Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:4869 
 
Datum uitspraak:28-07-2026
Datum gepubliceerd:11-08-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:12064572 CV EXPL 26-219
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Huur bedrijfsruimte. Vordering achterstallige huur en ontbinding huurovereenkomst. Is de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden tussentijds beëindigd?
Trefwoorden:huurovereenkomst
vaststellingsovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12064572 \ CV EXPL 26-219


Vonnis van 28 juli 2026


in de zaak van



[partij A]
,
te [woonplaats],
eisende partij, verwerende partij tegen de tegenvordering,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen


DIRECT RESULT FACE TO FACE MARKETING B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij, eisende partij met een tegenvordering,
hierna te noemen: Direct Result,
gemachtigde: [gemachtigde].





1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 19 januari 2026,


de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,


de akte overlegging producties, tevens akte wijziging van eis in conventie, tevens antwoord in reconventie van [partij A],


de akte uitlating wijziging van eis, tevens bezwaar tegen eiswijziging, subsidiair inhoudelijke reactie van Direct Result,


de mondelinge behandeling van 25 juni 2026, waarbij Direct Result gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en [partij A] zijn eis heeft verminderd.






2De kern


[partij A] heeft bedrijfsruimte aan Direct Result verhuurd. Volgens Direct Result is de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden tussentijds beëindigd, wat [partij A] bestrijdt. De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet tussentijds is beëindigd. De huurovereenkomst wordt op vordering van [partij A] ontbonden en Direct Result moet achterstallige huur betalen. Wel komt de door Direct Result gestorte waarborgsom op haar schuld in mindering. Verder moet Direct Result de schade vergoeden die [partij A] lijdt als gevolg van de ontbinding, welke schade begroot moet worden in een schadestaatprocedure.

3 De achtergrond



3.1

[partij A] heeft met ingang van 1 mei 2024 overige bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW aan Direct Result verhuurd. Het gehuurde is gelegen aan de [adres]. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar. De aanvangshuurprijs is bepaald op € 1.815,00 en er is een indexeringsclausule in de overeenkomst opgenomen. Op de huurovereenkomst zijn de “Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW” van toepassing verklaard.



3.2
Omwonenden van het gehuurde pand hebben bij de gemeente geklaagd over geluidsoverlast, veroorzaakt door medewerkers van Direct Result die tot laat in de avond recreatief gebruik maakten van het pand. De gemeente heeft daarop geconstateerd dat de vergunning die is vereist voor de wijze waarop Direct Result het gehuurde gebruikte, ontbrak. De aanvraag van [partij A] tot legalisatie van het gebruik van het gehuurde in afwijking van het omgevingsplan, is door de gemeente afgewezen onder verwijzing naar de overlastmeldingen. De gemeente heeft vervolgens te kennen gegeven dat Direct Result het gehuurde per 1 oktober 2025 moest verlaten.



3.3
Direct Result heeft vanaf juni 2025 overleg gevoerd met [partij A] over een tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst per 1 oktober 2025. [partij A] is op zoek gegaan naar een nieuwe huurder voor het pand, maar die is tot nu toe niet gevonden. In augustus 2025 heeft Direct Result aan [partij A] verzocht om nog tot maart 2026 in het gehuurde te mogen blijven, omdat de alternatieve bedrijfsruimte die zij had gevonden niet eerder betrokken kon worden. [partij A] heeft daar niet mee ingestemd, waarna Direct Result per 1 oktober 2025 elders een tijdelijk onderkomen heeft gevonden.



3.4
Volgens Direct Result mocht zij erop vertrouwen, gelet op mededelingen van [partij A], dat de huurovereenkomst per 1 oktober 2025 met wederzijds goedvinden is geëindigd. [partij A] is het daar niet mee eens en betoogt dat de huurovereenkomst is blijven voortbestaan.



