Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:9183 
 
Datum uitspraak:14-08-2026
Datum gepubliceerd:15-09-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:12211720 EA VERZ 26-524
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Arbeidsrecht. Afwijzing ontbindingsverzoek. Gesteld grensoverschrijdend gedrag grotendeels niet komen vast te staan. Onzorgvuldige procedure, hoor en wederhoor, gebruik vertaalde citaten uit anonieme verklaringen.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 12211720 EA VERZ 26-524
beschikking van: 14 augustus 2026


beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

Alvarez & Marsal Benelux B.V.
gevestigd te Amsterdam
verzoekster
nader te noemen: A&M
gemachtigde: mr. P.M. Roest Crollius

t e g e n


[verweerder]

wonende te [woonplaats]
verweerder
nader te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. M.J. Draaisma

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

A&M heeft op 30 april 2026 een verzoek ingediend, met producties, dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder].


[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend tevens houdende zelfstandige tegenverzoeken, met producties.

Voorafgaand aan de zitting zijn nog nadere stukken in het geding gebracht.
Het verzoek is mondeling behandeld op 27 juli 2026. A&M is verschenen vertegenwoordigd door mevrouw [naam 1] ([functie 1], verder: [naam 1]), mevrouw [naam 2] ([functie 2], verder: [naam 2]), mevrouw [naam 3] ([functie 3]), mevrouw [naam 4] ([functie 4]) en de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, met de gemachtigde.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de zitting geschorst, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de zaak in onderlinge overeenstemming op te lossen. Partijen hebben vervolgens een week aanhouding gevraagd en gekregen. Bij e-mail van 31 juli 2026 heeft de gemachtigde van A&M laten weten dat partijen er niet in geslaagd zijn overeenstemming te bereiken.

Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.


GRONDEN VAN DE BESLISSING



Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.
A&M is de Benelux-tak van een internationale organisatie, die onder meer advies geeft aan belastingen. Binnen de Nederlandse tax-praktijk houdt A&M zich bezig met tax due diligence, tax structuring en advisering over fiscale risico’s en kansen.


1.2.

[verweerder], op dit moment 53 jaar oud, is sinds 6 januari 2025 in dienst van A&M in de functie van [functie 5]. Het salaris bedraagt € 25.000,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Voor de eerste twee jaar van het dienstverband heeft hij tevens recht op een gegarandeerde bonus van € 450.000,00 bruto per jaar.


1.3.

[verweerder] is door A&M aangetrokken om in Nederland een corporate tax praktijk verder uit te bouwen en heeft daarover de dagelijkse leiding. Het gaat daarbij om een team van vier personen. Voorafgaand aan zijn overstap naar A&M was [verweerder] partner bij Deloitte, waar hij 30 jaar werkte.


1.4.
In april 2025 heeft [verweerder] grappen gemaakt tegen een junior collega van Aziatische origine. Dit heeft geleid tot informele feedback van een collega [functie 6]. [verweerder] is hierover vervolgens met de junior collega in gesprek gegaan.


1.5.
Van 22 tot en met 25 januari 2026 vond een niet verplichte werkgerelateerde ski-trip plaats, waarbij [verweerder] aanwezig was. Tijdens deze ski-trip heeft [verweerder] tegen een mannelijke collega over een vrouwelijke collega gezegd “she has good hair, a good face, good breasts, a good ass”. Dit is in het Nederlands gezegd, maar enkel de vertaling is in het dossier terecht gekomen.


1.6.
Tijdens en na de ski-trip hebben meerdere collega’s van [verweerder] zich bij A&M gemeld vanwege ongepast en grensoverschrijdend gedrag van [verweerder].


1.7.
Op 12 maart 2026 vond een gesprek plaats tussen [naam 1] en [verweerder]. Ook [naam 2] was daarbij aanwezig, via een videoverbinding. Voorafgaand aan dat gesprek was aan [verweerder] verteld dat het zou gaan over collegiale interacties. Tijdens het gesprek werd [verweerder] geconfronteerd met gedragingen en uitlatingen die hem verweten werden. [verweerder] heeft hierop gereageerd. Op 13 maart 2026 is [verweerder] verzocht voorlopig thuis te werken.


