Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:8495 
 
Datum uitspraak:18-08-2026
Datum gepubliceerd:27-08-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11922981 CV FORM 25-141 11922981 CV FORM 25-141
Rechtsgebied:Internationaal privaatrecht
Indicatie:X heeft via Booking een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond vermeld dat de accommodatie vlak bij het strand was, maar bij aankomst bleek dat niet zo te zijn. Booking heeft een deel van de betaling terugbetaald, maar eiser verzoekt (namens X) dat Booking het overige deel ook terugbetaalt. De kantonrechter oordeelt dat Booking het restant moet terugbetalen, met rente.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
huurovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter

Zaaknummer / rekestnummer: 11922981 \ CV FORM 25-14164


Beschikking van
18
augustus 2026


in de zaak van



[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] (België ),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,

tegen


BOOKING.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Booking,
procederend in persoon.



De zaak in het kort



[naam] heeft via Booking een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond vermeld dat de accommodatie vlak bij het strand was, maar bij aankomst bleek dat niet zo te zijn. Booking heeft een deel van de betaling terugbetaald, maar [verzoeker] verzoekt (namens [naam] ) dat Booking het overige deel ook terugbetaalt. De kantonrechter oordeelt dat Booking het restant moet terugbetalen, met rente. Dat wordt hierna uitgelegd.




1De verdere procedure


1.1.
Bij tussenvonnis van 10 juli 2026 is Booking in de gelegenheid gesteld om toe te lichten en met stukken te onderbouwen welke informatie zij vóór 17 augustus 2025 had over de accommodatie, of met welke feiten en omstandigheden over deze accommodatie zij bekend was.



1.2.
Booking heeft op 21 juli 2026 een akte met producties ingediend.



1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De verdere beoordeling


2.1.
De kantonrechter blijft bij wat zij in de tussenbeschikking van 10 juli 2026 heeft geoordeeld.

Wanprestatie en dwaling



2.2.

[verzoeker] heeft aangevoerd dat Booking de overeenkomst – met betrekking tot de huur van accommodatie ‘ [accomodatie] ’ in Griekenland – niet is nagekomen en dat sprake is van dwaling, zodat de overeenkomst op grond daarvan ontbonden of vernietigd moet worden. De kantonrechter volgt [verzoeker] daar niet in. Booking heeft namelijk bemiddeld bij de huurovereenkomst, maar is daar geen directe partij bij de huurovereenkomst.


Oneerlijke handelspraktijk



2.3.
Het betoog van [verzoeker] dat Booking (onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij) een oneerlijke handelspraktijk heeft verricht, volgt de kantonrechter wel. Daarvoor is het volgende redengevend.



2.4.
In de wet is bepaald dat een handelaar onrechtmatig jegens een consument handelt indien hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is. Van een dergelijke oneerlijke handelspraktijk is sprake als een handelaar handelt (a) in strijd met de vereisten van professionele toewijding en (b) het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. Een handelspraktijk is in het bijzonder oneerlijk indien (onder meer) een handelaar een misleidende handelspraktijk verricht (als bedoeld in de artikelen 6:193c tot en met 6:193g BW).



2.5.
Vast staat dat Booking (en de aanbieder) handelaar is. Het is aannemelijk dat [naam] de overeenkomst als consument heeft gesloten. Hij heeft de boeking immers gemaakt voor een vakantie. Op de verhouding zijn de wettelijke bepalingen van een oneerlijke handelspraktijk dus van toepassing.



2.6.
Verder staat vast dat de informatie over de locatie van de accommodatie die op de website van Booking was vermeld op het moment dat [naam] de boeking maakte, niet klopte. Booking heeft dan ook feitelijk onjuiste informatie aan [naam] verstrekt.



