|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:5295 | | | | | Datum uitspraak | : | 29-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 10-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | C/16/598684 / HA ZA 25-43 C/16/598684 / HA ZA 25-43 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Gedaagde heeft onrechtmatig tegenover eiser gehandeld door het niet verstrekken van een extern rapport dat in opdracht van gedaagd is opgemaakt. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | koopovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/598684 / HA ZA 25-439
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
1 [eiseres sub 1] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,2. [eiseres sub 2] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 2]3. [eiseres sub 3] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 3] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen] ,
advocaten: mrs. R.A.D. Blaauw en A. Tahtah
tegen
1NS VASTGOED B.V.,
te Utrecht,
hierna: NS Vastgoed,2. NS STATIONS B.V.,
te Utrecht,
hierna: NS Stations,3. NS POORT ONTWIKKELING B.V.,
te Utrecht,
hierna: NS Poort Ontwikkeling,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: NS Vastgoed e.a.,
advocaten: mrs. A. Moret en J.M.E. Yilmaz.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de producties 1 tot en met 31 van [eiseressen] ,
- de conclusie van antwoord,
- de producties 1 tot en met 12 van NS Vastgoed e.a.,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de spreekaantekeningen van [eiseressen] ,
- de pleitnota van NS Vastgoed e.a..
1.2
Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat er op 29 juli 2026 een vonnis komt.
2De kern van de zaak
2.1
NS Vastgoed heeft in 2014 een besloten verkoopprocedure georganiseerd voor de verkoop van percelen grond rondom het spoor (“de GreeNS portefeuille”). NS Vastgoed heeft toen een aantal gegadigden uitgenodigd, onder wie [eiseres sub 1] . De GreeNS portefeuille is gegund, verkocht en geleverd aan [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ).
2.2
[eiseres sub 1] heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van onrechtmatige samenspanning bij de verwerving van de GreeNS portefeuille. Haar adviseur, de heer [A] (hierna: [A] ) zou hebben samengespannen met de winnaar van de GreeNS portefeuille, [bedrijf 1] . [eiseres sub 1] heeft daarover verschillende procedures gevoerd, welke procedures zij uiteindelijk heeft gewonnen.
2.3
[eiseres sub 1] heeft haar vermoeden van onrechtmatige samenspanning met NS Vastgoed gedeeld, waarna NS Vastgoed een intern en extern onderzoek heeft ingesteld. Het externe onderzoek is uitgevoerd door [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ). [eiseres sub 1] heeft NS Vastgoed verzocht om haar het interne onderzoeksrapport en (de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van) het [bedrijf 2] rapport te verstrekken. NS Vastgoed heeft geweigerd om dat te doen, omdat zij daartoe niet verplicht zou zijn, en zij zich niet wilde bemoeien met het geschil tussen [eiseres sub 1] en [A] .
2.4
In deze zaak draait het vooral om de beantwoording van de vraag of NS Vastgoed door het niet verstrekken van (de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van) het [bedrijf 2] rapport onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld. De uitkomst is dat dit het geval is en dat NS Vastgoed de schade die [eiseres sub 1] daardoor lijdt aan [eiseres sub 1] moet vergoeden. Voor de vaststelling van deze schade wordt (zoals gevorderd) verwezen naar de schadestaatprocedure.
3De achtergrond van de zaak
Gevoerde procedures in verband met “onrechtmatige samenspanning” bij verwerving GreeNS portefeuille
3.1
Over de “onrechtmatige samenspanning” bij de verwerving van de GreeNS portefeuille zijn de hierna te noemen procedures gevoerd.
Procedure: [eiseres sub 1] tegen [bedrijf 1]
3.2
[eiseres sub 1] heeft een procedure gevoerd tegen [bedrijf 1] en haar (indirect) bestuurders en daaraan gelieerde vennootschappen. Deze procedure is gestart bij de rechtbank Midden-Nederland.
3.3
Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden heeft in zijn eindarrest van 28 februari 2023 [bedrijf 1] , haar (indirect) bestuurders en twee aan [bedrijf 1] gelieerde vennootschappen (hierna: [bedrijf 1] ) hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de schade die [eiseres sub 1] heeft geleden als gevolg van het verlies van een kans op de aankoop van de GreeNS portefeuille.
3.4
Deze beslissing van het gerechtshof is door de Hoge Raad in stand gelaten.
3.5
Daarna is een schadestaatprocedure gevolgd bij de rechtbank Midden Nederland.
De rechtbank Midden-Nederland heeft in een vonnis van 17 september 2025 [bedrijf 1] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van:
€ 9.121.510,44 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 december 2014 tot de dag van betaling,
€ 18.447,18 aan deskundigenkosten, en
€ 4.247,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.
3.6
Er is hoger beroep tegen dit vonnis van de rechtbank Midden-Nederland ingesteld. Er is nog geen beslissing in dit hoger beroep genomen.
Procedure: [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] tegen [A] en [bedrijf 3]
3.7
[eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] hebben een procedure gevoerd tegen [A] en [bedrijf 3] (de vennootschap van [A] ). In deze procedure zijn [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] (uiteindelijk) in het gelijk gesteld. Dat is als volgt gegaan.
