|
|
|
| ECLI:NL:CBB:2026:387 | | | | | Datum uitspraak | : | 18-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 24-08-2026 | | Instantie | : | College van Beroep voor het bedrijfsleven | | Zaaknummers | : | 25/577 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd vanwege persoons- en bedrijfsgegevens en de manier waarop namens de minister de inspectie, de controle en het toezicht wordt uitgeoefend. | | Trefwoorden | : | energie-investeringsaftrek | | | investeringsaftrek | | Wetreferenties | : | Algemene wet bestuursrecht 8:29
| | | | Uitspraak | beslissing
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/577
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] ( [naam 1] )
en de
minister van Klimaat en Groene Groei
(gemachtigde: mr. M. Wullink)
Procesverloop
[naam 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 11 juni 2025. In dit besluit heeft de minister het bezwaar van [naam 1] tegen de afwijzing van de door [naam 1] gevraagde energie-investeringsaftrek-verklaring ongegrond verklaard.
De minister heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
- Bijlage 1: Verslag technische vergadering (7 mei 2024);
- Bijlage 4: Voorstel code herzien 251116 (2023);
- Bijlage 5: Voorstel verwijderen techniek (2025);
- Bijlage 6: Voorstel opname op milieulijst (2017);
- Bijlage 7: Verslag technische vergadering (7 juni 2022).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. M.P. Glerum opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. Volgens de minister zien de gelakte onderdelen op de inspectie, controle en het toezicht door bestuursorganen als bedoeld in
artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d van de Wet open overheid (Woo) en bedrijfsnamen van andere aanvragers.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de minister er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
3 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken met de naam bijlage 1, 4, 5, 6, en 7 gerechtvaardigd is. Het betreft de volgende delen van de stukken: In bijlage 1 en 7 zijn delen weggelakt die betrekking hebben op de manier waarop namens de minister de inspectie, de controle en het toezicht wordt uitgeoefend in andere zaken dan waarop het Woo-verzoek van [naam 1] betrekking heeft. In bijlage 4 is een naam van een persoon weggelakt. In bijlage 5 is een bedrijfsnaam weggelakt. In bijlage 6 zijn enkele (bedrijfs)namen, persoons- en adresgegevens gelakt. Al deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat een onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door [naam 1] niet noodzakelijk is om zijn standpunten toereikend te kunnen bepleiten.
4 Het College kan alleen met toestemming van de andere partij mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. [naam 1] wordt verzocht uiterlijk op de zitting van zijn beroep die gepland staat voor 25 augustus 2026 kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken bijlage 1, 4, 5, 6, en 7 uitspraak doet op het beroep.
Beslissing
De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken bijlage 1, 4, 5, 6, en 7 gerechtvaardigd is;
- verzoekt [naam 1] om uiterlijk op de zitting van zijn beroep die gepland staat voor 25 augustus 2026 aan het College kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken bijlage 1, 4, 5, 6, en 7 uitspraak doet op het beroep.
Deze beslissing is genomen op 18 augustus 2026 door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. E.M.M.A. Driessen, griffier.
w.g. M.P. Glerum w.g. E.M.M.A. Driessen | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|