2.7.
Volgens artikel 6:193c lid 1 BW is het verstrekken van foutieve informatie een misleidende handelspraktijk. Booking heeft de stelling van [verzoeker] dat [naam] onder meer op grond van de foutieve informatie de boeking heeft gemaakt, niet weersproken. Hetzelfde geldt voor [verzoeker] stelling dat [naam] de accommodatie niet had geboekt als hij had geweten dat die was gelegen in het binnenland in plaats van 30 meter van de zee. [naam] is door de foutieve informatie dan ook misleid. Bovendien heeft Booking gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Booking heeft dus een oneerlijke handelspraktijk verricht. Ongeacht de eventuele aansprakelijkheid van de aanbieder heeft Booking dus onrechtmatig gehandeld jegens [naam] en is zij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk.


Geen beroep op aansprakelijkheidsbeperking

2.8. De wet bepaalt dat als, op grond van een oneerlijke handelspraktijk, onrechtmatig door een handelaar is gehandeld, de handelaar aansprakelijk is voor de schade die door dat handelen is ontstaan, tenzij hij bewijst dat dit niet aan zijn schuld is te wijten en ook niet op een andere grond voor zijn rekening komt.



2.9.
Booking beroept zich erop dat zij als online platform niet aansprakelijk is voor de onjuiste informatie. Daarom moet beoordeeld worden of Booking een beroep kan doen op de aansprakelijkheidsbeperking die geldt voor online platforms. De kantonrechter oordeelt dat Booking daar in dit geval geen beroep op kan doen. Dat wordt hierna uitgelegd.


2.10.
Voor zover relevant bepaalt artikel 6 van de Verordening 2022/2065 van 19 oktober 2022 (ofwel Digitale Service Act, hierna: DSA) als volgt:
“1. Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstaanbieder niet aansprakelijk voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de dienstaanbieder:
a. niet daadwerkelijk kennis heeft van de illegale activiteit of illegale inhoud en, wanneer het een vordering tot schadevergoeding betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit de illegale activiteit of de illegale inhoud duidelijk blijkt; of
b. zodra hij dergelijke kennis of dergelijk besef krijgt, prompt handelt om de illegale inhoud te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

(…)


3. Lid 1 is niet van toepassing op de consumentenbeschermingsrechtelijke aansprakelijkheid van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand met handelaren te sluiten, wanneer een dergelijk onlineplatform de specifieke informatie toont of anderszins de betrokken specifieke transactie mogelijk maakt op een wijze die een gemiddelde consument zou doen geloven dat de informatie of het (de) in de transactie aan de orde zijnd(e) product of dienst wordt verstrekt door het onlineplatform zelf dan wel door een afnemer van de dienst die op gezag of onder toezicht van de dienstaanbieder handelt.“



2.11.
Zoals reeds in rechtsoverweging 4.9 van de tussenbeschikking is overwogen doet zich geen situatie voor zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 DSA. Dat Booking de betaling heeft geïncasseerd, maakt dit niet anders. In de algemene voorwaarden van Booking is namelijk bepaald dat Booking de betaling alleen beheert. Dit betekent dat Booking het geld ontvangt en daarna aan de aanbieder overdraagt. Dit doet Booking vanuit haar bemiddelende rol, zodat zij geen directe contractspartij wordt. Dat de manier waarop Booking de informatie heeft getoond of de boeking mogelijkheid heeft gemaakt, zodanig is dat de gemiddelde consument zou geloven dat de informatie of de aangeboden dienst wordt verstrekt door Booking zelf, waardoor de hiervoor bedoelde aansprakelijkheidsbeperking niet van toepassing is, is dan ook niet gebleken.



2.12.
Vervolgens zal beoordeeld moeten worden of Booking voldoet aan de in artikel 6 lid 1 sub a en b DSA genoemde voorwaarden voor aansprakelijkheidsbeperking. Het is aan Booking die een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking doet om te stellen en bij betwisting ervan te bewijzen, dat zij aan deze voorwaarden voldoet. Daarvoor is in dit geval van belang dat Booking onderbouwt dat zij voor of op het moment van de boeking, niet bekend was met de onjuiste informatie.