1.8.
Op 18 maart 2026 schreef [naam 2] aan [verweerder] onder meer:I note your comments and reflections, including that you take these matters seriously and that you are reflecting on your conduct, particularly where situations may have been experienced differently than intended. Given the nature of the matters raised, it is important that we continue to handle the process carefully, fairly and with appropriate confidentiality.(…)Process and timelineWe are currently finalizing the next steps and can confirm the following indicative timeline:• The draft minutes of your interview are being prepared and will be shared with you later this week, after which you will have the opportunity to provide your comments.• The investigation report is in the final stages of preparation. Once completed, you will be invited to review the report at the office and to provide your comments.• We propose to schedule a follow-up meeting early next week, at which we can discuss the report and your response. We will revert shortly with a concrete date and time.Information providedAt this stage, we have shared as much information as we are currently able to provide. This includes the general settings in which the examples were said to have occurred, such as during the ski trip, at the C&V Day, and at lunch times. The report and related materials are treated as confidential in order to protect the integrity of the process and the privacy of those involved. (…)Notes and recordingsFor completeness, the meeting was not recorded. Notes were taken, and, as mentioned above, the draft minutes will be shared with you to allow you to comment.


1.9.
Op 19 maart 2026 stuurde [naam 2] aan [verweerder] een e-mail waarin staat:Further to my email yesterday, please find attached the notes of the meeting held last Thursday for your review.Later today, I will send a meeting invitation to meet with you in person on Monday 23 March. At that meeting, you will be provided with the investigation outcome report. We will discuss the report and your response, and this meeting will bring the investigation process to a close.


1.10.
De bijeenkomst van 23 maart 2026 werd door A&M afgelast en vervolgens opnieuw gepland op 27 maart 2026. Het gesprek op 27 maart 2026 duurde 15 minuten. Zes minuten na aanvang van dit gesprek werd aan [verweerder] het investigation outcome report overhandigd. Dit rapport was gedateerd 17 maart 2026. Tijdens het gesprek werd door A&M aangekondigd dat gestreefd werd naar beëindiging van het dienstverband. Daarbij werd ook een vaststellingsovereenkomst aangeboden.




Verzoek en verweer, tegenverzoeken

2. A&M verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van het geding. Aan het verzoek legt A&M primair ten grondslag dat sprake is van verwijtbaar handelen van [verweerder]. Omdat dit handelen ook ernstig verwijtbaar is, moet geen opzegtermijn in acht genomen en moet ook geen transitievergoeding worden toegekend, aldus A&M. Mocht deze ontslaggrond niet worden aangenomen, dan is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, althans van disfunctioneren, althans van een combinatie van meerdere gronden, zodat de arbeidsovereenkomst om die reden ontbonden moet worden.
3. Aan het verzoek legt A&M kort gezegd ten grondslag dat [verweerder] met een leidinggevende positie een patroon van grensoverschrijdende uitlatingen laat zien. Dit is in strijd met interne regels en met wat in het algemeen aanvaardbaar wordt geacht. [verweerder] toont ten aanzien van deze uitlatingen een gebrek aan zelfinzicht en hij bagatelliseert de opmerkingen. Door de uitlatingen en de gevolgen daarvan voor de organisatie en medewerkers is de arbeidsrelatie ook onherstelbaar verstoord. Ook is een [functie 5] die zich gedraagt zoals [verweerder] heeft gedaan niet geschikt voor zijn functie. Mocht sprake zijn van verschillende onvoldragen ontslaggronden, dan vormen deze samen voldoende reden om toch de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
4. [verweerder] voert verweert tegen het ontslag. Op dat verweer wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. [verweerder] stelt verder een aantal tegenverzoeken in. Hij vraagt vergoeding van daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten. Daarnaast vraagt hij voor recht te verklaren dat A&M zich niet als goed werkgever heeft gedragen en dat A&M ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Ten slotte vraagt [verweerder] A&M te veroordelen tot het verstrekken van een rectificatie.


