|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2026:8813 | | | | | Datum uitspraak | : | 02-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 08-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | C/13/773126 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | vorderingen wegens overtreding van non-concurrentieafspraken en geheimhoudingsbeding, en wegens het ontvangen van steekpenningen (kickbacks) – vraag of sommatie-eis buiten toepassing moet blijven en boetes moeten worden gematigd – als tegeneis gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde heeft meegewerkt aan bewijsbeslag en gevorderd verbod tot het executeren van dwangsommen | | Trefwoorden | : | arbeidsconflict | | | arbeidsovereenkomst | | | burgerlijk wetboek | | | huurovereenkomst | | | huurovereenkomsten | | | koopovereenkomst | | | koopovereenkomsten | | | perceel | | | waterschap | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/773126 / HA ZA 25-1327
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
1EUROTOP HOLDING B.V.,
te Apeldoorn,
hierna te noemen: EuroTop,2. SOMNIUM RECREATIE B.V.,
te Apeldoorn,
hierna te noemen: Somnium,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
advocaat: mr. J.L.M. Wonders,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
advocaat: mr. A. Fuijkschot.
1De kern van de zaak en de beslissing
1.1.
EuroTop heeft vakantieparkenexploitant Droomparken gekocht en eist in deze zaak nagenoeg 4 miljoen euro van [gedaagde 1] , één van de (indirecte) verkopers. Volgens EuroTop heeft [gedaagde 1] non-concurrentieafspraken en het geheimhoudingsbeding geschonden en daarnaast steekpenningen (kickbacks) ontvangen van [naam 1] , een zakenrelatie van Droomparken. [gedaagde 1] spreekt de vordering tegen.
1.2.
De rechtbank geeft EuroTop gelijk dat [gedaagde 1] bij de ontwikkeling van twee concurrerende vakantieparken betrokken is geweest, en een werknemer van Droomparken voor zijn nieuwe onderneming heeft laten werken. Daarbij heeft [gedaagde 1] ook gebruik gemaakt van informatie over Droomparken. Voor deze drie overtredingen moet [gedaagde 1] boetes aan EuroTop betalen, die de rechtbank matigt tot € 450.000.
1.3.
De rechtbank neemt daarnaast aan dat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] kickbacks van [naam 1] in ontvangst hebben genomen. [gedaagde 2] moet als voorschot € 193.340 aan Somnium betalen.
1.4.
[gedaagde 1] vraagt op zijn beurt een verklaring dat hij heeft meegewerkt aan het tweede bewijsbeslag en een verbod voor EuroTop om dwangsommen te innen in verband daarmee. Hierin geeft de rechtbank hem gelijk.
1.5.
De rechtbank legt in dit vonnis uit hoe zij tot deze en andere beslissingen is gekomen.
2De procedure
2.1.
Het [naam 13] van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 februari 2026 en de daarin genoemde stukken;
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juni 2026 en de in dat proces-verbaal genoemde stukken.
2.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
3De feiten
Met betrekking tot de overname en de gemaakte non-concurrentieafspraken
3.1.
EuroTop behoort tot het concern dat onder het label EuroParcs vakantieparken exploiteert.
3.2.
[gedaagde 1] was aandeelhouder in Droomparken Holding B.V. (Droomparken) voor een belang van 4,99% en was sinds 2011 verkoopleider binnen de Droomparken-groep. [gedaagde 2] is een persoonlijke vennootschap van [gedaagde 1] .
3.3.
Droomparken exploiteerde 15 vakantieparken onder het label ‘Droomparken’.
3.4.
Somnium is een dochtervennootschap van Droomparken en het vehikel van de Droomparken-groep waarmee recreatiewoningen worden verkocht.
3.5.
EuroTop heeft bij overeenkomst van 3 juni 2020 (hierna: de Koopovereenkomst) alle aandelen in Droomparken gekocht. De aandelen zijn op 7 juli 2020 aan EuroTop geleverd.
3.6.
[gedaagde 1] was indirect, vanwege zijn aandelenbelang, één van de verkopers en heeft ongeveer € 3 miljoen van de totale koopprijs van € 92 miljoen ontvangen.
3.7.
Andere verkopers waren, voor zover van belang, [naam 2] (hierna: [naam 2] ) en [naam 3] (hierna: [naam 3] ).
3.8.
In artikel 13 lid 1 van de Koopovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen, dat mede bestaat uit een anti-ronselbeding (b en c). Voor een overtreding van dit beding is een boetebeding met sommatie-eis opgenomen (lid 3). Lid 1 luidt:
“In verband met de in deze Overeenkomst beschreven Transactie verbinden elk van Verkoper, (…), [naam 2] , [naam 3] , (…) [gedaagde 1] (…) zich jegens Koper om, en zullen zij ervoor zorgdragen dat aan hen Gelieerde Partijen gedurende de in Artikel 13.2 genoemde op ieder van hen van toepassing zijnde periode, direct noch indirect, in welke vorm of hoedanigheid dan ook (anders dan ten behoeve van één of meer van de Groepsvennootschappen):
(a) binnen Nederland, België en voormalig West-Duitsland, medewerking verlenen aan, in dienst zijn van, diensten verlenen aan, bestuurder, manager, adviseur of consultant zijn van, verschaffer zijn van vermogen, enig belang hebben in of anderszins betrokken zijn bij een onderneming die concurreert met de activiteiten van de Groep, zijnde het ontwikkelen en exploiteren van vakantieparken;
(b) afnemers, klanten, leveranciers of andere bij de Groep betrokken personen ertoe te bewegen hun contacten met een Groepsvennootschap te verbreken, te beëindigen of te wijzigen; en/of
(c) werknemers of contractanten die daaraan gelijk te stellen zijn (zoals zzp-ers) van de Groep te benaderen, over te halen of ertoe te bewegen hun arbeidsovereenkomst of enige andere relatie met de Groep te verbreken, te beëindigen of te wijzigen, waarbij contact met dergelijke partijen wel is toegestaan voor zover zulk contact plaatsvindt in de gebruikelijke sociale kring van betrokkenen en op geen enkele wijze betrekking heeft op (hun relatie met) de Groep.”
Lid 3 van dit artikel luidt:
“Ingeval van overtreding van een in Artikel 13.1 genoemde verplichting dient Koper een schriftelijke sommatie te sturen aan de overtredende Partij, en indien de overtreding niet binnen vijf Werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke sommatie wordt opgeheven, verbeurt de overtredende Partij aan Koper een direct opeisbare boete van:
(…) (b) EUR 75.000, vermeerderd met een bedrag van EUR 5.000 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, in het geval van de personen genoemd in Artikel 13.2(b),
onverminderd het recht van Koper op (aanvullende) schadevergoeding.”
Voor [gedaagde 1] geldt dit verbod voor een periode van negen maanden na levering van de aandelen (lid 2), en dus tot 8 april 2021.
3.9.
In artikel 15 van de Koopovereenkomst is een geheimhoudingsbeding voor vertrouwelijke informatie opgenomen, waarvan lid 1 luidt:
“Iedere Partij zal geheimhouding betrachten en vertrouwelijke informatie niet gebruiken, vermenigvuldigen, of aan een derde openbaren, betreffende:
(a) de bepalingen van deze Overeenkomst of een daaruit voortvloeiende of verband houdende overeenkomst;
(b) de onderhandelingen welke betrekking hebben op deze Overeenkomst;
(c) een Partij bij deze Overeenkomst.”
Partij is in de Koopovereenkomst gedefinieerd als: koper of verkoper.
3.10.
Aan het slot van de Koopovereenkomst heeft [gedaagde 1] getekend “Als blijk van gebondenheid aan het bepaalde in Artikel 13, Artikel 15 en Artikel 19 (als ware deze persoon Partij)”.
3.11.
Op 5 augustus 2020 heeft [naam 2] , via zijn holdingmaatschappij, een overeenkomst gesloten met betrekking tot de aankoop van (de aandelen in) Camping De Loswal te Maurik (hierna: De Loswal). In deze overeenkomst is levering bepaald op 1 april 2021.
3.12.
Op 1 oktober 2020 heeft [naam 2] , via zijn holdingmaatschappij, een overeenkomst gesloten met betrekking tot de aankoop van Caravanpark Nieuw Loosdrecht te Loosdrecht (hierna: Nieuw Loosdrecht). In deze overeenkomst is levering bepaald op 8 april 2021.
3.13.
Na de Droomparkentransactie is [gedaagde 1] nog enige tijd als verkoopleider bij Droomparken-groep betrokken geweest op basis van een mondelinge overeenkomst van opdracht met Somnium. De managementfee die [gedaagde 1] voor deze werkzaamheden ontving, werd betaald aan zijn vennootschap [gedaagde 2] . Deze overeenkomst is op 1 november 2020 beëindigd, waarna [gedaagde 1] nog tot en met 31 december 2020 is doorbetaald.
3.14.
In februari 2021 ontstond een arbeidsconflict tussen Droomparken en één van haar medewerkers, accountmanager aftersales [naam 4] (hierna: [naam 4] ). Het conflict ontstond tijdens de opzegtermijn, [naam 4] had haar contract bij brief van 8 januari 2021 opgezegd.
3.15.
Op de zakelijke computer van [naam 4] heeft Droomparken vervolgens informatie aangetroffen die verband houdt met De Loswal en Nieuw Loosdrecht, en daarnaast ook een verslag van een gesprek op 12 januari 2021 waarin de naam Loswal voorkomt en waarin als aanwezigen staan vermeld:
“Aanwezig: [naam 4] , rb], [gedaagde 1] , rb], [naam 5] , rb], [naam 3] , rb]
Afwezig: [naam 2] , rb]”
De in het gespreksverslag vermelde [naam 5] (hierna: [naam 5] ) was tot 31 december 2020 werkzaam voor Droomparken (als zzp’er).
3.16.
Bij verzoekschrift van 9 maart 2021 heeft EuroTop verlof gevraagd om ten laste van [gedaagde 1] conservatoir bewijsbeslag te leggen op correspondentie en andere bescheiden. Nadat de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland op 15 maart 2021 het verlof had verleend (Verlofbeschikking 1), is de deurwaarder (onder anderen vergezeld van ICT-specialisten van Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V.) op 18 maart 2021 naar de woning van [gedaagde 1] gegaan om beslag te leggen (Beslag 1). Volgens het door de deurwaarder opgemaakte proces-verbaal heeft [gedaagde 1] geen medewerking verleend en was het niet mogelijk zonder wachtwoorden, toegangscodes, et cetera toegang te krijgen tot de mobiele telefoon en laptop van [gedaagde 1] .
3.17.
Bij brief van 18 maart 2021 stelde de raadsman van EuroTop zich op het standpunt dat [gedaagde 1] in strijd met artikel 13 en 15 van de Koopovereenkomst had gehandeld door onder meer betrokken te zijn bij de ontwikkeling en/of exploitatie van De Loswal en Nieuw Loosdrecht en (oud-)werknemers van Droomparken te benaderen, waaronder [naam 4] en [naam 5] . In de brief staat: “Onderhavige brief behelst tevens de schriftelijke sommatie als bedoeld in artikel 13.3 van de Koopovereenkomst (…)”.
3.18.
EuroTop heeft op 19 maart 2021 de verbeurte van de - maximaal in de Verlofbeschikking 1 voorziene - dwangsommen van € 20.000 aangezegd. [gedaagde 1] heeft die betaald.
3.19.
Na verdere correspondentie tussen de advocaten van partijen heeft EuroTop op 23 maart 2021 opnieuw verlof tot beslaglegging verzocht, wat de voorzieningenrechter op 30 maart 2021 heeft verleend (Verlofbeschikking 2). De inhoud van de Verlofbeschikking 2 komt in essentie overeen met de Verlofbeschikking 1, met als verschil onder meer dat de dwangsommen zijn verhoogd naar € 200.000.