2.13.
Booking heeft daarover desgevraagd toegelicht dat zij de locatie van het verblijf op 1 april 2026 heeft gecorrigeerd. Dit heeft zij onderbouwd door de boekingsbevestiging (met daarop een kaart waarop de speld in een straat in het centrum, direct naast de zee, is geplaatst) en een schermopname van de locatie van de accommodatie zoals die momenteel wordt getoond (waarop de speld op de kaart is weergeven in een meer landinwaarts gelegen straat) over te leggen.



2.14.
Hiermee heeft Booking onvoldoende onderbouwd dat zij aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub a en b DSA heeft voldaan. Immers, er is geen enkele informatie verstrekt over wat bij Booking al dan niet bekend was over (de locatie van) de accommodatie voorafgaand aan de boeking daarvan door [naam] . Zo had Booking kunnen toelichten per wanneer zij de accommodatie is gaan aanbieden, hoe vaak deze al via haar geboekt is, of zij eerder klachten heeft ontvangen (over de onjuistheid van de locatie) of andere feiten of omstandigheden kunnen noemen. De gegevens over de bekendheid met de informatie liggen immers in het domein van Booking. Booking heeft dit, hoewel zij daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid is gesteld, nagelaten. Daarmee is onvoldoende onderbouwd of aan de voorwaarde dat Booking niet daadwerkelijk kennis had van de onjuistheid van de informatie en geen kennis had van feiten en omstandigheden waaruit die onjuistheid duidelijk blijkt, is voldaan.



2.15.
Bovendien leidt de kantonrechter uit de toelichting die Booking heeft gegeven af dat aan de tweede voorwaarde van artikel 6, eerste lid DSA niet is voldaan. Booking heeft de informatie namelijk pas op 1 april 2026 (dus zo’n 7,5 maand na de klacht van [verzoeker] ) gewijzigd, en dat is niet snel genoeg.



2.16.
Gelet op het voorgaande komt Booking geen beroep toe op de in artikel 6 eerste lid DSA geregelde aansprakelijkheidsbeperking. Dat Booking ondanks de oneerlijke handelspraktijk niet aansprakelijk kan worden gesteld, is dan ook onvoldoende gebleken.


Schadevergoeding



2.17.

[naam] heeft schade geleden doordat hij iets anders heeft gekregen dan wat was overeengekomen. De vraag is of het (hele) boekingsbedrag als schade toe te rekenen is aan Booking als gevolg van de foutieve informatie. Niet in geschil is dat [verzoeker] meteen bij aankomst bij de accommodatie de boeking heeft geannuleerd vanwege de ligging en er ook geen moment gebruik van heeft gemaakt. [verzoeker] heeft met foto’s onderbouwd gesteld dat het verblijf in de ‘middle of nowhere’ lag, naast een huis in aanbouw, hetgeen niet is weersproken. Deze schade is verder ook niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter is de gevorderde schade dan ook (mede) toerekenbaar aan Booking.



2.18.
De gevorderde (terug)betaling van het restant van het boekingsbedrag, namelijk € 2.408,-, wordt dan ook als schadevergoeding toegewezen. Zoals gevorderd zal Booking dit bedrag moeten betalen op het rekeningnummer waarvan de boeking betaald is. De kantonrechter gaat er van uit dat dit rekeningnummer bij Booking bekend is. De gevorderde wettelijke rente over de schade wordt toegewezen als gevorderd.


De proceskosten



2.19.
Booking is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Booking worden begroot op: € 257,-, bestaande uit het griffierecht (€ 257,-).

3. De beslissing


De kantonrechter



3.1.
veroordeelt Booking om aan [verzoeker] te betalen:
a. € 2.408,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 7 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling,



3.2.
veroordeelt Booking in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 257,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier op
18 augustus 2026.
64183




Artikel 6:193b Burgerlijk Wetboek (BW).


artikel 6:193j BW.



Artikel 6:193j lid 2 BW.
Link naar deze uitspraak