|
|
|
| ECLI:NL:RBNNE:2026:3412 | | | | | Datum uitspraak | : | 18-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 12-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Nederland | | Zaaknummers | : | 12007048 BU VERZ 25-2527 | | Rechtsgebied | : | Bestuursstrafrecht | | Indicatie | : | Wahv. R550A – ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’. Gegrond beroep. Het standpunt van de vertegenwoordiger dat instemming met digitale handhaving blijkt uit het feit dat het algemeen proces-verbaal in het dossier is gedaan door de medewerker van Beleid en Strategie die ook instemming moet geven, volgt de kantonrechter niet. Het hof heeft over de praktijk tot het arrest geoordeeld dat de werkwijze niet klopte en daarop heeft de CVOM die aangepast. Maar uit dit dossier – en uit de brief van de beleidsmedewerker – blijkt geen instemming en dus is niet verifieerbaar of digitale handhaving in dit geval was toegestaan. De jurisprudentie is duidelijk over dergelijke gevallen: de overtreding kan niet worden vastgesteld. | | Trefwoorden | : | bpm | | | | Uitspraak | RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273988086
zaaknummer: 12007048 BU VERZ 25-2527
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R550A – ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 8 mei 2025, om 19:16 uur, op de Oude Koemarkt in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat in het algemeen proces-verbaal niet staat dat de CVOM heeft ingestemd met digitale handhaving, waardoor de verbalisant niet bevoegd was. Hierbij wordt verwezen naar jurisprudentie van het hof van 15 januari 2026. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3. De vertegenwoordiger stelt dat het beroep ongegrond is, maar verzoekt eventueel om schorsing van het onderzoek om nadere informatie in te winnen.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Uit de door betrokkene aangehaalde jurisprudentie volgt dat instemming van de CVOM nodig is voordat overgegaan kan worden tot digitale handhaving en dat in de gevallen waarin dit niet blijkt uit de op de zaak betrekking hebbende gegevens, de boete niet in stand kan blijven.
6. De vertegenwoordiger legt uit dat het algemeen proces-verbaal wordt gecontroleerd en in het dossier wordt gevoegd door dezelfde medewerker van Beleid en Strategie die de instemming moet geven. Als hij het proces-verbaal doorstuurt, stemt hij dus in met digitale handhaving. Sinds het arrest van 15 januari 2026 wordt de toestemming altijd schriftelijk vastgelegd, maar voorheen ging dat vaak informeel per telefoon of e-mail. De werkwijze is vastgelegd in een brief, die de vertegenwoordiger overlegt.
7. De kantonrechter gaat niet in mee in dit standpunt. Het hof heeft over de praktijk tot het arrest geoordeeld dat de werkwijze niet klopte en daarop heeft de CVOM die aangepast. Maar uit dit dossier – en uit de brief van de beleidsmedewerker – blijkt geen instemming en dus is niet verifieerbaar of digitale handhaving in dit geval was toegestaan. De jurisprudentie is duidelijk over dergelijke gevallen: de overtreding kan niet worden vastgesteld. Het beroep is gegrond.
8. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond verklaart, veroordeelt hij de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene. Hij kent anderhalve punt met een waarde van € 666,00 toe voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van de telefonische hoorzitting en één punt met een waarde van € 934,00 voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe op beide fasen.
8.1.
De berekening is als volgt: (1,5 (procespunt) x € 666,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 241,63.
8.2.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt die inleidende beschikking;
bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 241,63;
verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 15 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:217.
Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.
Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|