3.20.
Op 8 april 2021 is de deurwaarder (onder anderen vergezeld door ICT-specialisten van Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V.) opnieuw naar de woning van [gedaagde 1] gegaan om conservatoir bewijsbeslag te leggen (Beslag 2). Volgens het proces-verbaal van de deurwaarder is het volgende voorgevallen. [gedaagde 1] heeft aan de deurwaarder een mobiele telefoon en laptop met de toegangscodes overhandigd, waarna deze zijn geopend en bleek dat de laptop voor het laatst op 15 december 2020 was gebruikt. [gedaagde 1] heeft verklaard dat hij geen andere laptop of ander apparaat had, maar alleen zijn telefoon gebruikte. Vervolgens heeft de deurwaarder de data veiliggesteld op een harde schijf, deze in gerechtelijke bewaring gegeven aan Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. en de telefoon en laptop aan [gedaagde 1] teruggegeven.
3.21.
[gedaagde 1] is op 13 april 2021 middellijk bestuurder en medeaandeelhouder geworden van zowel De Loswal als Nieuw Loosdrecht. De aandelen in beide zijn namelijk op die datum geleverd aan [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ), een vennootschap die op diezelfde datum is opgericht door haar aandeelhouders [gedaagde 1] , [naam 2] en [naam 5] , die tevens ( [gedaagde 1] via [gedaagde 2] en [naam 2] en [naam 5] via hun respectievelijke holdingmaatschappijen) tot bestuurder zijn benoemd. In geval van Nieuw Loosdrecht heeft deze overdracht middellijk plaatsgevonden, via de vennootschap Residentie Nieuw Loosdrecht B.V., waar [bedrijf 3] bestuurder en enig aandeelhouder van is.
3.22.
In een door EuroTop tegen [gedaagde 1] aanhangig gemaakt kort geding heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank op 2 juni 2021 (onder meer) bepaald dat [gedaagde 1] afschrift van althans inzage in bescheiden moet verstrekken die verband houden met de gestelde schendingen van Koopovereenkomst.
3.23.
In september en oktober 2022 zijn op verzoek van EuroTop in het kader van een voorlopig getuigenverhoor bij deze rechtbank verschillende getuigen gehoord, onder wie [gedaagde 1] , [naam 4] en betrokkenen bij de overdracht van De Loswal en Nieuw Loosdrecht.
3.24.
Bij brief van 15 juli 2024 hebben EuroTop en Somnium aan [gedaagde 1] (onder meer) geschreven dat het erop lijkt dat hij aan de tweede beslaglegging niet de noodzakelijke medewerking heeft verleend, omdat gebleken is dat hij belangrijke bescheiden niet in bewaring heeft gegeven. Hierbij delen EuroTop en Somnium mee dat aldus dwangsommen van € 200.000 zijn verbeurd.
Met betrekking tot [naam 1]
3.25. (
Wijlen) [naam 1] (hierna: [naam 1] ) was (via zijn vennootschap [bedrijf 1] GmbH) een Duitse verkoopagent en zakenrelatie van Somnium die jarenlang recreatiewoningen van Droomparken verkocht aan klanten op de Duitse markt. [gedaagde 1] was als verkoopleider van Droomparken betrokken bij deze zakenrelatie.
3.26.
[naam 6] , de dochter van [naam 1] , stuurde [gedaagde 1] per e-mail van 5 februari 2021 als bijlage een lijst getiteld “Liste [gedaagde 1]”. Op de lijst staan letter-cijfer-combinaties die volgens beide partijen corresponderen met vakantiewoningen op parken van Droomparken, steeds onder de titel “Ankauf vom” gevolgd door een datum tussen “29.05.20” en “30.06.20”. Vervolgens staan in één van de daaropvolgende kolommen getiteld “Höhe” en “fällig” bedragen vermeld van € 5.000, € 7.500 of € 10.000. Daarnaast staan op de lijst verschillende auto’s vermeld, waaronder Porsche Carrera 5 en Lamborghini Urus, met in de daarop volgende kolom getiteld ‘bereits geleistet” bedragen van € 30.000 respectievelijk € 50.000 en (bij de Porsche Carrera 5) onder “Anmerkungen”: “Verrechtnet mit SV E79, J246, J 265 (Ankauf v. 29.05.20)” welke cijfer-letter-combinaties corresponderen met vakantiewoningen op de parken die door [naam 1] zijn verkocht. De Liste Jost is integraal in dit vonnis opgenomen onder 5.64.
Procedure [bedrijf 1] GmbH tegen Somnium en EuroParcs
3.27.
[bedrijf 1] GmbH heeft een procedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter van de rechtbank Gelderland tegen Somnium en andere EuroParcs-vennootschappen en zij vordert daarin onder andere betaling van provisies en schadevergoeding wegens niet nagekomen provisieafspraken in verband met de verkoop van kavels en chalets. Somnium heeft deze vordering betwist, onder meer met het standpunt dat [gedaagde 1] van [naam 1] steekpenningen heeft ontvangen, onder verwijzing naar de Liste [gedaagde 1] .
3.28.
Bij tussenvonnis van 11 oktober 2023 heeft de kantonrechter geoordeeld dat Somnium moet bewijzen dat tussen [gedaagde 1] en [naam 1] / [bedrijf 1] GmbH afspraken zijn gemaakt over het betalen van steekpenningen aan [gedaagde 1] en daaraan ook uitvoering is gegeven door [naam 1] / [bedrijf 1] GmbH.
3.29.
In een tussentijds hoger beroep van Somnium heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 25 februari 2025 de gegeven bewijsopdracht in stand gelaten. In het arrest overweegt het gerechtshof: “Voor het hof is volstrekt onduidelijk waar de bedragen op de ‘Liste [gedaagde 1] ’ vandaan komen, waar ze voor bedoeld waren, of welke afspraken daaraan ten grondslag liggen.”
3.30.
Nadat het hof de zaak ter verdere behandeling naar de kantonrechter had verwezen, zijn op grond van het tussenvonnis, getuigenverhoren gehouden.
3.31.
Bij eindvonnis van 10 juni 2026 heeft de kantonrechter geoordeeld dat Somnium niet is geslaagd in de aan haar opgedragen bewijslevering en zijn de vorderingen van [bedrijf 1] GmbH grotendeels toegewezen.
Sepot in strafprocedure tegen [gedaagde 1] en [naam 6]
3.32.
Bij brief van 5 juni 2025 heeft het Openbaar Ministerie Aken (Duitsland) bericht dat het onderzoek naar omkoping in het zakelijk verkeer tegen [gedaagde 1] en [naam 6] is geseponeerd, omdat het niet mogelijk is om met de voor een aanklacht vereiste zekerheid het feit te bewijzen.
Conservatoir beslag
3.33.
Bij beschikking van 2 oktober 2025 heeft de voorzieningenrecht EuroTop en Somnium verlof verleend voor het leggen van conservatoir (derden)beslag. Daarbij is de vordering van EuroTop op [gedaagde 1] begroot op € 3.892.250 en de vordering van Somnium op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op € 763.300. Het beslag is op 6 oktober 2025 daadwerkelijk gelegd (hierna: het Conservatoir beslag).
4Het geschil
de vordering (in conventie)
4.1.
EuroTop en Somnium vorderen - samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
Schending Koopovereenkomst:
i. De Loswal: [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van primair € 795.000, althans subsidiair € 180.000, althans meer subsidiair € 155.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander in verband met de overtreding van artikel 13.1 onder a Koopovereenkomst door betrokken te zijn bij een onderneming die concurreert met de activiteiten van de Droomparken-groep, te weten De Loswal;
Caravanpark Nieuw Loosdrecht: [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van primair € 715.000, althans subsidiair € 180.000, althans meer subsidiair € 155.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander in verband met de overtreding van artikel 13.1 onder a Koopovereenkomst door betrokken te zijn bij een onderneming die concurreert met de activiteiten van de Droomparken-groep, te weten Caravanpark Nieuw Loosdrecht;
[naam 4] : [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van primair € 525.000, althans subsidiair € 180.000, althans meer subsidiair € 155.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander in verband met de overtreding van artikel 13.1 onder c Koopovereenkomst door [naam 4] te hebben benaderd, overgehaald of ertoe bewogen haar arbeidsovereenkomst met de Droomparken-groep te verbreken, te beëindigen of te wijzigen;
[naam 5] : [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van primair € 865.000, althans subsidiair € 180.000, althans meer subsidiair € 155.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander in verband met de overtreding van artikel 13.1 onder c Koopovereenkomst door H. [naam 5] te hebben benaderd, overgehaald of ertoe bewogen zijn relatie met de Droomparken-groep te verbreken, te beëindigen of te wijzigen;
Ronseling klanten: [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van een bedrag van primair € 415.000, althans subsidiair € 75.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander in verband met de overtreding van artikel 13.1 onder b Koopovereenkomst door klanten van de Droomparken-groep ertoe te hebben bewogen hun contacten met een Groepsvennootschap te verbreken, te beëindigen of te wijzigen;
Beslagkosten: [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan EuroTop van de kosten van het beslag van € 32.362,99 (incl. btw);
Schadevergoeding: voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] toerekenbaar tekort is geschoten in de naleving van zijn verplichtingen onder de Koopovereenkomst, althans onrechtmatig heeft gehandeld, en dat EuroTop daardoor schade heeft geleden, en [gedaagde 1] te veroordelen tot vergoeding van schade aan EuroTop, nader op te maken bij staat en inhoudende dat de schade zal worden begroot op het bedrag van de door de tekortkoming behaalde winst of een gedeelte daarvan;
Kickbacks:
te verklaren voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst, althans onrechtmatig hebben gehandeld, althans zichzelf ongerechtvaardigd hebben verrijkt door het ontvangen van kickbacks;
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding alvast van een deel van de schade die het gevolg is van het ontvangen van kickbacks aan Somnium van € 611.154, zijnde de kickbacks die [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] in de periode 29 mei 2020 tot en met 30 juni 2020 in ontvangst heeft genomen, te vermeerderen met het bedrag dat dit voorschot te boven gaat, nader op te maken bij staat en inhoudende dat de schade zal worden begroot op het bedrag van de door de tekortkoming behaalde winst of een gedeelte daarvan;
Proceskosten:
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding.
4.2.
Zoals al uit de vorderingen blijkt stellen EuroTop en Somnium dat [gedaagde 1] het non-concurrentiebeding, het anti-ronselbeding en het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en daarnaast kickback-vergoedingen heeft ontvangen.
4.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. [gedaagde 1] heeft de non-concurrentieafspraken en het geheimhoudingsbeding niet geschonden en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben geen kickback-betalingen ontvangen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van EuroTop en Somnium.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
de tegenvordering (in reconventie)
4.5.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen - samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
onvoorwaardelijk
I. te verklaren voor recht dat [gedaagde 1] zijn volledige medewerking aan Beslag 2 heeft verleend en dat hij (dus) geen dwangsom(men) uit Verlofbeschikking 2 heeft verbeurd.
EuroTop te verbieden om jegens [gedaagde 1] tot executie van de aangezegde dwangsommen ad € 200.000,- uit Verlofbeschikking 2 over te gaan, op straffe van een dwangsom van € 2.000.000,-.
EuroTop te veroordelen in de kosten van het geding in reconventie.
voorwaardelijk
het Conservatoir beslag ten laste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op te heffen.
4.6.
Zoals al uit de vorderingen blijkt stelt [gedaagde 1] dat hij volledige medewerking aan Beslag 2 heeft verleend. De vordering tot opheffing van het Conservatoir beslag wordt ingesteld onder de voorwaarde dat de vorderingen in conventie tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tegen hen beiden of tegen één van hen worden afgewezen. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bestaan die vorderingen niet.