3.7.1
De rechtbank Rotterdam heeft in zijn vonnis van 15 juni 2016:
1. voor recht verklaard dat [A] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de opdrachtovereenkomst met [eiseres sub 1] ,
2. [A] veroordeeld tot vergoeding van de schade aan [eiseres sub 1] nader op te maken bij staat,
3. voor recht verklaard dat [A] en [bedrijf 3] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de met [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] gesloten koopovereenkomst d.d. 14 december 2010,
4. [A] en [bedrijf 3] veroordeeld tot vergoeding van de schade aan
[eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] nader op te maken bij staat.
3.7.2
[A] en [bedrijf 3] hebben hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag.
3.7.3
Ook hebben [A] en [bedrijf 3] om een voorlopig getuigenverhoor verzocht bij de rechtbank Rotterdam. Dat verzoek is toegewezen. De rechtbank Rotterdam heeft vervolgens vijf getuigen gehoord, onder wie [getuige] (hierna: [getuige] ), [functie] van NS Stations.
3.7.4
Het Gerechtshof Den Haag heeft in zijn arrest van 13 november 2018 het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en de vorderingen van [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] [eiseres sub 3] alsnog afgewezen.
3.7.5
[eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] hebben op 24 juli 2019 een herroepingsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag aanhangig gemaakt.
3.7.6
Het Gerechtshof Den Haag heeft:
in zijn arrest van 3 mei 2022 de zaak heropend, en
in zijn arrest na heropening van 30 juli 2024 het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 november 2018 herroepen en het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2016 alsnog bevestigd.
3.8
Op dit moment is een schadestaatprocedure bij de rechtbank Rotterdam aanhangig.
Gesprek 12 februari 2015
3.9 Op 12 februari 2015 heeft een gesprek tussen [eiseres sub 1] en mr. [B] (hierna: [B] ), de advocaat in dienstbetrekking van de NS organisatie, plaatsgevonden. [eiseres sub 1] heeft toen toegelicht dat zij het vermoeden had dat bij de gunning van de GreeNS portefeuille onregelmatigheden hebben plaatsgevonden. Er is daarbij gesproken over de rol van [A] . Ook heeft [eiseres sub 1] vraagtekens gesteld bij de rol van de medewerkers van NS Vastgoed; er zou volgens haar misschien sprake zijn van een lek.
Intern onderzoek en intern onderzoeksrapport van 17 februari 2015
3.10
Vervolgens is er binnen de organisatie van NS een intern onderzoek gestart naar transacties waarmee [A] namens [eiseres sub 1] bemoeienis heeft gehad. Er is op grond van dit onderzoek een intern rapport van 17 februari 2015 (hierna: het intern onderzoeksrapport) opgesteld.
Telefoongesprek 20 maart 2015 over uitkomst intern onderzoek
3.11
In een telefoongesprek van 20 maart 2015 is [eiseres sub 1] over de uitkomst van dit interne onderzoek op de hoogte gebracht. Bericht is dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd bij vastgoedtransacties tussen [eiseres sub 1] en NS Vastgoed.
Verzoeken om informatie/stukken in 2015
3.12
[eiseres sub 1] heeft [B] daarna nog een aantal keer om informatie/stukken gevraagd.
E-mail van 22 april 2015
3.13
In een e-mail van 22 april 2015 heeft (de advocaat van) [eiseres sub 1]aan [B] verzocht om informatie/stukken te geven:
Hoe is [bedrijf 1] B.V. cq. de heer [C] cq. [bedrijf 1] B.V. partij geworden van de verkoopprocedure Green2 (wie heeft het initiatief genomen); Graag ontvang ik de mail/brief /bericht daartoe?
Is de [bedrijf 1] B.V. cq. de heer [C] cq. [bedrijf 1] B.V. als een van de partijen uitgenodigd om in te schrijven voor de portefeuille Green2? (Mag ik de uitnodiging ontvangen?)
Wie heeft de bieding/inschrijving verricht [bedrijf 1] B.V., de heer [C] of [bedrijf 1] B.V. Mag ik een afschrift daarvan ontvangen?
Met “Green2” wordt kennelijk bedoeld de “GreeNS” portefeuille. Voor de verkoop van de GreeNS portefeuille (in 2010) had NS Vastgoed ook al percelen grond, bekend onder de naam de “Groenportefeuille” (“Green1”), verkocht. Deze Groenportefeuille is gegund, verkocht en geleverd aan [eiseres sub 1] .
3.14
In een e-mail van 29 april 2015 reageert [B] dat bij de verkoopprocedure van Green 2 (de GreeNS portefeuille) geen onregelmatigheden zijn geconstateerd en dat zij zich niet vrij acht om [eiseres sub 1] te voorzien van informatie die tussen [bedrijf 1] B.V. en NS Vastgoed is gewisseld.
E-mail van 29 september 2015
3.15 In een e-mail van 29 september 2015 verzoekt (de advocaat van) [eiseres sub 1] aan [B] om de volgende stukken te geven:
Alle brieven/faxen en e-mailcorrespondentie met de heer [A] .
Alle brieven/faxen en e-mailcorrespondentie met overige medewerkers van [eiseres sub 1] .
Agenda’s en verslagen van besprekingen waar de heer [A] aan heeft deelgenomen.
Agenda’s en telefoonverslagen van gesprekken met de heer [A] .
3.16
Deze stukken zijn niet aan (de advocaat van) [eiseres sub 1] verstrekt.
Opdracht aan [bedrijf 2] tot het verrichten van een onderzoek op 29 oktober 2015
3.17
Op 29 oktober 2015 heeft NS Stations [bedrijf 2] de opdracht gegeven om bijzonder onderzoek te verrichten naar processen rond de verkoop van de GreeNS portefeuille en ook de Groenportefeuille.
