Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:4872 
 
Datum uitspraak:28-07-2026
Datum gepubliceerd:11-08-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:11949504 CV EXPL 25-196
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Consumentenkoop. Auto non-conform dan wel dwaling? Wel een gebrek aan de auto, maar dat is na koop ontstaan. Vorderingen worden afgewezen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 11949504 \ CV EXPL 25-1961


Vonnis van 28 juli 2026


in de zaak van



[eiseres] ,
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. J.F. Kersten,

tegen



[gedaagde] B.V., handelend onder de naam [bedrijf] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: [gemachtigde] van nl.legal LLP.





1De procedure


1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:


de dagvaarding met producties (1 t/m 8);


de conclusie van antwoord met productie (1);


de akte eiswijziging tevens inhoudende overlegging nadere producties (9 en 10).





1.2
Op 13 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Daarbij waren aanwezig [eiseres] , bijgestaan door
mr. J.F. Kersten, en [naam 1] namens [gedaagde] , bijgestaan door [gemachtigde] . De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen. Een moeilijk leesbare productie van [eiseres] is op verzoek van de kantonrechter op 28 mei 2026 opnieuw en leesbaar ingediend.





2Waar gaat de zaak over?


2.1

[gedaagde] heeft via Marktplaats een tweedehands witte Citroën DS 5 uit 2012 met een kilometerstand van 221.797 aangeboden op Marktplaats voor € 6.999,00. Deze auto is op
20 januari 2025 door [eiseres] gekocht, volgens haar voor een contant betaalde prijs van € 6.250,00. [eiseres] stelt dat kort na de aankoop de auto stil is komen te staan langs de snelweg en later tijdens het rijden gedeeltelijk in brand is gevlogen door een olielekkage (aan de uitlaatzijde van de turbo) van de auto. Volgens [eiseres] mocht zij door de mededelingen van [gedaagde] en de verkoopadvertentie op Marktplaats ervan uitgaan dat de auto goed zou functioneren. Zij heeft [gedaagde] gevraagd om tot herstel over te gaan, maar die weigerde dat. [eiseres] vindt allereerst dat de auto non-conform is. Daarom vordert zij, kort gezegd, na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst door het leveren van een non-conforme auto en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag aan prijsvermindering en de gemaakte reparatiekosten. Voor het geval geen sprake is van non-conformiteit doet [eiseres] subsidiair een beroep op dwaling en vordert zij op grond daarvan dat de koopovereenkomst wordt vernietigd en de koopprijs aan haar wordt terugbetaald. In alle gevallen maakt [eiseres] aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, proceskosten en wettelijke rente.



2.2

[gedaagde] is het met de vorderingen niet eens. Zij betwist dat sprake is van non-conformiteit dan wel dwaling. Volgens haar mocht [eiseres] niet verwachten dat zij een probleemloze auto kocht, omdat [gedaagde] haar heeft verteld over de gebrekkige technische staat van de auto. Dat zou blijken uit wat op de factuur stond over dat alle gebreken bij [eiseres] bekend waren en zij voor de auto maar € 4.000,00 heeft betaald. Volgens [gedaagde] moeten de vorderingen van [eiseres] daarom worden afgewezen, met veroordeling van haar in de proceskosten.





3Wat oordeelt de kantonrechter?


Non-conformiteit


3.1
De (primaire) vordering van [eiseres] tot gedeeltelijke ontbinding wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de auto non-conform is. De kantonrechter zal dit hierna uitleggen.



[eiseres] heeft als consument de auto gekocht



3.2

[eiseres] heeft als consument van [gedaagde] , die handelde in het kader van haar bedrijfsactiviteit (in- en verkoop van personenauto’s), een auto gekocht. Daarom is sprake van een consumentenkoop. Omdat het gaat om consumentenkoop, mag [eiseres] de koopovereenkomst (gedeeltelijk) ontbinden als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer sprake is van een gebrek. De bevoegdheid om te ontbinden ontstaat pas als herstel en vervanging van dat gebrek onmogelijk is, of als van [gedaagde] niet kan worden verlangd om dat gebrek op te lossen, of wanneer [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om binnen een redelijke termijn het gebrek op te lossen.



[eiseres] mocht in ieder geval verwachten dat de auto geschikt is voor normaal gebruik



3.3
De auto moet dus aan de koopovereenkomst beantwoorden. Dat betekent dat de auto aan de gerechtvaardigde verwachting van [eiseres] moet voldoen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat [eiseres] mag verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. De gerechtvaardigde verwachting wordt verder ingekleurd door de aard van de auto en de mededelingen die [gedaagde] over de auto heeft gedaan.



3.4
De auto beantwoordt in principe niet aan de overeenkomst als deze door een gebrek (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) bij gebruik een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. In deze zaak gaat het om een tweedehandsauto met een kilometerstand van 221.797 uit 2012. [eiseres] moest, gezien die leeftijd en kilometrage van de auto, bij de koop ermee rekening houden dat in de nabije toekomst mogelijk reparaties nodig waren om de auto te kunnen blijven gebruiken. Dat geldt in het bijzonder voor reparaties van mankementen die veroorzaakt zijn door slijtage, dus die het gevolg zijn van het normale gebruik van de auto.



3.5
Wat [eiseres] verder nog van de auto mocht verwachten, is afhankelijk van welke mededelingen zijn gedaan over de auto.
Partijen zijn het niet met elkaar eens over welke (specifieke) mededelingen al dan niet daarover zijn gedaan. De gestelde mededelingen staan lijnrecht tegenover elkaar. [eiseres] zegt dat [gedaagde] zou hebben gezegd dat de auto goed onderhouden was en geen gebreken had. [gedaagde] stelt dat zij tegen [eiseres] heeft gezegd dat de auto al gebreken vertoonde. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] daarmee bedoelt te zeggen dat van de auto minder mag worden verwacht dan het uitgangspunt dat de auto geschikt zou moeten zijn voor normaal gebruik. [eiseres] heeft die stelling betwist en daarover verklaard dat tegen haar zou zijn gezegd dat de auto goed onderhouden was en geen gebreken had.
De kantonrechter laat in het midden of wel of niet de mededelingen zijn gedaan zoals door [gedaagde] of [eiseres] is gesteld. Zelfs als een van de twee mededelingen wel zou zijn gedaan, dan betekent dat niet dat [eiseres] hierdoor haar verwachtingen had moeten bijstellen. De gestelde verklaringen zijn namelijk dermate algemeen dat daar geen verwachting aan kan worden ontleend. De verklaring van [eiseres] strookt met de algemene norm dat de auto geschikt moet zijn voor normaal gebruik. Tegelijkertijd blijkt uit de gestelde mededeling van [gedaagde] niet wat de (eventuele) gebreken zouden zijn. Die mededeling had ook niet specifieker kunnen zijn omdat [gedaagde] , volgens haar eigen verklaring, zelf ook niet wist wat de gebreken precies waren, als die er al waren. Dat betekent dat niet is gebleken van een reden om af te wijken van de norm dat de auto op het moment van koop geen gebrek mag hebben waardoor de auto niet op een normale manier kan worden gebruikt en daarmee een gevaar voor de verkeersveiligheid is. Aan de hand van die norm wordt de vordering beoordeeld.


Het staat niet vast dat de auto op het moment van koop niet normaal kon worden gebruikt



3.6
Volgens [eiseres] bleek voor het eerst dat de auto gebrekkig was op 14 februari 2025, drie weken na de koop. De auto zou toen stil zijn komen te staan op de snelweg. Na het openen van de motorkap zou overal motorolie zijn te zien. Zij zegt dat de opgeroepen wegenwacht na inspectie tegen haar heeft gezegd dat de auto niet verder kon rijden.



3.7
De kantonrechter overweegt dat hij niet kan vaststellen of inderdaad de auto stil is komen te staan en niet meer geschikt was voor normaal gebruik. [eiseres] heeft namelijk geen onderbouwing aangeleverd waaruit dit blijkt. Wat hier ook van zij, [eiseres] heeft, volgens haar naar aanleiding van het gestelde incident, op 11 maart 2025 de auto laten onderzoeken bij [naam 2] . Uit de prijsopgave met bijbehorende toelichting van [naam 2] van 17 maart 2025 blijkt niet van een olielekkage of een ander (mogelijk) gebrek dat aan normaal gebruik van de auto in de weg stond. In die toelichting is alleen benoemd dat na een inspectie van de auto is gebleken dat er meerdere technische problemen zijn ontstaan en dat een aantal onderdelen gebreken vertoonden of aan vervanging toe waren, maar daaruit blijkt niet dat de staat van die onderdelen maakt dat auto niet geschikt was voor normaal gebruik. Voor zover de onderdelen gebreken vertoonden of aan vervanging toe waren, zou de oorzaak daarvan volgens [naam 2] slijtage zijn. Met slijtage behoorde [eiseres] rekening te houden. Zeker nu zij sinds de koop al ongeveer 6.000 kilometer met de auto had gereden.