4.7.
EuroTop en Somnium voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
de vordering (in conventie)
Overtredingen van het non-concurrentiebeding (13 lid 1 sub a)
5.1.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde 1] het non-concurrentiebeding (artikel 13 lid 1 sub a) uit de Koopovereenkomst heeft overtreden door - kort gezegd - tijdens de periode waarin het beding gold betrokken te zijn bij het ontwikkelen van De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Hiertoe is het volgende redengevend.
Uitleg van het beding
5.2.
Om een overtreding van het non-concurrentiebeding vast te stellen, moet eerst worden vastgesteld welke handeling onder dat beding valt en dus verboden is. Dat is een kwestie van uitleg van het beding, en daarover verschillen partijen van mening. De uitleg van een overeenkomst hangt af van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs eraan mochten toekennen en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Ook bij commerciële contracten gesloten tussen professionele partijen is de Haviltex-maatstaf leidend, maar kan een groter gewicht worden toegekend aan de taalkundige betekenis van gekozen bewoordingen. Dat geldt vooral als de bepaling zorgvuldig tot stand is gekomen onder juridisch deskundige bijstand. Er is dan immers niet voor niets een bepaalde formulering gehanteerd. Overige omstandigheden van het geval, zoals de aannemelijkheid van een rechtsgevolg, kunnen echter meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis prevaleert.
5.3.
In het non-concurrentiebeding (zie 3.8) staat samengevat dat [gedaagde 1] zich verbindt om gedurende negen maanden, direct noch indirect, in welke vorm of hoedanigheid dan ook betrokken te zijn bij een onderneming die zich bezighoudt met activiteiten die concurreren met de activiteiten van de groep (Droomparken), “zijnde het ontwikkelen en exploiteren van vakantieparken”. Vanwege dat laatste citaat is volgens [gedaagde 1] alleen het verrichten van beide activiteiten samen - het ontwikkelen én exploiteren - verboden. De taalkundige focus van [gedaagde 1] op het woord “en” verliest echter de strekking van het beding als geheel uit het oog. De uitleg van [gedaagde 1] dat alleen beide activiteiten samen verboden zouden zijn, zou namelijk betekenen dat [gedaagde 1] één van beide activiteiten wel en zelfs onbeperkt zou mogen verrichten. Dan zou hij dus onbeperkt vakantieparken kunnen ontwikkelen zolang hij deze parken maar niet ook zou exploiteren, of andersom. Daarmee zou [gedaagde 1] het non-concurrentiebeding eenvoudig kunnen omzeilen en zou het beding in feite worden uitgehold. Dat kan niet de bedoeling van partijen bij het beding zijn geweest en kan dus ook niet als redelijke uitleg daarvan worden aanvaard.
5.4.
De uitleg van EuroTop dat het verrichten van één van beide activiteiten, bijvoorbeeld het ontwikkelen van vakantieparken zonder dat al sprake is van exploitatie, al onder het beding valt en dus verboden is, is daarentegen wel redelijk. Uit de tekst van het beding als geheel volgt namelijk de bedoeling dat [gedaagde 1] op geen enkele wijze betrokken mag zijn bij activiteiten die concurreren met de activiteiten van Droomparken. De tekst “zijnde het ontwikkelen en exploiteren van vakantieparken” houdt daarbij een nadere omschrijving in van de activiteiten van Droomparken. Omdat de bedoeling van het beding is dat [gedaagde 1] op geen enkele wijze betrokken mag zijn bij dergelijke activiteiten, mag hij dat ook niet zijn bij één van die activiteiten. Ook het enkele ontwikkelen van vakantieparken is dus verboden onder het beding.
5.5.
[gedaagde 1] heeft daarnaast (subsidiair) aangevoerd dat alleen betrokkenheid bij meer dan één vakantiepark verboden is, vanwege de meervoudsvorm “vakantieparken”. Ook die uitleg is geen redelijke uitleg, omdat [gedaagde 1] daarbij opnieuw focust op één woord en de bedoeling van het beding als geheel miskent. Die bedoeling is dat [gedaagde 1] zich van iedere betrokkenheid bij concurrerende activiteiten moet onthouden. Dat betekent dus ook dat [gedaagde 1] niet betrokken mag zijn bij activiteiten ten aanzien van één enkel vakantiepark.
5.6.
Deze uitleg volgt ook uit de leden 4 en 6 van artikel 13:
Lid 4:
“(…) Als uitzondering op de in Artikel 13.1 genoemde verplichtingen staat het [naam 17] vrij om na een periode van zes maanden na de Leveringsdatum één park of camping te kopen en te exploiteren.”
Lid 6
(…) Het bepaalde in dit Artikel 13 geldt niet voor de huidige activiteiten van [naam 2] , zijnde camping de [naam camping] , waarbij het hem niet is toegestaan de activiteiten buiten de normale bedrijfsvoering uit te breiden gedurende de periode waarbinnen dit Artikel 13 op hen van toepassing is voor zover die uitbreiding een inbreuk zou vormen op dit Artikel 13. (…)”
5.7.
Een uitzondering wordt gemaakt om daarmee van de regel af te wijken. In de genoemde leden wordt het twee van de verkopers als uitzondering op het non-concurrentiebeding toegestaan om activiteiten te verrichten ten aanzien van één park of camping. Deze uitzondering impliceert dus de regel dat activiteiten ten aanzien van één park of camping verboden zijn.
5.8.
Tenslotte heeft [gedaagde 1] betoogd dat het non-concurrentiebeding geen betrekking kan hebben op een camping, omdat een vakantiepark volgens de Van Dale een park met bungalows betreft met extra attracties zoals – gelet op de vakantieparken van Droomparken - een zwembad, supermarkt, indoorspeeltuin, sport- en spelfaciliteiten en een sauna. Ook hierbij geldt dat deze beperkte uitleg zich niet verhoudt met de uitzondering voor campings waar [naam 2] en [naam 17] al bij betrokken waren of zouden raken ten tijde van het aangaan van de Koopovereenkomst (zie 5.6). Daarnaast geldt dat door Droomparken onbetwist is gesteld dat haar onderneming er juist uit bestond om campings op te kopen en die te ontwikkelen tot een vakantiepark met bungalows en luxe voorzieningen. Een uitleg die erop neerkomt dat slechts verboden is betrokken te zijn bij een dergelijk reeds bestaand bungalowpark verhoudt zich daarmee niet en maakt bovendien de verwijzing naar “ontwikkeling” zinledig.
5.9.
Kortom, het is [gedaagde 1] onder het non-concurrentiebeding ook verboden om betrokken te zijn bij het ontwikkelen van een camping tot een bungalowpark.
Overtredingen van het verbod
5.10.
[gedaagde 1] heeft dit verbod tijdens de geldingsduur overtreden met betrekking tot De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Hiervoor zijn de hieronder weergegeven feiten van belang.
De Loswal
5.11.
Het gespreksverslag van 12 januari 2021, dat als volgt luidt:
“Aanwezig: [naam 4] , rb], [gedaagde 1] , rb], [naam 5] , rb], [naam 3] , rb]
Afwezig: [naam 2] , rb]
Huurovereenkomst
[naam 3] stelt voor om de overeenkomst van de RECRON-voorwaarden te gebruiken als format en dan niet aansluiten bij de RECRON. Ook willen we de bestaande huurovereenkomst van de loswal ontvangen zodat deze vergeleken worden. Droomparken - EuroParcs - loswal naast elkaar leggen en beslissing nemen.
Beheer en Verhuurovereenkomst
Overeenkomst van Somnium gebruiken als basis. Deze omvormen tot een nieuwe.
Koopovereenkomst grond
Koopovereenkomst Droompark Marina Strandbad als voorbeeld nemen omdat dit laatste versie bij Droomparken is geweest. Dit in verband met water en beschoeiing van het park wat vergelijkbaar is. Algemene Bepalingen en Parkreglement zijn enorm uitgebreid. Eigen notaris kiezen. [naam 5] stelt voor Pels Rijcken in Apeldoorn. Voorstel om 3 notarissen uit te kiezen en offertes op te vragen. [gedaagde 1] heeft de volledige koopovereenkomsten van Marina Strandbad geprint ontvangen om door te lezen.
Voorbeeld EuroParcs is ook geprint meegegeven. Positieve punten bundelen en eigen versie laten maken.
Server hoofdkantoor Beekbergen
[naam 3] is bezig met een bedrijf die een Server voor internet en werkomgeving kan creëren voor het kantoor in Beekbergen. [gedaagde 1] stelt voor om meer licenties aan te vragen zodat [gedaagde 1] / [naam 5] / [naam 4] ook kunnen werken vanuit het kantoor in Beekbergen .
Verkoopbevestigingen
Overeenkomst van Somnium gebruiken als basis. Deze omvormen tot een nieuwe.
Bouwtekeningen [bedrijf 2]
1e concepten zijn absoluut niet naar wens. Vervolg afspraak is gemaakt op donderdag 14 januari 10.00 uur. Deadline moet wel zijn om de basistekeningen eind januari gereed te hebben!”
5.12.
Op 22 december 2020 heeft ingenieursbureau BOOT (hierna: BOOT) een vergunning voor de modernisering van De Loswal aangevraagd bij de gemeente Buren.
5.13.
Op 23 februari 2021 mailde [naam 7] van BOOT aan [gedaagde 1] :
“Door de gemeente en Rijkswaterstraat (i.c.m. Waterschap) zijn aanvullende vragen gesteld op de ingediende vergunningaanvraag.
(…)
Als Input heb ik nodig:
Oude kabel- en leidingtekeningen
Oude indelingsplan (…)”
5.14.
EuroTop heeft een ondertekende verkoopbevestiging aangetroffen ten aanzien van De Loswal d.d. 26 januari 2021, inhoudende dat [naam 8] en [naam 9] een
zogenoemde cube (een chalet van [bedrijf 2] ) hebben aangekocht.
5.15.
Op 30 januari 2021 mailde [naam 4] met [gedaagde 1] in cc aan [naam 10] (hierna: [naam 10] ):
"Om het dossier compleet te maken heb ik de verkoopbevestiging opgesteld. Deze tref je aan in de bijlage. Zou jij deze getekend retour willen sturen?"
Bijgevoegd was een verkoopbevestiging, gedateerd 21 januari 2021, waarbij [naam 10] van
De Loswal een chalet zou kopen.
5.16.
[naam 4] mailde aan [gedaagde 1] op 31 januari 2021:
"Heb [naam 10] , rb] gezegd dat die op e-mailadres moet letten. Voor nu alles verwijderd bij DP [Droomparken, rb]."
5.17.
EuroTop heeft drie actielijsten genaamd “Dashboard Maurik” aangetroffen, van respectievelijk 3 februari 2021, 12 februari 2021 en 20 april 2021. Op de eerste actielijst, die [naam 4] mailde aan onder meer [gedaagde 1] en [naam 5] , komt de naam [gedaagde 1] ( [gedaagde 1] , rb) 27 keer voor.
De Loswal en Nieuw Loosdrecht
5.18.
[naam 11] van [bedrijf 2] heeft in zijn getuigenverhoor verklaard:
“Eind 2020 heeft [gedaagde 1] met ons contact opgenomen voor het bestellen van chalets. Hij wilde graag handel hebben. Die waren niet voor Europarcs of Droomparken. Ik wist niet voor welk park dit wel was. Dat was voor hemzelf ook niet helemaal helder. Pas later werd duidelijk dat het was voor parken in Maurik en Loosdrecht. Ik denk dat het rond februari/maart 2021 voor ons duidelijk werd.
Uiteindelijk heb ik chalets geleverd voor Maurik. Volgens mij was dat half april 2021.”
5.19.
[naam 15] van [bedrijf 2] heeft in zijn getuigenverhoor verklaard:
“ [gedaagde 1] nam ergens eind 2020 contact met ons op, hij wilde dat wij ruimte reserveerden voor chalets. (…)”
5.20.