Het [bedrijf 2] rapport van 13 maart 2017
3.18
Op 13 maart 2017 heeft [bedrijf 2] haar rapport uitgebracht.
Verzoek van 14 augustus 2017 tot het verstrekken van een afschrift van het intern onderzoeksrapport en het [bedrijf 2] rapport
3.19
Op 14 augustus 2017 heeft (de advocaat van) [eiseres sub 1] [B] (NS Legal Stations) verzocht om een afschrift te verstrekken van het intern onderzoeksrapport en het [bedrijf 2] rapport.
3.20
Op 21 augustus 2017 laat de advocaat van NS Vastgoed weten dat deze rapporten niet worden verstrekt.
26 april 2019: bekendheid met geanonimiseerde versie van het [bedrijf 2] rapport
3.21
[eiseres sub 1] is op 26 april 2019 bekend geworden met de geanonimiseerde versie van het [bedrijf 2] rapport. Deze versie is door de overheid bekend gemaakt naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur van de media. [eiseres sub 1] heeft dit rapport (exclusief de bijlagen) toen kunnen downloaden.
24 juli 2019: start herroepingsprocedure
3.22
[eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] hebben vervolgens op 24 juli 2019 de herroepingsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag ingesteld.
Verplichting tot verstrekken niet geanonimiseerde versie van [bedrijf 2] rapport
3.23
Het Gerechtshof Den Haag heeft in de herroepingsprocedure [A] en [bedrijf 3] opgedragen om de niet geanonimiseerde versie van het [bedrijf 2] rapport aan [eiseressen] te verstrekken. [A] heeft dat gedaan.
Aansprakelijkheidsstelling 5 april 2024 en starten van deze procedure
3.24 In een brief van 5 april 2024 stelt de advocaat van [eiseressen] NS Vastgoed, NS Stations en NS Poort aansprakelijk voor de schade die wordt geleden door:
het achterhouden van informatie over de rol van [A] bij de verwerving van de GreeNS portefeuille door [bedrijf 1] , en
het verstrekken van onjuiste informatie daarover door [getuige] in het kader van het voorlopig getuigenverhoor.
3.25
Na deze aansprakelijkheidsstelling hebben [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] deze procedure gestart.
Vorderingen
3.26
[eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] vorderen in deze zaak, kort gezegd en naar de rechtbank begrijpt:
1. een verklaring voor recht dat NS Vastgoed en/of NS Stations en/of NS Poort Ontwikkeling onrechtmatig tegenover hen hebben gehandeld:a. door het niet verstrekken van (de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van) het [bedrijf 2] rapport, het interne onderzoeksrapport en de in 2015 en 2017 gevraagde informatie,
b. doordat [getuige] een onjuiste/onvolledige/misleidende getuigenverklaring heeft afgelegd over de opzet en inhoud van het [bedrijf 2] rapport,
2. een verklaring voor recht dat als het onrechtmatig handelen niet zou hebben plaatsgevonden het Gerechtshof Den Haag in zijn arrest van 13 november 2018 het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2016 zou hebben bevestigd,
3. een verklaring voor recht dat NS Vastgoed, en/of NS Stations en/of NS Poort Ontwikkeling de schade moeten vergoeden die [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] door het onrechtmatig handelen lijden of zullen lijden,
4. een veroordeling tot betaling van schadevergoeding aan [eiseres sub 1] , [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] op te maken bij staat.
4De beoordeling
De vorderingen van [eiseres sub 1]
4.1
Hierna worden eerst de vorderingen van [eiseres sub 1] beoordeeld.
4.2
[eiseres sub 1] stelt vorderingen in tegen:
1. NS Vastgoed,
2. NS Stations, en
3. NS Poort Ontwikkeling.
4.3
De vorderingen op NS Vastgoed worden voor een groot deel toegewezen, de vorderingen op NS Stations worden afgewezen, en [eiseres sub 1] wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen op NS Poort Ontwikkeling.
De vorderingen van [eiseres sub 1] op NS Vastgoed
4.4
De uitkomst is dat:
1. voor recht wordt verklaard dat NS Vastgoed onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld door de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport niet aan [eiseres sub 1] te verstrekken toen zij daarnaar op 14 augustus 2017 vroeg,
2. NS Vastgoed wordt veroordeeld tot betaling van de schade die [eiseres sub 1] door het onder 1 genoemde onrechtmatig handelen lijdt of zal lijden op te maken bij staat.
3. het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Verplichting tot het verstrekken van de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport
4.5 Het grootste verwijt dat [eiseres sub 1] maakt, is dat NS Vastgoed onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld door te weigeren om aan haar (de hoofdstukken 3.2 en 3.4. van) het [bedrijf 2] rapport te verstrekken.
4.6
Vooropgesteld wordt dat het nalaten (de weigering) om bepaalde stukken/informatie te verstrekken onrechtmatig kan zijn. Dat is het geval als deze weigering in strijd is met wat volgens ongeschreven regels in het maatschappelijk verkeer betaamt (de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm. Of dat zo is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. (zie artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)).
4.7
De weigering (het nalaten) van NS Vastgoed om de hoofdstukken 3.2. en 3.4. uit het [bedrijf 2] rapport aan [eiseres sub 1] te verstrekken, is gelet op de hierna te noemen omstandigheden in samenhang bekeken in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheids-norm, en daarmee onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] .