Beoordeling
5. De kantonrechter stelt voorop dat uit de wettelijke ontslagregels volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
6. Naar het oordeel van de kantonrechter doet zich in dit geval geen redelijke grond voor ontslag voor. Dat wordt als volgt toegelicht.
7. Na een ski-trip met collega’s kreeg A&M verschillende meldingen over grensoverschrijdend gedrag van [verweerder]. Het is terecht en begrijpelijk dat A&M dit zeer serieus heeft opgenomen: als goed werkgever (en ook op basis van haar interne regelingen) dient zij te zorgen voor een veilige werkplek voor haar werknemers. Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag heeft echter ook een andere kant: degene die van grensoverschrijdend gedrag beticht wordt loopt het risico op vergaande consequenties. Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag moet daarom met oog voor alle betrokkenen zorgvuldig verlopen.
8. In dit geval heeft A&M het onderzoek intern laten uitvoeren. Anders dan [verweerder] heeft aangevoerd bestaat daar op zichzelf geen bezwaar tegen. Het onderzoek moet echter wel transparant, zorgvuldig en met voldoende ruimte voor hoor en wederhoor plaatsvinden. Dat is hier niet gebeurd. De verwijten die [verweerder] worden gemaakt zijn gebaseerd op anonieme verklaringen. Dat kan onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn, maar het beperkt [verweerder] wel in zijn mogelijkheden de verklaringen te plaatsen en deze ter discussie te stellen. Dat klemt temeer omdat niet de verklaringen als geheel aan [verweerder] zijn voorgehouden, maar enkel de citaten waarvan hem een verwijt wordt gemaakt. De context daarvan ontbreekt dus geheel. Bovendien zijn de citaten geen echte citaten, maar (in ieder geval deels) vertalingen van citaten. Ook bij die vertaling zal nog een deel van de lading van de verweten uitlatingen veranderd (kunnen) zijn of verloren (kunnen) zijn gegaan. Nadat [verweerder] met zijn vermeende uitlatingen is geconfronteerd zijn van zijn reactie notulen opgemaakt, die anders dan op 18 maart 2026 aan hem was toegezegd niet binnen enkele dagen met hem zijn gedeeld om daarop commentaar te leveren, met als vervolgstap een bespreking van het onderzoeksrapport. Integendeel, in één bijeenkomst van een kwartier is aan [verweerder] gevraagd of hij nog commentaar had op de notulen en is hem meteen het (10 dagen eerder gedateerde) onderzoeksrapport overhandigd met de conclusie dat de arbeidsovereenkomst moest eindigen. Van een reële mogelijkheid van hoor en wederhoor kan in die fase van het proces niet gesproken worden.
9. De hiervoor beschreven onzorgvuldigheid van de onderzoeksprocedure heeft bewijsrechtelijke gevolgen. Anders dan A&M heeft bepleit kan van een groot deel van de gewraakte uitlatingen van [verweerder] niet worden vastgesteld dat deze daadwerkelijk zijn gedaan. Slechts één uitlating tijdens de ski-trip heeft [verweerder] erkend: hij heeft tegen een mannelijke collega over een vrouwelijke collega gezegd “she has good hair, a good face, good breasts, a good ass”. Dat is in het Nederlands gebeurd, met welke bewoordingen is niet gesteld of gebleken. Op zichzelf is het niettemin grensoverschrijdend en verwijtbaar dit (of iets vergelijkbaars) over een collega te zeggen, ook al is het niet rechtstreeks tot haar gericht. Dat geldt temeer nu [verweerder] als leidinggevende het goede voorbeeld zou moeten geven. Het is echter niet van dien aard dat het direct tot ontslag moet leiden. Dat zou anders worden als [verweerder] ook andere dingen heeft gezegd, zoals A&M heeft gesteld. Zo zou zijn gezegd:(…) is the only hot bitch in the officeI would want to fuck (…)Look at her big titsShe’s the only one I would like to fucken, over een niet-collega in de bar:if you put two fingers up her she will do anything for youen, over collega’s op een ander moment dan tijdens de ski-trip:seen the new MD chick, she’s hot but she’s got small titswhat’s that pig doing here.