Een medewerker van Rabobank mailde op 19 april 2021 aan [gedaagde 1] :
"In aansluiting op ons gesprek 13 januari jl. en ons telefoongesprek van 16 en 19 april jl. zou ik je volgens afspraak informatie opvragen voor het klantwordingsproces, openen rekening-courant, onderbrengen verzekeringen en op termijn gevraagde financiering. Tijdens ons kennismakingsgesprek hebben jullie aangeven om te kijken naar een financieringsaanvraag van ca. 50% van de marktwaarde van het aan te kopen vakantiepark. (…)
Een kopie oprichtingsakte of statuten De Loswal B.V., [bedrijf 3] B.V. en Residentie Nieuw Loosdrecht B.V."
Nieuw Loosdrecht
5.21.
[naam 12] (van Van de Loosdrecht Makelaars), heeft in zijn getuigenverhoor verklaard:
"Op 1 oktober 2020 hebben de heer en mevrouw [naam 13] de overeenkomst getekend. Er is daarna een grensgeschil ontstaan. Daar zijn ook vragen over gesteld. Ik heb de hulp van mijn collega de heer [naam 14] daarbij ingeroepen. Er heeft bij ons op kantoor een gesprek plaatsgevonden. Op 15 december 2020 vond bij ons op kantoor het eerste gesprek met [gedaagde 1] en [naam 2] plaats. Ik had voor die tijd nooit de naam [gedaagde 1] gehoord. Ik weet niet waarom hij mee was of wat zijn betrokkenheid was. Het tweede gesprek vond plaats op 13 januari 2021. Daarbij waren [gedaagde 1] , [naam 2] en de verkopers aanwezig. Ook dit gesprek vond plaats op ons kantoor. Naar aanleiding daarvan is de aanvullende overeenkomst gesloten."
Overwegingen rechtbank
5.22.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde 1] tijdens de geldingsduur van het non-concurrentiebeding actief betrokken was bij de ontwikkeling van De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Hij was klaarblijkelijk onderdeel van de onderneming die deze vakantieparken via de holdingvennootschap van [naam 2] kocht en - al voorafgaand aan de daadwerkelijke overdracht - ontwikkelde. Hij heeft in dat verband ook zelf rechtshandelingen verricht zoals het reserveren en bestellen van chalets voor De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Die handelingen hebben geen vrijblijvend karakter meer. Daardoor kan [gedaagde 1] niet worden gevolgd in zijn standpunt dat zijn betrokkenheid was beperkt tot oriëntatie of onderzoek naar ontwikkelmogelijkheden voor de periode na afloop van zijn concurrentiebeding.
5.23.
Voor zijn standpunt dat hij geen overtreding heeft begaan voert [gedaagde 1] nog enkele redenen aan. Zo wijst hij er op dat in het beding wordt gesproken over een onderneming die de verboden activiteiten verricht, en dat hij niet bij een dergelijke onderneming betrokken is geweest omdat hij pas na de afloopdatum van het beding juridisch eigenaar van de vakantieparken is geworden. Dit verweer faalt. [gedaagde 1] miskent ten eerste dat De Loswal en Nieuw Loosdrecht ten tijde van de betrokkenheid van [gedaagde 1] ondernemingen waren, en ten tweede dat het beding iedere betrokkenheid van [gedaagde 1] verbiedt en dus niet de eis van eigenaarschap van die ondernemingen stelt.
5.24.
[gedaagde 1] wijst er daarnaast op dat de beide vakantieterreinen (als camping en caravanpark) op dat moment niet als een vakantiepark zoals van Droomparken kwalificeerden omdat zij qua karakter, voorzieningen en uitstraling daarvan geheel verschilden en dus niet met Droomparken concurreerden. Ook dit verweer faalt. De activiteiten waar [gedaagde 1] bij betrokken was waren er namelijk wel degelijk op gericht om De Loswal en Nieuw-Loosdrecht te veranderen in vakantieparken zoals die van Droomparken en dus op het ontwikkelen van met Droomparken concurrerende ondernemingen. Dit volgt alleen al uit het feit dat daarvoor meteen luxe chalets werden gereserveerd en dat men de overeenkomsten die EuroTop gebruikte als voorbeeld wilde gebruiken voor de eigen overeenkomsten. Bovendien heeft EuroTop onbetwist aangevoerd dat de onderneming van Droomparken juist draait om het verwerven van bijvoorbeeld een camping om deze vervolgens te ontwikkelen tot een vakantiepark volgens haar format. Ook in die zin is er dus sprake van concurrerende activiteiten.
5.25.
Kortom, [gedaagde 1] heeft het non-concurrentiebeding overtreden door zijn betrokkenheid bij de ontwikkeling van De Loswal en Nieuw-Loosdrecht. Daarmee is sprake van twee verschillende overtredingen. De rechtbank stelt de eerste datum waarop [gedaagde 1] de overtredingen heeft begaan vast op 31 december 2020, vanwege de genoemde verklaring dat [gedaagde 1] “eind december” contact opnam met [bedrijf 2] voor het reserveren van chalets die bestemd waren voor De Loswal en Nieuw Loosdrecht.
anti-ronselbeding medewerkers (artikel 13 lid 1 sub c): [naam 4] en [naam 5]
5.26.
De rechtbank stelt voorop dat de uitleg van het anti-ronselbeding (zie 3.8) niet in geschil is. [gedaagde 1] heeft zich verbonden om gedurende negen maanden, direct noch indirect, in welke vorm of hoedanigheid dan ook werknemers of zzp-ers van de Groep (Droomparken) te benaderen, over te halen of ertoe te bewegen hun (arbeids)relatie met Droomparken te verbreken, te beëindigen of te wijzigen. Hieraan heeft [gedaagde 1] zich met betrekking tot medewerker [naam 4] niet gehouden. Hiervoor zijn de volgende feiten van belang.
Werkzaamheden [naam 4]
5.27.
[naam 4] was blijkens het gespreksverslag (zie. 5.11) aanwezig bij de bijeenkomst van 12 januari 2021, waarbij ook is gesproken over het verkrijgen van een licentie zodat zij ook op het kantoor te Beekbergen kan werken.
5.28.
EuroTop heeft actielijsten genaamd Dashboard Maurik aangetroffen, van respectievelijk 3 februari 2021, 12 februari 2021 en 20 april 2021. Op de eerste actielijst van 3 februari 2021, die [naam 4] mailde aan onder meer [gedaagde 1] en [naam 5] , komt de naam [naam 4] ( [naam 4] , rb) meerdere keren voor. Zo staat haar naam bij:
“Horeca huurovk: contract opstellen met de horecapachter, huurovereenkomsten
(…)
Koopovereenkomsten: Geheel nieuwe overeenkomst maken in NL en DUI
(…)
CRM Systeem: Keuze maken voor een nieuw CRM systeem”
5.29.
Op 28 januari 2021 mailde [naam 4] aan [naam 15] van [bedrijf 2] :
“(…) Zou jij de planning willen sturen van Maurik en Loosdrecht. Begreep van [gedaagde 1] dat er circa 25 op staan. Zou graag de weeknummers en chassisnummers over willen nemen in de bouwplanning.
Graag deze e-mail vertrouwelijk behandelen. (…)”
5.30.
Op 9 februari 2021 mailde [naam 4] aan [naam 16] van Hacienda El Sueno (een Spaans onderdeel van Droomparken dat buiten de overname van Droomparken is gebleven):
“(…) Ik heb nu trouwens 2 mailadressen.
Gelieve die van Droomparken niet gebruiken. Zij weten niet dat ik voor dit project werk !
Daarom heb ik [e-mailadres]
Beetje lastig en verwarrend. Sorry! (…)”
5.31.
Op 30 januari 2021 mailde [naam 4] met [gedaagde 1] in cc aan [naam 10] :
"Om het dossier compleet te maken heb ik de verkoopbevestiging opgesteld. Deze tref je aan in de bijlage. Zou jij deze getekend retour willen sturen?"
Bijgevoegd was een verkoopbevestiging, gedateerd 21 januari 2021, waarbij [naam 10] van
De Loswal een chalet zou kopen.
5.32.
[naam 4] mailde aan [gedaagde 1] op 31 januari 2021:
"Heb [naam 10] , rb] gezegd dat die op e-mailadres moet letten. Voor nu alles verwijderd bij DP [Droomparken, rb]."
Overwegingen rechtbank
5.33.
Uit voorgaande feiten volgt dat [naam 4] in de opzeggingsperiode van haar dienstverband bij Droomparken - een periode die ook viel binnen de geldingsduur van het voor [gedaagde 1] geldende anti-ronselbeding - gedurende langere tijd in samenwerking met [gedaagde 1] werkzaamheden heeft verricht, die niet ten dienste stonden van Droomparken, maar ten dienste van De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Zo stelde zij de actielijsten en de bouwplanning voor De Loswal op, en onderhield zij contact met de bouwonderneming die chalets voor De Loswal en Nieuw Loosdrecht zou gaan leveren en met kopers daarvan. Ook volgt daaruit dat [naam 4] zich ervan bewust was dat zij werkzaamheden verrichtte die niet ten dienste stonden van Droomparken en dat dat geheim moest blijven, blijkens haar mededeling in verband met haar twee e-mailadressen: “Gelieve die van Droomparken niet gebruiken. Zij weten niet dat ik voor dit project werk !” en haar mededeling: “Heb [naam 10] , rb] gezegd dat die op e-mailadres moet letten. Voor nu alles verwijderd bij DP [Droomparken, rb].”
5.34.
Of de opzegging door [naam 4] van haar arbeidsovereenkomst geheel uit haar eigen koker kwam (zoals [gedaagde 1] aanvoert) of dat [gedaagde 1] haar daartoe heeft aangezet (zoals EuroTop betoogt), kan in het midden blijven. Nu [naam 4] terwijl zij nog in dienst was van Droomparken werkzaamheden is gaan verrichten ten behoeve van de ontwikkeling van De Loswal en Nieuw Loosdrecht - en dus voor met Droomparken concurrerende ondernemingen - is dat te beschouwen als een (feitelijke) wijziging van haar arbeidsrelatie met Droomparken. Het is niet voor niets dat [naam 4] deze werkzaamheden voor Droomparken verborgen wil houden.
5.35.
Dat [gedaagde 1] daarmee niets te maken zou hebben gehad, zoals zowel hij als [naam 4] hebben verklaard, is volstrekt ongeloofwaardig. Deze verklaringen die erop neerkomen dat [naam 4] op eigen initiatief én pas vanaf 1 juli 2021 iets voor [gedaagde 1] is gaan doen, zijn gelet op voorgaande feiten aantoonbaar onjuist. Uit de weergegeven e-mails volgt het beeld dat [naam 4] communicatie onderhoudt met leveranciers en potentiële kopers van De Loswal en Nieuw Loosdrecht en [gedaagde 1] - die daardoor niet zelf zichtbaar met hen hoeft te communiceren - daarvan op de hoogte houdt. Het kan niet anders dan dit op verzoek van dan wel in samenspraak met [gedaagde 1] zo is ingericht en dus is er sprake van ronselen en overtreding van het daartoe strekkende verbod uit de Koopovereenkomst.
5.36.
De rechtbank stelt de eerste datum waarop [gedaagde 1] deze overtreding heeft begaan vast op 12 januari 2021, de datum van het overleg over de ontwikkeling van De Loswal waaraan [naam 4] deelnam.
[naam 5]
5.37.