Bekendheid van NS Vastgoed dat het [eiseres sub 1] ging om de rol van
[A] bij de verwerving van de GreeNS portefeuille
4.7.1 Het was voor NS Vastgoed kenbaar dat [eiseres sub 1] zich op het standpunt stelde dat de besloten verkoopprocedure met betrekking tot de GreeNS portefeuille niet eerlijk was verlopen en dat de adviseur van [eiseres sub 1] , [A] , mogelijk zou hebben samengespannen met de winnaar van de GreeNS portefeuille, [bedrijf 1] . [eiseres sub 1] heeft dat immers in een gesprek van 12 februari 2015 aan NS Vastgoed laten weten. Dat gesprek was voor NS Vastgoed de aanleiding voor het starten van een intern onderzoek en vervolgens het verstrekken van een opdracht aan [bedrijf 2] . Dat NS Vastgoed, zoals zij aanvoert, alleen wilde onderzoeken of haar medewerkers integer hadden gehandeld bij de verkoop van de GreeNS portefeuille (en de Groenportefeuille) kan zo zijn, maar dat neemt niet weg dat NS Vastgoed wist dat de rol van [A] bij de verwerving van de GreeNS door [bedrijf 1] voor [eiseres sub 1] van belang was. Dat dit het geval was, volgt ook uit de e-mail van 29 september 2015 (zie 3.15.).
Rol van [A] is in het kader van het onderzoek van [bedrijf 2] onderzocht
4.7.2
De rol van [A] bij de verwerving van de GreeNS is ook door [bedrijf 2] onderzocht. Uit 1.3. van het [bedrijf 2] rapport volgt dat aan [bedrijf 2] de opdracht is gegeven om een onafhankelijk onderzoek naar de feiten en toedracht rondom de verkoop van de GreeNS portefeuille (en de Groenportefeuille) in stellen. Daarbij is [bedrijf 2] verzocht om onder andere de volgende vragen te beantwoorden:
1. Wie vertegenwoordigde [eiseres sub 1] in contacten met NS?2. Heeft de heer [A] bij het verkoopproces van GreeNS in zijn contacten met NS opgetreden namens [eiseres sub 1] en [bedrijf 1] ?
Bevindingen in [bedrijf 2] rapport over rol van [A] : zeer waarschijnlijk
dat
[A] heeft opgetreden voor [eiseres sub 1] en [bedrijf 1]
4.7.3
In 3.2. van het [bedrijf 2] rapport wordt een samenvatting gegeven van de bevindingen over deze tweede vragen. Deze samenvatting luidt, voor zover van belang, als volgt:
Wie vertegenwoordigde [eiseres sub 1] in contacten met NS? 61. [eiseres sub 1] werd in contacten met NS, zoals door ons is waargenomen over de periode 2008-2014, vertegenwoordigd door de heer [A] en, vanaf het voorjaar 2015, door de heer [D] . Het biedingsformulier van [eiseres sub 1] op GreeNS d.d. 5 september 2014 vermeldt de naam “ [D] ” met handtekening en de naam “ [A] ” als contactpersoon.
Heeft de heer [A] bij het verkoopproces van GreeNS in zijn contacten met NS opgetreden namens [eiseres sub 1] en [bedrijf 1] ?
62. Wij hebben geen aanwijzingen dat de heer [A] bij het verkoopproces van GreeNS in zijn contacten met NS, naast zijn optreden namens [eiseres sub 1] en later namens [bedrijf 4] B.V., ook zichtbaar voor NS medewerkers namens DGA heeft opgetreden.
63. Wij hebben wel aanwijzingen dat de heer [A] DGA heeft geassisteerd bij het verkrijgen van de GreeNS portefeuille. Het biedingsformulier van DGA A&B hebben wij door handschriftkundigenbureau [deskundige] laten onderzoeken. Dit bureau concludeert dat het veel waarschijnlijker is dat de heer [A] het biedingsformulier op de GreeNS portefeuille voor DGA heeft ingevuld dan dat dit niet zo is. De heer [A] ontkent het biedingsformulier van DGA A&B te hebben ingevuld en stelt dat hij niet bekend was dat DGA aan de tender van GreeNS meedeed.
In hoofdstuk 3.4. van het [bedrijf 2] rapport wordt in de onderdelen 103 tot en met 133 het antwoord op vraag 2 verder uitgewerkt. Daarin is onder andere het volgende vermeld:
105. De advocaat van de heer [A] , de heer Stekelenburg, heeft op 5 oktober 2015 de heer [E] een aantal vragen gesteld over de tender GreeNS. Eén van deze vragen luidt namens welke partij de heer [A] (in de beleving van de heer [E] ) gesprekken voerde met de heer [E] . De heer [E] stuurde zijn antwoord (in concept) aan mevrouw [B] .
Dit antwoord luidt: ‘Namens [eiseres sub 1] . Dhr. [A] stond voor mij synoniem met [eiseres sub 1] . Andere personen binnen [eiseres sub 1] heb ik nooit gesproken’. De e-mailadressen waarvan de heer [A] gebruik maakte, waren volgens de heer [E] ‘info@ [emailadres] .nl’ en [emailadres] .nl.
106. Op de vraag van de heer Stekelenburg of de heer [A] ooit gesprekken met de heer [E] heeft gevoerd namens andere partijen, antwoordde de heer [E] : ‘Formeel niet. Ik heb wel per email een bieding gekregen (na sluiting van de tender) van [bedrijf 4] bv waarvan [A] (volgens mij de enige) eigenaar/aandeelhouder is. Hier zijn we niet op ingegaan. Dit hebben we per email bevestigd.’ 112. De heer [E] heeft in een gesprek met [bedrijf 2] bevestigd dat de heer [A] voor hem synoniem stond voor [eiseres sub 1] en dat de heer [A] zich nooit kenbaar heeft gemaakt namens DGA.
113. Ofschoon er geen directe aanwijzingen zijn dat de heer [A] in zijn contacten met NS optrad namens DGA, zijn er wel aanwijzingen dat de heer [A] DGA bij het verwerven van de GreeNS portefeuille heeft geholpen. 114. De heer [A] heeft tijdens het gesprek met [bedrijf 2] bevestigd dat het handschrift van de biedingsbrief van [eiseres sub 1] d.d. 13 juni 2010 met bijbehorende enveloppe van zijn hand is. (…)
115. De heer [A] heeft in een gesprek met [bedrijf 2] melding gemaakt van een managementovereenkomst die hij sinds januari 2014 met DGA zou hebben. We hebben de heer [A] verzocht om een kopie van deze management- overeenkomst maar niet ontvangen. De heer [A] ontvangt voor zijn werkzaamheden voor DGA maandelijks een vaste vergoeding, aldus de heer [A] . (…). De heer [A] heeft daarbij opgemerkt dat hij niet namens DGA is opgetreden richting NS of ProRail. 118. Wij hebben de biedingsbrief van DGA op GreeNS d.d. 3 september 2015 door een handschriftdeskundige laten vergelijken met de biedingsbrief van [eiseres sub 1] op de Groenportefeuille d.d. 13 juni 2010 in combinatie met diverse andere documenten als referentiemateriaal. De heer [A] heeft in het tweede gesprek met [bedrijf 2] bevestigd dat de getoonde handschriften, handtekeningen en parafen op het referentiemateriaal van hem afkomstig zijn. Het bureau [deskundige] concludeert, mede op basis van diverse getekende akten en correspondentie als referentiemateriaal als volgt: ‘de onderzoeksresultaten zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de hypothese H1 (De betwiste handtekeningen op DOC-1[ [bedrijf 2] ; biedingsbrief [eiseres sub 1] op Groenportefeuille d.d. 13 juni 2010] en het betwiste tekstmateriaal op DOC-2 [ [bedrijf 2] : biedingsbrief DGA op GreeNS d.d. 3 september 2014] zijn vervaardigd door [A] ) waar is, dan wanneer de hypothese H2 ( [bedrijf 2] : niet vervaardigd door de heer [A] ) waar is.’ Het is kortom veel waarschijnlijker dat de heer [A] het biedingsformulier voor DGA heeft ingevuld dan dat dit niet zo is.
Uit de hiervoor geciteerde informatie uit het [bedrijf 2] rapport volgt, kort gezegd, dat het zeer waarschijnlijk is dat [A] bij de verwerving van de GreeNS portefeuille zowel voor [eiseres sub 1] als voor [bedrijf 1] heeft opgetreden.
Bekendheid met belang van [eiseres sub 1] om over deze informatie uit het [bedrijf 2] rapport te beschikken
4.7.4
NS Vastgoed had moeten begrijpen dat deze informatie voor [eiseres sub 1] van groot belang was, omdat [eiseres sub 1] met deze informatie haar zaak richting [A] kon onderbouwen. Dat is ook gebleken want het Gerechtshof Den Haag heeft (mede) op basis van deze informatie uit het [bedrijf 2] rapport alsnog het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarbij de vorderingen van [eiseres sub 1] op [A] en [bedrijf 3] waren toegewezen, bevestigd. Dit blijkt uit rechtsoverweging 5.16 van het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 juli 2024, welke overweging als volgt luidt: Het hof heeft in datzelfde arrest van 3 mei 2022 overwogen dat nog moet worden beoordeeld of [appellanten] (de rechtbank lees: [A]) terecht heeft gesteld dat zijn bekendheid met de deelname van [bedrijf 1] niet ter zake doet (zie rechtsoverweging 7.4 van dat arrest). Op grond van wat na het arrest van 13 november 2018 boven water is gekomen, waaronder de stukken uit het strafrechtelijk onderzoek en het rapport van [bedrijf 2] , is het hof niet alleen van oordeel dat [appellanten] (de rechtbank lees: [A]) bekend was met de deelname van [bedrijf 1] aan de GreeNS-tender en er een zwaarwegend financieel belang bij had dat [bedrijf 1] deze tender zou winnen, maar ook dat [appellant] (de rechtbank lees: [A] .) zich voor dat laatste daadwerkelijk heeft ingespannen en informatie afkomstig van [eiseres sub 1] aan [bedrijf 1] heeft doorgespeeld. Voor de motivering van dat oordeel verwijst het hof naar rechtsoverwegingen 2.16 en verder uit het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2023 (hiervoor geciteerd in 3.36).
NS Vastgoed had dit belang van [eiseres sub 1] moeten aantrekken
4.7.5
NS Vastgoed had zich dit belang van [eiseres sub 1] moeten aantrekken.
NS Vastgoed is een publiekrechtelijke instelling, wat betekent dat zij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, in acht moet nemen. Zij moet zorgvuldig omgaan met de belangen van anderen, zoals die van [eiseres sub 1] . Van belang is verder dat NS Vastgoed [eiseres sub 1] heeft uitgenodigd om deel te nemen aan de besloten verkoopprocedure inzake de GreeNS portefeuille. Ook dat brengt mee dat NS Vastgoed rekening moet houden met de belangen van [eiseres sub 1] .
NS Vastgoed had het belang [eiseres sub 1] zwaarder moeten laten wegen dan eigen belang en het belang van [A]
4.7.6
NS Vastgoed had het hiervoor genoemde belang van [eiseres sub 1] bij het verkrijgen van de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport zwaarder moeten laten wegen dan haar eigen belang.
4.7.7
Dit eigen belang van NS Vastgoed is daarin gelegen dat NS Vastgoed:
zich niet met het geschil tussen [eiseres sub 1] en [A] ) wilde bemoeien, en/of
de mogelijkheid van een aansprakelijkheidsstelling door [A] wegens het prijsgeven van “vertrouwelijke” informatie over [A] wilde voorkomen.
4.7.8
NS Vastgoed wist op grond van het [bedrijf 2] rapport dat het zeer waarschijnlijk was dat [A] een dubbelrol heeft gespeeld bij de verwerving van de GreeNS portefeuille en dat deze informatie voor [eiseres sub 1] van groot belang was om haar zaak tegen
[A] te kunnen onderbouwen. Het gaat hier om een ernstig voorval. Dit voorval heeft zich bovendien voorgedaan in de door NS Vastgoed georganiseerde besloten verkoopprocedure. Het is dus niet zo dat NS Vastgoed helemaal niets van doen had met het geschil tussen [eiseres sub 1] en [A] .
4.7.9
Het is weliswaar zo dat NS Vastgoed zich als publiekrechtelijke instelling de belangen van alle derden moet aantrekken. Dus ook in beginsel de belangen van [A] . Het is echter niet zo dat NS Vastgoed een zwaarder gewicht aan de belangen van [A] had moeten toekennen dan aan die van [eiseres sub 1] . Het belang van [A] weegt veel minder zwaar dan dat van [eiseres sub 1] . Het belang van[A] is er alleen in gelegen dat zijn dubieuze rol bij de feitelijke gang van zaken rondom de verwerving van de GreeNS portefeuille niet boven tafel komt en [A] niet met succes aansprakelijk kan worden gesteld. Dat is geen belang dat moet worden beschermd; het voorkomt immers dat recht wordt gedaan op basis van de werkelijke feitelijke situatie. Het argument van NS Vastgoed dat zij “vertrouwelijke” informatie over [A] zou moeten delen, gaat daarom niet op. Dat NS Vastgoed mogelijk door [A] aansprakelijk zou worden gesteld, kan zo zijn, maar dit weegt minder zwaar dan het hiervoor genoemde belang van [eiseres sub 1] .
4.8
NS Vastgoed voert nog aan dat het haar op grond van de overeenkomst met [bedrijf 2] niet was toegestaan om het [bedrijf 2] rapport aan derden, zoals [eiseres sub 1] , te verstrekken. Zij zou dit alleen mogen doen met schriftelijke toestemming van [bedrijf 2] . Dit verweer wordt al verworpen, omdat nergens uit blijkt dat [bedrijf 2] die toestemming niet heeft willen geven.
4.9
De conclusie is dat NS Vastgoed onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld door de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport niet aan [eiseres sub 1] te verstrekken nadat [eiseres sub 1] op 14 augustus 2017 daartoe een verzoek had ingediend.
Schadevergoeding op te maken bij staat
4.10
NS Vastgoed moet daarom de schade die [eiseres sub 1] door dit onrechtmatig handelen lijdt of zal lijden vergoeden.
4.11
[eiseres sub 1] voert aan dat deze schade bestaat uit:
de kosten van de herroepingsprocedure bij het gerechtshof Den Haag, en
het mislopen van verhaalsmogelijkheden op [A] en [bedrijf 3] .
4.12
[eiseres sub 1] vordert dat deze schade in een aparte procedure (de schadestaatprocedure) wordt vastgesteld.
4.13
Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is.
4.14
In dit geval is de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk. Die schade bestaat in ieder geval uit de kosten die voor de herroepingsprocedure zijn gemaakt.
Dat dit het geval is volgt uit het volgende.
4.15
Er bestaat alleen een verplichting tot betalen van schadevergoeding als er door de onrechtmatige daad schade wordt geleden (artikel 6:162 lid 1 BW). Er moet sprake zijn van een causaal (oorzakelijk) verband tussen de onrechtmatige daad en de schade.
4.16
In dit geval betekent dit dat er een causaal verband moet zijn tussen het niet verstrekken van de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport (de onrechtmatige daad van NS Vastgoed) en de door [eiseres sub 1] gestelde schade (kosten van de herroepingsprocedure en/of verlies van verhaalsmogelijkheden).
4.17
Dat causaal verband bestaat in ieder geval tussen het niet verstrekken van de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport en de schade in de vorm van de kosten van de herroepingsprocedure.
4.18
Op 14 augustus 2017 heeft [eiseres sub 1] gevraagd om verstrekking van het [bedrijf 2] rapport (zie 3.19.).
4.19
Als NS Vastgoed de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport toen aan [eiseres sub 1] zou hebben verstrekt dan had [eiseres sub 1] deze hoofdstukken van het rapport in de hoger beroep procedure bij het Gerechtshof Den Haag als productie ingebracht en daarmee haar standpunt ten aanzien van het verwijtbare handelen van [A] nader feitelijk onderbouwd.
4.20
Het is aannemelijk dat het Gerechtshof Den Haag (mede) op grond van deze hoofdstukken van het [bedrijf 2] rapport geoordeeld zou hebben dat het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2016 moest worden bevestigd, in plaats van vernietigd.
4.20.1
In het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 november 2018 lag de vraag voor of [C] , waaronder begrepen de door hem bestuurde vennootschappen, bij het indienen van zijn bieding voor de GreeNS portefeuille is geholpen door [A] .
4.20.2
Het Gerechtshof heeft vooropgesteld dat op [eiseres sub 1] wat dit betreft de stelplicht en bewijslast rust (zie rechtsoverweging 9 van het arrest van 13 november 2018).Het Gerechtshof heeft vervolgens geoordeeld dat op basis van de voorliggende feiten het vermoeden bestaat dat [A] [C] bij het verkrijgen van de GreeNS portefeuille behulpzaam is geweest, dat tegen dit vermoeden tegenbewijs openstaat en dat [A] c.s. dit vermoeden op grond van hun toelichting op de grieven en getuigenverklaringen hebben ontzenuwd (zie rechtsoverwegingen 11 tot en met 21 van het arrest).
4.20.3
Het is aannemelijk dat:
het Gerechtshof het bewijsvermoeden niet ontzenuwd zou hebben gevonden als het Gerechtshof bekend zou zijn geweest met de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport, en
het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2016 dan zou hebben bevestigd in plaats van vernietigd.
Het herroepingsarrest van 30 juli 2024 biedt daarvoor een sterke aanwijzing. In het bijzonder rechtsoverweging 5.16. van dit herroepingsarrest waaruit volgt dat het [bedrijf 2] rapport (mede) bepalend is geweest voor de herroeping van het arrest van 13 november 2018.
4.21
Of meer schade wordt geleden, zoals in de vorm van verlies van verhaalsmogelijkheden en of sprake is van het daarvoor vereiste causale verband, kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. Dit kan in de schadestaatprocedure worden vastgesteld.
Andere gronden voor onrechtmatig handelen van NS Vastgoed
4.22 [eiseres sub 1] heeft nog een aantal andere gronden aan het door haar gestelde onrechtmatig handelen van NS Vastgoed ten grondslag gelegd. Die gronden zien op:
de weigering om het interne onderzoeksrapport te verstrekken,
de weigering om de in 2015 en 2017 gevraagde informatie te geven,
het niet delen van informatie met [eiseres sub 1] welke belastend is voor [A] / [bedrijf 1] , terwijl wel ontlastende informatie is gedeeld met [A] ten behoeve van de procesvoering,
het expliciet niet betrekken en onkundig laten van [eiseres sub 1] in het door [bedrijf 2] uitgevoerde onderzoek, en
het door [getuige] als getuige afleggen van onvolledige, misleidende of onjuiste verklaring over het [bedrijf 2] onderzoek en rapport.
4.23
Deze gronden kunnen onbesproken blijven, omdat daarbij geen voldoende belang bestaat. Uit het voorgaande volgt dat NS Vastgoed schadevergoeding aan [eiseres sub 1] moet betalen, omdat zij onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld door de hoofdstukken 3.2. en 3.4. niet aan [eiseres sub 1] te verstrekken.
Als wordt aangenomen dat de hiervoor genoemde gronden (ook) een onrechtmatige daad opleveren dan moet het gelet op wat [eiseres sub 1] heeft aangevoerd ervoor gehouden worden dat die onrechtmatige daden tot dezelfde schade lijden als de schade die wordt geleden door de onrechtmatige daad vanwege het niet verstrekken van de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport. [eiseres sub 1] beroept zich op dezelfde schadeposten en heeft ook niet toegelicht dat de schade per “onrechtmatige daad” anders is.
De vorderingen nader bekeken
4.24
Op grond van het voorgaande wordt:
1. voor recht wordt verklaard dat NS Vastgoed onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld door de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport niet aan [eiseres sub 1] te verstrekken toen zij daarnaar op 14 augustus 2017 vroeg,
2. NS Vastgoed veroordeeld tot betaling van de schade die [eiseres sub 1] door het onder 1 genoemde onrechtmatig handelen lijdt of zal lijden, dit op te maken bij staat.
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De andere verklaringen voor recht worden afgewezen, omdat daarbij gelet op wat wordt toegewezen geen voldoende belang is.
De vorderingen van [eiseres sub 1] op NS Stations
4.25
[eiseres sub 1] legt aan de vorderingen op NS Stations precies hetzelfde ten grondslag als aan de hiervoor besproken vorderingen op NS Vastgoed.
De vorderingen van [eiseres sub 1] op NS Stations worden afgewezen, omdat [eiseres sub 1] onvoldoende heeft onderbouwd waarom NS Stations verantwoordelijk is voor de aan haar gemaakte verwijten. NS Stations is niet betrokken geweest bij de besloten verkoopprocedure inzake de GreeNS portefeuille. Zij was geen eigenaar van die portefeuille en heeft de verkoopprocedure ook niet georganiseerd. NS Stations heeft bovendien gemotiveerd toegelicht dat zij in contacten met [eiseres sub 1] alleen heeft gehandeld als vertegenwoordiger van NS Vastgoed: [B] was de advocaat voor de gehele NS organisatie. [eiseres sub 1] heeft daartegen onvoldoende ingebracht.
Niet ontvankelijk verklaring van de vorderingen van [eiseres sub 1] op NS Poort Ontwikkeling
4.26
[eiseres sub 1] wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen NS Poort Ontwikkeling, omdat NS Poort Ontwikkeling per 30 mei 2025 door turboliquidatie is opgehouden te bestaan. [eiseres sub 1] heeft (in punt van 2 van haar spreekaantekeningen) verklaard te berusten in deze niet-ontvankelijk verklaring jegens NS Poort Ontwikkeling.
De vorderingen van [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3]
4.27
De vorderingen van [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] worden afgewezen. [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] hebben onvoldoende toegelicht waarom tegenover hen onrechtmatig zou zijn gehandeld. Zij hebben niet deelgenomen aan de besloten verkoopprocedure inzake de GreeNS portefeuille. Het valt daarom zonder toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom informatie over de rol van [A] bij de verwerving van de GreeNS portefeuille voor hun rechtspositie van belang was. Dat zij procespartij waren in de procedure die heeft geleid tot het herziene arrest van het gerechtshof Den Haag is daarvoor onvoldoende. Meer uitleg hebben [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] niet gegeven en dat had wel op hun weg gelegen.
Proceskosten
[eiseres sub 1] tegen NS Vastgoed, NS Stations en NS Poort Ontwikkeling
4.28
NS Vastgoed wordt tegenover [eiseres sub 1] grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiseres sub 1] betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.328,40
4.29
[eiseres sub 1] wordt tegenover NS Stations in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van NS Stations betalen. Deze kosten worden begroot op € 0.
Reden daarvoor is dat het geschil en het tussen partijen gevoerde debat in overwegende mate betrekking heeft gehad op de relatie tussen [eiseres sub 1] en NS Vastgoed en nauwelijks op de relatie tussen [eiseres sub 1] en NS Stations.
4.30
De proceskosten van het geschil tussen [eiseres sub 1] en NS Poort Ontwikkeling moeten worden gedragen door [eiseres sub 1] . [eiseres sub 1] heeft immers een niet bestaande partij (NS Poort Ontwikkeling) gedagvaard.
[eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] tegen NS Vastgoed, NS Stations en NS Poort Ontwikkeling
4.31 [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] worden tegenover
NS Vastgoed en NS Stations in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van NS Vastgoed en NS Stations betalen. Deze kosten worden begroot op € 0. Reden daarvoor is dat het geschil en het tussen partijen gevoerde debat in overwegende mate betrekking heeft gehad op de relatie tussen [eiseres sub 1] en NS Vastgoed en nauwelijks op de relatie tussen [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] en NS Vastgoed en NS Stations.
4.32
De proceskosten van het geschil tussen [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] tegen NS Poort Ontwikkeling moeten worden gedragen door [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] . Zij hebben immers een niet bestaande partij (NS Poort Ontwikkeling) gedagvaard.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.33
Dit vonnis wordt voor zover dat kan uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5De beslissing
De rechtbank
[eiseres sub 1] en NS Vastgoed
5.1
verklaart voor recht dat NS Vastgoed onrechtmatig tegenover [eiseres sub 1] heeft gehandeld door de hoofdstukken 3.2. en 3.4. van het [bedrijf 2] rapport niet aan [eiseres sub 1] te verstrekken toen [eiseres sub 1] daarnaar op 14 augustus 2017 vroeg,
5.2
veroordeelt NS Vastgoed tot betaling van de schade die [eiseres sub 1] door het onder 5.1. genoemde onrechtmatig handelen lijdt of zal lijden op te maken bij staat,
5.3
veroordeelt NS Vastgoed in de proceskosten van [eiseres sub 1] van € 2.328,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NS Vastgoed niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4
verklaart dit vonnis wat onderdeel 5.3. betreft uitvoerbaar bij voorraad,
5.5
wijst het meer of anders door [eiseres sub 1] op NS Vastgoed gevorderde af,
[eiseres sub 1] en NS Stations
5.6
wijst de vorderingen van [eiseres sub 1] op NS Stations af,
5.7
veroordeelt [eiseres sub 1] tot betaling van de proceskosten van € 0 aan NS Stations,
[eiseres sub 1] en NS Poort Ontwikkeling
5.8
verklaart [eiseres sub 1] niet ontvankelijk in haar vorderingen op NS Poort Ontwikkeling,
[eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] en NS Vastgoed en NS Stations
5.9 wijst de vorderingen van [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] op NS Vastgoed en NS Stations af,
5.10
veroordeelt [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] tot betaling aan NS Vastgoed en NS Stations van de proceskosten van € 0,
[eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] en NS Poort Ontwikkeling
5.11 verklaart [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] niet ontvankelijk in hun vorderingen op NS Poort Ontwikkeling
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
4374
In deze procedure trad ook nog [eiseres sub 4] B.V. als eiseres op
Productie 9 van [eiseressen]
ECLI:NL:GHDHA:2018:2917
Zie productie 20 van [eiseressen]
Productie 31 [eiseressen]
ECLI:NL:GHDHA:2024:1414
Productie 13 van [eiseressen]
Productie 13 van [eiseressen]
Productie 14 van [eiseressen]
Productie 17 van [eiseressen]
Productie 18 van [eiseressen]
Productie 19 van [eiseressen]
HR 08-04-2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|