3.5

[partij A] vordert hoofdzakelijk, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde; betaling van de huur over september 2025 tot en met juni 2026, en ook over de daaropvolgende periode tot aan de dag van ontbinding van de huurovereenkomst; en vergoeding van de schade die zij lijdt vanwege de ontbinding van de huurovereenkomst, op te maken in een schadestaatprocedure. Direct Result vraagt om de vordering van [partij A] af te wijzen.



3.6
Direct Result heeft een tegeneis ingesteld en vordert hoofdzakelijk, kort gezegd, een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is geëindigd per 1 oktober 2025 en terugbetaling van de door haar betaalde waarborgsom. [partij A] vraagt op zijn beurt om de tegenvordering van Direct Result af te wijzen.










4De beoordeling


de vordering



4.1
Tussen partijen staat niet ter discussie dat het ontbreken van de vergunning die vereist was voor het gebruik dat Direct Result van het gehuurde maakte, op grond van de huurovereenkomst voor risico komt van Direct Result. Partijen zijn het met elkaar eens dat deze omstandigheid op zichzelf niet heeft geleid tot beëindiging van de huurovereenkomst.


De huurovereenkomst is niet tussentijds beëindigd




4.2
De kantonrechter verwerpt de stelling van Direct Result dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden tussentijds is beëindigd per oktober 2025.


4.2.1
Het is aan Direct Result om voldoende onderbouwd te stellen dat zij heeft mogen begrijpen dat [partij A] onvoorwaardelijk heeft ingestemd met een beëindiging van de huurovereenkomst per oktober 2025. In het licht van de gemotiveerde betwisting door [partij A], heeft Direct Result onvoldoende onderbouwd dat zij erop mocht vertrouwen dat [partij A] definitief akkoord was met de door haar gewenste tussentijdse beëindiging.



4.2.2
Op 14 augustus 2025 stuurde [partij A] het volgende bericht aan Direct Result: “(…) Wij blijven leading richting de gemeente, ook met het oog op onze nieuwe huurder. Als ik iets kan betekenen op dit moment (voor wij uitsluitsel hebben van de nieuwe huurder) dan hoor ik dat graag”.



4.2.3
Een aantal dagen later, op 19 augustus 2025, berichtte de makelaar van [partij A] Direct Result als volgt: “Ingevolge je verzoek is de verhuurder genegen om onder de volgende voorwaarden mee te werken aan een beëindiging.

1. de huur blijft verschuldigd totdat een nieuwe – acceptabele – huurder is gevonden voor minimaal de resterende looptijd


2. de ruimte wordt schoon en leeg en zonder schade opgeleverd, met uitzondering van de laminaat vloer op de eerste verdieping.


3. de makelaars kosten ad € 2.500,= (excl. btw) zullen worden betaald door Direct Result


Teneinde de schade te beperken, hebben wij de ruimte inmiddels aan een kandidaat huurder aangeboden”.




4.2.4
Direct Result heeft uit deze berichten moeten begrijpen dat [partij A] weliswaar in gesprek was met een potentiële nieuwe huurder voor het pand, maar dat nog niet zeker was of hij er met die kandidaat uit zou komen. Verder blijkt uit het bericht van 19 augustus 2025 dat [partij A] verschillende voorwaarden stelde aan zijn bereidheid om mee te werken aan tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst, waaronder de voorwaarde dat een nieuwe huurder zal worden gevonden.



4.2.5
Aan de door [partij A] gestelde voorwaarden is niet voldaan. Hij heeft tot nu toe geen nieuwe huurder gevonden. Daarnaast antwoordde Direct Result op het bericht van 19 augustus 2025, onder meer, dat zij slechts bereid was om de helft van de genoemde makelaarskosten te betalen. Een formele oplevering van het pand door Direct Result aan [partij A] heeft overigens ook (nog) niet plaatsgevonden, en het staat ter discussie of Direct Result het pand op een behoorlijke manier heeft achtergelaten.