[verweerder] heeft echter betwist dat hij één of meer van deze uitlatingen heeft gedaan. Uit de notulen van het gesprek van 12 maart 2026 kan ook niet worden afgeleid dat [verweerder] deze uitlatingen wel heeft erkend. Om te beginnen staan in die notulen termen als: “it’s possible”, “it’s something I could say”, “something he might have said”. Dat is geen erkenning, zeker omdat [verweerder] volgens de notulen ook meermalen begon met de reactie dat hij het zich niet herinnerde. Op zich kan van deze genotuleerde reactie van [verweerder] nog wel gezegd worden dat het ook geen harde ontkenning is, maar dat is onvoldoende om dit alles als feiten aan te nemen. En hier komt dus bij dat aan [verweerder] slechts vertaalde citaten zijn voorgehouden, terwijl nooit een serieuze gelegenheid is geboden de vastlegging van zijn reactie in de notulen door te nemen en waar nodig aan te passen, zoals hem toegezegd was. Volgens A&M is tijdens de korte bespreking van 27 maart 2026 wel degelijk aan [verweerder] gevraagd of hij nog commentaar had op de notulen, waarop [verweerder] zou hebben gezegd dat 95% juist was. [verweerder] weerspreekt dit, maar los daarvan is juist in een zaak als deze, waar het aankomt op bewoordingen die al dan niet grensoverschrijdend zijn, van groot belang te controleren en vast te leggen wat erkend wordt. Als de 5% onjuistheid ziet op de gewraakte citaten staat dat wat relevant is immers nog steeds niet vast.
10. Ter zitting heeft A&M aangeboden alsnog de volledige verklaringen van de anonieme getuigen in het geding te brengen. Dat is echter te laat, het was aan A&M haar feitelijke stellingen voldoende te onderbouwen en dat heeft zij – met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen – niet gedaan. Aan bewijslevering wordt bij die stand van zaken niet toegekomen.
11. De conclusie is dan ook dat, hoewel de erkende en daarmee vast staande opmerking van [verweerder] over een vrouwelijke collega niet is goed te praten, hem daarvan niet een dusdanig verwijt kan worden gemaakt dat van A&M niet langer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het ontbindingsverzoek wordt dus afgewezen.
12. Ook de tegenverzoeken worden afgewezen. Voor toewijzing van integrale buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten moet komen vast te staan dat sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Hiervan is pas sprake als A&M haar vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828). Daarvan is hier geen sprake. A&M had voldoende reden op te treden naar aanleiding van meldingen die zij had gekregen en zij mocht daar ook opvolging aan geven door de zaak uiteindelijk aan de rechter voor te leggen.
13. [verweerder] heeft niet toegelicht wat zijn belang is bij een verklaring voor recht dat A&M zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Ook voor zover het tegenverzoek hierop is gericht wordt het daarom afgewezen.
14. De gevraagde rectificatie wordt reeds afgewezen, omdat niet nader geconcretiseerd is wat gerectificeerd moet worden en hoe dat zou moeten gebeuren.
15. Bij deze uitkomst van de procedure zal A&M met de proceskosten van [verweerder] worden belast. Gezien de samenhang zal geen afzonderlijke kostenveroordeling worden uitgesproken voor de tegenverzoeken.


BESLISSING

De kantonrechter:


wijst het verzoek en het tegenverzoek af;



veroordeelt A&M in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerder] tot vandaag begroot op € 865,00 aan salaris gemachtigde, voor zover verschuldigd inclusief btw;



veroordeelt A&M in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;



verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;


wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak