|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:7502 | | | | | Datum uitspraak | : | 13-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 21-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | BRE 26/827 | | Rechtsgebied | : | Socialezekerheidsrecht | | Indicatie | : | afwijzing WIA-aanvraag, niet verzekerd (geen werknemer, ontving bijstandsuitkering). | | Trefwoorden | : | bijstandsuitkering | | | uitkering | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/827 WIA
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een uitkering op grond van de Wet werk en arbeid naar arbeidsvermogen (WIA). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 1 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met als eerste ziektedag 1 juli 2012. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 8 september 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 januari 2026 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens het UWV mr. H.M. van Gent deelgenomen. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. Volgens het UWV heeft eiser geen recht op een WIA-uitkering, omdat hij op 1 juli 2012 niet verzekerd was voor de WIA. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet eiser als werknemer aan te merken zijn. Uit het dossier is gebleken dat eiser vanaf 24 januari 2012 een bijstandsuitkering van de gemeente Breda ontvangt. Op 1 juli 2012 was eiser geen werknemer. Hierdoor was hij niet verzekerd voor een werknemersverzekering en dus ook niet voor een WIA-uitkering. Eiser ontving op dat moment namelijk een bijstandsuitkering.
Het standpunt van eiser
4. Eiser stelt dat ten onrechte geen WIA-uitkering is toegekend. Het UWV heeft vastgesteld dat hij ziek is en dat er medische klachten en bewijzen aanwezig zijn. Eiser heeft al geruime tijd ernstige gezondheidsklachten die hem beperken in zijn functioneren en arbeid.
Waar gaat deze zaak over?
5. Het UWV ontkent niet dat eiser klachten heeft. Echter, hij heeft niet als werknemer de wachttijd van 104 weken volgemaakt. Eiser betwist niet dat hij op 1 juli 2012 geen werknemer was en ook niet dat hij op dat moment een bijstandsuitkering ontving. Eiser voert alleen aan dat hij arbeidsongeschikt is.
Heeft het UWV terecht de aanvraag van eiser voor een WIA-uitkering afgewezen?
6. Wil een betrokkene aanspraak maken op een WIA-uitkering, dan moet in elk geval aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: (1) De betrokkene moet op het moment van ziekmelding verzekerde arbeid hebben verricht en (2) de wachttijd van 104 weken moet na de eerste ziektedag volgelopen zijn. Anders gezegd, er moet een eerste ziektedag zijn aan te wijzen, eiser moet op die dag als werknemer verzekerd zijn geweest en hij moet daarna de wachttijd hebben volgemaakt. Dit volgt uit de dwingend geformuleerde tekst van artikel 23, eerste lid, van de WIA.
7. Nu eiser een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering, ligt het in beginsel op zijn weg om aan de hand van objectieve en controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij recht op uitkering heeft. Dit brengt met zich mee dat eiser aannemelijk dient te maken dat op zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag een dienstbetrekking bestond tussen hem en een werkgever of dat hij een WW-uitkering ontving. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Bovendien heeft het UWV een document van Suwinet overgelegd waaruit blijkt dat eiser op moment van zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag een bijstandsuitkering ontving. De rechtbank volgt het UWV dan ook in het standpunt dat aan de voorwaarden van artikel 23, eerste lid, van de WIA in het geval van eiser niet is voldaan. Dat eiser al geruime tijd ernstige gezondheidsklachten heeft, leidt niet tot een ander oordeel.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier, op 13 augustus 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|