Dat [gedaagde 1] het anti-ronselbeding ook met betrekking tot [naam 5] heeft overtreden, kan niet worden vastgesteld. [naam 5] heeft als zzp-er tot 31 december 2020 werkzaamheden in opdracht voor Droomparken verricht. Dat [gedaagde 1] de hand heeft gehad in het beëindigen van die opdracht of dat hij [naam 5] heeft geronseld om tijdens de opdrachtrelatie met EuroTop/Droomparken werkzaamheden voor De Loswal of Nieuw Loosdrecht te verrichten, blijkt uit niets. EuroTop stelt daarvoor ook niets. Zij volstaat met het feit dat [naam 5] in april 2021 via [bedrijf 3] mede-eigenaar werd van De Loswal en Nieuw Loosdrecht. Dat is niet voldoende.
Anti-ronselbeding klanten (artikel 13 lid 1 sub b)
5.38.
Dat [gedaagde 1] het relatiebeding uit de overeenkomst heeft overtreden met betrekking tot klanten van Droomparken, kan ook niet worden vastgesteld.
5.39.
In het beding (zie 3.8) staat kort gezegd dat [gedaagde 1] zich verbindt om gedurende negen maanden, direct noch indirect, in welke vorm of hoedanigheid dan ook klanten van de Groep (Droomparken) ertoe te bewegen hun contacten met Droomparken te verbreken, te beëindigen of te wijzigen.
5.40.
Vastgesteld kan worden dat via [naam 4] - en met medeweten van [gedaagde 1] - contact is gelegd met [naam 10] over een aankoop van twee chalets voor De Loswal. Anders dan EuroTop stelt kan echter niet worden aangenomen dat als dat niet was gebeurd, [naam 10] dan een chalet bij één van de entiteiten van de Droomparken-groep zou hebben afgenomen. [gedaagde 1] heeft immers onbetwist aangevoerd dat [naam 10] eerder ook al huisjes had gekocht op andere parken dan Droomparken. Evenmin is gesteld dat [naam 10] huisjes bij Droomparken heeft verkocht of anderszins zijn relatie met Droomparken heeft beëindigd of gewijzigd nadat hij een koopovereenkomst sloot voor huisjes op De Loswal. Overtreding van het anti-ronselbeding ten aanzien van klanten, komt dus niet vast te staan.
Tussenconclusie: drie overtredingen
5.41.
De tussenconclusie is dat [gedaagde 1] drie overtredingen van de Koopovereenkomst heeft begaan, namelijk twee overtredingen van het non-concurrentiebeding en één overtreding van het anti-ronselbeding.
Boetes
5.42.
Vervolgens moet worden bepaald tot welke boetes de vastgestelde overtredingen leiden. Hierbij is van belang of [gedaagde 1] eerst gedurende vijf dagen de gelegenheid had moeten krijgen om de betreffende overtreding ongedaan te maken. Deze zogenaamde sommatie-eis vloeit voort uit artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst (zie 3.8) en partijen verschillen van mening of EuroTop daaraan gehouden kan worden.
5.43.
EuroTop betoogt naar het oordeel van de rechtbank terecht dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de sommatie-eis onverkort van toepassing blijft. Deze – hoge – lat wordt in dit geval gehaald. Hierbij is van belang dat de sommatie-eis bedoeld is om de verkoper die zich mogelijk niet bewust is van zijn overtreding, op de overtreding te wijzen zodat hij zijn overtreding kan beëindigen zonder daadwerkelijk boetes te verbeuren. Van dergelijke onbewuste overtredingen door een onwetende verkoper is hier echter geen sprake. Dat [gedaagde 1] wist dat zijn handelen ongeoorloofd was, volgt uit de kenbare pogingen waarbij hij dit heeft geprobeerd te (laten) verhullen. Zo valt op dat de daadwerkelijke levering van de aandelen in De Loswal en Nieuw Loosdrecht aan [bedrijf 3] - en daarmee middellijk aan [gedaagde 1] - net na afloop van het non-concurrentiebeding is gepland (waarbij van belang is dat in een eerdere versie van de Koopovereenkomst die datum op 1 april 2021 was bepaald), terwijl de koopovereenkomsten ten aanzien van die terreinen al maanden daarvoor waren gesloten. Ook uit de mededeling van [naam 4] aan [gedaagde 1] : “Heb [naam 10] , rb] gezegd dat die op e-mailadres moet letten. Voor nu alles verwijderd bij DP [Droomparken, rb].” is op te maken dat [gedaagde 1] wist dat Droomparken geen lucht zou moeten krijgen van waar hij mee bezig was. Nu sprake is van bewuste overtredingen die door [gedaagde 1] werden verhuld, is het onaanvaardbaar als de boetes pas zouden kunnen worden gevorderd nadat [gedaagde 1] tot het staken van de overtredingen zou zijn gesommeerd.
5.44.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde 1] voor de twee overtredingen van het non-concurrentiebeding een boete verbeurt vanaf 31 december 2020 tot 8 april 2021, wat neerkomt op 97 dagen. Voor de overtreding van het anti-ronselbeding verbeurt [gedaagde 1] een boete vanaf 12 januari 2021 tot 8 april 2021, wat neerkomt op 85 dagen.
5.45.
Het boetebeding bepaalt de boete per overtreding op € 75.000, te verhogen met een bedrag van € 5.000 per dag dat de overtreding voortduurt. De berekening van de boetes komt daarmee op:
De twee overtredingen van het non-concurrentiebeding:
€ 75.000 + € 485.000 (97 x € 5.000) x 2 = € 1.120.000.
De overtreding van het anti-ronselbeding:
€ 75.000 + € 425.000 (85 x € 5.000) = € 500.000.
5.46.
De boete voor de drie overtredingen samen bedraagt daarom in totaal: € 1.620.000.
Matiging
5.47.
[gedaagde 1] heeft een beroep gedaan op matiging van de boete als bedoeld in artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel geeft de rechter de mogelijkheid om op verzoek een contractuele boete te matigen indien ‘de billijkheid dit klaarblijkelijk eist’. In het kader van de matigingsvraag dient een belangenafweging plaats te vinden, waarbij het gaat om het evenwicht tussen contract en billijkheid. Hierbij is de verhouding tussen schade en boete van belang, maar niet beslissend om tot matiging over te gaan. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de rechter van zijn bevoegdheid om in te grijpen spaarzaam gebruik moet maken.
5.48.
In haar belangenafweging betrekt de rechtbank dat EuroTop tot nu toe weinig concreet is geweest over de schade die zij door de schendingen van het concurrentie- en anti-ronselbeding heeft geleden. Zij heeft weliswaar gesteld schade te hebben geleden, in de zin dat zij zelf ook De Loswal en Nieuw Loosdrecht had willen ontwikkelen en exploiteren en een seizoen eerder dan met het concurrentiebeding was beoogd te kampen heeft gekregen met toegenomen concurrentie, maar over de omvang van geldelijk nadeel is zij betrekkelijk vaag gebleven. Zij heeft dat niet eens voorlopig gekwantificeerd. Ook betrekt de rechtbank de aard van de overtreding die [gedaagde 1] heeft begaan, in die zin dat de overtreding bestaat uit het ontwikkelen van vakantieparken, maar niet ook uit de exploitatie van die parken. Tot slot betrekt de rechtbank in haar overweging dat partijen de primaire boete op een overtreding zelf hebben bepaald op € 75.000.
5.49.
Tegen de achtergrond van al het voorgaande overweegt de rechtbank dat een op te leggen boete weliswaar niet synchroon hoeft te lopen met geleden schade maar daar wel enigszins mee in verhouding moet blijven staan. De totaal berekende boetes zijn in dit geval dermate excessief dat enige verhouding met de gestelde maar niet gekwantificeerde schade ontbreekt. Al deze omstandigheden overziend ziet de rechtbank daarom aanleiding gebruik te maken van haar matigingsbevoegdheid en de op te leggen boetes te matigen tot in totaal € 450.000. De vordering zal dus tot dit bedrag worden toegewezen.
Geheimhoudingsbeding (artikel 15)
5.50.
[gedaagde 1] heeft ook het geheimhoudingsbeding overtreden. Hiervoor zijn de volgende feiten van belang.
5.51.
Op 4 januari 2021 mailde [naam 4] een statuslijst door aan [gedaagde 1] . Hierop staan alle data rondom verkopen en leveringen van de afgelopen jaren van - naar de rechtbank begrijpt - Droomparken. In de statuslijsten wordt per park en per verkoop onder meer bijgehouden wat is gekocht, door wie, tegen welke prijs, de betalingen, de leveringen bij de notaris, de status van de bouw, et cetera.
5.52.
In het gespreksverslag van 12 januari 2021 worden verschillende documenten van Droomparken genoemd.
“Beheer en Verhuurovereenkomst
Overeenkomst van Somnium gebruiken als basis. Deze omvormen tot nieuwe.
Koopovereenkomst grond
Koopovereenkomst Droompark Marina Strandbad als voorbeeld nemen omdat dit laatste versie bij Droomparken is geweest. (…) [gedaagde 1] heeft de volledige koopovereenkomsten van Marina Strandbad geprint ontvangen om door te lezen. (…)
Verkoopbevestigingen
Overeenkomst van Somnium gebruiken als basis. Deze omvormen tot een nieuwe. (...)”
5.53.
Op 22 januari 2021 mailde [naam 4] aan [gedaagde 1] :
"Heb op de schijf de nodige documenten gekopieerd. Hele map staat nu op de USB stick. In de bijlage even een paar kleine voorbeelden."
De bijlagen, waaronder huurovereenkomst Horeca De Zanding en huurovereenkomsten winkelruimte, betreffen allemaal documenten behorende tot de Droomparken-groep.
Overwegingen rechtbank
5.54.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde 1] stukken van Droomparken heeft gebruikt voor zijn eigen bedrijfsvoering.
5.55.
Het verweer van [gedaagde 1] dat geen sprake is van een overtreding omdat het geheimhoudingsbeding spreekt over stukken betreffende een partij bij de overeenkomst, en Droomparken geen partij is bij de overeenkomst, faalt. De uitleg die [gedaagde 1] geeft aan het begrip partij bij de overeenkomst, is geen redelijke uitleg van het geheimhoudingsbeding. De bij de overeenkomst betrokken partijen waren louter vehikels die speciaal waren opgericht voor de overdracht van de aandelen. Niet valt daarom in te zien dat deze partijen over vertrouwelijke bedrijfsinformatie zouden beschikken. Het is dan ook overduidelijk dat met het beding niet alleen op informatie van deze partijen, maar ook op de onderneming Droomparken wordt gedoeld.
5.56.
De bedoeling van het geheimhoudingsbeding is om te voorkomen dat een andere partij als free rider profiteert van documentatie waar Droomparken (of EuroParcs) geld in heeft geïnvesteerd.
5.57.
Ook het verweer dat het niet gaat om vertrouwelijke informatie faalt. In elk geval de statuslijsten zijn aan te merken als vertrouwelijk, nu daarin bedrijfseconomische gegevens van Droomparken zijn vermeld, namelijk gegevens over de exploitatie van de onderneming.
5.58.
Nergens uit blijkt dat [gedaagde 1] over de gegevens beschikte uit hoofde van zijn opdracht of ten behoeve van de in dat kader door hem verrichte werkzaamheden. [gedaagde 1] stelt wel dat hij de statuslijsten ontving omdat hij in het kader van de door hem uit te voeren opdracht provisies moest controleren, maar die opdracht is per 31 december 2020 beëindigd en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet in te zien waarom hij nadien daarvoor nog zou zijn benaderd. Dat hij deze statuslijsten door [naam 4] toegezonden kreeg in de periode dat zij nog in dienst was bij Droomparken is daarvoor in ieder geval niet genoeg, gelet op wat hiervoor is overwogen over de werkzaamheden die [naam 4] op dat moment al voor De Loswal en Nieuw Loosdrecht verrichtte.
5.59.
De conclusie is dan ook dat [gedaagde 1] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.
Schadevergoeding
5.60.
Zoals gevorderd, zal de zaak voor de schadevergoeding worden verwezen naar de schadestaatprocedure. De lat voor verwijzing ligt laag, voldoende is al dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Wat EuroTop in dat kader heeft aangevoerd, is voldoende voor die drempel. Zij heeft namelijk aangevoerd dat door het handelen van [gedaagde 1] sprake is van toenemende concurrentie. [gedaagde 1] heeft vakantieparken aangekocht, die anders wellicht door Droomparken hadden kunnen worden gekocht en Droomparken is relatief kort na de overname al geconfronteerd met concurrentie vanuit de nieuwe onderneming van onder andere [gedaagde 1] , Marinaparken. EuroTop heeft de schade als gevolg daarvan nog niet gekwantificeerd. Het is voorbarig om nu al te bepalen dat schade met toepassing van artikel 6:104 BW kan worden vastgesteld. Anderzijds kan [gedaagde 1] niet worden gevolgd in zijn uitleg dat alleen aanvullende schadevergoeding mag worden gevorderd en dat daarvan sowieso geen sprake zou zijn. Het debat over de schade en de wijze van vaststelling daarvan kan in de schadestaatprocedure plaatsvinden, waarbij geldt dat de stelplicht en bewijslast van de schade rust op EuroTop.
Kickbacks
5.61.
Eurotop en Somnium vorderen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] schadevergoeding op grond van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de managementovereenkomst, althans onrechtmatig handelen, althans ongerechtvaardigde verrijking wegens het ontvangen van steekpenningen van [naam 1] . [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten dat [naam 1] hen zogenoemde kickbacks heeft betaald.
5.62.
Het komt neer op de vraag hoe de zogenaamde Liste [gedaagde 1] en daaromtrent gevoerde correspondentie, die hierna (voor zover relevant) worden weergegeven, moeten worden begrepen.
Liste [gedaagde 1] en daarmee samenhangende correspondentie
5.63.
[naam 6] , de dochter van [naam 1] , stuurde [gedaagde 1] een e-mail van 5 februari 2021 met als onderwerp: “Lieferung Lamborghini Urus” en als bijlage onder meer een lijst getiteld “Liste [gedaagde 1]”. De tekst van de mail luidt:
“(…) anbei findest du unsere Rechnung für den Lamborghini Urus unter Berücksichtigung der bereits geleisteten Anzahlung in Höhe von 30.000,- € mit der Bitte um Überweisung auf unser Konto. Die entsprechende Gelangensbestätigung, auf der du die Ausfuhr in die Niederlande bestätigst, muss noch mit Datum und Unterschrift versehen und anschließend bitte an mich zurückgeschickt werden.
Weiterhin füge ich unsere aktualisierte Aufstellung hinzu.
Bitte schreibe uns doch eine Rechnung in Höhe von 93.654,00 € zzgl. BTW. Wir werden diese dann gerne umgehend begleichen. (…)”
5.64.
De Liste [gedaagde 1] is het volgende document (de laatste kolom Kunde is door de rechtbank weggelaten):
5.65.
De in voornoemde e-mail genoemde factuur voor de Lamborghini Urus is opgemaakt aan [gedaagde 2] .
5.66.
[gedaagde 1] stuurde deze e-mail op 8 februari 2021 door aan [naam 4] , en schreef daarbij:
“(…) Is er nog geld, aanbetalingen of passeringen, van [naam 1] bijgekomen???
Lijstje staat ook als bijlage (…)”
5.67.
Op dezelfde dag heeft [naam 4] gereageerd, zij schrijft:
“(…) Ik heb gekeken naar de kolom Höhe. (…) Jij vroeg naar aanbetalingen maar dacht dat je daar verder niets mee deed? (…)”
Daarna volgt een opsomming van chaletnummers en kopers, en of te dien aanzien sprake is van een aanbetaling, restbetaling en/of aktepassering.
5.68.
Op 7 april 2021 mailde [naam 6] aan [gedaagde 1] met als onderwerp “Rechnung Grundstück ES 246”:
“(…) das Grundstück 246 in Enkhuizen wurde mittlerweile an die Kunden übertragen und von Somnium an uns bezahlt. Du kannst uns also eine Rechnung über 5.000,- € zzgl. BTW schreiben. (…)”
Stellingen EuroTop
5.69.
Volgens EuroTop is duidelijk dat de Liste [gedaagde 1] een schaduwadministratie betrof, waarop de te betalen steekpenningen werden bijgehouden. Immers, op de Liste [gedaagde 1] zijn zowel zakelijke kaveltransacties (waarvoor [naam 1] een provisie ontving van Droomparken/Somnium) als vermeende privétransacties (meerdere luxe auto’s en een sloep) opgenomen en kennelijk met elkaar verrekend. De lijst vermeldt tientallen kavelnummers van Droomparken-locaties (waaronder Marina Strandbad-kavels (“MA”) en Enkhuizer Strand-kavels (“ES”)) en per kavel wordt systematisch een bedrag van € 5.000 tot € 10.000 vermeld, afhankelijk van het park. Op dezelfde lijst staan echter ook zaken vermeld zoals een Porsche 911 Carrera, een Lamborghini Urus, een Porsche Cayenne Coupé en een sloep, alsmede aanbetalingen die daarop als vooruitbetaling werden geboekt bij de verkoop van kavels.
5.70.
De Liste [gedaagde 1] bevestigt dat de auto’s en kavels met elkaar zijn verrekend. Bij de Porsche 911 Carrera S staat letterlijk als “Anmerkung” vermeld: “verrechnet mit SV E79, J246, J265 (Ankaufv. 29.05.20)”.
5.71.
Dit betekent dat de betaling van € 30.000 voor de Porsche 911 Carrera S is verrekend met drie kavels (SV F79, SV J246 en SV J265) die op 29 mei 2020 zijn aangekocht. Bij deze drie kavels staat op de Liste [gedaagde 1] dan ook omgekeerd vermeld: “verrechnet mit Porsche Carrera S”.
5.72.
Deze expliciete verrekening toont aan dat de auto’s en kavels niet los van elkaar stonden, maar onderdeel vormden van één financieel circuit waarin betalingen voor auto’s aan [naam 1] werden gekoppeld aan de verkoop van specifieke kavels. Bij losse privétransacties had [gedaagde 1] de auto’s immers eenvoudigweg via overboeking betaald; verrekening met kavels was dan zinloos. De verrekening toont aan dat [gedaagde 1] geld ontving of te vorderen had van [naam 1] per verkocht kavel (€ 5.000 à € 10.000 per kavel) en dat bij de aankoop van de Porsche Carrera S, deze kosten werden verrekend met de aan hem door [naam 1] verschuldigde bedragen uit hoofde van de kavelverkopen.
5.73.
Uit de e-mail van 5 februari 2021 (zie 5.63) volgt dat [gedaagde 1] wordt verzocht een factuur van € 93.654 exclusief btw te sturen. Dit bedrag komt exact overeen met de “Überzahlung” op de Liste [gedaagde 1] . [gedaagde 1] mag dus een factuur uitschrijven die naadloos aansluit op de schaduwadministratie. De woorden unsere aktualisierte Aufstellung laten bovendien zien dat de Liste [gedaagde 1] actief werd bijgehouden en er dus meerdere versies zijn gecirculeerd.
5.74.
Dat [gedaagde 1] ook geld verwachtte te ontvangen van [naam 1] en dat de Liste [gedaagde 1] werd gebruikt om bij te houden hoeveel geld [naam 1] aan [gedaagde 1] verschuldigd was, volgt uit de e-mail van 8 februari 2021 (zie 5.66). Hierbij stuurt [gedaagde 1] immers de Liste [gedaagde 1] door aan [naam 4] en vraagt hij of er nog geld, aanbetalingen of passeringen van [naam 1] zijn bijgekomen.
5.75.
Ook uit de e-mail van 7 april 2021 (zie 5.68) blijkt het verband helder. Daarin schrijft [naam 6] , vrij vertaald: “Het perceel 246 in Enkhuizen is inmiddels overgedragen aan de klanten en door Somnium aan ons betaald. Je kunt ons dus een factuur sturen voor € 5.000,- excl. btw.” Het woord “dus” (in het origineel: “also”) maakt het duidelijk: de kavel is geleverd, Somnium heeft provisie aan [naam 1] betaald, dus mag [gedaagde 1] een factuur aan [naam 1] sturen. Het bedrag van € 5.000 correspondeert exact met wat de Liste [gedaagde 1] per Enkhuizer Strand-kavel vermeldt, niet met enige autowaarde.
5.76.
De betrokkenheid van [gedaagde 2] blijkt uit het feit dat de factuur voor de Lamborghini Urus aan haar is gericht, aldus EuroTop.
Betwisting [gedaagde 1] en [gedaagde 2]
5.77.
Hiertegenover heeft [gedaagde 1] betwist kickback-vergoedingen van [naam 1] te hebben ontvangen. Hij heeft aangevoerd dat hij een langdurige relatie had met [naam 1] , die verder ging dan het verkopen van vakantiewoningen en kavels in Nederland aan Duitse kopers. [gedaagde 1] is autoliefhebber en door zijn goede contacten in de autowereld heeft hij voor zijn autohandel als in privé ook luxe auto's van [naam 1] gekocht en aan [naam 1] verkocht. [naam 1] en [gedaagde 1] hadden kortom een relatie die losstond van Somnium en waarin over en weer goederen werden verkocht, die los staan van de verkoop van de chalets. De Liste [gedaagde 1] ziet hierop. De reden waarom er in de Liste [gedaagde 1] en daarmee samenhangende correspondentie kavelverkopen zijn genoemd waaraan bedragen zijn gekoppeld is gelegen in het feit dat [naam 1] bij betalingsonmacht zijn verplichtingen aan [gedaagde 1] mocht opschorten totdat hij weer een chalet had verkocht. Daarvoor zou hij dan provisie ontvangen van Somnium waarmee hij [gedaagde 1] kon betalen. [gedaagde 1] heeft in dit verband ook verwezen naar de beslissing van het Duitse OM dat onderzoek heeft gedaan naar de Liste [gedaagde 1] en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het vonnis van de kantonrechter in Zutphen van 10 juni 2026, beide gewezen in de procedure tussen EuroParcs en [naam 1] GmbH. Daarbij heeft [gedaagde 1] toegelicht dat in die procedures precies dezelfde discussie is gevoerd over omkoping en de Liste [gedaagde 1] als in deze procedure, alleen tussen andere partijen. De kantonrechter is tot het oordeel gekomen dat EuroParcs er niet in is geslaagd om de door haar gestelde omkoping door [naam 1] te bewijzen. Daarnaast heeft [gedaagde 1] verwezen naar de verklaring van [naam 6] . Zij bevestigt het verhaal van [gedaagde 1] dat hij en [naam 1] zaken deden buiten EuroParcs om en dat de lijst los van EuroParcs stond. Zij verklaart letterlijk dat “de lijst niets te maken had met EuroParcs”. Enige aanwijzing dat er sprake zou zijn van omkoping kan niet uit de verklaring worden gehaald, aldus [gedaagde 1] .
Overwegingen rechtbank
5.78.