4.2.6
Direct Result stelt zich op het standpunt dat [partij A] wel tegen haar heeft gezegd dat hij definitief een nieuwe huurder had gevonden. Zij heeft echter niet duidelijk gemaakt wanneer [partij A] deze mededeling zou hebben gedaan, terwijl [partij A] betwist dat hij op enig moment te kennen heeft gegeven rond te zijn met een nieuwe huurder. Ook heeft Direct Result niet uitgelegd hoe die vermeende mededeling van [partij A] te rijmen valt met de eerdergenoemde berichten van zijn kant van 14 en 19 augustus 2025, waaruit juist naar voren komt dat hij nog op zoek was naar een nieuwe huurder.



4.2.7
Bovendien heeft Direct Result verschillende keren aan [partij A] gevraagd om toezending van een vaststellingsovereenkomst. Direct Result berichtte de makelaar van [partij A] op 25 juli 2025: “Ik wacht nu nog op de vaststellingsovk vanuit [partij A] om het huurcontract per 1 okt 2025 te ontbinden”. Op 12 september 2025 berichtte zij de makelaar: “Graag ontvang ik vandaag en anders maandag de VSO om deze case te sluiten”. En op 16 september 2025 schreef de gemachtigde van Direct Result aan [partij A]: “we beginnen een beetje ongerust te worden over de toegezegde VSO”. Vast staat dat geen vaststellingsovereenkomst is opgesteld. De herhaalde verzoeken van Direct Result wijzen erop dat (ook) in haar beleving nog geen definitieve regeling was getroffen voor een tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst. Zij heeft ter zitting nog aangevoerd dat haar verzoeken om toezending van een vaststellingsovereenkomst niet zagen op de door haar gewenste beëindiging van de huurovereenkomst, maar op haar verzoek om langer in het pand te mogen verblijven (zie 3.3). Dat standpunt wordt echter gepasseerd. Uit de genoemde e-mails van 25 juli en 12 september 2025 blijkt expliciet dat het Direct Result ging om beëindiging van de huur, en volgens haar eigen laatste akte ging haar e-mail van 16 september 2025 daar ook over.



4.2.8
Nu Direct Result haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.




4.3
Anders dan Direct Result bepleit, is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat [partij A] zich op het voortduren van de huurovereenkomst beroept. Direct Result heeft immers moeten begrijpen dat de huurovereenkomst nog niet ten einde was gekomen. [partij A] heeft er bovendien een redelijk belang bij om Direct Result aan de huurovereenkomst te houden zolang hij nog geen nieuwe huurder heeft gevonden. Ook het beroep van Direct Result op rechtsverwerking en schuldeisersverzuim wordt verworpen, aangezien zij dat beroep niet behoorlijk heeft uitgewerkt.


De huurovereenkomst wordt ontbonden




4.4
De vordering van [partij A] tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen. [partij A] heeft recht op ontbinding van de huurovereenkomst, nu Direct Result tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. Vast staat dat Direct Result de verschuldigde huurtermijnen vanaf september 2025 niet meer heeft betaald.




Direct Result wordt veroordeeld tot ontruiming




4.5
Direct Result wordt veroordeeld om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. Als gevolg van de ontbinding van de huurovereenkomst is zij verplicht om het gehuurde te verlaten met alle zich daarin bevindende personen en zaken, de sleutels af te geven aan [partij A] en het gehuurde vervolgens ontruimd te houden. Voor zover Direct Result al aan deze verplichting heeft voldaan, kan en hoeft zij dat natuurlijk niet nogmaals te doen.


Direct Result moet € 18.847,34 aan huurachterstand betalen




4.6

[partij A] vordert, na wijziging en vermindering van eis, betaling van € 18.847,34 aan verschuldigde huur over de maanden september 2025 tot en met juni 2026. Deze vordering wordt toegewezen. Vast staat dat Direct Result over deze maanden geen huur heeft betaald. Direct Result heeft de hoogte van de over deze maanden gevorderde huur niet betwist.



4.7
Het beroep van Direct Result op schending van de schadebeperkingsplicht door [partij A] wordt verworpen. Direct Result heeft onvoldoende toegelicht waaruit blijkt dat [partij A] zich, naar Direct Result kennelijk meent, onvoldoende heeft ingespannen om een nieuwe huurder te vinden, en welke consequentie dat moet hebben voor zijn vordering.



4.8

[partij A] vordert wettelijke rente over de huurachterstand, welke vordering bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste vordert [partij A] wettelijke rente tot 12 december 2025, die hij kennelijk berekent op € 123,56. Dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen. [partij A] heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe zijn renteberekening is opgebouwd. De hoogte van het tot 12 december 2025 aan wettelijke rente gevorderde bedrag van € 123,56 sluit ook niet aan op de stelling in de dagvaarding (pagina 10) dat de wettelijke rente vanaf de verzuimdata tot 8 januari 2026 € 123,56 bedraagt.
Ten tweede vordert [partij A], na vermindering van eis, wettelijke rente vanaf 1 januari 2026 over een bedrag van € 9.377,75. Dit onderdeel van de vordering is wel toewijsbaar. Het bedrag van € 9.377,75 betreft, naar [partij A] onweersproken heeft gesteld, de som van de huur die is verschuldigd over de maanden september tot en met januari 2025. Direct Result verkeerde op 1 januari 2026 in verzuim met betaling van de huur over deze maanden, aangezien in de huurovereenkomst is bepaald dat de huur voor de eerste dag van de betreffende maand is verschuldigd (artikel 6:83 sub a BW).


Direct Result moet € 1.921,47 aan huur over juli 2026 betalen




4.9

[partij A] vordert dat Direct Result hem vanaf 1 juli 2026 tot aan de dag van ontbinding per maand € 1.921,47 aan verschuldigde huurpenningen moet betalen. De kantonrechter veroordeelt Direct Result om € 1.921,47 aan verschuldigde huur over de maand juli 2026 te betalen. De huurovereenkomst wordt immers ontbonden per vandaag (28 juli 2026) en de verschuldigde huur over juli 2026 is opeisbaar geworden.



4.10
De gevorderde wettelijke rente over deze huurtermijn wordt toegewezen vanaf 1 juli 2026. Direct Result is vanaf die dag met de betaling van deze huurtermijn in verzuim geraakt (zie laatste zin 4.8).


Direct Result moet € 500,11 aan buitengerechtelijke incassokosten vergoeden




4.11

[partij A] vordert betaling van € 500,11 ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt toegewezen. [partij A] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Direct Result heeft dat niet weersproken. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten valt binnen het tarief uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.


Op de betalingsvorderingen van Direct Result komt op grond van verrekening € 4.500,00 in mindering




4.12
Direct Result beroept zich op verrekening van haar schuld aan [partij A] met haar vordering op [partij A] tot terugbetaling van de waarborgsom van € 4.500,00. Dat beroep slaagt.



4.13
Uitgangspunt is dat [partij A] de door Direct Result gestorte waarborgsom aan het einde van de huurovereenkomst volledig moet terugbetalen. [partij A] heeft onvoldoende uitgelegd waarom hij in dit geval de waarborgsom niet, of niet geheel, aan Direct Result hoeft terug te betalen.



4.14

[partij A] voert aan dat er op grond van de huurovereenkomst eerst een eindinspectie moet plaatsvinden, en dat daarna pas beoordeeld kan worden in hoeverre Direct Result recht heeft op terugbetaling van de waarborgsom. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt echter uit de eisen van redelijkheid en billijkheid dat het gegeven dat (nog) geen eindinspectie heeft plaatsgevonden, er in de gegeven omstandigheden niet aan in de weg staat dat [partij A] de waarborgsom moet terugbetalen (artikel 6:248 lid 1 BW). Vast staat namelijk dat Direct Result het pand al geruime tijd geleden heeft verlaten, en dat [partij A] sindsdien ruim de tijd heeft gehad om te inspecteren of de wijze waarop Direct Result het pand heeft achtergelaten aanleiding vormt om de waarborgsom (deels) in te houden. Hoewel [partij A] wel het een en ander heeft aangemerkt op de manier waarop het pand door Direct Result is achtergelaten, heeft hij niet gesteld dat, en voor welk bedrag, hij hierdoor schade heeft geleden die op de waarborgsom in mindering mag worden gebracht. Voor zover [partij A] meent gerechtigd te zijn om enig bedrag op de waarborgsom in te houden, lag het, zoals de kantonrechter hem ter zitting ook heeft voorgehouden, op zijn weg om dat in deze procedure te stellen en te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan.



4.15
De verrekeningsverklaring van Direct Result is opgenomen in haar conclusie van antwoord. Zij heeft daarbij aangegeven haar verbintenis tot betaling van de huur over september 2025 in de verrekening te betrekken. Voor het bedrag van de borg dat hierna nog resteert heeft zij niet aangegeven welke van haar verbintenissen zij in de verrekening betrekt. Voor het restant geldt daarom op grond van artikel 6:137 lid 1 BW de volgorde van toerekening die is aangegeven in de artikelen 6:43 lid 2 en 6:44 lid 1 BW.


De gevorderde vergoeding wegens huurderving vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de ontruiming wordt afgewezen




4.16

[partij A] vordert een vergoeding van € 1.921,47 per maand voor iedere maand of een gedeelte daarvan dat Direct Result vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst nalaat om het gehuurde te ontruimen en aan hem ter beschikking te stellen. Deze vordering wordt afgewezen. Niet ter discussie staat dat Direct Result het pand al heeft verlaten en ter beschikking van [partij A] heeft gesteld. [partij A] heeft ter zitting desgevraagd niet duidelijk gemaakt wat zij in het kader van haar betreffende vordering nog van Direct Result verlangt. De situatie waarin de huurder het gehuurde na het einde van de huurovereenkomst onrechtmatig onder zich houdt waardoor de verhuurder het gehuurde moet missen, zoals bedoeld in artikel 7:225 BW, doet zich hier dus niet voor.


Direct Result wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die [partij A] lijdt vanwege de ontbinding, op te maken bij staat




4.17
De vordering van [partij A] tot veroordeling van Direct Result om de schade te vergoeden die [partij A] lijdt doordat de overeenkomst als gevolg van het tekortschieten van Direct Result wordt ontbonden in plaats van nagekomen, op te maken bij staat, wordt toegewezen. [partij A] heeft op grond van artikel 6:277 BW recht op vergoeding van deze (mogelijke) schade. De hoogte daarvan moet worden vastgesteld in een zogeheten schadestaatprocedure. Deze schade kan nu nog niet worden begroot, aangezien het nog onzeker is of, en zo ja in hoeverre, [partij A] schade lijdt als gevolg van de ontbinding. Dit zal mede afhangen van de vraag wanneer er een nieuwe huurder voor het pand wordt gevonden.


Direct Result wordt veroordeeld in de proceskosten




4.18
Direct Result is grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van [partij A] worden in dit geding begroot op € 1.716,77. Dit bedrag is opgebouwd uit dagvaardingskosten van € 153,77, griffierecht van € 265,00, gemachtigdensalaris van € 1.154,00 (2 punten x € 577,00) en nakosten van € 144,00. Als dit vonnis wordt betekend dan moet Direct Result ook de betekeningskosten vergoeden.


de tegenvordering



De tegenvordering van Direct Result wordt afgewezen




4.19
Direct Result vordert ten eerste primair een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is geëindigd per 1 oktober 2025, en subsidiair om de huurovereenkomst per 1 oktober 2025 te ontbinden. Beide vorderingen worden afgewezen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurovereenkomst niet per 1 oktober 2025 is geëindigd (zie 4.2). De huurovereenkomst wordt op vordering van [partij A] ontbonden per vandaag (zie 4.4). Aan Direct Result komt geen bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst toe, nu zij niet heeft gesteld dat [partij A] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. De rechter kan een huurovereenkomst overigens ook niet met terugwerkende kracht ontbinden, zoals Direct Result beoogt.



