Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:5722 
 
Datum uitspraak:17-08-2026
Datum gepubliceerd:20-08-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:615281 HA RK 26-144
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Wrakingszaak. Wraking afgewezen. Twee uitstelverzoeken. De beslissingen om (1) geen uitstel voor de mondelinge behandeling te verlenen en (2) het verzoek om behandeling met gesloten deuren ter zitting te bespreken zijn procesbeslissingen. Uit de aard van de zaak (ontslag op staande voet) en het daarvoor geldende wettelijk kader vloeit een spoedeisende aard voor de mondelinge behandeling voort. Uitgaande van de verhinderdata van verzoekster zou een mondelinge behandeling pas op een termijn van 4 maanden mogelijk zijn. Dat is te lang. De door de rechter gegeven motivering geeft geen blijk van vooringenomenheid. De rechter heeft door verzoekster genoemde klemmende redenen voor uitstel van de mondelinge behandeling niet betrokken in haar afwijzing van het uitstelverzoek. Hierover komt de wrakingskamer geen oordeel toe.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
Beslissing



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


WRAKINGSKAMER

Locatie: Lelystad
Zaaknummer: 615281 HA RK 26-144


Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


17 augustus 2026


op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:



[verzoekster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: verzoekster,
verschenen bij mr. Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht.





1De procedure


1.1.
Verzoekster heeft op 23 juli 2026 mr. I.L. Rijnbout gewraakt. Mr. Rijnbout (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 1226231 UE VERZ 26-266 (hierna: de hoofdzaak).


1.2.
Het wrakingsverzoek is op 3 augustus 2026 behandeld door de wrakingskamer. In verband met de vakantie van mr. Y. Moszkowicz, heeft de zitting plaatsgevonden via Teams. Mr. Y. Moszkowicz is verschenen. Hij heeft het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen.



1.3.
De rechter heeft op 24 juli 2026 een schriftelijke reactie ingediend. Op 31 juli 2026 heeft de rechter een aanvullende reactie ingediend. Verzoekster heeft daar kennis van kunnen nemen.



1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. In de hoofdzaak was een mondelinge behandeling gepland op 28 juli 2026. Bij het bepalen van de datum voor de mondelinge behandeling is door de rechter geen rekening gehouden met de verhinderdata van verzoekster/haar gemachtigde. Volgens de rechter hield dat verband met het spoedeisend karakter van de hoofdzaak. Verzoeker in de hoofdzaak heeft door zijn proceshouding echter niet van spoed laten blijken. Door desondanks geen uitstel te verlenen, wordt volgens verzoekster de voortgang van de procedure geplaatst boven het belang van verzoekster. Verzoekster/haar gemachtigde kon zich niet laten vertegenwoordigen door een derde en zij kon, als de zitting door zou gaan, niet toelichten dat de hoofdzaak met gesloten deuren behandeld moet worden. Aan het verzoek om uitstel om deze klemmende redenen is zonder enige motivering voorbijgegaan. Er heeft geen belangenafweging plaatsgevonden. Het ontbreken van een motivering draagt bij aan de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.



2.2.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. De rechter brengt naar voren dat, uitgaande van de door verzoekster opgegeven verhinderdata, de mondelinge behandeling in de hoofdzaak pas in oktober 2026 zou kunnen plaatsvinden. Gelet op het spoedeisend karakter van de hoofdzaak is dat te laat. Het eerste uitstelverzoek van verzoekster is op 6 juli 2026 gemotiveerd afgewezen. Vervolgens is door verzoekster pas op 21 juli 2026 een tweede uitstelverzoek op dezelfde gronden gedaan. Dit verzoek is daarom, nadat de wederpartij had laten weten niet akkoord te gaan met uitstel van de mondelinge behandeling, zonder motivering afgewezen. De andere verzoeken zouden op de zitting worden besproken. Verzoekster had in de periode tussen 6 juli 2026 en 21 juli 2026 een oplossing kunnen zoeken voor de vervanging ter zitting, maar zij heeft dit nagelaten. Verzoekster is ook niet in overleg getreden met de wederpartij in de hoofdzaak om tot een oplossing te komen. De gronden met betrekking tot het ontbreken van de spoedeisendheid en het bewaken van de vertrouwelijkheid zijn pas in het wrakingsverzoek naar voren gebracht. De rechter heeft hier dus bij de beoordeling van de uitstelverzoeken geen rekening mee kunnen houden.






3De beoordeling
Het toetsingskader


3.1.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.


Het oordeel van de wrakingskamer




3.3.
Het eerste uitstelverzoek van verzoekster was niet gemotiveerd. Dit verzoek is door de rechter op 6 juli 2026 gemotiveerd afgewezen. Verzoekster heeft daarop op 21 juli 2026 een tweede uitstelverzoek gedaan om klemmende redenen. De aangevoerde klemmende redenen betreffen een verzoek om behandeling met gesloten deuren en de onmogelijkheid van verzoekster en haar gemachtigde (die samenvallen in mr. Y. Moszkowicz) om op de zitting te verschijnen. De rechter heeft het tweede verzoek om uitstel zonder nadere motivering afgewezen en partijen meegedeeld dat de overige verzoeken van verzoekster ter zitting besproken zouden worden. Deze beslissingen vormen het uitgangspunt voor de beoordeling door de wrakingskamer.



3.4.
De beslissingen van de rechter om (i) geen uitstel van de mondelinge behandeling te verlenen en om (ii) het verzoek om behandeling met gesloten deuren ter zitting te bespreken zijn procesbeslissingen. Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een procesbeslissing als zodanig nooit een reden kan vormen voor wraking, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. De wrakingskamer mag ook geen oordeel geven over de juistheid van de procesbeslissing van de rechter. Dat kan alleen worden gedaan door de rechter in hoger beroep.



3.5.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering grond kan vormen voor wraking, ook als het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is alleen anders als de motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten (bijvoorbeeld door de bewoordingen in de motivering) niet anders kan worden begrepen dan als een uiting van vooringenomenheid van de rechter die de motivering heeft gegeven.



3.6.
De hoofdzaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer van verzoekster. Zulke zaken worden behandeld door de kantonrechter. Op grond van artikel 7:686a lid 5 van het Burgerlijk Wetboek vangt de mondelinge behandeling van een dergelijke zaak niet later aan dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend. In die zin heeft de hoofdzaak een spoedeisend karakter.



3.7.
Op grond van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken kanton, handel en voorzieningenrechter kan de kantonrechter bij de vaststelling van de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling, uit oogpunt van een goede procesorde, voorbijgaan aan de opgave van een te groot aantal verhinderdata door partijen. Een eventueel uitstelverzoek moet schriftelijk worden gedaan. Uit het procesreglement volgt verder – voor zover van belang – dat in de hoofdzaak uitstel alleen zou kunnen worden verleend op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen. Het verzoek om uitstel om klemmende redenen moet worden gemotiveerd.



3.8.
De rechter heeft bij het bepalen van de zittingsdatum geen rekening gehouden met door partijen opgegeven verhinderdata met als motivering: het spoedeisend karakter van de hoofdzaak in combinatie met de lange periode van verhindering van verzoekster/haar gemachtigde. De wrakingskamer overweegt dat, rekening houdend met de door verzoekster opgegeven verhinderdata, de mondelinge behandeling in de hoofdzaak pas ongeveer 4 maanden na de indiening van het verzoekschrift zou kunnen plaatsvinden. Zelfs ermee rekening houdend dat in de opgegeven periode de zomervakantie valt, oordeelt de wrakingskamer dat deze door de rechter gegeven motivering geen blijk geeft van vooringenomenheid, mede gelet op het in 3.6 weergegeven wettelijk kader.



3.9.
De wrakingskamer overweegt verder het volgende. Verzoekster heeft in haar tweede uitstelverzoek als klemmende reden aangevoerd dat vervanging van haar gemachtigde onmogelijk is. Ook heeft verzoekster als klemmende reden genoemd “bereidheid tot medewerking”. De rechter heeft een en ander niet, althans niet kenbaar, betrokken in haar afwijzing van het uitstelverzoek. Gelet op het in 3.4. en 3.5 geschetste toetsingskader komt de wrakingskamer hierover geen oordeel toe. Hetzelfde geldt voor de beslissing van de rechter om het verzoek om de hoofdzaak achter gesloten deuren te behandelen, pas op de mondelinge behandeling te bespreken.



3.10.
Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar wrakingsverzoek nog verwezen naar een beslissing van deze wrakingskamer van 20 april 2018. Die vergelijking gaat niet op. In die zaak had de gewraakte rechter bij het bepalen van de zittingsdatum het procesreglement niet gerespecteerd. Gelet daarop had hij zijn beslissing volgens de wrakingskamer moeten motiveren. Van het niet respecteren van het procesreglement is in deze zaak echter geen sprake.



3.11.
De conclusie is dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijst.






4De beslissing
De wrakingskamer:


4.1.
wijst het wrakingsverzoek af;



4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;



4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer 1226231 UE VERZ 26-266 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, en mr. J.G. Nicholson en
mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. R. Dijkman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2026.


de griffier de voorzitter


De griffier is niet in de gelegenheid


deze beslissing mede te ondertekenen




Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.






ECLI:NL:HR:2018:1413.


ECLI:NL:RBMNE:2018:1684.
Link naar deze uitspraak