in de BRP is geregistreerd. Het betreffende terrein heeft in 2024 geen woonbestemming, maar een recreatiebestemming c.q. logiesfunctie. Inschrijven op het adres van het terrein in de BRP is dan ook niet mogelijk. Verder is en blijft het aan de verblijfhouder te bepalen of hij of zij zich met een verzoek tot inschrijving in de BRP tot de gemeente wendt. Het is zeer zeker niet aan de gemeente om verblijfhouders daartoe te dwingen en de heffingsambtenaar heeft daar al helemaal geen rol in.


Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.


6.1.
In de bijlage bij deze uitspraak staan de wettelijke regels die voor de beoordeling van het beroep belangrijk zijn.



6.2.
De rechtbank stelt vast dat het belastbare feit in de zin van artikel 1 van de Verordening toeristenbelasting 2024 zich heeft voorgedaan. Er is immers sprake van verblijfhouders die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de BRP zijn ingeschreven. Eiseres is dus terecht aangeslagen in de toeristenbelasting.



6.3.
Eiseres is verder niet voor een te hoog bedrag aangeslagen. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in voornoemde uitspraken van deze rechtbank en van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Voor de heffingsambtenaar is slechts relevant is of een verblijfhouder al dan niet is ingeschreven in de BRP. Als dat niet het geval is, dan is eiseres als verblijfbieder ter zake van het houden van verblijf door de verblijfhouders belastingplichtig voor de toeristenbelasting. De heffingsambtenaar kan niet het verwijt worden gemaakt dat door het handelen of nalaten van hem inschrijving in de BRP van personen ten onrechte achterwege is gebleven. Eiseres moet zich daarvoor tot het college wenden. Gelet op het voorgaande is van willekeurig handelen of van détournement de pouvoir van de kant van de heffingsambtenaar geen sprake.



6.4.
Het beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM slaagt niet. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in genoemde uitspraak overwogen dat niet aannemelijk was gemaakt dat van schending van dat artikel op regelniveau sprake was of dat de belastingplichtige door de aanslag werd geconfronteerd met een individuele en buitensporige last. Dat is ook in deze zaak niet aannemelijk gemaakt. Wat eiseres verder nog naar voren brengt, brengt de rechtbank ook niet tot een ander oordeel.





Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de aanslag toeristenbelasting in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als een partij niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:






Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch.




















Bijlage: de wettelijke regels


Gemeentewet


Artikel 224



Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, kan een toeristenbelasting worden geheven.


(…)




Verordening toeristenbelasting 2024


Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.


Artikel 2 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.
(…)


Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.


Artikel 5 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting €1,60.



Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.


Uitspraak van 21 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7604.


Uitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1544.
Link naar deze uitspraak