4.20
Direct Result vordert ten tweede om [partij A] te veroordelen om de waarborgsom van € 4.500,00 terug te betalen onder verrekening van haar huurschuld over september 2025, te vermeerderen met wettelijke rente. Die vordering wordt ook afgewezen. Haar vordering tot terugbetaling van de waarborgsom is geheel tenietgegaan doordat die is verrekend met haar schuld aan [partij A] (zie 4.12 tot en met 4.15).


Direct Result wordt veroordeeld in de proceskosten




4.21
Direct Result is in het ongelijk gesteld en wordt daarom ook ten aanzien van de tegenvordering in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 577,00 aan gemachtigdensalaris. Daarbij is de helft van het tarief van de punten toegekend, aangezien de tegenvordering is voortgevloeid uit het verweer tegen de vordering.





5De beslissing

De kantonrechter


de vordering



5.1
ontbindt per datum van dit vonnis de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de [adres];



5.2
veroordeelt Direct Result om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken, voor zover die niet het eigendom van [partij A] zijn, te verlaten en te ontruimen en vervolgens ontruimd en verlaten te houden, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en beschikking van [partij A] te stellen;



5.3
veroordeelt Direct Result om € 18.847,34 aan [partij A] te betalen aan huur over de maanden september 2025 tot en met juni 202, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 9.377,75 vanaf 1 januari 2026 tot de dag van volledige betaling;



5.4
veroordeelt Direct Result om € 1.921,47 aan [partij A] te betalen aan huur over de maand juli 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2026 tot de dag van volledige betaling;



5.5
veroordeelt Direct Result om € 500,11 aan [partij A] te betalen ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten;



5.6
bepaalt dat op de bovengenoemde betalingsvorderingen van [partij A] een bedrag van € 4.500,00 in mindering komt, toe te rekenen volgens de volgorde die is vermeld in overweging 4.15;



5.7
veroordeelt Direct Result om de schade te vergoeden die [partij A] lijdt doordat als gevolg van het tekortschieten van Direct Result geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt, te begroten in een schadestaatprocedure;



5.8
veroordeelt Direct Result in de proceskosten, die aan de kant van [partij A] worden begroot op € 1.716,77, te vermeerderen met de kosten van betekening van dit vonnis in het geval betekening plaatsvindt;



5.9
verklaart de bovengenoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;



5.10
wijst het meer of anders gevorderde af;


de tegenvordering




5.11
wijst de vordering af;



5.12
veroordeelt Direct Result in de proceskosten, die aan de kant van [partij A] worden begroot op € 577,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026. (HJB)





Zie randnummer 3.4 van de betreffende akte


Het na wijziging van eis gevorderde bedrag van € 21.392,48 (onderdeel 2 sub B van het petitum) bestaat, zo begrijpt de kantonrechter, uit een bedrag van € 20.768,81 aan huur over september 2025 t/m juni 2026, een bedrag van € 500,11 aan buitengerechtelijke incassokosten en een bedrag van € 123,56 aan wettelijke rente tot 12 december 2025. [partij A] heeft deze vordering ter zitting verminderd met een bedrag van € 1.921,47, omdat in het overzicht waarop hij de vordering had gebaseerd (productie 20 [partij A]) per abuis ook de huur over juli 2026 is meegenomen.


Zie de vorige noot
Link naar deze uitspraak