Somnium heeft in de procedure concreet uitgelegd hoe de kickback-constructie volgens haar in elkaar heeft gezeten: [gedaagde 1] kent voordelen toe aan [naam 1] in het kader van de verkoop voor Somnium van Droomparken-chalets door [naam 1] , in de zin van lagere inkoopprijzen (wat tot hogere provisies leidt) en eerste en vrije keus bij het reserveren van de door hem te verkopen kavels. In ruil daarvoor is [naam 1] aan [gedaagde 1] per verkocht chalet een vergoeding verschuldigd, variërend tussen vijf- en tienduizend euro. Die bedragen worden door [naam 1] deels voldaan door verrekening met aan hem door [gedaagde 1] / [gedaagde 2] verschuldigde betalingen voor de aankoop van boten en dure auto’s. De door EuroTop ter onderbouwing overgelegde Liste [gedaagde 1] en de daarmee samenhangende correspondentie ondersteunen deze toelichting. Er worden daarin immers koppelingen gelegd tussen door [naam 1] voor Somnium verkochte kavels en daarmee samenhangende bedragen, die voorzover ze niet zijn verrekend met “Porsche Carrera S’ of ingehouden in verband met “Sloep” door [gedaagde 1] mogen worden gefactureerd. Ook de e-mail van 7 april 2021 (zie 5.68) past in dit plaatje; er is een chalet verkocht, de provisie van Somnium is door [naam 1] ontvangen, dus mag [naam 1] een factuur sturen voor € 5.000.
5.79.
De uitleg die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan de Liste [gedaagde 1] geven, overtuigt daarentegen niet. Niet valt in te zien waarom de beweerdelijke opgeschorte betalingsverplichtingen van [naam 1] in zijn administratie zouden worden verdeeld in bedragen van vijf- tot tienduizend euro en worden gekoppeld aan kavelverkopen. Daarnaast blijkt uit deze lijst ook niet precies waarvoor [naam 1] die bedragen dan verschuldigd zou zijn aan [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] . Zij voeren weliswaar aan, en dat volgt ook uit de verklaring van de dochter van [naam 1] , dat er over en weer zaken werden gedaan op het gebied van auto- en botenhandel, maar dit is met niets onderbouwd. Dat er zaken door [gedaagde 1] of [gedaagde 2] aan [naam 1] zijn geleverd, blijkt uit niets. Dit is opvallend aangezien het niet voor de hand ligt dat er bij handel in auto’s of boten geen enkel document komt kijken waaruit die overdracht blijkt. Er is in deze procedure ook geen enkele correspondentie overgelegd waaruit kan volgen dat er door [gedaagde 1] of [gedaagde 2] iets geleverd is aan [naam 1] . Daarnaast is opvallend dat uit de-mail van 7 april 2021 wel volgt dat verkoop van een chalet en ontvangst van de daarbij behorende provisie door [naam 1] voorwaarden zijn voor het sturen van een factuur van € 5.000 maar dat iedere duiding waarvoor dat bedrag dan concreet aan [gedaagde 1] of [gedaagde 2] verschuldigd is, ontbreekt. Verder dan het in algemene zin benoemen van “opgeschorte betalingsverplichtingen” zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in deze procedure ook niet gekomen. Dat en, zo ja, waarom [gedaagde 1] dan belang heeft bij controle van de Liste [gedaagde 1] (zie 5.66) is in dat licht ook onduidelijk gebleven en ook de vraag van [naam 4] dat zij heeft begrepen dat hij met aanbetalingen niets deed (zie 5.67) vraagt om een uitleg die niet is gekomen.
5.80.
Ook overigens ontbreekt er steun voor wat volgens [gedaagde 1] de strekking is van Liste [gedaagde 1] . Er zijn weliswaar verklaringen van getuigen die bevestigen dat [naam 1] en [gedaagde 1] en zijn autobedrijf onderling in auto’s handelden, maar over de strekking van Liste [gedaagde 1] weten zij niets althans – in het geval van de dochter van [naam 1] - niet meer dan dat [gedaagde 1] daarover aan haar heeft verteld. Dat de dochter van [naam 1] heeft verklaard dat de Liste [gedaagde 1] los staat van EuroParcs is ook niet doorslaggevend. Zij geeft immers aan eigenlijk niets te weten over de achtergrond van de Liste [gedaagde 1] en ze heeft ook niet uitgelegd hoe zij dan wel weet dat die lijst niets met EuroParcs te maken heeft terwijl daarin wel steeds verwezen wordt naar door [naam 1] verkochte kavels. Dit maakt dat de verklaring van [gedaagde 1] over wat Liste [gedaagde 1] behelst op zichzelf staat en die uitleg overtuigt zoals gezegd de rechtbank dus niet. Dat [gedaagde 1] zijn verklaring onder ede heeft afgelegd, maakt dat niet anders. Nu hij daarin ook aantoonbaar onwaarheden heeft verklaard over de betrokkenheid van [naam 4] bij zijn activiteiten rond De Loswal en Nieuw Loosdrecht, komt daaraan weinig gewicht toe.
Daarnaast is door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] weliswaar gemotiveerd betwist dat aan [naam 1] betere inkoopprijzen werden toegekend, maar dat hij onder [gedaagde 1] ten opzichte van andere verkopers een voorkeursbehandeling kreeg bij de keuze van kavels die hij wilde verkopen, is dat niet.
5.81.
Zonder een voldoende gemotiveerde betwisting, die hier dus ontbreekt, gaat de rechtbank ervan uit dat Liste [gedaagde 1] een (schaduw)administratie bevat van door [naam 1] aan [gedaagde 1] verschuldigde en (al dan niet via verrekening) betaalde steekpenningen. De rechtbank komt daarmee tot een ander oordeel dan de kantonrechter van de rechtbank Gelderland in de zaak tussen [naam 1] GmbH en Somnium/ EuroParcs-vennootschappen. Dit komt omdat de rechtbank een ander gewicht toekent aan de verklaringen van de dochter van [naam 1] en [gedaagde 1] , zoals hiervoor is toegelicht.
5.82.
Dat er door het Duitse openbaar ministerie geen betalingen zijn aangetroffen van [naam 1] aan [gedaagde 1] leidt niet tot een ander oordeel. Kennelijk werden de verschuldigde steekpenningen immers verrekend met dure auto’s of boten die [naam 1] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] leverde.
5.83.
Voor [gedaagde 2] betekent dit het volgende. Hoewel EuroTop heeft aangevoerd dat zij de mondelinge opdracht tot het verrichten van (management)diensten aan [gedaagde 1] heeft verstrekt, is dit door [gedaagde 2] gemotiveerd betwist. Zij heeft daarbij gewezen op het feit dat de managementvergoeding aan haar is betaald. Dit heeft EuroTop niet weersproken en zij heeft ook niet toegelicht op grond waarvan zij dan heeft mogen aannemen dat [gedaagde 1] in persoon haar opdrachtnemer was. Dit betekent dat [gedaagde 2] als opdrachtnemer kwalificeert en het dus ook [gedaagde 2] is die als opdrachtnemer verplicht is tot afdracht aan de opdrachtgever van wat zij uit hoofde van de overeenkomst van opdracht voor de opdrachtgever onder zich houdt. Nu [gedaagde 2] aan die verplichting niet heeft voldaan, is zij ten opzichte van Somnium toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst van opdracht. De hoogte van de schade van deze tekortkoming is gelijk aan het door [gedaagde 2] ontvangen bedrag aan steekpenningen. De omvang daarvan is echter niet vast te stellen in deze procedure omdat gesteld noch gebleken is dat en, zo ja, hoeveel van de steekpenningen [gedaagde 2] al dan niet via verrekening heeft ontvangen. De Liste [gedaagde 1] vermeldt niet aan wie de daarin genoemde bedragen zijn voldaan en ook overigens is er niets aangevoerd op basis waarvan dat kan worden vastgesteld. Nu er evenwel door [naam 1] een factuur van € 193.340 aan [gedaagde 2] is gestuurd voor de Lamborghini Urus die - gelet op het daarop volgende verzoek van [naam 1] om hem een factuur te sturen voor € 93.654,00 (zie 5.63) - door verrekening is voldaan, kan dat bedrag als voorschot op de schade worden toegewezen. Voor het overige zal het debat in de schadestaat moeten worden gevoerd.
5.84.
Daarnaast kwalificeert het aannemen van steekpenningen zowel voor [gedaagde 2] als voor [gedaagde 1] (ook) als een onrechtmatige daad aangezien dit in strijd is met de maatschappelijke betamelijkheid.
5.85.
De vraag of Somnium schade heeft geleden als gevolg van deze onrechtmatige daad houdt partijen verdeeld. Nu verwijzing naar de schadestaatprocedure is gevorderd, hoeft Somnium slechts de mogelijkheid van schade aannemelijk te maken. Daarin is zij geslaagd. Zij heeft uiteengezet dat zij in haar relatie tot [naam 1] financieel beter af zou zijn geweest indien [naam 1] de hem toegekende bevoordeling niet zou hebben genoten en dat zij aldus schade heeft geleden door betaling van de steekpenningen door [naam 1] aan [gedaagde 2] en/of [gedaagde 1] . Dat volstaat voor de gevorderde verwijzing. Somnium heeft echter niet voldoende gesteld om de door haar bij wijze van voorschot gevorderde betaling van een bedrag van (in totaal) € 611.154 toe te kunnen wijzen. Dat de schade die als gevolg van de onrechtmatige daad geleden zou zijn, één op één gelijk zou zijn aan de hoogte van de betaalde steekpenningen zoals die door Somnium uit Liste [gedaagde 1] wordt afgeleid, kan niet worden gevolgd. Terecht hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hiertoe aangevoerd dat een vergelijking moet worden gemaakt met de situatie waarin de steekpenningen niet waren betaald en dus wat het financiële nadeel voor Somnium was geweest als [naam 1] niet bevoordeeld zou zijn geweest ten opzichte van andere verkopers. Dat debat zal in de schadestaatprocedure moeten worden gevoerd.
Beslagkosten
5.86.
EuroTop vordert in totaal € 32.362,99 aan beslagkosten. Deze vordering bestaat uit:
(a) het honorarium van haar advocaten voor het opstellen en indienen van twee beslagrekesten van € 7.998 (Beslag 1 en Beslag 2) (tegen tarief VIII van € 3.999 per punt),
(b) de deurwaarderskosten van € 2.602,12,
(c) het griffierecht van € 1.334 en
(d) de kosten van Hoffmann, de onafhankelijk ICT-specialist, van € 20.428,87.
5.87.
De vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in beginsel toewijsbaar. [gedaagde 1] voert verweer tegen de eerste drie posten (a, b en c). Het verweer van [gedaagde 1] luidt onder meer dat het honorarium te hoog is. Verzoekschriften tot het leggen van conservatoir beslag kwalificeren als zaken van onbepaalde waarde, en dus dient tarief II van € 563 te worden gehanteerd. [gedaagde 1] betwist verder dat de deurwaarderskosten van Swier c.s. afkomstig zijn en door EuroTop zijn betaald. Ook betwist [gedaagde 1] de kosten van het griffierecht, omdat EuroTop heeft nagelaten de betreffende nota’s te overleggen. De verweren van [gedaagde 1] worden verworpen. Met het overleggen van de facturen heeft EuroTop haar kosten voldoende onderbouwd.
5.88.
[gedaagde 1] voert ook verweer tegen post d, de kosten van Hoffmann als gerechtelijk bewaarder. [gedaagde 1] voert aan dat de werkzaamheden zijn omschreven als 'onderzoek en advisering' en 'aanvullend honorarium', en dat uit de declaraties niet is af te leiden dat de kosten van Hoffmann de bewijsbeslagen ten laste van [naam 2] , [gedaagde 1] en [naam 3] betreffen, laat staan welk deel van de kosten betrekking heeft op [gedaagde 1] . Bovendien acht [gedaagde 1] deze kosten niet redelijk. Het gaat om twee bewijsbeslagen, zodat niet valt in te zien waarom daarvoor zeven declaraties zijn ontvangen. Ook hier volgt niet uit de declaraties dat dat deze uiteindelijk door EuroTop zijn gedragen. Tot slot betwist [gedaagde 1] dat de btw een voor vergoeding in aanmerking komende kostenpost is.
5.89.
Het verweer van [gedaagde 1] faalt grotendeels. De facturen van Hoffmann vermelden “onderzoek en advisering” maar daarnaast ook steeds een periode, bijvoorbeeld “Periode 08-03-21 t/m 22-03-21”, en deze periodes zijn steeds opvolgend. Dat verklaart niet alleen het aantal facturen, maar maakt ook inzichtelijk wanneer de respectieve werkzaamheden zijn verricht. Gelet op de duur van de werkzaamheden is dit bedrag ook redelijk, ook omdat EuroTop heeft toegelicht dat het totaalbedrag aan declaraties van Hoffmann ziet op de gelegde beslagen ten laste van [naam 2] , [gedaagde 1] en [naam 3] , en zij daarom van [gedaagde 1] maar één derde van deze kosten vordert. Wel voert [gedaagde 1] terecht aan dat alleen de kosten exclusief btw voor vergoeding in aanmerking komen. Dat levert op € 50.650,09: 3 = € 16.883,36. Dat is het bedrag dat voor de kosten van Hoffmann voor vergoeding in aanmerking komt, en zal worden toegewezen.
5.90.
De beslagkosten worden daarmee vastgesteld op € 2.602,12 voor kosten deurwaardersexploten, € 1.334,00 voor griffierecht, € 7.998,00 voor salaris advocaat en € 16.883,36 aan kosten van de ingeschakelde onafhankelijk IT-specialist, totaal € 28.817,48.
Proceskosten
5.91.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van EuroTop en Somnium worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
14.615,40
5.92.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
de tegenvordering (in reconventie)
verklaring voor recht en verbod inning dwangsommen
5.93.
[gedaagde 1] vordert in de eerste plaats een verklaring voor recht dat hij volledige medewerking aan Beslag 2 heeft verleend, althans dat niet is komen vast te staan dat hij die medewerking niet heeft verleend en dat hij dus geen dwangsommen uit de Verlofbeschikking 2 heeft verbeurd. EuroTop betwist de volledige medewerking door [gedaagde 1] .
Stellingen [gedaagde 1]
5.94.
Volgens [gedaagde 1] heeft hij volledige medewerking verleend aan Beslag 2. [gedaagde 1] voert aan dat hij alle bij hem in bezit zijnde gegevensdragers, die ten tijde van de
beslaglegging (8 april 2021) in zijn woning aanwezig waren, aan de deurwaarder heeft
overhandigd. Het gaat om zijn mobiele telefoon en een laptop van Droomparken. Ook heeft [gedaagde 1] de bijbehorende wachtwoorden/toegangscodes opgegeven, zodat de IT-specialisten de data op de gegevensdragers konden inzien en kopiëren. Hiermee heeft [gedaagde 1] aan alle mondelinge verzoeken van de deurwaarder en de IT-specialisten voldaan (randnummer 2.4. beschikking) en ook overigens alle benodigde medewerking aan de beslaglegging verleend (randnummer 2.5 beschikking). Dit wordt bevestigd in het door de deurwaarder opgestelde proces-verbaal van Beslag 2, waarin geen enkele overtreding is terug te lezen.
Betwisting EuroTop
5.95.
EuroTop heeft haar betwisting dat [gedaagde 1] volledige medewerking aan Beslag 2 heeft verleend samengevat als volgt toegelicht.
5.96.
[gedaagde 1] heeft in de eerste plaats slechts een mobiele telefoon en een laptop aan de deurwaarder verstrekt, waarbij de laptop voor het laatst was gebruikt op 15 december 2020. Volgens [gedaagde 1] zou hij enkel gebruik maken van zijn mobiele telefoon, en niet van laptops of enige andere gegevensdragers. EuroTop acht het niet aannemelijk dat iemand die actief bezig is met het opzetten van een onderneming in vakantieparken uitsluitend gebruik maakt van een mobiele telefoon voor zijn zakelijke activiteiten.
5.97.
Ook had [gedaagde 1] de hulp van zijn echtgenote nodig bij het achterhalen van de juiste
toegangscodes voor zijn telefoon. Dat is opmerkelijk, nu [gedaagde 1] stelt dat hij zijn volledige bedrijfsvoering via dit apparaat verricht. Het feit dat [gedaagde 1] zijn eigen toegangscode kennelijk niet kende, roept ernstige twijfel op over de juistheid van zijn stelling en suggereert dat zijn mobiele telefoon niet het enige middel was waarmee hij zijn bedrijfsactiviteiten uitoefende.
5.98.
Voorts was [gedaagde 1] op het moment dat de deurwaarder arriveerde niet thuis, maar is hij pas na contact met de deurwaarder naar huis gereden. Vervolgens heeft de deurwaarder het [gedaagde 1] op diens verzoek toegestaan om eerst met zijn advocaat te overleggen, en dat heeft 50 minuten geduurd. In die periode heeft [gedaagde 1] kennelijk geen contact gekregen met zijn advocaat, maar had hij wel de onbelemmerde toegang c.q. beschikking over de gegevensdragers. Deze gang van zaken brengt mee dat [gedaagde 1] in de tussenliggende periodes de gelegenheid heeft gehad om gegevensdragers elders onder te brengen, en om gegevens te wissen, te verplaatsen of ontoegankelijk te maken.
5.99.
Daarnaast vertoont de inhoud van de dataset een aantal opvallende lacunes.
5.100. In de eerste plaats, zaten in de Dataset in het geheel geen sms-berichten c.q.
WhatsApp-correspondentie van [gedaagde 1] . Dat is merkwaardig, nu [gedaagde 1] aan de
deurwaarder heeft aangegeven dat hij "slechts zijn telefoon gebruikt maar geen laptop of enig ander apparaat".
5.101. In de tweede plaats ontbreken de koopovereenkomsten met betrekking tot De Loswal en Nieuw Loosdrecht in de dataset, terwijl [gedaagde 1] uiteindelijk mede-eigenaar is geworden van deze parken. Het gaat hier om documenten die behoren tot
de kern van de transacties waarin [gedaagde 1] persoonlijk en financieel betrokken was.
5.102. Dat [gedaagde 1] zaken heeft achtergehouden, blijkt ook uit een vergelijking tussen de bij hem in beslag genomen bescheiden en de documenten waarover EuroTop via andere kanalen beschikking heeft gekregen. Uit die vergelijking volgt dat enkele
tientallen e-mails die (mede) aan [gedaagde 1] zijn gericht of waarin hij in kopie voorkomt,
volledig ontbreken in de dataset die uit zijn gegevensdragers is veiliggesteld.
5.103. [gedaagde 1] probeert deze discrepanties te verklaren door te stellen dat de ontbrekende e-mails dateren uit de periode voorafgaand aan Beslag 1 en deze vóór Beslag 1
verloren zouden zijn gegaan "door het opschonen van het e-mailaccount van [gedaagde 1] ". Deze uitleg is om meerdere redenen niet geloofwaardig. Ten eerste strookt deze uitleg niet met de verklaring van [gedaagde 1] aan de voorzieningenrechter tijdens het Kort Geding dat hij geen gegevens heeft verwijderd, gewist, gewijzigd of anderszins bewerkt, en dat hij geen andere laptop of computer in gebruik heeft. Ten tweede is onaannemelijk dat een ondernemer die eigenaar wordt van vakantieparken essentiële documenten zoals de koopovereenkomsten en bijbehorende correspondentie zou "opschonen" uit zijn e-mailaccount.
Overwegingen rechtbank
5.104. Met haar betoog heeft EuroTop onvoldoende gemotiveerd betwist dat [gedaagde 1] volledige medewerking heeft verleend aan Beslag 2. Aan EuroTop kan weliswaar worden toegegeven dat de gang van zaken op onderdelen vragen zou kunnen oproepen. Dat op zichzelf is tegenover de door [gedaagde 1] gegeven toelichting echter niet voldoende voor de conclusie dat [gedaagde 1] niet heeft meegewerkt, omdat de betwisting vooral bestaat uit suggesties en aannames maar niet uit feiten waaruit de juistheid daarvan volgt. Zo ook voor de omstandigheid dat in het beslag van een ander meer e-mails zijn aangetroffen die (mede) aan [gedaagde 1] zijn gericht. Dat gegeven alleen is het licht van de door [gedaagde 1] gegeven toelichting niet genoeg om te zeggen dat [gedaagde 1] deze gegevens dus wel had en niet heeft gegeven of dus heeft vernietigd terwijl hij wist dat hij deze af moest geven. Dat [gedaagde 1] desgevraagd door de voorzieningenrechter heeft verklaard geen gegevens te hebben verwijderd, gewist of gewijzigd is niet per definitie in tegenspraak met zijn stelling dat hij voorafgaand aan Beslag 1 bepaalde gegevens heeft gewist. [gedaagde 1] stelt te hebben begrepen dat de vraag van de Voorzieningenrechter betrekking had op de periode tussen Beslag 1 en Beslag 2, hetgeen niet als een geheel onlogische uitleg ter zijde kan worden geschoven.
5.105. Bij gebrek aan een afdoende gemotiveerde betwisting, komt de stelling van [gedaagde 1] vast te staan, wat betekent dat de daarmee corresponderende verklaring voor recht toewijsbaar is, te weten dat hij volledige medewerking aan Beslag 2 heeft verleend en dat hij dus geen dwangsommen uit de tweede verlofbeschikking d.d. 30 maart 2021 heeft verbeurd.
5.106. Dat betekent tegelijkertijd dat het gevorderde verbod om tot executie van de aangezegde dwangsommen, toewijsbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan een dwangsom te verbinden.
Opheffing conservatoir beslag
5.107. Aan beoordeling van de gevorderde opheffing van het conservatoir beslag komt de rechtbank niet toe. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aan deze vordering de voorwaarde verbonden dat de vorderingen in conventie tegen hen beiden of tegen één van hen worden afgewezen, en die voorwaarde is niet vervuld.
Proceskosten
5.108. EuroTop en Somnium zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden begroot op:
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.959,00
5.109. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.110. Deze veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
5.111. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan EuroTop te betalen een bedrag van € 450.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 april 2021, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
verklaart voor recht dat [gedaagde 1] toerekenbaar tekort is geschoten in de naleving van zijn verplichtingen onder de Koopovereenkomst, en veroordeelt [gedaagde 1] tot vergoeding van schade aan EuroTop, nader op te maken bij staat,
6.3.
verklaart voor recht dat [gedaagde 2] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de managementovereenkomst, en dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld, door kickbacks te ontvangen,
6.4.
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan Somnium van € 193.340, zijnde een voorschot op de schade die het gevolg is van het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de managementovereenkomst door kickbacks te ontvangen, te vermeerderen met het bedrag dat dit voorschot te boven gaat, nader op te maken bij staat,
6.5.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot vergoeding van de schade die het gevolg is van het onrechtmatige handelen door kickbacks te ontvangen, nader op te maken bij staat,
6.6.
veroordeelt [gedaagde 1] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 28.817,48,
6.7.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 14.615,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.8.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.9.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1, 6.4, 6.6, 6.7 en 6.8 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.11.
verklaart voor recht dat [gedaagde 1] zijn volledige medewerking aan de (tweede) beslaglegging d.d. 8 april 2021 heeft verleend, en dat hij dus geen dwangsommen uit de tweede verlofbeschikking d.d. 30 maart 2021 heeft verbeurd,
6.12.
verbiedt EuroTop om jegens [gedaagde 1] tot executie van de aangezegde dwangsommen ad € 200.000,- uit de (tweede) verlofbeschikking d.d. 30 maart 2021 van de rechtbank Gelderland over te gaan,
6.13.
veroordeelt EuroTop in de proceskosten van € 5.959,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als EuroTop niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.14.
veroordeelt EuroTop tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.15.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.13 en 6.14 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.16.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
Hoge Raad 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101 (Lundiform/Mexx)
Groene Serie artikel 6:94 BW, aant. 5.
ECLI:NL:RBDHA:2017:12829 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/) | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|