3.8

[eiseres] heeft tot slot nog een andere omstandigheid aangevoerd waaruit zou blijken dat auto niet geschikt was voor normaal gebruik, namelijk dat de auto op 19 juli 2025 in Turkije is gestrand en toen rookontwikkeling en brandlucht is waargenomen aan de voorkant van de auto. Ter onderbouwing daarvan heeft [eiseres] een rapport overgelegd van DEKRA van 26 september 2025. In dat rapport staat dat onder de motorkap van de auto een lokale brand heeft plaatsgevonden, met schade als gevolg. Als primaire oorzaak van de brand wordt beschreven een olielekkage aan de uitlaatzijde en brand door een combinatie van brandbare gassen/vloeistoffen in combinatie met hete omgevingsdelen. Vanwege de brand kon niet meer met de auto worden gereden totdat deze was gerepareerd. Dat betekent dat de auto op het moment van onderzoek door DEKRA niet geschikt was voor normaal gebruik door een gebrek, namelijk door een olielekkage. De vraag is of dit gebrek al (latent) aanwezig was op het moment van koop.



3.9
De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de auto dit gebrek, de olielekkage, al had op het moment van koop.



3.10
Nu het gaat om consumentenkoop geldt dat wordt vermoed dat wanneer een gebrek aan het gekochte zich binnen een jaar openbaart, wat hier het geval is, dit gebrek al aanwezig was op het moment van koop.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden in deze zaak blijkt dat dit vermoeden niet klopt en juist het tegendeel blijkt, namelijk dat de auto geen olielekkage had op het moment van koop. Op het moment dat de auto stil kwam te staan in Turkije had de auto volgens het rapport van DEKRA een kilometerstand van 246.361 en dus sinds de koop in totaal 24.564 kilometer gereden. Gezien die hoeveelheid gereden kilometers, is het niet begrijpelijk dat auto op het moment van koop al een olielekkage had.



3.11
Verder is, voordat DEKRA naar de auto heeft gekeken, ongeveer 18.000 kilometer eerder ook naar de technische staat van de auto gekeken door [naam 2] . Uit de e-mail van [naam 2] blijkt niet dat de olielekkage door haar is gezien dan wel dat dit een door [eiseres] gemeld probleem was. Dit duidt er dan ook op dat dit gebrek tijdens het onderzoek van [naam 2] nog niet aanwezig was.
Nu niet is gebleken dat op het moment van koop de auto niet geschikt was voor normaal gebruik, worden de primaire vorderingen van [eiseres] afgewezen.


Niet is komen vast te staan dat [eiseres] heeft gedwaald



3.12

[eiseres] heeft verder nog aangevoerd dat sprake is van dwaling. Zij vraagt de
kantonrechter om op die grond de koopovereenkomst te vernietigen.



3.13
Bij dwaling gat het erom dat [eiseres] niet gebonden wil zijn aan de overeenkomst omdat zij deze is aangegaan zonder een juiste veronderstelling van zaken. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij in de veronderstelling was dat de auto op het moment van koop geen gebreken had en dat die onjuiste veronderstelling is te wijten aan de mededelingen van [gedaagde] . [gedaagde] zou namelijk hebben gezegd dat de auto goed was onderhouden en zonder gebreken. Die mededeling zou onjuist zijn nu achteraf is gebleken dat de auto wel gebreken had. Verder zegt [eiseres] nog dat als zij voorafgaand aan de verkoop op de hoogte was geweest van de gebreken, zij de auto nooit had gekocht.



3.14
De kantonrechter is van oordeel dat het beroep op dwaling niet slaagt. Niet gebleken is dat [gedaagde] een onjuiste mededeling heeft gedaan dan wel dat [eiseres] een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad, nu niet vast is komen te staan dat de auto een gebrek had op het moment van koop.



3.15
Als [eiseres] nog heeft bedoeld te zeggen dat zij heeft gedwaald ten aanzien van de gebreken die na koop zijn ontstaan, dan geldt dat ook dan het beroep op dwaling niet slaagt. Een vernietiging kan namelijk niet worden gegrond op een dwaling die gaat over een uitsluitend toekomstige omstandigheid.



3.16
Nu niet is gebleken dat [eiseres] heeft gedwaald, worden de subsidiaire vorderingen tot vernietiging en terugbetaling van de koopsom afgewezen.


Proceskosten



3.17

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris gemachtigde





720,00


(2 punten × € 360,00)




- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





864,00














4De beslissing

De kantonrechter


4.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,



4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.3
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.





Artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 7:21 en 7:22 BW.


Artikel 7:17 lid 1 en 2 BW.


HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338, NJ 1995/614 (Schirmeister/De Heus).


Artikel 7:18a BW.


Het betreft de dwalingsgrond van artikel 6:228 lid 1 sub a BW


Zie r.o. 3.10. en 3.11.


Artikel 6:228 lid 2 BW
Link naar deze uitspraak